
Alle twitterberichtjes, columns, krantenartikels en zelfs een enkel treurbuisprogramma waarin mijn naam met afkeer wordt uitgespuugd, overziend, ben ik tegenwoordig nét “belangrijk” genoeg om een narratief om me heen gesponnen te krijgen, bedoeld om mij en mijn gedachten, onschadelijk te maken. Het narratief -een hele eer- dat ook reuzen als Sacharov en Soltsjenitsin ten deel viel en duizenden andere “querdenkers”.
Het narratief dat ik “gek” zou zijn.
Ik vind dat niet zo erg.
Ik weet niet of ik gek ben. Zoiets is moeilijk om van jezelf te zeggen. Is het gek om op een andere manier naar waarheid en werkelijkheid te kijken? Of alleen om je er ook hardop over uit te durven spreken?
Want uitspreken, dat moet ik nu eenmaal. Genetisch wangedrocht dat ik ben. Een kluizenaar met een ongeneeslijk grote bek.
Kun je eigenlijk nog spreken van gek, na de openbaringen uit het Epstein dossier; ongetwijfeld nog maar een minuscuul deel van de onbeschrijflijk sadistische wreedheden die de “elite” hebben gepleegd, hun diep satanische plannen met de mensheid. Hun intense haat voor kinderen, die in hun onbezoedelde onschuld, het evenbeeld van God, het best benaderen.
En wat zegt die openbaring eigenlijk over onze geheime diensten, die jarenlang dezelfde gekken die de kwaadaardige elite al jaren in het licht proberen te zetten, criminaliseerden en weg probeerden te zetten als hét grote gevaar voor de samenleving?
Wat klopt er eigenlijk nog meer niet in alles dat ons al die eeuwen is voorgespiegeld?
Wat is die wereld eigenlijk? Wat ligt erbuiten? Of is er verder niks? Wat is perceptie? Wat schuilt er achter de lachspiegels? Na de volgende straathoek? En is wat ik daar zie, er ook als ik niet kijk? Dat soort vragen drijft me.
En soms tot waanzin.
Zo ben ik er inmiddels van overtuigd dat we nooit op de maan zijn geweest. Dat onze zon even groot is als die maan. En veel dichterbij dan vrijwel iedereen denkt.
Ik denk dat de aarde een “realm” is, met water boven én beneden ons, niet rond, niet plat, maar onbegrijpelijk Goddelijk, met een ondoordringbaar firmament waar te hoog reikende raketten als speedboten sporen trekken over omgekeerde golven. En dat daaraan geen ontsnappen mogelijk is.
Ik denk dat zoveel prominenten, sterren, prinsessen en presidentsvrouwen, aangeklede mannen zijn of veel erger, gekloond of eeuwig levend in verschillende gedaantes. Dat aardolie onuitputtelijk is en niet gemaakt van geperste plantjes en dinosauriërs die, anders dan draken, nooit hebben bestaan.
Dat er een strijd plaatsvindt, ver boven onze hoofden, maar ook in ons mensenmidden. Tussen de Engelen van goed en kwaad. Zo mooi beschreven in Paradise Lost van John Milton.
Dat Satan de macht heeft over de aarde. Dat er ooit, overal ter wereld, machtige bomen stonden die tot de hemel reikten en omgekeerd hun wortels, misschien wel tot in de hel.
Dat de noord én de zuidpool niet zijn wat we denken. De één een zwarte magnetische rots, de Rupes Negri, waar het water in een gigantische draaikolk in de aarde verdwijnt, de Black Rock, waar alle kompassen zich naar richten. De ander een ondoordringbare, oneindige ring van ijs.
Dat kraters van meteoren, in werkelijkheid gigantische geisers in ruste zijn, die binnenkort, voor het eerst sinds Noah opnieuw hemelwater zullen spuien. Dat Apollyon, Abaddon uit Openbaring 9:11, vlakbij Cern wacht in zijn eeuwige kerker, de bodemloze put.
Dat de sterren en planeten geen rotsen of gasbollen zijn, maar “hemellichamen”. Dat UFO’s en aliens bestaan, maar niet uit “de ruimte” komen. Dat Griekse en Romeinse goden, in werkelijkheid gevallen engelen waren, the Watchers, onder aanvoering van Samyaza.
De gevallen engelen ieder met hun eigen bovenmenselijke machten en krachten, prachtig beschreven in het “conveniently” uit de Bijbel verbannen boek van Henoch. Het boek dat als een ontbrekende sleutel, perfect past op het mysterieuze slot dat Genesis zes heet.
