
Een korte niet ter zake doende inleiding.
Ik zie er misschien niet zo uit, maar ben erg makkelijk te raken. Op zich fijn als je dichter bent. Dat je al van streek raakt van een dode hommel op een herfstblad. Maar aan de andere kant komt alles keihard bij me binnen. Een bestoft armpje, dat zich bewegingsloos uitstrekt vanonder het puin. Een soldaat die vergeefs probeert te vluchten voor een zoemend speelgoedje met een handgranaat eraan. Een vrolijk muziekje eronder.
Alle ellende die ik iedere dag zie, al die wreedheid en onverschilligheid in deze vieze wereld, met als poisoned cherry on top, het avontuur met Ari, het heeft me even in een vicieuze cirkel gestort van hyperventilatie, benauwdheid, paniek en slapeloosheid. Vandaar dat ik even alles afsla. Alle uitnodigingen, hoe lief en eervol ook. Zelfs met een nieuw boek op komst. Dan weten jullie dat.
Maar ik moet daar ook weer uit. Schrijven helpt.
Ophouden met zeuren ook.
Het was een lome avond, april 1988. Ik stond met mijn zware Ibanez Musician basgitaar in de aanslag op een podium op het Spui in Amsterdam. Onze 20.000 Watts denderden over de halve stad, dwars door de stegen, over de grachten en de trapgevels. Honderdduizenden oren moeten vaag hebben geregistreerd dat “Up Side Down Margherita” haar sound checkte voor de volgende dag.
Natuurlijk mag jij doorlezen. Maar wees fair. Als je dit een goed stuk vind, support mij dan!
Continue reading
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
























