Hoe meer ik er over nadenk -en ik heb daar de afgelopen weken volop tijd voor gehad- wordt me steeds duidelijker hoe weinig zin het nog heeft om verontwaardigd te zijn, verbijsterd te redetwisten met de macht. En al zeker in hun eigen tempels en casino’s.
Ik zie er misschien niet zo uit, maar ben erg makkelijk te raken. Op zich fijn als je dichter bent. Dat je al van streek raakt van een dode hommel op een herfstblad. Maar aan de andere kant komt alles keihard bij me binnen. Een bestoft armpje, dat zich bewegingsloos uitstrekt vanonder het puin. Een soldaat die vergeefs probeert te vluchten voor een zoemend speelgoedje met een handgranaat eraan. Een vrolijk muziekje eronder.
Alle ellende die ik iedere dag zie, al die wreedheid en onverschilligheid in deze vieze wereld, met als poisoned cherry on top, het avontuur met Ari, het heeft me even in een vicieuze cirkel gestort van hyperventilatie, benauwdheid, paniek en slapeloosheid. Vandaar dat ik even alles afsla. Alle uitnodigingen, hoe lief en eervol ook. Zelfs met een nieuw boek op komst. Dan weten jullie dat.
Maar ik moet daar ook weer uit. Schrijven helpt.
Ophouden met zeuren ook.
Het was een lome avond, april 1988. Ik stond met mijn zware Ibanez Musician basgitaar in de aanslag op een podium op het Spui in Amsterdam. Onze 20.000 Watts denderden over de halve stad, dwars door de stegen, over de grachten en de trapgevels. Honderdduizenden oren moeten vaag hebben geregistreerd dat “Up Side Down Margherita” haar sound checkte voor de volgende dag.
Natuurlijk mag jij doorlezen. Maar wees fair. Als je dit een goed stuk vind, support mij dan!
Uit oogpunt van mijn oude vak, volksverlakkerij en massapsychologie, oftewel reclame, volg ik de discussie over het onderzoek van Ronald Meester naar de oversterfte door de Covid prikjes en het Nivel rapport dat opvallend tegengestelde uitkomsten liet zien, met warme interesse.
Zo luisterde ik vandaag de uitzending van de Andere Tafel bij Café Weltschmerz, met Pieter Stuurman, Professor Theo Schetters en Toine de Graaf van de Andere Krant.
Terwijl hier, in een wanhopige hunkering naar onschuld en schoonheid, op repeat Tomaso Albinoni’s Ave Verum in de onaardse uitvoering van Libera, uit de speakers knalt, vraag ik mij deze hele ochtend al af wat er toch in ’s Hemelsnaam in ons is gevaren.
Ik had de wind in de zeilen, drie slagschepen van stukken op stapel staan. En één gedicht. Maar alleen dat laatste, Fantoomland, kwam op tijd af.
Want vrijdag vorige week kwam ik ’s ochtends in alle vroegte beneden en vond mijn aller, aller, allerliefste Mechelse herder, met haar mooie grote ogen, nietsvermoedend naar me opkijkend, in een wirwar van zilveren blisters, papier en felroze pillen.
The Angel Binding Satan. Philip James de Loutherbourg.
Attention. Advanced Complonautica.
If anything typifies these bizarre times, it is that more and more people are searching for an explanation of what is happening to us, the story behind the tepid waves of insanity that flood us daily.
Als iets deze bizarre tijd typeert, is het dat steeds meer mensen zoeken naar een verklaring van wat ons overkomt, het verhaal achter de lauwe golven van krankzinnigheid die ons dagelijks overstromen.
De constante twijfel aan waarheid en werkelijkheid.
We proberen onszelf geestelijk drijvend te houden, op ons matrasje van cognitieve dissonantie, terwijl we worden meegevoerd door een rivier van waanzin, die zeker de laatste tijd in een dodelijke stroomversnelling lijkt te komen.
