Rousseau, Sartre, Nietzsche, noem alle gewichtige permagefronste denkers maar op, wat hadden ze makkelijk praten, vergeleken met de eenvoudige koffiedikkijker van nu.
Sir Francis Bacon en zijn New Atlantis. Een Thomas Hobbes met zijn Leviathan, De Sade met zijn arme Justine; ze zijn nooit geconfronteerd met het al dan niet uitkomen van hun dromen en nachtmerries. Beroemde en beruchte redeneringen, die onvermijdelijk zouden leiden tot een door hen gepercipieerde toekomstige hemelse al dan niet helse werkelijkheid.
Hun voorspellende woorden en geschriften, galmen nog steeds na, soms harder dan ooit, terwijl de heren zelf allang zijn opgegaan in schuim en as.
Zelfs George Orwell heeft nooit rekenschap hoeven afleggen, over hoe het toch kwam dat hij ons in 1948, een bizarre wereld van 1984 kon voorspiegelen. Een dystopie, die voor de gemiddelde sterveling, nog maar enkele jaren terug als ondenkbare horror science fiction werd afgedaan, terwijl het boek inmiddels, op enkele uiterlijkheden na, meer dan werkelijkheid is geworden.
Twee plus twee is allang geen vier meer. En vrijheid, zoals luidkeels rondgetoeterd door de ongekozen leiders van de Europese Unie, is in werkelijkheid al vele jaren slavernij.
Wie had dat ooit kunnen denken?
Wat moet het fijn zijn geweest om vrijblijvend te oreren over de grote Kladderadatsch, de wereldbrand, de klassenstrijd, de deluge, het allesziende oog van het panopticon, pijpjes rokend in je Chesterfield clubfauteuil of als Goethe wandelend in de Schwarzwalder wouden, als de toekomst nog zo ver weg is.
Zo kan ik het ook, Johann Wolfgang!
De denkers van nu hebben het veel moeilijker.
Wij leven immers in hún toekomst.
Of beter. Misschien leven we wel ná hun toekomst.
Een toekomst waarin diepe gedachten, geniale invallen, visioenen en filosofieën zouden gaan overwinnen, aanhang zouden vergaren, vanuit bierkelders, stoffige studeerkamers of kerkers, tot realiteit zouden opbloeien, tot revoluties zouden leiden, ieder voor zich, de wereld in hun macht zouden nemen.
Gedachten die de wereld van structuur zouden voorzien, hoe gewenst of ongewenst dan ook.
Alfred Rosenberg, Karl Marx, Bakoenin de anarchist, Fritz Lang met zijn Metropolis.
Alles én niks van hen is uitgekomen en dat allemaal tegelijkertijd. En wij mogen er dan een sorbet van maken.
De toekomst waarin wij leven, lijkt nog het meest op een Italiaans ijssalon met vele briljante kleuren en verfijnde smaken, waar een kudde hongerige beren op is losgelaten. De bonte chaos van de post conceptuele tijd.
In de toekomst waar wij leven, kom je er niet met het likken aan bolletjes keurig opgediende wereldvisies, die even daarvoor, afgestreken in hun eigen roestvrijstalen bakjes, naar je lagen te lonken.
De ooit zo chique ijssalon der denkers, is omgetoverd tot een gigantische smeltende toverbal, een vortex van kleuren en smaken.
En een toekomstvisie van nu, past niet netjes in een hoorntje of een bakje, maar ligt druipend op de tegelvloer tussen de scherven van de toonkast.
Ik waag me er niet aan.
Vorige week was er een wereldbrand, morgen een tsunami. Gisteren hadden we concentratiekampen, morgen is het gas op.
En misschien zal het wel gaan zoals in de tijden van Noach.
Als op de Ark dan maar geen Hantavirus uitbreekt of Godbetert, mond- en klauw zeer.
Wil je mijn werk supporten? Heel graag. Klik dan hier.
Zoals Helios aan Phaëton de teugels van zijn strijdwagen gaf, gaf God aan satan onze aarde. En zoals Pyroïs, Eoüs, Aethon en Phlegon in een dolle vaart langs de hemel jaagden, schroeit zijn sarcasme in duizenden gedaanten onze wereld.
Deze column verscheen in iets andere vorm in De Andere Krant, de beste krant van Nederland.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Gisteren ontplofte een belangrijk oliedistributiecomplex in Perm, Rusland. Het knooppunt werd met drones opgeblazen, zo’n 1800 kilometer van het front in Oekraïne. Opnieuw zagen we het helse spektakel van vette, gitzwarte bloemkoolwolken, hoog opschieten tussen gele en oranje vlammen, zoals veel vaker, deze lente.
Het was de zoveelste keer in een paar maanden, dat een cruciaal energieknooppunt voor lange tijd onklaar werd gemaakt, door “ongelukken”, sabotage, kapingen of oorlogshandelingen.
Zo’n veertig keer eerder dit jaar vlogen er wereldwijd al fabrieken, pijpleidingen, tankers, raffinaderijen en distributiestations in de gas-, olie- of kunstmest industrie in de lucht.
Je zou er bijna gewend aan raken, deze snel om zich heen grijpende “energie epidemie”, die overal ter wereld toeslaat, van de Petromax Refining Company in Channelview en de Valero Oil Refinery in Texas, tot aanslagen -en pogingen daartoe- op de Turkstream en Druzjba pijpleidingen in Europa, waar al eerder een belangrijk deel van de voor Duitsland, levensbelangrijke Nord Stream pijpleiding werd opgeblazen. Stom toevallig tijdens de NATO marine oefening BALTOPS.
