Denk om je hart, vermijd het ziekenhuis nog een weekje.

Gisteren moest ik voor een check up naar de cardioloog. En voor het eerst moest ik er dus ook aan geloven. 

Met een katoenen luiertje, grafeenkapjes van firma Sywert begin ik niet aan, over neus en mond liep ik, op de valreep van de mondkapjesplicht, de hal van het plaatselijke ziekenhuis binnen. Prompt hyperventilerend, zwetend, happend naar lucht met een hartslag van 100, verbijsterd dat scholieren en andere ongelukkigen, deze marteling een jaar lang, hele dagen hebben volhouden.

Daar stond ik dan, in het voorportaal van de hal. (pun intended), vol kromgebogen gestalten, gedempte stemmetjes, achter helblauwe maskertjes, zonder één enkele lach of vrolijke blik. Zonder kinderen of bloemen. Zonder zilveren ballonnen.

Alleen de flirtende covid werkstudenten achter plexiglas lachten, maar hun lach was niet voor mij. “Maskerlozen”, dat viel direct op, hebben in een zee van kapjes, uitsluitend oog voor elkaar. Ze zien de rest amper. Laat staan als medemensen. 

Ik moest denken aan de baby’s, die met hun blauwe kijkers instinctief, maar vergeefs op zoek gingen naar de lach van hun moeder.  

Een werkstudent, checkte mijn afspraak, dreunde een kort “moet u hoesten?, hebt u koorts?” script op. En wees routineus, met zijn arm in een bocht.

‘Rechts om de hoek inschrijven.’

Inschrijven. Vroeger deed je dat bij een grappende dame die je een ponskaartje gaf.  Nu haal je een QR code bij een witte pilaar. Mits je identificatiebewijs wordt herkend.

De mijne werd niet herkend.

Omdat ik bijna flauw viel en niet vlak voor mijn bezoek aan de cardioloog een hartaanval wilde krijgen -dat is ook weer zo ostentatief- deed ik mijn mondkapje even onder mijn neus.

Dat duurde twee seconden. Een dame met kort pittig haar, een rokersstem en wit ziekenhuistenue, veerde op van haar stoel, als door een wesp gestoken. 

“Mondkapje mijnheer! “

“Ik heb het benauwd mevrouw.”

“Niets mee te maken. U moet uw mondkapje op.” 

“Maar u heeft zelf geen mondkapje op.”

“Ik ben aan het drinken mijnheer.” 

Ze was niet aan het drinken. Maar ik liet het erbij. 

Want ik moest nog naar de cardioloog. En mijn hart ging vervaarlijk tekeer. En daarvoor was ik hier.

Na enkele keren “computer says no” als antwoord van de witte paal en een afkeurende blik op mijn rijbewijs van de kortpittige kapo, kreeg ik van haar een slagersnummertje. 207.

“Uw identificatiepasje is ongeschikt, u moet zich melden bij kamer 4.”

Ik klopte aan bij kamer 4, waar een dame achter plexiglas een geanimeerd telefoongesprek begon met een mijnheer die dringend iets van haar wilde, dat zij niet kon geven.

Na dat ze de hoorn midden in het gesprek van de haak legde, wende ze zich naar mij en constateerde dat mijn rijbewijs wel erg vies was. Toch kreeg ik ondanks dat vergrijp, de fel begeerde QR code uitgereikt; alsof het een stempel op een Elfstedenkaart betrof.  Bartlehiem was genomen.

Ik mocht door, de buik van het donkere beest in. 

De lift werd geblokkeerd door een bejaardenfile, geduldig wachtend op de eenzame zoef naar de QR folterkamer van keuze. Dus nam ik de trap en belande in een gang vol schuifelende blauwbekkies. Als kromme Wibra-kraaien met blauwe aders, neerstrijkend op lichthouten wachtkamerstoelen waarvan de helft gedemonteerd was, zodat de door Hugo zo felbegeerde anderhalve meter kon worden gehandhaafd. 

Ik scande mijn QR code. En na 3 keer gaf deze een groen lichtje. Waarna ik ging zitten.

Nieuwsgierige blikken… “Zo jong nog”… 

“Bennink?” 

“Ja dat ben ik.”

“Komt u maar mee.”

Een lange, dunne man, geluierd en overduidelijk zonder zin in gezelligheid, nam mij zwijgend mee voor een ECG.

