Superjan

100 Tweets
Jan Bennink
Exiled poet. Writer. Columnist.
Translate bio
Elbajanbennink.comJoined February 2021
233Following15.653Followers
Pinned Tweet
0

Soms zijn voorspellingen te krankzinnig voor woorden. Tot ze uit blijken te komen.

But as the days of Noah were, so shall also the coming of the Son of man be. For as in the days that were before the flood they were eating and drinking, marrying and giving in marriage, until the day that Noe entered into the ark. And knew not until the flood came, and took them all away; so shall also the coming of the Son of man be.

Om als profeet door het leven te gaan, hoef je geen Ezechiël of Jeremia te zijn. Ook een eenvoudige boerenlul, kan zichzelf die gerafelde mantel aanmeten. 

Je hoeft daarvoor eigenlijk maar één ding te doen. Met veel aplomb héél veel voorspellen, zwijgen als het graf als je orakels niet uitkomen, maar wel jezelf triomfantelijk op de borst slaan als eens in de zoveel keer het lot op jouw gelijk valt, met quotes en screenshots als bewijs van je magische krachten. 

Economen en trendwatchers doen hun hele leven niet anders.

Zelf heb ik een aantal voorspellingen rond Rusland en Oekraïne gedaan en ik moet zeggen, met opvallend succes. 

Ik geef direct toe, een paar daarvan waren eenvoudig te maken, door ingezette lijnen door te trekken en naar echt nieuws, zoals The Duran , te luisteren in plaats van de tenenkrommende Westerse propagandasmut.

Dat het westen met haar sancties en boycotts alleen de eigen bevolking ruïneert, zag een kind aankomen. 

Dat het Westen deze proxy oorlog niet kan winnen is zonneklaar.

Dat Nederland straks haar groene kachelpijpjes en artilleriegranaten, met en zonder lollig gestifte strijdkreetjes, gaat terug zien op stoffige junglemarkten, daar kun je donder op zeggen.

Maar andere voorspellingen van mij, zouden in minder Bijbelse tijden, voor ronduit krankzinnig zijn versleten.

Zo stond op acht maart, vlak na het begin van de “speciale operatie” de Roebel op een absoluut dieptepunt. Ik voorspelde, zo’n beetje als enige in de Westerse Wereld, dat de in duikvlucht verkerende Russische munt twee maanden later hoger zou staan dan ooit te voren. 

En zie, rond half mei is de Roebel de best presterende munt ter wereld. Door het koppelen van goud aan de waarde van de Roebel en die op zijn beurt te koppelen aan de handel in Russische olie en Russisch gas. Briljante maatregels die niemand kon voorzien. 

Dit kon een mazzeltje zijn geweest uiteraard. 

Maar ik deed negen maart nog een voorspelling, die op veel hoongelach en misprijzen werd onthaald. Ik twitterde:

Mijn theorie. 

Poetin is in the know #WEF#Gates 

Gates bereidde “Pandemic 2”  voor in Oekraïne. Klaar voor release. 

Poetin kwam daar achter, bombardeerde de biolabs. 

Regelde zo in een klap Donbass / Krim, andere “agenda’s”. en redde en zijn eigen volk én ons en van de ondergang.

Daarom zijn ze zo laaiend in het westen.

Daarom is de oorlog ineens niet meer trending.

De Biolabs zijn mainstream uitgelekt.

Covid 1 is voorbij. Ze hadden Covid 2 nodig, met massa’s doden, voor prikplicht en de QR code.

En zie, twee maanden na deze tweet, legt Igor Kirillov Chief Radiation, Chemical and Biological Protection Forces van Rusland, buiten het zicht van de Westerse normie nieuwsconsument, droogjes de hele verrotte structuur bloot, die ons maanden geleden in Pandemic nummer twee had moeten dompelen. inclusief de betrokkenheid bij biolabs van het Pentagon, de Duitse en Poolse overheden, de Biden’s, de Obama’s en biotech bedrijven als Ghilead, Pfizer en Moderna.

Kirillov onthulde proeven op Oekraïnse geestelijk gehandicapten en ook de ontdekking van drones, UAV’s, waarmee eenvoudig bio agents over de Russen, de Oekrainers én ons konden worden uitgestort. 

Natuurlijk staat het vrij om de onthullingen van Kirillov, die mijn voorspelling onderschrijven, met een korreltje zout te nemen, “wij zijn immers de lieverds in deze oorlog”, “the good guys”. Toevallig was het wel, dat wij in Europa, na twee jaar onophoudelijke covid-terreur abrupt virusvakantie kregen begin maart. Als een inktzwarte horrorfilm, die van de ene dag op de andere omsloeg in een vrolijke zang en huppelscene uit The sound of Music. En hoe curieus, dat dit als bij klokslag, samenviel met het uitbreken van de oorlog in het oosten. 

Liep die dag het ene draaiboek soms af en stond er een ander op stapel? En duwde Poetin die stapel soms precies op het juiste moment om?