Op 18 maart was het raak in South Pars. Het grootste gasveld ter wereld, gedeeld door Qatar en Iran. Gebombardeerd door Israel. Samen met de olie en petrochemische sites in Asaluyeh. In één klap kreeg de wereld 100 miljoen m³ gas per dag minder te verstoken. Ook werden de LNG fabrieken in Ras Laffan en de raffinaderijen in Kuwait, Mina Al-Ahmadi and Mina Abdullah, zwaar getroffen. Als uitvloeisel van een door Israel en de US, zonder duidelijke aanleiding begonnen oorlog tegen Iran.
In Italië werd een cruciale elektrische installatie bij Udine gesaboteerd, met grote gevolgen voor de Transalpine pijplijn en de olievoorziening van midden Europa.
En op 5 April was de oliepijplijn bij Primorsk, Sint Petersburg aan de beurt. Een aanslag waarbij Oekraïense drones over NATO landen moeten hebben gevlogen, terwijl die olie toch vooral voor ons in west Europa was bedoeld.
Daarop volgde, naast de aanval op de kunstmestfabriek PhosAgro, een derde Oekraïense drone attack op de Tuapse olieterminal van Rosneft in de Krasnodar regio; waardoor de branding van de Zwarte Zee, voor de aanval nog hemelsblauw, werd bedekt door een dikke laag ruwe olie.
Overigens zonder protest van de al lang geleden gelijkgeschakelde systeemclowns van Greenpeace International.
En, voor de gelovigen in “de ronde aarde” theorie, ook aan de andere kant van de wereld vloog er spontaan van alles de lucht in.
Zo was er een explosie in de Viva Energy Geelong Raffinaderij in Victoria. Met enorme gevolgen, onder meer voor de aanvoer van kerosine en diesel. En daarnaast ontplofte in Australië, puur toeval, een cruciale kunstmestfabriek.
In Hanoi was er een enorme brand in de “Waste/Recycled Oil Storage Facility”. Er waren incidenten in Maleisië en er woede een gigabrand in de HPCL Pachpadra raffinaderij in Rajasthan, India.
Ook werden er over de hele wereld olietankers aangevallen en de Venezuelaanse olie export werd de facto door de US geconfiskeerd, met grote gevolgen voor het arme Cuba, dat, ondanks één Russische tanker die het eiland wist te bereiken, nu al weken gebukt gaat onder rampzalige black outs.
Even verwoestend, maar op veel grotere schaal, was de maatregel van Lloyds of Londen, dat de verzekering introk voor iedere olietanker die zich door de straat van Hormoes zou wagen. En toen Iran, dat die passage kort afsloot als antwoord op de aanvallen van Israel en de VS, deze weer openstelde voor niet vijandige landen, zoals China en India, was Trump er als de kippen bij om die voor de wereld zo cruciale toegang tot energie, zelf af te sluiten met de US Navy.
En dat allemaal terwijl in ons Nederland, hét West Europese land met de grootste gasreserves, de Groningse putten persé dicht moeten blijven en zelfs moet worden bedolven onder honderden meters beton. Een curieus besluit in het licht van een nakende energieramp die iedere Nederlander die van aardgas afhankelijk is, deze winter zomaar in de vrieskou kan zetten.
Dit is toch allang geen toeval meer te noemen?
Wie door zijn oogharen kijkt ziet een geregisseerde wereldramp aanrollen die opvallende gelijkenissen vertoont met de Covid dictatuur. De energiepandemie en de remedies die de macht ertegen hebben bedacht, lijken al net zo ingestudeerd en uitgedokterd.
Er zijn opnieuw onheilspellende infographics, onheilsbodes en angstaanjagende grafieken en schema’s. De maatregels, zoals rantsoenering van voedsel en het beperken van het vakantieverkeer, worden in dezelfde stijl fluisterend opgediend en langzaam ingepeperd. Ook zijn er heel wat oefeningen gehouden waarin een wereldwijde energieschaarste werd gesimuleerd. Iets dat erg doet denken aan Event 201, waarin de een pandemie minutieus, een jaar van te voren werd uitgespeeld.
Er waren energy wargames in Canberra Australië en ook het IEA, dat in deze crisis de rol speelt van de WHO, oefende van te voren de opdoemende scenarios met catastrofale tekorten in olie en gas.
Het grote aantal vrijwel gelijktijdige aanvallen op olie- gas- en kunstmestinstallaties en het sluiten van aanvoerroutes voor helium en andere cruciale grondstoffen, doet sterk denken een controlled demolition en engineered poverty. Het afbranden van de Hydroxychloroquine fabriek bij SCI Pharmtech in Taiwan aan het begin van de Covid pandemie is een andere verdachte echo uit het recente verleden. Net als het enorme aantal onverklaarbare branden bij voedselfabrieken en megaboerderijen.
Ook de perfect getimede, aangescherpte EU wetgeving voor de import van aardolie, de plotselinge gemeentelijke open haard en houtkachel verboden en de vele afgeladen olietankers die maar niet lijken te mogen lossen, maken de situatie nog verdachter. En de gasreserves in Groningen werden deze winter bewust leeggepompt.
De energieschaarste voelt moedwillig veroorzaakt en tot in de puntjes geregisseerd. En iedere vluchtweg wordt maximaal afgesloten.
Net als tijdens Covid.
Toch verschilt deze megacrisis op één essentieel punt sterk van de vorige. Iets waarmee de machten die deze ellende veroorzaken, hun hand wel eens grotesk zouden kunnen overspelen.
Want de dictatuur die tijdens de covid pandemie een knellende klem om de keel van de wereldburger legde, was gebouwd op een briljant aangejaagde paniek. De doodsangst van de kudde, voor iets onvatbaars, mysterieus en dodelijks.