Dat we sinds mensenheugenis en ver daarvoor, worden geregeerd door hun nakomelingen. Afstammelingen van in duizenden jaren sterk verdunde bovenmenselijke bloedlijnen.
Dat hun nakomelingen, de Nephillim, reuzen zijn, verwekt door deze engelen en mensenvrouwen. En dat het hun bloedlust en vernietigingsdrang was, die God deed besluiten zijn hele schepping, op de passagiers van de Ark na, uit te roeien.
Dat taal tovenarij is. Dat schrijven en spreken, spelling is; het coderen van de werkelijkheid, en Engels de taal der Engelen. En dat het woord daadwerkelijk vele malen machtiger is dan het zwaard.
Waanzin voor velen. Maar voor mij is het allemaal echter dan de “echte wereld” van de gemiddelde mens.
Bewijs me het tegendeel.
Wat is gek? Wie is hier eigenlijk gek? Zij die me zo graag uitlachen of ikzelf?
Ik weet het oprecht niet.
Eeuwenlang werd je voor gek verklaard als je zei dat de aarde rond was. Millennia liep je een gerede kans terechtgesteld te worden als je beweerde dat er geen God was. Zelfs zulke gigantische waarheden zijn vrij recent pas gekeerd. Usance geworden en schijnbaar opnieuw in steen gehouwen. Wet geworden van deze dag en tijd. Maar ook deze existentiële overtuigingen keren en draaien door, tot over een tijdje alles weer op zijn kop staat.
Wat is “gek” meer of minder dan een afwijking van het courante narratief?
Ik begrijp best dat een wereldbeeld als het mijne bizar en bedreigend overkomt. Zeker voor mensen die te lui of te bang zijn om verder te denken. Of het te druk hebben met “echte dingen” zoals auto’s, geld, horloges en hoeren. Ik leef in een volstrekt andere wereld dan zij.
En ik heb zeker begrip voor al die arme zielen, die eenvoudig te druk zijn hun hoofd boven water te houden in hun tredmolenrealiteit van hypotheken, huren, zieke kinderen en schulden. Van mantelzorg en luieremmers.
Maar ik heb nu eenmaal de luxe en de moed om gek te zijn. En dat verplicht mij om zo diep te graven als ik kan en me niets aan te trekken van de communis opinio. En als ik vertel over wat ik ontdek of ik filosofeer wat in het wilde weg, dan ziet dat er uiteraard voor anderen, stapelgek uit. So be it. Wat je buiten de gebaande paden vindt strookt nu eenmaal nooit met de dogmatiek van de “preferente realiteit”. Het lachspiegelpaleis, de Truman Show, waarin zoveel mensen, van geboorte tot dood in leven. De onzichtbare gedachtengevangenis waarin men zich, vanaf de eerste levensschreeuw, van alles laat voorschrijven en wijsmaken.
Ik begrijp best dat ik soms dingen zeg die, volstrekt ongewenst, hele wereldbeelden overhoop gooien. Dat ik gekoesterde luchtbellen doorprik, waarop voor velen het hele bestaan is gebouwd.
Dat is even wennen natuurlijk.
En spot, boosheid en ridiculisering zijn nu eenmaal onderdeel van verwerking. Net als tegenstribbelen of negeren. Ik neem dat niemand kwalijk. Het is ook niet niks. Een totaal andere werkelijkheid opgediend krijgen, dan je levenslang is voorgehouden.
Dat mogen gewone mensen best gek of zelfs op een existentieel niveau bedreigend vinden. Dat is het namelijk ook.
Het wordt anders als dat woordje “gek”, wordt gebruikt als wapen, door agenten, instanties en overheden om iemand zoals ik monddood te maken, buiten de maatschappij te zetten, te diskwalificeren of ontslagen te krijgen.
Dat is een uiting van staatsterreur, zoals tijdens de Sovjet Unie. Gekken zoals ik sloten ze ze daar op in witte kamers met zachte kussens.
Ik geniet dan ook met volle teugen van ieder moment waarin ik, in vrijheid, stapelgek mag zijn.
Ik hoop dat jullie me dat niet kwalijk nemen.
Gelukkig ben ik voor een privé kamertje in zo’n mooie kliniek met lieve zusters, nog net te onbelangrijk.
Vind je mijn werk mooi of zelfs te gek. Support me dan hier
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!