Zou Poetin ons een zorgeloze pandemie-vakantie hebben bezorgd, door het smerige hoofdgerecht dat ons zou worden opgediend, met een mooi gevoel voor timing, uit de handen van de Chef de Cuisine te slaan?

Het lijkt er verdacht veel op.

Enfin.

Tot zover mijn voorspellingen die hun houdbaarheidsdatum zijn gepasseerd.

Een gestoord stuk als dit, zou echter niet compleet zijn als ik het niet zou durven een volgende, krankzinnige profetie te doen. 

Zwart op wit, zodat jullie me er straks smakelijk om kunnen uitlachen. 

Die voorspelling begint bij onszelf, hier in het zogenaamde “vrije Westen”, dat zucht onder het juk van het WEF, de VN en straks de WHO en Bill Gates; het westen dat niet alleen financieel en moreel failliet is, maar ook qua voedsel en energie, bewust wordt gesloopt. Althans zo lijkt het. 

De Midwest, de graanschuur van de Verenigde Staten, ligt braak door gemanipuleerde stofstormen en droogte. Lake Mead staat op het laagste punt ooit gemeten. De ene na de andere food processing fabriek wordt vernietigd door spontane branden of vliegtuigen die er op neerstorten. Vee, van groot tot klein, wordt met miljoenen tegelijkertijd afgemaakt, van kippen tot varkens, van herten tot zalmen. 

In Australie en Canada mogen burgers hun eigen voedsel niet meer verbouwen. Amerikaanse boeren krijgen megaboetes als ze hun koeien niet inspuiten met MRNA vaccins. Landbouwers worden betaald om hun oogsten te vernielen of niet in te zaaien. En Bill Gates koopt al de landbouwgrond op. Altijd een goed teken. 

En in Nederland, de op één na grootste exporteur van voedsel, worden trotse boeren, en masse van hun land getreiterd, met torenhoge energieprijzen, draconische regels en vage verhalen over stikstof en CO2.

De prijzen van ons voedsel stijgen zichtbaar iedere week als een raket, terwijl de verpakkingen kleiner en kleiner worden. En nu is het nog een geldkwestie, maar wat er straks eenvoudig niets meer is? De Baby Formula in de USA is al op.

Maar Rusland stevent af op een Bumper harvest. En ook in Oekraïne lijken de velden goudgeel als altijd.

En mijn voorspelling is dan ook. 

Als de voedselrellen, zoals ze nu al uitbreken in Sri Lanka en de daaruit voortvloeiende revolutie eenmaal voorbij zijn en de stofwolken zijn neergedaald, zal het wittebrood net als in 1945 uit de lucht vallen, al zal het brood niet in Zweden gebakken zijn. 

En de vliegtuigen zullen geen Lancasters zijn, maar Antonovs.

De ark van onze tijd, die de mensheid zal redden, zal geen schip zijn, maar een land, met wuivend graan. De enig overgebleven Christelijke supermacht ter wereld. 

Het zal zijn als in de tijden van Noach.

Vind je mijn werk krankzinnig goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Een Oranjefeestje is geen keuze, als de Koning van schaamte rood zou moeten kleuren. 

Hoewel ik de dronkemansavonturen uit mijn studententijd doorgaans liever in de borrelende doofpot houd en mijn drang tot discretie, doorgaans succesvol vecht met mijn instinct jullie te amuseren, voel ik me, nu ik gisteren in “Botsende Wereldbeelden”, een opmerking maakte over Koning Willem Alexander en zijn door mij versmade verjaardagsfeestje, toch geroepen een lollige, wellicht zelfs waargebeurde, in liters bier verzopen anecdote met jullie te delen. 

En ik doe dat graag in Tonke Dragt stijl. Met een brief aan de koning.

Beste Willem, We kennen elkaar niet en ik wil ook niet anders beweren. We zijn elkaar in een ver verleden slechts een paar keer tegen het lijf gelopen en hebben terloops elkaars hand geschud. Tijdens een gala op de trappen van Tuschinski en in een studentenhuis aan de Heiligeweg in Amsterdam, waar we een paar vrienden van vrienden gemeen hadden en een paar keer in één ruimte lauw bier uit hetzelfde krat hebben gedronken. 

Ik ben dat niet vergeten, jij vast wel. Dat vergeef ik je graag. Ik was één van zeer velen. Jij was die éne, die vergeefs uitstraalde dat je alleen maar één van die zeer velen wilde zijn. 

Maar ik heb je wel een beetje discreet gadegeslagen natuurlijk. Je deed me, zowel qua postuur en houding, denken aan mijn broer. Groot en stevig, nonchalant, maar je had ook iets ernstigs en je had de gereserveerdheid die je vaak ziet bij mensen, waar anderen altijd iets van willen. Ik vond je wel koninklijk materiaal. 