De bij de Covid dwangstaat behorende bizarre maatregelen werden door goedgelovige hordes, soms zelfs juichend en applaudisserend, als in een diepe trance, massaal en stipt opgevolgd. Hoe krankzinnig die maatregels ook leken en achteraf bleken.
De volkshordes werden bij het opvolgen ervan, ook nog eens hun éigen kapo’s. Hun eigen geheime dienst. Een ooit volstrekt onschuldige daad van een medeburger, kon, door besmetting met “het virus”, zomaar de dood van velen tot gevolg hebben. Iedereen werd pardoes een lopend gevaar. En al zeker de paria’s. De ongevaccineerden.
Een strandwandeling, een nies in het openbaar, een borrel in een achtertuin? Het werd door velen gezien als een halsmisdrijf.
Voor je ogen zag je zelfs vrienden en geliefden, mensen van wie je dat nooit zou verwachten, veranderen in klikspanen, postmoderne kampoudsten en inoffizielle Mitarbeiter.
De overload aan negatieve energie richtte zich vooral op elkaar en niet op de overheden en instanties die ons met hun schimmige kabuki theater de stuipen op het lijf jaagden.
Vele ooit zo nuchtere Nederlanders, lieten opa en oma eenzaam sterven in hun verzorgingshuis. En nog meer tolereerden zelfs, dat ze niet eens naar hun begrafenis mochten komen.
We lieten ons wijsmaken dat het virus, vooral na 21.00 uur toe zou slaan, zodat we zorgden dat we op tijd thuis waren, behalve als je een hond uit moest laten. Op bankjes zitten was al helemaal gevaarlijk en uit den boze.
We accepteerden dat we niet mochten dansen of zingen, dat we op stoepen, pijlen moesten volgen, door plastic schermen moesten kussen en altijd anderhalve meter afstand van elkaar moesten houden. Velen accepteerden dat kleutertjes van ongeprikte ouders, zich midden in de winter buiten moesten afdrogen en achter een scherm werden gezet tijdens de Sinterklaasintocht.
Ons land was in een massale trance beland, blind op de vlucht voor een onzichtbare, onhoorbare en oninvoelbare massamoordenaar. Velen van ons verkeerden, soms jarenlang, in een mass formation psychosis. Een vorm van massahypnose, prachtig uitgelegd door professor Desmet.
Sommigen zijn daar zelfs nooit meer uitgekomen.
De maatregels rond de Covid pandemie, leken nog het meest op voodoo-bezweringen. Rituelen die de mysterieuze dreiging van het onzichtbare dodelijke nog eens versterkten. Maskers, klaprituelen, vreemde dansen in bonte uitdossingen, doventolken die in tongen leken te spreken en magic potions, toegediend door priesteressen achter plexiglazen gezichtsschermen in blauwe plastic jurken. De moderne variant van naalden prikken in gris-gris poppen.
Het zat verduiveld slim in elkaar.
Hoe anders is dat nu.
Op dit moment wordt er door dezelfde cabal die ons de Covid pandemie en de mRNA prikjes gaf, opnieuw gewerkt aan zo’n pandemonium, waarmee hun macht over de wereldbevolking draconisch vergroot moet worden.
Een energiecrisis die vele miljoenen deplorabelen het leven moet gaan kosten, de wereld in een economische depressie moet storten en de overlevenden, volgens plan, en deze keer definitief, moet knechten in een dwingend systeem van QR codes, digitale voedsel- en benzinebonnen, social credit scores, door de overheid aanstuurbare auto’s, 15 minute cities, digitale identiteiten en dito betaalmiddelen. Van voor naar achter en van begin tot het einde gecontroleerd en gemanipuleerd vanuit een Palantir panopticon, door dezelfde satanische Epstein kliek, die, ondanks hun vele geopenbaarde misdaden tegen de menselijkheid, nog steeds, half verscholen achter het met bloed, as en sperma doordrenkte gordijn van het wereldtoneel, de dienst uitmaakt.
Maar hoe uitgenast ook, zij maken dit keer één fatale denkfout. De energiedictatuur die nu wordt opgetuigd is namelijk niet gefundeerd op mystiek en blinde paniek
Deze in de vergaderkamers van het WEF en de VN gefabriceerde kunstmatige cholodomor, is weinig verfijnd, maar platvloers, brutaal en in your face. En de maatregels “die je wist dat zouden komen” zullen alleen maar woede en vijandschap veroorzaken, tegenover de kaste die ons dit noodlot in het volle zicht aandoet.
Een woede tegen de heersende klasse, waarbij het enorme ongenoegen over de even kunstmatig aangejaagde omvolking zal verbleken.
Deze overduidelijk gefabriceerde en gecoördineerde energiecrisis, waar klimaatzeloten, als geile apen bovenop springen om ons nog meer wiebelstroom uit zon en wind en water door de strot te duwen, laat niets aan de verbeelding over.
Voor te veel mensen is veel te zichtbaar hoe men moedwillig onze eerste levensbehoeften saboteert, door ons van olieproducten, grondstoffen, water en voedsel af te sluiten.
De schuldigen zijn deze keer geen mysterieuze priesters met maskers en geheime krachten, prikjes en drankjes. Maar criminelen die met hun perfide agenda in het volle zicht staan.
Als op basis van het tekort dat als een tsunami op ons aanrolt, honger, kou en schaarste ontstaan en er knechtende maatregels worden afgekondigd die te duidelijk in de 2030 agenda passen, Als ons alle basisvrijheden worden ontnomen, ontbreekt de angst voor de mysterieuze gevolgen, waarmee ze ons tijdens Covid zo klein hielden.