Was de opening van de 33 ste Olympische Spelen in Parijs behoorlijk “in your face” wat betreft satanistische rituelen, geperverteerd hedonisme, het vieren van het “Queer denken” -het verzuipen van al het verankerde- zo was de sluiting van deze “Spelen” vele, vele malen subtieler qua symboliek, maar uiteindelijk veel indrukwekkender en dreigender qua boodschap.
Imagine a life of peeking behind mirrors, maneuvering through snake pits, swinging little lanterns through the deepest of rabbit holes; skipping and jumping in dusty boots, over the face of the dark side of a two dimensional moon.
It’s great to be a complonaut.
Never a dull moment.
But the job is not for the faint of heart, as it can also become rather messy.
Because, sometimes a complonaut needs to scour the very depths of hell and stare right into the hideous faces of Azzazel, Baäl and Apollyon, grasping at bloody razor sharp straws, looking for clues and breadcrumbs, that were missed by the millions of muggles, who were simply ‘enjoying the view”. Unraveling crime scenes that are being scrubbed and dissolved right under our eyes.
Joseph Mallord William Turner. Rain Steam and Speed.
Een stuk over een deur die ik al heel lang open zie staan. Maar die ik nog niemand eerder zag intrappen. Het is een veel te lang stuk geworden. Maar het biedt dé oplossing voor de machteloze impasse waar we als Nederlandse burgers inzitten.
De Haagse politiek is failliet.
Het elastiek is definitief uit de geel groene onderbroek gelubberd. Het politieke vuur smeult alleen nog wat, na een jarenlange strontdouche van opzichtige corruptie, roof, verraad, leugens, gegraai, nepotisme, moedwillig onderpresteren én het smoren van het rudiment oprechte oppositie.
The Rider on the White Horse. George Frederic Watts.
“I watched as the Lamb opened the first of the seven seals. Then I heard one of the four living creatures say in a voice like thunder, “Come!” I looked, and there before me was a white horse! Its rider held a bow, and he was given a crown, and he rode out as a conqueror bent on conquest.” Revelation 6:1-2
Het ergste dat je als complonaut kan overkomen, is dat je onwrikbaar gaat geloven in wat je denkt, zegt of hebt geschreven.
Een complonaut moet altijd bereid zijn om eigen kunstig geknutselde heilige huisjes, om te duwen, alle ruitjes in te kinkelen en opnieuw te beginnen met metselen.
Terwijl het “Oranjelegioen” -een term die moed doet vermoeden- maar die in werkelijkheid staat voor een meute identiek geklede bierbuiken, die op de maat van boertige stampot muziek, in lock step van links naar rechts springt en “lalalalalala” lalt, wordt ons land door grijnzende grimmigaards gesloopt.
Ons arme uitgebeende land, waar we het nooit meer hebben over welvaart, welvaren of welzijn, maar alleen nog over het grimmige bestaanszekerheid. De laatste fase voor de polderholodomor.
Son of man, thou dwellest in the midst of a rebellious house, which have eyes to see, and see not; they have ears to hear, and hear not: for they are a rebellious house.
Als complonaut ben ik gek op symbolen, verborgen boodschappen spreuken en bezweringen. En dwaal ik wat graag, al tastend en mijn tenen stotend door donkere kamers van Hermes en Damocles.
Excuus. Deze column komt rijkelijk laat, het probleem, van anti blank racisme, ettert en pust immers al jaren in afgedreigde stilte tegen de klippen op en is sinds de “woke waanzin” alleen maar in een klotsende stroomversnelling gekomen.
Ik begrijp wel dat er niet over geschreven wordt. Het is een van de laatste taboes, zelfs in mijn kleine hoekje van het enge dierenbos.
Een ware carrière killer. Zeker als je nog iets te verliezen hebt aan posities of relaties in de main stream media of culturele en politieke nomenclatuur.