Je leek me de vriendelijkheid zelve, goed opgevoed, zonder teveel uitbundigheid. Relaxed met een zweem van melancholische verwondering. Geen plurk. We hadden vrienden kunnen zijn in een ander leven en een andere tijd.

Je voelde je duidelijk op je gemak tussen de stapels afwas, de tafel vol asbakken en het afgeragde bankstel, en was opvallend minder opgeblazen en pompeus dan de zwerm van grijnzende hermelijnvlooien die, uit pure vriendschap, opvallend onopvallend, zo dicht mogelijk om je heen krioelde. 

Misschien herinner jij je nog dat afgrijselijke en snoeiharde optreden van een bar slechte punkband, midden in de nacht, midden in de gemeenschappelijke kamer van dat iconische studentenhuis? Dat “optreden” dat tot ergens in de De Lairessestraat de tegels uit de straat dreunde met vals gejengel?

Ik hoorde later het vuige gerucht dat er die avond een hele bijzondere blonde uitsmijter aan de deur stond. “Dit is mijn feestje” zou die imposante man, de, overigens zeer terecht, gealarmeerde agenten, te verstaan hebben gegeven, waarna ze afdropen en het wanstaltige concert ongestoord nog uren door de Amsterdamse stegen mocht blijven dreunen.

Ik was de bassist van die bedroevende band, waarvan de bezopen drummer, steeds langzamer ging spelen als een aflopende Hema wekker en de zanger, amechtig “Grote Tieten” in de microfoon schreeuwde. 

Ik had een prima indruk van je en heb je verdedigd waar ik kon. Maar dat deed ik de laatste jaren wel steeds vaker met diep gefronste wenkbrauwen. 

Immers, toen jij paniekerig, voor oude vrouwen en kinderen uit, het hazenpad koos, op het moment dat de Damschreeuwer het op een brullen zette, verdiende dat geen ridderorde wegens betoonde moed, laat staan een Elfstedentocht medaille. Dat je, zo vermoed ik, die arme man langer liet opsluiten dan een gemiddelde verkrachter of doodrijder, maakt het plaatje er niet koninklijker op. 

Ook de waxinelichtjeshoudergooier had wat mij betreft van jou op een royaal gebaar mogen rekenen. 

Zwakkeren en geestelijk invaliden verdienen medelijden en zorg, geen wraak van een almachtig en hooggeboren man. 

Hoe Edwin de Roy is behandeld, is beneden ieder peil.

Maar later vond je me toch weer aan je kant, toen je de Gele Hesjes een hart onder de riem stak tijdens je Kersttoespraak. 

En toen je 4 mei 2020, alle protocollen, het ongetwijfeld imposante gesis van Rutte en het gestampvoet van de wilde wijven om je heen negeerde en je voor één keer een echte koning toonde, was ik blij verrast. Ik had het goed gezien. Jij stond in deze strijd aan onze kant. Jij was onze koning.

Je vertelde het verhaal dat tot vandaag resoneert in mijn ziel en weerkaatst op de ijskoude gebeurtenissen van de afgelopen twee oorlogsjaren en de waanzin die we ons toen nog amper konden voorstellen. 

Wij niet, jij wel.

Het verhaal van Jules Schellevis die de eeuwige woorden sprak: 

“Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?”  

Hoe vaak zijn woorden van deze strekking niet verzucht de afgelopen twee jaar Willem?

“Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten. Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder. 
Niet meer naar het zwembad mogen. 
Niet meer mogen meespelen in een orkest.
Niet meer mogen fietsen.
Niet meer mogen studeren.
Op straat worden gezet.
Worden opgepakt en weggevoerd.”

En zie, de afgelopen twee jaar werden opnieuw voor onwrikbaar genomen vrijheden verboden, werden er onschuldige mensen, zoals Medisch Specialist Jan Bonte en Dirigent Valeri Gergiev ontslagen en anderen zelfs om hun mening opgesloten, zoals Willem Engel. 

Net als in de tijd van Jules Schellevis. 

En verder sprak jij de koninklijke woorden: 

“niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.”

De tekst ademde jouw innerlijk verzet en het diepe afgrijzen voor wat komen ging. 

De tenen van Rutte moeten van ergernis zijn gebroken in zijn lakschoenen bij het aanhoren.

Maar waarschuwen is niet genoeg als je koning bent, beste Willem.

Je toonde je een Hansje Brinker die zijn vinger uit de dijk trok en een vage waarschuwing roepend, doodgemoedereerd naar Griekenland vertrok, zijn dorpsgenoten in verwarring achterlatend, terwijl hij kon weten dat zovelen binnen de kortste keren zouden verzuipen. 

Toen wij je nodig hadden, was je er niet. 

Toen die bibberende kindertjes van ongevaccineerde ouders, zich buiten moesten aankleden, hebben we niets van je gehoord. 

Die vrolijk geschminkte kleutertjes, opgetogen over de komst van de Sint en Zwarte Piet, die door een dikke NSBer achter een zwart scherm werden gezet. Je hebt er niets over gezegd. 