Die angst maakt plaats voor extreme ergernis, frustratie en woede.
De perfide agenda is voor te veel mensen te duidelijk zichtbaar, zeker met de Covid draaiboeken nog vers in het achterhoofd.
Ik ben er van overtuigd dat veel mensen die zich gedwee lieten knechten uit doodsangst, in de een trance van een overtuigend narratief over een onzichtbaar moordvirus, dit keer niet vrijwillig in de rij gaan staan, om hun vrijheden weg te tekenen voor een korst brood en een litertje benzine, omdat Brussel, Davos en Den Haag dat bevelen.
De energie onder de mensen, is anders dan tijdens de voorspel-dagen van Covid. Want de nood is dan wel veel hoger dan toen, maar er is geen boogey man.
Er schuilt geen spook onder het bed. En als je toch de moeite neemt om daar een kijkje te nemen, kun je, als je ogen eenmaal gewend zijn aan het donker, Jetten en Samsom zien liggen, tussen de haarballen en de stofnesten.
Alle twitterberichtjes, columns, krantenartikels en zelfs een enkel treurbuisprogramma waarin mijn naam met afkeer wordt uitgespuugd, overziend, ben ik tegenwoordig nét “belangrijk” genoeg om een narratief om me heen gesponnen te krijgen, bedoeld om mij en mijn gedachten, onschadelijk te maken. Het narratief -een hele eer- dat ook reuzen als Sacharov en Soltsjenitsin ten deel viel en duizenden andere “querdenkers”.
Het narratief dat ik “gek” zou zijn.
Ik vind dat niet zo erg.
Ik weet niet of ik gek ben. Zoiets is moeilijk om van jezelf te zeggen. Is het gek om op een andere manier naar waarheid en werkelijkheid te kijken? Of alleen om je er ook hardop over uit te durven spreken?
Want uitspreken, dat moet ik nu eenmaal. Genetisch wangedrocht dat ik ben. Een kluizenaar met een ongeneeslijk grote bek.
Kun je eigenlijk nog spreken van gek, na de openbaringen uit het Epstein dossier; ongetwijfeld nog maar een minuscuul deel van de onbeschrijflijk sadistische wreedheden die de “elite” hebben gepleegd, hun diep satanische plannen met de mensheid. Hun intense haat voor kinderen, die in hun onbezoedelde onschuld, het evenbeeld van God, het best benaderen.
En wat zegt die openbaring eigenlijk over onze geheime diensten, die jarenlang dezelfde gekken die de kwaadaardige elite al jaren in het licht proberen te zetten, criminaliseerden en weg probeerden te zetten als hét grote gevaar voor de samenleving?
Wat klopt er eigenlijk nog meer niet in alles dat ons al die eeuwen is voorgespiegeld?
Wat is die wereld eigenlijk? Wat ligt erbuiten? Of is er verder niks? Wat is perceptie? Wat schuilt er achter de lachspiegels? Na de volgende straathoek? En is wat ik daar zie, er ook als ik niet kijk? Dat soort vragen drijft me.
En soms tot waanzin.
Zo ben ik er inmiddels van overtuigd dat we nooit op de maan zijn geweest. Dat onze zon even groot is als die maan. En veel dichterbij dan vrijwel iedereen denkt.
Ik denk dat de aarde een “realm” is, met water boven én beneden ons, niet rond, niet plat, maar onbegrijpelijk Goddelijk, met een ondoordringbaar firmament waar te hoog reikende raketten als speedboten sporen trekken over omgekeerde golven. En dat daaraan geen ontsnappen mogelijk is.
Ik denk dat zoveel prominenten, sterren, prinsessen en presidentsvrouwen, aangeklede mannen zijn of veel erger, gekloond of eeuwig levend in verschillende gedaantes. Dat aardolie onuitputtelijk is en niet gemaakt van geperste plantjes en dinosauriërs die, anders dan draken, nooit hebben bestaan.
Dat er een strijd plaatsvindt, ver boven onze hoofden, maar ook in ons mensenmidden. Tussen de Engelen van goed en kwaad. Zo mooi beschreven in Paradise Lost van John Milton.
Dat Satan de macht heeft over de aarde. Dat er ooit, overal ter wereld, machtige bomen stonden die tot de hemel reikten en omgekeerd hun wortels, misschien wel tot in de hel.
Dat de noord én de zuidpool niet zijn wat we denken. De één een zwarte magnetische rots, de Rupes Negri, waar het water in een gigantische draaikolk in de aarde verdwijnt, de Black Rock, waar alle kompassen zich naar richten. De ander een ondoordringbare, oneindige ring van ijs.
Dat kraters van meteoren, in werkelijkheid gigantische geisers in ruste zijn, die binnenkort, voor het eerst sinds Noah opnieuw hemelwater zullen spuien. Dat Apollyon, Abaddon uit Openbaring 9:11, vlakbij Cern wacht in zijn eeuwige kerker, de bodemloze put.
Dat de sterren en planeten geen rotsen of gasbollen zijn, maar “hemellichamen”. Dat UFO’s en aliens bestaan, maar niet uit “de ruimte” komen. Dat Griekse en Romeinse goden, in werkelijkheid gevallen engelen waren, the Watchers, onder aanvoering van Samyaza.
De gevallen engelen ieder met hun eigen bovenmenselijke machten en krachten, prachtig beschreven in het “conveniently” uit de Bijbel verbannen boek van Henoch. Het boek dat als een ontbrekende sleutel, perfect past op het mysterieuze slot dat Genesis zes heet.
