
Vannacht om drie uur, vliegen de Atlasleeuwen en de Oranjeleeuwen, elkaar in de manen, ergens op een voetbalveld in Monterrey, Mexico.
In de Marokkaanse gelederen, voetballen maar liefst drie in Nederland geboren spelers. Noussair Mazraoui, Sofyan Amrabat en Anass Salah-Eddine. Sterker nog, twintig spelers van Marokko zijn in het buitenland geboren. In één wedstrijd gold dit zelfs voor de gehele selectie.
Terwijl in het Nederlands elftal alleen Guus Til in den vreemde het levenslicht zag. In Samfya, Zambia, om precies te zijn.
En ondanks dat de Marokkaans leeuwen vanuit de hele wereld, behalve uit het Atlasgebergte kwamen ingevlogen, bestaat het Marokkaanse elftal uitsluitend uit Marokkanen. Niemand twijfelt aan hun Marokkaanse eenheid, hun loyaliteit en hun afkomst.
Een sterk contrast met het Nederlands elftal, dat bestaat uit een bonte culturele verzameling van spelers met roots in Suriname, Togo, Ivoorkust, Ghana en de Antillen. En gek genoeg niet één Marokkaan.
Begrijp me goed, er is niets mis met een Nederlandse elftal waarvan het merendeel niet, of slechts gedeeltelijk van Nederlandse afkomst is. Nederland is, of we nu willen of niet, een immigratieland. Daar kunnen die voetballers niks aan doen. En voor de liefhebbers van het spelletje, is het fijn dat die boys zich onder de Nederlandse vlag scharen, want van ons eigen voetbaltalent hoeft Nederland het niet meer te hebben.
Toch trekt juist het monoculturele van het Marokkaanse team, hun opmerkelijke loyaliteit aan hun eigen volk, hun eenheid vanuit een diaspora, die, zo zou je kunnen vermoeden juist verzwakking en verwatering zou moeten veroorzaken, mijn aandacht.
Het wekt mijn verwondering én bewondering.
Ongeacht de uitslag van de wedstrijd en de krankzinnige taferelen van explosieve blijdschap of woede die ongetwijfeld de Nederlandse banlieue’s en binnensteden zullen teisteren, ondanks het antwoord op de vraag welke van de twee leeuwen vanavond sportief op zijn ballen gaat krijgen, één belangrijke les uit de Magreb is mij volkomen duidelijk.
En die vliegt verder dan een voetbal.
Marokkanen weten hun cultuur, hun eigenheid, hun trouw aan hun afkomst, te behouden, ook al zijn ze verspreid over de hele wereld. Hun loyaliteit behoort als puntje bij paaltje komt, altijd aan hun eigen volk, en absoluut niet aan de plaats waar ze toevallig zijn geboren of naartoe zijn verhuisd.
En ik vind dat een goed ding.
Terwijl Nederlanders het begrip multiculturalisme is aangeleerd als een synoniem voor kadaverintegratie, eenheid en gelijkheid in alles, tegen wil en dank, behouden Marokkanen hun eigen cultuur, inclusief de band met het moederland, binnen een multicultureel speelveld, waar dan ook.
Zij zijn monocultureel in een multiculturele wereld. En vinden steun, kracht en baat bij elkaar, waar wij Nederlanders, aangemoedigd door politiek en media, druk bezig zijn onszelf zo snel mogelijk op te lossen in een individualistische soep van alles en iedereen. E pluribus unum in zijn agressiefste vorm.
Waar Nederlanders multiculturalisme zien als de natte droom van graaf Kalergi. Het vermengen van alle volkeren in één kookpot, waarin eigenheden en afkomsten, onder druk versmelten in een monoculturele, pislauwe, caramelkleurige smurrie, blijven Marokkanen zichzelf zien als Marokkanen, waar ter wereld ze ook zijn.
Wij kunnen veel van hen leren, omdat zij begrijpen hoe je als volk cultureel overleeft in een keiharde multiculturele wereld.
En we zullen die lessen razendsnel moeten leren. Want de rot is al doorgedrongen tot in de haarvaten van ons land. En de omvolking wordt moedwillig en in hoog tempo voortgezet.
Wat van ons overblijft is een volk dat langzaam maar zeker is losgeweekt van zijn grondgebied en erfrechten. Dat in alles mag achteraan sluiten. Dat verbijsterd moet toezien hoe ooit vanzelfsprekende aanspraken op eigendom, vermogen, cultuurschatten en land op drijfzand zijn gebouwd. Onder het adagium dat alles van ons, tegenwoordig van iedereen is. Dat aanspraak maken op iets eigens fascistisch is en wij als “schuldig blank volk” ons zouden moeten schamen en achteraan in de rij moeten gaan staan als er banen, subsidies of stageplaatsen te vergeven zijn.
Een volk dat elkaar door de verregaande individualisatie niet meer weet te vinden in de weg met ons maatschappij.
Face it.