Al die kerngezonde sporters die naar hun borst grijpend, neervallen op het gras of het gravel. Sommigen dood anderen voor het leven getekend, ik heb je er niet over gehoord.

De oproepen van sterren en politici om ongevaccineerden uit te sluiten en artsen uit hun ambt te zetten. De scheldpartijen, de dreigingen? 

Van jou geen woord.

Die oude onderdaan rennend voor zijn leven op het Museumplein, met een politieknuppel zwiepend naar zijn hoofd. 

Jij zweeg. 

Dat meisje dat door een waterkanon tegen een muur werd gespoten en een schedelbasisfractuur opliep. 

Jij hebt haar niet opgezocht in het ziekenhuis.

Die politiebus die op het malieveld een demonstrant aanreed. De honden vastgebeten in de armen van gillende mensen. De steeds weer neerdalende knuppels. De fraude, de verdorrende bejaarden, de kinderen gek van eenzaamheid, angst  en verveling. Je hebt ze  maar bar weinig opgebeurd. Terwijl het toch jouw volk is. 

Er waren zoveel gelegenheden waar een half woord van jou wonderen had gedaan en je er liever het zwijgen toedeed.

Je had jezelf onsterfelijk kunnen maken als je voor je volk was gaan staan, we hadden je omarmd en op het schild gehesen.

Maar jij nam er nog ééntje op een Grieks terras, terwijl jouw Maxima kirrend op schoot ging zitten bij de Ernst Stavro Blofeld, die al dit fijns voor ons heeft georganiseerd.

Al met al “Not a pretty picture.”

Willem,

Iedereen heeft recht om zijn eigen feestje te vieren. 

Jij uiteraard ook.

Net als dertig jaar geleden op de Heiligeweg aan Amsterdam

Maar jouw feestje is het onze niet meer. 

We zijn er niet eens voor uitgenodigd.

Ik wens je een fijne verjaardag.

#VierGeenKoningsdag.

Ik zou zeggen, besteed de centen die je uit zou geven aan mierzoete tompoucen en giftig Oranjebitter eens aan een arme schrijver. Je kunt mij hier ondersteunen.

Niet 5 mei, maar Paasdag is onze Bevrijdingsdag. Vier het!

 

Vijf minuten geleden zat ik nog in mijn eigen hemel. Tussen de citrusbomen en tuinboonbabies, badend in een Goddelijke stilte, slechts onderbroken door merels -veel merels dit jaar-, een verdwaalde lach van een kind in de verte en een dolle onophoudelijk kwetterende lijster. Of is het een Nachtegaal? 

Alleen? Nou ja, met Beer natuurlijk en Hugo, een één jaar oude avocadopit, die net als Oskarchen uit der Blechtrommel maar niet wenst uit te groeien tot een puberende boom; schijndood, hard en koud, hoewel zijn wortels vers wit blijven en het plantje in zijn kern vurig blijft opgloeien. Een groen puntje leven, dat ik het licht laat zien, door een tandenstoker in de gebarsten pit te zetten, zodat de magische zon, de genezer, zijn weerbarstige bolletje kan bereiken. 

Heerlijk die stilte, zo zeldzaam in het afgrijselijke Gooi, waarvan zoveel bewoners net zo verzot zijn op benzine-motorzagen en hogedrukspuiten, als op het stofzuigen van hun plastic gras en het met dodelijk vergif neer spuiten van alles dat de kieren van hun grijze tegels durft te verontreinigen met vrolijk groen of nestgangetjes. 

De nouveautjes, waarvan er eentje zelfs kans heeft gezien, zonder overleg, een feesthut achter in zijn tuin te bouwen, grenzend aan de mijne, met een feestschoorsteen op oog en neushoogte; een kroniek van een aangekondigde megalitische burenoorlog deze zomer, een tankslag waar ik niet echt naar uitkijk. 

Maar niet geërgerd. Zeker niet deze, in zoveel opzichten, magnifieke dag des Heren. 

Want nu zit ik hier, binnen in de koele schaduw van April te schrijven.

Over Pasen. Pascha. Een magische periode. Niet alleen voor Christenen en Joden. Maar ook voor jullie, ketters, van goede wil.

Want Pasen gaat als nooit tevoren over nu én over u.  Of u wilt of niet. 

Ook al doen ze hun best het voor ons te verbergen. 

Pasen is nu eenmaal zo essentieel, dat het door de nog altijd oppermachtige Babylonische serpenten die al eeuwen over ons regeren, al even lang wordt besmeerd met een ranzige laag sandwichspread van krentenbroden, eieren, kuikens, vuren, chocoladehazen en Jumbo ontbijtjes met bijna echte boter en plastic bloempjes op tafel in plaats van een oerverhaal met tragedies en heldenepen aan de basis.

In de wetenschap dat het echte Paasverhaal een waardevolle herdenking kan zijn, met belangrijke lessen voor het hier, nu en de zeer nabije toekomst; lessen waarvan zij willen dat wij ze niet gaan trekken.