Dat we sinds mensenheugenis en ver daarvoor, worden geregeerd door hun nakomelingen. Afstammelingen van in duizenden jaren sterk verdunde bovenmenselijke bloedlijnen.
Dat hun nakomelingen, de Nephillim, reuzen zijn, verwekt door deze engelen en mensenvrouwen. En dat het hun bloedlust en vernietigingsdrang was, die God deed besluiten zijn hele schepping, op de passagiers van de Ark na, uit te roeien.
Dat taal tovenarij is. Dat schrijven en spreken, spelling is; het coderen van de werkelijkheid, en Engels de taal der Engelen. En dat het woord daadwerkelijk vele malen machtiger is dan het zwaard.
Waanzin voor velen. Maar voor mij is het allemaal echter dan de “echte wereld” van de gemiddelde mens.
Bewijs me het tegendeel.
Wat is gek? Wie is hier eigenlijk gek? Zij die me zo graag uitlachen of ikzelf?
Ik weet het oprecht niet.
Eeuwenlang werd je voor gek verklaard als je zei dat de aarde rond was. Millennia liep je een gerede kans terechtgesteld te worden als je beweerde dat er geen God was. Zelfs zulke gigantische waarheden zijn vrij recent pas gekeerd. Usance geworden en schijnbaar opnieuw in steen gehouwen. Wet geworden van deze dag en tijd. Maar ook deze existentiële overtuigingen keren en draaien door, tot over een tijdje alles weer op zijn kop staat.
Wat is “gek” meer of minder dan een afwijking van het courante narratief?
Ik begrijp best dat een wereldbeeld als het mijne bizar en bedreigend overkomt. Zeker voor mensen die te lui of te bang zijn om verder te denken. Of het te druk hebben met “echte dingen” zoals auto’s, geld, horloges en hoeren. Ik leef in een volstrekt andere wereld dan zij.
En ik heb zeker begrip voor al die arme zielen, die eenvoudig te druk zijn hun hoofd boven water te houden in hun tredmolenrealiteit van hypotheken, huren, zieke kinderen en schulden. Van mantelzorg en luieremmers.
Maar ik heb nu eenmaal de luxe en de moed om gek te zijn. En dat verplicht mij om zo diep te graven als ik kan en me niets aan te trekken van de communis opinio. En als ik vertel over wat ik ontdek of ik filosofeer wat in het wilde weg, dan ziet dat er uiteraard voor anderen, stapelgek uit. So be it. Wat je buiten de gebaande paden vindt strookt nu eenmaal nooit met de dogmatiek van de “preferente realiteit”. Het lachspiegelpaleis, de Truman Show, waarin zoveel mensen, van geboorte tot dood in leven. De onzichtbare gedachtengevangenis waarin men zich, vanaf de eerste levensschreeuw, van alles laat voorschrijven en wijsmaken.
Ik begrijp best dat ik soms dingen zeg die, volstrekt ongewenst, hele wereldbeelden overhoop gooien. Dat ik gekoesterde luchtbellen doorprik, waarop voor velen het hele bestaan is gebouwd.
Dat is even wennen natuurlijk.
En spot, boosheid en ridiculisering zijn nu eenmaal onderdeel van verwerking. Net als tegenstribbelen of negeren. Ik neem dat niemand kwalijk. Het is ook niet niks. Een totaal andere werkelijkheid opgediend krijgen, dan je levenslang is voorgehouden.
Dat mogen gewone mensen best gek of zelfs op een existentieel niveau bedreigend vinden. Dat is het namelijk ook.
Het wordt anders als dat woordje “gek”, wordt gebruikt als wapen, door agenten, instanties en overheden om iemand zoals ik monddood te maken, buiten de maatschappij te zetten, te diskwalificeren of ontslagen te krijgen.
Dat is een uiting van staatsterreur, zoals tijdens de Sovjet Unie. Gekken zoals ik sloten ze ze daar op in witte kamers met zachte kussens.
Ik geniet dan ook met volle teugen van ieder moment waarin ik, in vrijheid, stapelgek mag zijn.
Ik hoop dat jullie me dat niet kwalijk nemen.
Gelukkig ben ik voor een privé kamertje in zo’n mooie kliniek met lieve zusters, nog net te onbelangrijk.
Vind je mijn werk mooi of zelfs te gek. Support me dan hier
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Ik was deze oudejaarsochtend, doorgewaaid na een vroege wandeling op het verzopen strand van Breskens, alweer vlijtig begonnen met het neerpennen van een zware politieke overpeinzing. Uitkijkend op een hagelbui boven de vette klei, vanuit mijn datsja op Zeeuws Vlaanderen.
En ineens dacht ik.
Nee.
Vandaag gaan we het anders doen.
Dit is niet zomaar de zoveelste sombermansdag. Geen dag om je te wentelen in een complexe filosofische deprimande.
Dit is een feestdag!
Een dag om lichtvoetig te bewegen. Een dag om je honden te knuffelen en je kinderen uit te laten. Een lange wandeling over de dijken te maken met de hele familie en al het kleinvee.
Iets dat ik ook zeker zou hebben gedaan, als de ene helft van de schare niet verkoos vanavond in Leiden, Bussum en Amsterdam de beest uit te hangen, boven de eer om met hun ouders en de natte herdershonden op een landweg te zitten stumperen. En de andere twee te ver weg wonen, respectievelijk in Baarn en op Roblox.
Vandaag is groot feest. En dat laat ik me door niemand afpakken.
Een noodzakelijke dag, waarop heel Nederland het oude, tot op de draad, versleten stinkjaar, de hemel in schiet.
De dag waarop met een oerknal, een punt wordt gezet achter alles dat ons vorig jaar heeft geteisterd.