“Mag ik mijn mondkapje af mijnheer?” 

“Nee.”

Na dit vrolijke uitgebreide antwoord, nam pierlala mijn bloeddruk op, die zowel onder als bovendruk 50 punten hoger was dan normaal.

Ik sputterde. “Dat doet ie anders nooit”, maar de meelevende blik van een man die dagelijks honderden hypertensie patiënten ziet, was mijn deel. 

Ik mocht mij shirt uit doen en gaan liggen, stijf van de spanning en kreeg de plakkers opgeplakt. Het zachte geruststellende gekras van het ECG kon beginnen en mijn hart gedroeg zich wonder boven wonder voorbeeldig, ondanks de hyperventilatie, de benauwdheid en het opgesloten zitten in een kamer van één bij één, met een man voor wie ik overduidelijk slechts een QR code was.

Terug naar de wachtkamer.

“Bennink?” 

“Ja dat ben ik.”

“Komt u maar mee.”

Daar stond een dame met het zeldzame talent om dwars door haar mondkap heen te lachen.

We gaan even fietsen mijnheer Bennink.

Een echt mens! “Wat moet dat eenzaam zijn” dacht ik.

Ik fietste en fietste en fietste tot ik niet meer kon, terwijl de bloeddrukmeter zich keer op keer strak opblies en zich met een zucht weer leeg liet lopen.

“Volgende week hoeft het waarschijnlijk niet meer he? Die mondkap?”

Ik was blij voor haar.

En mijn bloeddruk was ook blij: 50 punten lager dan bij de ECG man. 110-65

Net op tijd gekalmeerd voor de genadeloze cardiologenogen.

Terug naar de wachtkamer.

“Bennink?” 

“Ja dat ben ik.”

“Komt u maar mee.”

De cardioloog stelde zich netjes voor, zonder een hand te geven.

We bespraken kort en zakelijk de uitslagen. 

Mijn sinus ritme en kransslagaders hadden zich uitmuntend gedragen,

maar mijn hart huilde, de hele weg terug naar huis. 

27 Comments

  1. Wat een tearjerker Jan, ouwe romanticus. Ik heb nog nooit vrolijke mensen in het ziekenhuis gezien hoor, ook niet voor covid.

    • Oh! Nou ik wel hoor. Kinderen!

    • Echt niet? Verkeerde ziekenhuis dan denk ik. Zelf heb ik levendige herinneringen aan hallen met niet alleen kinderen maar ook volwassenen die met 2, 3 man iemand bezochten. En levendige gesprekken hielden want een zieke moet je opbeuren. Natuurlijk is het soms serieus en verdrietig maar graaf eens dieper terug. Vooral in wachtkamers kan het gezellig zijn. Ligt ook aan jezelf natuurlijk. Een gesprekje beginnen kan iedereen. Hopelijk heeft de laatste anderhalf jaar niet je prettige herinneringen ontnomen.

  2. “Ik moest denken aan de baby’s, die met hun blauwe kijkers instinctief, maar vergeefs op zoek gingen naar de lach van hun moeder. ”
    Sinds anderhalf jaar opa, zo blij dat ze, onze lach en die van haar omgeving mag beleven, doordat de enige luiers in haar leven, haar eigen plas luiers zijn.

  3. Ik las: de hel van het plaatselijke ziekenhuis. Niet de hal.

  4. Marjoleine Meijer

    18 June 2021 at 04:04

    Mooi geschreven en herkenbaar ♥️

  5. Het is de dagelijkse gang van zaken van het geindoctrineerde ziekenhuis leven mijn zoon 51 j hartpatiënt en mondkap weigeraar zet absoluut geen mondkap op in het Erasmus MC en heeft geen problemen ondervonden wel veel waarschuwingen
    Wel goed stuk Jan uit het leven gegrepen

  6. Marloes Van reek

    18 June 2021 at 06:59

    Herkenbaar. Ik had vorig jaar ook zo´n ervaring. Ook voor mijn hart en vaten. Ik ervaarde het alsof ik door een autowasstraat gesleurd werd. Het tempo zat er goed in. Alleen de dame bij het fietsen was vriendelijk. De rest deed ijzig en koel. Alsof ik een ding was. Een totale vernedering van het menszijn. Maar ik heb een wapen ontdekt. Ik doe nu uiterst vriendelijk met een vleugje enthousiasme. En daar hebben ze niet van terug.