In plaats van een gewijde plechtigheid, maken ze er liever een uitbundig vruchtbaarheidsfeestje van dat in het Engels, Easter wordt genoemd; East Star, Venus, de Romeinse godin van de liefde, wordt daar vereerd. En niet de zoon van God. 

Zoals Father Christmas de geboorte van Jezus smoort met zijn in Coca Cola gedrenkte mantel, keutelt de Paashaas al eeuwen vrolijk het verhaal van zijn lijden en dood onder.

Pasen wordt verdoezeld of erger, er wordt een Woke draai aan gegeven door typmiepjes als Amarins de Boer en “Theologe” Almatine Leene in dit soort blaartrekkend stukjes in de Metro.

Arme God die het allemaal moet aanzien. 

Pasen, Pascha, Passover, Pesach. Een periode met zoveel betekenissen. Zoals letterlijk het “Pass Over” Het overslaan van alle huizen die het bloederige teken van het Lam droegen, toen God de eerstgeborenen kwam halen, aan de vooravond van de uittocht in de bare woestijn; Het feest van het ongegiste brood in het verschiet. De herdenking van het begin van de Exodus. De uittocht uit Egypte. 

En Pasen, toch vooral de herdenking van het diep ontroerende offer dat de zoon van God bracht voor ons, willens en wetens zijn leven gevend, in een bad van bloed, tranen en onmenselijke kracht. Verraden door zijn naasten. Bespot en uitgejouwd door dezelfde mensen die hem niet lang daarvoor nog bejubelden, toen hij op een ezeltje de poort van Jeruzalem binnen sjokte. Een menselijke eigenschap, die we ook nu nog zo vaak zien; het beschimpen, opjagen en als dat faalt, het slachten van de brenger van een waarheid die verlossing zou kunnen brengen, maar liever wordt genegeerd. 

Dit jaar is Pasen voor mij belangrijker dan andere jaren. 

Omdat ik zoveel herken in het verhaal dat maar niet wil verslijten. Dat op magische wijze zijn actualiteit maar niet verliest. Het eeuwige en oneindige verhaal van waarheid, dat gestand doet aan de betekenis van geloof, zoals dit in de Dikke VanDale opgeschreven staat. 

1 Het vertrouwen in de waarheid van iets. 

2 Een vast en innig vertrouwen op God.

Twee betekenissen die ik graag zou samenvoegen om er vrijpostig “Het vertrouwen in de waarheid van God” van te maken. 

Maar ik verlies mijn lijn, excuus. 

Pasen is wat mij betreft belangrijker dan ooit, sinds de kruisiging van Jezus Christus. Omdat de paralellen evident zijn, voor iedereen die ogen heeft om te zien en oren om te horen. 

Want diegene ziet dat er wederom een Exodus op til is. 

Schuchter zoekt men elkaar op, indringend kijkt men elkaar aan en vindt elkaar steeds vaker, nog wat onwennig, maar steeds hechter, in de gedeelde overtuiging dat we niet langer willen leven onder de slangen van Babylon, de nieuwe Farao’s, die niets dan slavernij en leegheid met ons voor hebben; een leven zonder God of bezit, getekend met het teken, gechipt en geïntegreerd in een alles ziend netwerk, God imiterend, miljarden zenuwcellen verbonden met één pervers en alle menselijke heiligheid vernietigend megabrein. 

We willen het niet.

“Dit nooit” prevelend, gaan we, weggerukt uit onze “comfortable numbness” op zoek naar een woestijn om over te steken, een land om vruchtbaar te maken. Een avontuur dat niet zal slagen zonder rotsvast geloof en het herontdekken van de oude wegen, ondergestoven door verdacht Sahara zand. Wederom zetten we kruizen als teken, in dit geval niet op onze huizen, maar door onze paspoorten, als teken dat we niet gehoorzamen aan het beest met zijn gifspuiten, opdat de dood opnieuw aan ons voorbij zal gaan.

En wederom putten we kracht uit het verhaal van de kruisiging.

Want het Paasverhaal laat ons, vrije mensen, één ding zien.

Opstaan kan altijd. En wij hebben er niet eens voor hoeven sterven.

Sta dus op kind van God.

Er is een woestijn om over te steken.

Dit is onze bevrijdingsdag. 

Awake thou that sleepest, and arise from the dead, and Christ shall give thee light.

Ephesians 5:14. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Of help iemand die het minder goed heeft dan ik. Dat vind ik ook prima, misschien wel beter. Maar retweet of verspreid mijn stuk dan in ieder geval.

p.s. De klokken luiden nu. Ook in Bussum. Alles is nog niet verloren.

Botsende wereldbeelden op de Gooise Heide. Een mooi gesprek met Marianne Zwagerman.

De beste ideeën krijg ik op de drempel van droom en ontwaken of tijdens het wandelen met mijn achtjarige tweede vrouw, herdershond Beer.