Wat zijn we weer afgegleden.
De tongzoenfilmpjes van mejuffrouw Jetten en zijn Wim Lex kloon. Mark Rutte die in zijn bruinkolen Engels, de wereld in de hens probeert te zetten, voor zijn vrinden in de wapenindustrie. De verkiezingen waarvan de uitslag vooraf al vaststond, door de wanprestaties van de stoephoeren van de staatsmedia en de programmeerkunsten van Mark Koekoïden.
Het zijn maar enkele keuteltjes uit de snoeptrommel vol strontbonbons, die 2025 voor de meeste Nederlanders was.
En wat hebben we geleden.
De vele miljarden die iedere maand uit onze hulpeloze spaarvarkentjes werden geroofd om ze met scheppen tegelijk in een gouden Oekraïense pleepot te flikkeren. De boeren die mede door hun eigen partij, de nek om werden gedraaid. De massale en moedwillige omvolking. De plattelands- en stadswolven, die ons laten voelen als of we in diaspora zijn beland in eigen land; vijandig en levensgevaarlijk voor meisjes, ’s nachts alleen op de fiets.
Maar vanavond gaat al dat verraad en vernedering in één klap de lucht in.
Poef!
Niets blijft achter behalve as en de toepasselijke stank van zwavel.
Oudjaar is er niet voor niets, het is een broodnodig ritueel dat ons helpt om de trauma’s te verwerken die ons zijn aangedaan tijdens het zoveelste annus horribilis; een jaar waarin ons gegijzelde land in recordtijd wordt leeggeroofd en uitgezogen en alles dat ons Nederland, Nederland maakt, in recordtempo werd gesloopt.
Niet alleen het traditionele moment om het oude versleten jaar naar zijn ouwe moer te schieten, maar ook het moment voor goede voornemens.
En normaal doe ik daar niet aan, wegens te kleinburgerlijk.
Maar nu wel.
Er is namelijk heel wat waar wij geen vat op hebben, omdat de krachten die ons land, en dus ook ons, voor een groot deel beheersen, daar nu eenmaal te ongrijpbaar voor zijn. Maar sommige dingen hebben we wel degelijk nog zelf in eigen handen.
En dat is feest.
Het is me duidelijk dat de krachten die ons proberen te beheersen er alles aan doen om ons in lage energie te houden.
Alle frisheid, alle vrolijkheid, alle onschuld, lijkt van hogerhand te worden omgezet in angst, wantrouwen en wanhoop.
Alles dat ons bindt in blijheid, zorgeloosheid en vrijheid, wordt van hogerhand verkracht, verdoezeld, gekortwiekt, verboden of afgeschaft.
Sinterklaas werd deze December amper nog gevierd. Verwaaide winkelstraten. Geen vrolijk cadeaupapier. Geen staf of mijters meer in de etalages. En de enkele banketbakker die zich waagde aan feestelijke Zwarte Pietentaart werd achtervolgd door “oh” en “ah” roepende stoephoertjes van PowNed op zoek naar een schandaaltje en een middenstander om te namen and shamen.
Kerst, dit jaar, zonder Jezus, Maria of kribbetje, zonder Balthasar, Kasper en Melchior, omgedoopt tot het ons wezensvreemde Chanoeka in geklemd tussen Satanische hoogmissen als Black Friday en Halloween. Het stalletje in Naarden achter gaas, om het tegenwoordig alom aanwezige tuig, te beletten om Jozef “kop te schoppen” en het ezeltje te neuken.
En vandaag is het dan Oud en Nieuw. De dag van de oerknal. De nacht van de schone lei.
Maar ook dat proberen ze nu van ons af te nemen, door het vuurwerk waarmee Nederland het trauma van zich afschiet, te verbieden, het verbranden van kerstbomen te criminaliseren en het ooit zo wilde nieuwjaarsvuur in Scheveningen in te perken tot een benepen kleinburgerfeestje achter dranghekken, waar alleen nog prik ranja en oliebollen van krekelmeel mogen worden genuttigd, na het vertoon van je pasje met QR code.
En daarna gaan de Paasvuren eraan, uiteraard Koningsdag en voor je het weet zitten we het hele jaar te somberen met ons hoofd in onze handen. En dat is precies waar ze ons willen hebben.
En daarom is mijn voornemen om van 2026 het jaar van het feest maken.
En ik roep jullie op om hetzelfde te doen.
Laten we liefhebben, drinken, eten, onze tradities eren, laten we de muziek op tien zetten. Aan de linten rond de meiboom dartelen. Sinterklaas moet in ere worden hersteld, voor het helemaal is vergeten. Kerst moet weer een familiefeest worden, vol liefde en bezinning, in plaats van een Satanistische hoogmis, waarin je troep die je niet nodig hebt met korting koopt. En laten we Oud en Nieuw 2026 knallen als nooit te voren. Zo hard dat ze het horen in de laagste verdiepingen van de bunkers onder het Binnenhof.
Alleen door feest te vieren als nooit te voren laten we zien dat onze geest nooit uit te doven is.
Lieve lezers, Ik wens jullie een fantastisch Nieuwjaar waarin we gaan knallen, feesten en ons niet laten uitdoven! Vind je mijn werk mooi of belangrijk? Support me dan alsjeblieft hier.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Psalm 118:6 The Lord is on my side. I will not fear: what can man do unto me?
Als je zo oud bent als ik, bracht je hoogstwaarschijnlijk je eerste tijd door in ongekende vrijheid.
Onbespiede jaren, waarin je nog probleemloos kon ontsnappen aan toezicht en surveillance. Zelfs als kind. Door eenvoudig naar buiten te lopen of je kamerdeur dicht te trekken. En als je de straat uit fietste was je helemaal van de radar verdwenen.