  7. Veronica Siebenga

    18 June 2021 at 07:13

    De laatste keer dat ik in het ziekenhuis was, deze maand, dacht ik: ik vertik het een mondluier te dragen.
    Bij de ingang stonden controleurs. Mevrouw u moet een mondkapje op. Waarop ik reageerde: ik heb schimmel op mijn longen. Dat was voldoende. Mijn loop door het ziekenhuis was ademwegvrij.

    • Ik begrijp het. Goed gedaan. Maar ik ben heel moeilijk met onwaarheid. Dat is geen oordeel, maar een handicap aan mijn kant.

      • Mooi antwoord! Moeilijk in onwaarheid, die onthoud ik. En herken het zeker.

      • Ze gooien onderhand al anderhalf jaar onwaarheden onze kant op. Dus ik heb nu minder problemen met kreten als ‘ik heb een ontheffing’ of ‘ik mag hem niet op’. En ik bid voortdurend dat men het toelaat. Tot nu toe succesvol maar ik hoef ook niet naar het ziekenhuis.

      • Als ze liegen tegen jou, mag je gewoon terug liegen. Probeer het eens. Is ook veel beter voor je hart: “Ik heb longemfyseem.”

        BTW Je schrijft mooie stukjes. Samen gaan we dit tuig kapotmaken. Eens dan komt de dag.

  8. Petra Postma

    18 June 2021 at 07:28

    😰 wauw…ik was ook in dat ziekenhuis zojuist..hel.. Zo herkenbaar, smachtend speuren naar menselijkheid😔 Fijn dat de controle goed was!🙏🏻🥰

  9. Sigrid Oosterbeek

    18 June 2021 at 07:31

    Zeer herkenbaar ik heb dit vorige maand gehad en het is een blauwdruk die jij beschrijft, nou is een ziekenhuis nooit leuk maar nu is het afschuwelijk het voelt of je een melaatse bent.

  10. Ben er stil van, zo is het echt, moet er met regelmaat zijn.😔menselijkheid is er totaal verdwenen

  11. Guust Kadaver

    18 June 2021 at 09:22

    Mooi opgeschreven. Voorlopig niks te zoeken in die gekkenhuizen.

  12. Goed stuk. Ik ga bijna tweewekelijks met mijn vrouw naar de VUMC Amsterdam. Zij is zo goed als doof. Dan heb ik het wettelijk récht geen kapje te draden. Anders verstaat ze mij niet. Ze heeft een mondbeeld nodig. Zelfs bij de KNO en audiologie geldt dat recht niet, dus trek ik bij elke zin even mijn kapje naar beneden. Dan ziet/hoort ze mij.

  13. The Computer Says No. the mother of all misery!

  14. Wat een schandelijke behandeling kreeg je in het ziekenhuis! Maar wat heb je het mooi opgeschreven en wat een mooie illustraties doe je bij je columns. Dank je wel.

  15. Ik was bij mijn reumatoloog. Die gaf me geen hand uiteraard. Binnen vijf minuten zat hij aan mijn hand – om de zwelling van mijn gewrichtjes te bevoelen. Ik denk niet dat we hetzelfde gevoel voor humor hebben dus ik heb mijn mond maar gehouden.

  16. Nieuwe Geluid

    18 June 2021 at 15:09

    Die mondkapjes gestapo ook die er kennelijk genoegen uit scheppen om zich eindelijk belangrijk en machtig te voelen om eens flink hun nep autoriteit te laten gelden.

  17. Mijn verbijstering over dit alles is dat al die mensen die daar werken op hoog niveau medisch opgeleid zijn. En moeten weten dat het onzin is, die mondkapjes. En toch werken ze eraan mee.
    Ik heb het elke keer dat ik in het ziekenhuis was de afgelopen maanden (zo’n 30 keer) gevraagd aan ze. “Jullie weten toch dat het onzin is? Waarom houd je het dan vol?”
    Nooit antwoord op gehad. Wel ontwijkende of verontschuldigende blikken. Of ronduit woede. Maar dat was meer omdat ik alle argumenten om wel een kapje te dragen kon pareren met redenen waarom niet. Die dame raakte gefrustreerd dat ik niet braaf wilde buigen voor haar wil.
    En ik ga ermee door, want ik ben nog niet klaar daar. Maar zal wel blij zijn als het over een week niet meer hoeft.

Leave a Reply

Your email address will not be published.