Door weer en wind, minimaal twee keer per dag, maken mijn meisje en ik de Gooise weides, heides en bossen onveilig. Ik heb dan alle tijd om na te denken, podcasts te luisteren en het is nog goed voor de conditie ook. Wandelen is dé sport voor oude mannen.

Ik was dan ook zeer in mijn nopjes toen Marianne Zwagerman, de moedige en enig overgebleven uitgesproken dissidente stem binnen de mainstream media, een format bedacht dat draait om wandelen, discussiëren en onze trouwe honden; Beertje en Bruce.

En ik was nog blijer toen ze niet alleen het idee bedacht, maar ook de peperdure spullen kocht om het waar te maken. Zoveel mooie plannen sterven immers in schoonheid. 

Ik heb enorm genoten van onze wandeling en ons gesprek en hoop dat jullie het net zo mooi vinden. 

Genoeg geluld. We gaan wandelen!

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Wil je Marianne supporten? Word dan hier lid van haar youtube posse!

Horrible great news from Holland.

Gideon defeats the Midianites

An open letter to Scott Kesterson, BardsFM.

Dear Scott, this is the third message i write to you from The Netherlands, the country, for which I mourn.

My country, small and flat, not so long ago, free and strong, fertile and fruitful, once inhabiting a tough, stubborn and innovative folk, that mastered its marshes, the many rivers, the clays and sands and even conquered the seas. Not only the North Sea flooding our shores, but all seven of them. 

Continue reading

Een straf bakkie met Bergsma en Bennink.

Al weken probeer ik in het drijfzand van leugens, propaganda, hysterie en schuivende panelen, een onderwerp te vinden waar ik een wat groter stuk voor jullie, mijn geliefde lezers, op kan baseren. 

Maar net zoals dat je in een voortjagende sneltrein het landschap niet kan schilderen, gaan de ontwikkelingen mij te snel en word ik door te veel haakse bochten heen gesleurd, om de chaos in kaart te kunnen brengen, het slagveld te overzien, op een betere manier dan in de laatste twee stukken die ik schreef. 

Continue reading

Terwijl wij elkaar de kop inslaan, speelt de duivel lachend met onze ballen.

Een goed stuk schrijven in een spiegelpaleis waarin alles per uur schuift, iedereen LSD lijkt te hebben geslikt, waar menigeen bloedschuim op de mond krijgt zodra je het theaterstuk van de dag, dat met een razendsnelle decorwissel verandert van een dodelijke pandemie in een patatje kernoorlog, niet tot de letter volgt, is niet eenvoudig, maar ik ga het toch proberen. 

Het mooiste boek dat ik ooit las, behalve wellicht de Bijbel, is ‘Master and Margarita’. Drie kunstig verstrengelde delen, geschreven door de getormenteerde, dissidente grootmeester Michael Boelgakov, die tijdens zijn leven een zwierende dance macabre leidde met Iosef Dzjoegasjvili, Stalin, de stalen duivel zelf. 

Continue reading

Oorlog met Rusland? Hans, we are the Baddies.

Als “staatsvijand nummer één” kijk ik ieder jaar op 9 Mei, de Parade, waarmee Rusland de overwinning viert op de Nazi’s in de Grote Vaderlandse Oorlog. De indrukwekkende herdenking van het onmetelijke bloedbad dat ons vrijheid bracht, waar de Sovjets met miljoenen tegelijk, de hoogste prijs voor betaalden; dertig miljoen soldaten, piloten, matrozen, omaatjes en meisjes met linten in hun haren, gingen zonder meedogen door de vleesmolens van de hel.

Continue reading

Twitter is een zielsgevangenis. En vandaag ben ik bevrijd.

Het is weer zover.

Na een jaar @janbenninkcom heeft het Twitter behaagd, om mijn 6e account zonder waarschuwing of enige opgaaf van redenen te nek om te draaien.

Vervelend, maar even afstand nemen van twitter is zo slecht nog niet. 

Twitter is een intelligence sandbox, waar dissidenten en afvalligen, door de powers that be, eenvoudig kunnen worden ingedeeld en waar geruisloos zoemende intelligence programma’s, minutieus contacten, netwerken en uitingen in kaart brengen. Beria’s droom.

Continue reading

Waarom dit niet het moment is om in slaap te sukkelen, maar de tijd om op te staan!

Dag en nacht wacht ik op jullie, strijders!

Sinds een paar weken leven veel mensen tussen sprankjes hoop en opgepookte vrees. Onze wereld, het schouwtoneel van doldwaze twisten in het narratief. Potsierlijke slagen in het wiel, waar wij onze machthebbers en hun medialakeien, hobbelend en slingerend, traag op voort zien fietsen.  Het narratief is niet verbogen, maar vertoont regelrecht scheuren in het metaal. 

Continue reading

De Sintelende Dwarrel.

Les Visions du Chevalier.

Zijn wij gezwicht? 