Voor je het wist, was je weg. En niemand wist zeker waarnaartoe.
Het was een tijd waarin je nog belletje kon trekken, zonder dat de “Ring” van de buren automatisch de politie belde. En vuurtje kon stoken in de achtertuin, met lekker veel plastic, omdat dat zo mooi walmde, terwijl je verwoed je longen vol rook zoog. De Caballeros van je ouders lagen immers altijd voor het grijpen.
Een tijd waarin nuchter rijden een teken van zwakte was en je op je zevende verjaardag je eerste slokje bier van je opa kreeg.
We beleefden avonturen die nu ondenkbaar zijn.
Zo herinner ik me dat ik samen met mijn beste vriend Jan, die nu plaatsvervangend rechter is, hele dagen onvindbaar was. Als jongetjes van twaalf, dwaalden we urenlang door het Mastbos, dwars door de moerassen en negeerden we de borden “Levensgevaar! Streng verboden toegang! Om op de Kogelvanger, munitie te zoeken. Tot die ene keer dat we werden betrapt door een gewapende patrouille maar na een standje, gewoon weer werden vrijgelaten, zonder als Russische kindspionnen de Telegraaf te halen.
Onze ouders haalden hun schouders erover op. Ze hadden ons niet eens gemist.
Het waren jaren waarin je niet achtervolgd, laat staan herkend werd, door je telefoon, je televisie, je auto, laptop, iedere deurbel en lantarenpaal. Je werd niet standaard afgeluisterd en gefilmd. En als je eens rottigheid uithaalde, was er niemand die het opsloeg.
Al je misstappen, vechtpartijtjes, scheldwoorden en blote tieten plaatjes, foute vrienden, gruwelijke grappen en subversieve meningen, ze losten op in de tijd als sneeuw voor de zon.
Wat een contrast met deze tijd, waarin systemen als Palantir, continu gegevens uit alle mogelijke bronnen combineren, om een profiel te bouwen, dat altijd groeit, nooit verdwijnt en ieder moment tegen je kan worden gebruikt. Een zwaard van Damocles dat iedereen, altijd boven het hoofd hangt. Ook als je denkt dat je niks fout doet en niets te verbergen hebt.
Want als de macht verschuift en de regels veranderen, als je stemt op een politieke partij die ineens te boek staat als terroristisch, als je geloof, afkomst of ras plots uit de gratie raakt of als je geen zin hebt om te vechten in een door vuile schoften opgedrongen wereldoorlog, kun je zomaar aan de schandpaal worden genageld of het schavot op worden gesleept. Je bankrekening wordt bevroren, je wordt ontslagen, in de gevangenis gesmeten of je krijgt een kill drone op je afgestuurd. Zoals in Gaza al gebeurde tijdens operaties Lavender en Where’s Daddy.
Voor je er erg in hebt, komen de veewagens die nu keurig staan uitgerangeerd, weer knarsend in beweging, richting oosten, met jou erin.
Vroeger, toen we jong waren, bestond er nog geen vlindernet vol vuurrode vinkjes. Geen eindeloze lijst door de surveillance maatschappij, geregistreerde zondes, waar geen mens, aan ontkomt, omdat vanaf de zondeval, nu eenmaal geen enkel mens perfect is.
Natuurlijk werden onze ouders en grootouders, ook al volop gekoeioneerd, getreiterd en leeggeschud.
Maar het gebeurde met minder aplomb, niet zo grof en in your face.
Ontsnappen was nog mogelijk. Althans het leek zo.
Het was de tijd waarin de dienaren van de dictatuur, die zich onze overheid noemen, zich terughoudender opstelden. Kalm wachtend op de technologische mogelijkheden en massapsychologische buitenkansen, om de dystopie waarin we anno 2025 leven, als een vloedgolf traag maar onontkoombaar over ons uit te kunnen rollen. Geduldig achter de schermen van hun spiegelpaleizen, geruisloos door ploeterend aan de lijvige plannen, formules en convenanten, die ons nu verstikken; de Covid pandemie, “net zero”, One Health, Gender- en klimaatpolitiek, omvolking en AI… kortom The New World Order.
De wereld die we vroeger kenden, is qua vrijheid niet meer te vergelijken met de huidige prison planet, aan wiens ogen, oren, poortjes, pasjes, drones, scanners en tourniquets, niet meer te ontsnappen is.
En toch voel ik me nu vrijer dan ooit tevoren.
Zoals een kind dat met een gouden lepel in zijn mond is geboren, nooit zal weten wat rijkdom is. Zoals zoveel mooie vrouwen blind zijn voor hun eigen schoonheid. Zoals geen vis beseft wat water is, hadden wij geen weet van de vrijheid die we ooit hadden. Het was een vrijheid die zo vanzelfsprekend was, dat we de waarde er niet van inzagen. Zodat het kon worden afgepakt, als snoepgoed van een baby. Onder het mom van argumenten als gemak, veiligheid en zekerheid.
Alleen als je bent gekortwiekt, weet je wat het is om te kunnen vliegen.
Ik voel mezelf, misschien is dat gek, steeds vrijer worden, juist naarmate de Brusselse voetangels en Haagse tepelklemmen, strakker en strakker worden aangedraaid. Ook nu onze DigiD gegevens in handen zijn van de CIA en ze in Tel Aviv mijn bloed wel kunnen drinken.
Ik voel me vrijer, omdat de gewone dingen uit mijn jeugd, nu het domein zijn geworden van rebellen, staatsvijanden, vrijheidsstrijders en vrijbuiters.