De ooit zo trotse Nederlandse natie is, door toedoen van kwade actoren, maar ook door onze eigen onnozelheid, kortzichtigheid en zwakte, niet meer te redden.
Over enkele jaren, zijn wij Nederlanders collectief persona non grata in eigen land. Een ontwikkeling die niet mee te stoppen is. Door de geforceerde massa-immigratie, omdat Nederlanders in tegenstelling tot immigranten weigeren kinderen te krijgen en omdat we in toenemende mate zelf maar aan de kuierlatten trekken, de wijde wereld in.
Voor de Nederlandse natie is het te laat. Daar ben ik van overtuigd, maar het Nederlandse volk is nog wel te redden, al zal het vermoedelijk in diaspora zijn.
Net als de Marokkanen zullen we ons bestaan als volk voortzetten, overal ter wereld.
Zo’n vijftien miljoen mensen verspreid over enclaves, jungles, poesta’s en verre grazige vlaktes. Dolend op dwalende jachten, spittend en gravend in communes en afgezonderd in bergdorpen. Als Apaches of Sioux in onze eigen polderreservaten, in Nederland, op stukken platteland die nog niet terminaal zijn aangetast door de opgedrongen omvolkingskanker, zoals op de Biblebelt, de eilanden en Friesland. De laatsten der Poldermohikanen.
Nederlanders, los van Nederland maar toch als één gemeenschap. Intuïtief en onlosmakelijk verbonden door hun in vele eeuwen samengesmede achtergrond. Geboren met het woeste water, het malse gras en de vette klei in de genen.
Het klinkt mooi en verdrietig tegelijk. Zo’n nieuw Nederland, losgezongen van het ontstolen land.
En ons overleven, als volk zonder natie, zonder eigen land, is verre van vanzelfsprekend.
Als we willen overleven, hebben we een veel sterker zelfbewustzijn en een veel diepere en uitgesproken onderlinge band nodig. Zonder de schroom, de schaamte of de scrupules, die nu zo geworteld zijn in onze kaaskoppen. We hebben een koning nodig. En een vlag. Wat mij betreft het trotse “blauw wit rood”. De vlag van Nieuw Nederland.
We moeten bovenal onze band repareren. De band die nu zoveel gaten en scheuren vertoont, na jaren van opgelegde zelfhaat en het typische Nederlandse vliegen afvangen, die knieperige klein burgerlijke burenhaat en afgunst. Die ervoor zorgen dat die band bij de lichtste druk al leeg loopt. God is er alleen voor ons allen. Als er een “allen” bestaat.
Als wij het huidige omvolkingsoffensief willen overleven, moeten we als Nederlanders boven onszelf uitstijgen. Cultureel en traditioneel. We zijn gedwongen te bewijzen dat “we weldegelijk bestaan én dus bestaansrecht hebben”. Een, tot Maxima’s beruchte uitspraak, zo apert logische stelling, dat deze nooit ter sprake kwam. Een stelling die nu steeds openlijker wordt betwist op televisie, in de bladen en de Tweede Kamer.
Laten we er voor zorgen dat onze kinderen, veel meer kennis van onze cultuur, historie en tradities opdoen, voor die in een wolk van Tik Tok filmpjes verdwijnt. Laten we hen alles doorgeven. De VOC. De WIC. De Watergeuzen. Onze zeges over Spanje en Engeland. Onze gulden. Onze dollar. Onze wereldheerschappij. De schilderijen van Breitner en Vermeer. De gedichten van Piet Paaltjens. De oorsprong van Van Diemen’s land, Nieuw Zeeland, Vancouver en Harlem.
Laten we onze kinderen redden van de weg met ons mentaliteit. Geef ze het geschenk van waarden door. Zoals ons Christelijk geloof! Zoals ons nabuurschap. En de Nederlandse taal die steeds meer wordt verbasterd tot een soort junglekoeterwaals.
En vooral. Laat alle aangeprate schaamte om wie wij zijn, direct los. Het is vergif.
Zonder gedeelde waarden zijn we als volk verloren. Letterlijk verloren in tijd en ruimte.
Luister niet langer naar de verraders die ons weg willen maken. Ze hebben al onmetelijke schade aangericht. Bij het noemen van hun namen, zullen onze kinds kinderen nog eeuwen op de grond spugen.
Wij Nederlanders zijn niet beter dan de rest. De rest is niet beter dan wij.
Maar ook wij Nederlanders zijn het waard om te bestaan en te floreren.
Samen met de andere volkeren in onderling respect en vanuit een positie van kracht en trots. Binnen en buiten Nederland.
Alleen als we onszelf hervinden, vinden we de weg vooruit.
Dus treur om wat er was en wat we hadden. Ons oude Nederland komt nooit meer terug.
Maar besef ook. Wij Nederlanders zijn er nog. En wij blijven.
Prettige wedstrijd. Het zal er heet aan toegaan.
Vreemd om in die warmte een onbedwingbare drang om te schrijven te hebben. Wil je mijn werk supporten? Dan kan. Klik hier.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
