Gedoofd? 

Verzoet?

Of schuilt daar, schemerend in het roet

een sprankje dat de as trotseert?

Eén vonkje schier ontembaar licht,

zwerft zoekend door de kolenkloven,

wervelt, tastend naar vers hout,

maakt dorre as tot gloeiend goed.

Ontsteekt het vuur dat in ons woedt. 

En verjaagt het zwarte licht,

Zij verzengt tirannen in haar gloed.

De Sintelende Dwarrel.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Als we weer willen leven, moeten we onze navelstreng door durven knippen.

Deze krankzinnige afgelopen jaren doen me denken aan een ellenlange bungee jump. 

Het is alsof we met onze voeten in een strop, pardoes de diepte werden ingeworpen, aan een navelstreng van elastiek.

Van het onschuldige levenslicht, met duizelingwekkende vaart richting een inktzwart aangekondigd onheil.

Van de brug geduwd door een man die we achteraf geen seconde onze rug hadden mogen toekeren.

Een klerk met een apenlachje. 

“Gebeurt dit allemaal echt?”

Van het ene moment op het andere, tolden we in doodsangst loodrecht richting de kale rotsen, met daartussen, ver in de diepte, wat schaapjes en kalfjes als stipjes in de wei naast een kolkend beekje.

We gingen allemaal dood. 

Maar net toen we zeker wisten dat onze kruin zou splijten op een steen en alles voorgoed verloren zou zijn, trok het bungee koord ons terug.

We schoten recht omhoog, openden onze ogen en knipperden tegen het licht.

We waren niet gestorven aan een virus.

Alleen doodsbang gemaakt.

En in een flits zagen we de vale schimmen op de brug. 

Voor het eerst recht in het gezicht.

Een glimp van hun ijskoude ogen.

Zwarte gaten zonder mededogen. 

En zo vielen we weer terug de diepte in. 

Keer op keer.

Stuiterend tussen hoop en vrees op de energie van het ongeloof.

Verward slingerend tussen de chaos van deltavariant en staatsdwang, 

avondklokken, vaccins en politieknuppels.

Op en neer tussen draconische lockdowns en de verraderlijke schijn van vrijheid.

Iedereen die we ooit vertrouwden was ineens acteur. 

En de wereld die wij dachten te begrijpen, werd een decor van alle griezelfilms tegelijk. 

Maar na iedere val veerden we terug en zagen we duidelijker hoe we werden bedrogen. Door wie.

En waarom.

Dat was achteraf ook niet zo moeilijk. Ze schreeuwden het spottend, recht in ons gezicht. 

We konden hen alleen maar niet geloven.

Dat de betere wereld die zij terug wilden bouwen, een wereld was zonder de ademstoot van onze kinderen. Dat ze zero footprint wilden op hun maagdelijke stranden.

Zero carbon, behalve mat glanzend op het stuur van hun Ferrari’s. 

Hun leugens werken niet meer. 

Hun smoesjes vallen dood op onze trommelvliezen.

De spanning is weg, de angst waar zij op groeiden is verdwenen.

Het elastiek van leugens en deceptie is zijn kracht verloren.

Maar nu bungelen wij daar nog in limbo. Zachtjes in de wind.

Gedwongen luisterend naar het gekrijs van boven.

Op onze kop, kronkelend als wormen aan een haakje.

Een paar meter boven het kabbelende water in de vallei.

De hemel boven, de hel beneden.

Of is het andersom?

Voor het eerst in lange tijd horen wij de vogels zingen.

Zien de schoonheid van de beesten, grazend onder ons.

Voor het eerst voelen we de warmte van de zon die dampend weerkaatst op het natte gras.

Ineens doen onze zintuigen weer, waarvoor God ze ons heeft gegeven. 

Verdoofd en verblind als ze waren, door het gif en de leugens van alledag.

Daarom immers springen mensen aan een elastiek van een brug of een hijskraan, 

om opnieuw hun levenskracht te voelen.

Als wij willen leven als nooit te voren, rest ons maar een ding.

Tijd om ons te bevrijden uit het navelstreng van leugens en misleiding.

We maken een sierlijke salto en laten ons vallen.

Het beekje onder ons is vast en zeker diep genoeg.

Op hoop van zegen. 

For God hath not given us the spirit of fear; but of power, and of love, and of a sound mind.

II Timothy 1 –

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Dit wordt onze eerste kerstmis. De geboorte van het licht.

Keurig vierde ik mijn hele leven kerstmis, maar wát vierde ik toch al die tijd precies? 

Was het de partymix van Germaanse vruchtbaarheidsrituelen en een door de kerstster verholen verering van Sirius en de drie koningen van Orion?

Dat tergend lange weekend van files en verveling, opgefluft door mierzoete kerstfilms, bedolven onder een vette laag Postcodekanker, met Humberto Tan, Wendy van Dijk en andere uitgedoofde sterren uit een goddeloos stalletje, poserend voor een ronkende vrachtwagen, hun broze neuzen ondergedompeld in een dun laagje poedersneeuw?