Omdat ik nu pas weet wat vrijheid is.
Je voelt je tegenwoordig vanzelf Che Guevara worden, als je gewoon een beetje doorleeft, zoals je van oudsher gewend was.
In de Bijbel staat het 365 keer. Wees niet bang. En dat ben ik dan ook niet.
En tuurlijk, het wordt hier vreselijk.
Maar Ik voel me niet langer bedreigd door Ursula van der Leyden of Mark Rutte, ik ben niet bang voor politiecamera’s, cbdc’s of drones. Ik maak me geen zorgen over surveillance grids en social credit scores. En als ze me opsluiten in een 15 minute city, ontsnap ik door de riolen of ik zweef weg, hangend aan een luchtballon.
Zoals je het licht alleen kunt zien in de duisternis, voel je de vrijheid pas in tijden van dictatuur.
Ik ben vrijer dan ooit tevoren.
Lieve mensen, Ik wens jullie een heerlijke Kerstmis, in alle vrijheid, zonder angst. Vind je mijn werk mooi of belangrijk? Support me dan alsjeblieft hier.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Johannes 1:5 And the light shineth in darkness. And the darkness comprehended it not.
De feestcommissie kan opgelucht ademhalen.
Wij, Johan Hendrik, bij de gratie Gods, burger der Nederlanden, enzovoorts, enzovoorts’ hebben besloten, dat wij over een paar dagen, opnieuw keurig in de rij gaan staan, voor het gymzaaltje, met ons rijbewijsje in ons knuistje en ons stempasje, de uitnodiging voor het grote verkiezingsfeest, bij de hand.
Onze leeggeroofde, onteerde, cultureel uitgebeende en tegelijkertijd met vuilnis volgestampte polder. Dit dolgedraaide moeras, waarin iedere millimeter vooruit, een mens met goede bedoelingen, een meter dieper weg doet zinken in de brakke blubber.
Is dit zieltogende Nederland, het land van onze voorvaderen, dat door hen met bloed en blote handen op de zee en de Spanjaarden is veroverd, de energie nog wel waard?
Wat baat ons getrommel op blinde muren, onze pathetische muizentrapjes tegen olifantenschenen? Ons verongelijkte gepiep tegen internationale reuzen en kwaadaardig uitgezaaide conglomeraten?
Wat moeten we doen, nu ons land niet langer over de wereldzeeën heerst, maar is uitverkocht aan machten die zichzelf heerser over deze wereld wanen?
Je kent die klassieke capitulatiefoto nog wel, van de geschiedenisles op de middelbare school. Het was vijf Mei 1945, in Volkert city Wageningen. Hotel de Wereld.
Prins Bernhard, de Canadese generaal Foulkes en de Duitse generaal Blaskovitz in zijn vetleren overjas, zaten om een ruwhouten tafel en tekenden daar de capitulatie.
Een foto die suggereert dat Nederland, die stralende dag in mei, eindelijk bevrijd was na vijf jaar naziterreur en Jodenvervolging.
Inleiding: Een stukje schrijven lijkt zo makkelijk. Maar ik heb meer nodig dan vier vingers, een beeldscherm en een toetsenbord. Ik doe het niet alleen. Als ik schrijf neemt “iets” het over; een geest die me woorden influistert, melodie in zinnen blaast en de maat in mijn woorden slaat. Dat zorgt dat ik af en toe iets schrijf dat ik zelf achteraf niet herken, laat staan kan herhalen.Als die stem zwijgt, kan ik forceren, mezelf of iemand anders imiteren, een orgasme faken, maar wat een struggle.
De geest is er niet op deze Saturnusdag. Naar betere oorden gevlucht, ver weg van het onderwerp.
Théodore Gudin, Gezicht op de rede van Vlissingen.
Gisteren schreef ik een stuk, dat nog maar weinig gelezen is. Waarschijnlijk omdat het een open einde heeft en daar houden jullie niet van. Het is voor velen te symbolisch, niet concreet genoeg. Daarom deel 2.
Division of information. Office for emergency management.
Met “the second coming of Donald Trump” heeft wereldwijd een politieke pole shift plaatsgevonden. En ondanks dat je The Golden Don en zijn wonderteam nooit mag vertrouwen en ik van deze “Mensias” nog veel stuitends verwacht, zoals de promotie van transhumanisme, compromisloos zionisme en robotisering, gebeuren er ook goede dingen.
De wondere wokewereld, waarin crack addict George Floyd als een god wordt vereerd en pedofielen van acceptatie mogen dromen, is verleden tijd. White lives matteren weer een beetje. Knoestige kerels die vrouwen de boksring doormeppen en daarna zich tussen de tienermeisjes mogen afdouchen met een gouden medaille om hun harige nek; het is voorbij.
Mehmet II enters Constantinopel. Jean Joseph Benjamin Constant.
Of er tussen nu en het definitieve vallen van de blauwe vlag met gouden sterren, een bloederige oorlog of een revolutie komt of allebei, dat weet ik niet zeker. Maar ik weet wel dat Ursula’s Vierde Rijk op haar laatste benen loopt.
Haar Führerzug stoomt in duizelingwekkende vaart op de Kruppstahlen stootblokken van de globale, multi pronged Realpolitik af.
Friedrich Nietzsche in Also Sprach Zarathustra „Der Mensch ist ein Seil, geknüpft zwischen Thier und Übermensch, ein Seil über einem Abgrunde.”
Onze oerdrang om als mens te overleven is zo instinctief en is zo gemeenschappelijk gedragen, dat wij ons amper kunnen indenken dat er mensen zijn die het tegenovergestelde nastreven.