Smaakte het kerstdiner goed? Dat geprop, in een tijd en werelddeel, zonder honger of gebrek, terwijl twee uur vliegen verder, kinderen in hun kribbetje werden gebombardeerd door drones en zuigelingen die geen stalletje konden vinden wegteerden, zonder rijst en schoon water?

Was het symbool van het feest niet handig doorgeschoven naar een door reclamebureaus bedachte, obese kinderlokker, schuddebuikend om de jaarwinst van fosforzuur producent Coca Cola Company?

Smaakte het bittere vlees van al die diertjes, die zich een paar jaartjes wild mochten wanen?

Net zo vrij als wij? 

Voelde het goed, het verorberen van al die schapenboutjes, om het lam Gods te vieren? 

Het geheel overgoten met een mierzoete coulis van Mariah Kerrysaus van de Jumbo.

Hoe kun je het licht zien, als je volgestouwd bent als een slachtgans?

Was het verheffend, die spreekwoordelijke familieruzies, na dat jaarlijkse jaar van opgekropte frustratie en ergernissen?

Vrede op aarde? Die goedkope Champagneflessen die we traditioneel het liefst op elkaars koppen kapot zou slaan? In de mensen een welbehagen?

Festen onder de Mistletoe. Jaar in Jaar uit?

Wat was kerst meer dan mis; een van God en allerheiligen verlaten feest?

Dit jaar heb ik een ander gevoel bij Kerstmis. En ik hoop, jullie ook.

Want voor het eerst zie ik die essentie waar ik mijn leven lang naar heb gezocht.

Dit jaar vier ik de geboorte van de verschoppeling, de verzetsstrijder, de onverzettelijke martelaar, die een koning werd. 

Het kind in kou en soberheid ter wereld gekomen, vanaf de eerste schreeuw, naar het leven gestaan door een demonische overheid. Zoals onze kinderen nu. 

De komende dagen eer ik Jezus Christus, in een feest van de geest en licht. Van sobere schoonheid en warmte. 

En het besef van onmetelijke rijkdom als vader van prachtige kinderen en zoon in een familie van goede mensen.

Dit jaar schuilen we bij elkaar. En smeden we een nieuw verbond onder God, tussen oude en nieuwe vrienden.

En vergeven we degenen die niet zien wat zonneklaar is,

omdat angst en ongeloof, nog als dikke gordijnen voor hun ogen hangen.

Zij die niet vonden wat ze zochten of nooit begonnen zijn met zoeken.

Dit jaar zijn we dankbaar voor de kleine wonderen. 

De kool in het veld. 

Het hout in het bos. 

Het huppelen van een kind. 

De warmte van het vuur. 

We zoeken onze wortels en ontdekken weer hoe we zelf worteltjes kunnen planten, zoals onze voorouders dat deden.

We koesteren deze dagen waarin de geboorte van het goede, een pas de deux danst met het licht, dat onvermijdelijk de demonen zal verdrijven, 

Hoe ze ook blazen en sissen.  En hoe ze ons dit feest met list en bedrog, met angst en alle geweld willen afnemen, omdat zij wél al die tijd beseften hoe groot de betekenis is.

En hoe gevaarlijk het voor ze kan zijn als wij het zien. 

Hun misbaar maakt op mij geen indruk meer.

Hun tijd raakt op.

Wij hebben ons hele leven nog in eeuwigheid. 

Dit jaar vieren we het licht dat de duisternis zal verdrijven. 

Een groter geschenk kon ik niet krijgen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Waarom we na twee jaar van geschonden vertrouwen, dringend ons eigen Blijf van ons Lijf Huis moeten bouwen.

Oedipus en de Sfinx.

Het blauwe lijnenspel van Picasso. De notenschema’s van Thunderstruck of Pachelbel’s Canon in D minor. Het kokerrokje van Chanel. De verhaallijn van Hans en Grietje.

Het geniale is vaak kinderlijk eenvoudig. Te eenvoudig om te zien.

Dat geldt ook voor de antwoorden op schijnbaar ingewikkelde vraagstukken. 

Neem de Double Helixstructuur van ons DNA of de oplossing voor het raadsel van de Sfinx. 

Welk schepsel loopt ‘s ochtends op vier benen, ‘s middags op twee benen en ‘s avonds op drie benen?

Oedipus wist het antwoord.

Eenvoud is een bedrieglijk begrip. Omdat die bron van smaak, elegantie en efficiency, voor  ons zo moeilijk te bedenken is; te ongecompliceerd voor de ingewikkeld denkende mens, die in het zweet zijns aanschijns met zoveel rekening moet houden. Zeker in tijden van pest. 

Continue reading

5 December Overdenking.

Het bijzondere van deze tijd?

We hervinden ons verloren houvast,

herwinnen elkaar als broeders

en wassen het gekunstelde perverse van ons af.

Continue reading