Uit oogpunt van mijn oude vak, volksverlakkerij en massapsychologie, oftewel reclame, volg ik de discussie over het onderzoek van Ronald Meester naar de oversterfte door de Covid prikjes en het Nivel rapport dat opvallend tegengestelde uitkomsten liet zien, met warme interesse.
Zo luisterde ik vandaag de uitzending van de Andere Tafel bij Café Weltschmerz, met Pieter Stuurman, Professor Theo Schetters en Toine de Graaf van de Andere Krant.
Terwijl hier, in een wanhopige hunkering naar onschuld en schoonheid, op repeat Tomaso Albinoni’s Ave Verum in de onaardse uitvoering van Libera, uit de speakers knalt, vraag ik mij deze hele ochtend al af wat er toch in ’s Hemelsnaam in ons is gevaren.
Ik had de wind in de zeilen, drie slagschepen van stukken op stapel staan. En één gedicht. Maar alleen dat laatste, Fantoomland, kwam op tijd af.
Want vrijdag vorige week kwam ik ’s ochtends in alle vroegte beneden en vond mijn aller, aller, allerliefste Mechelse herder, met haar mooie grote ogen, nietsvermoedend naar me opkijkend, in een wirwar van zilveren blisters, papier en felroze pillen.
Als iets deze bizarre tijd typeert, is het dat steeds meer mensen zoeken naar een verklaring van wat ons overkomt, het verhaal achter de lauwe golven van krankzinnigheid die ons dagelijks overstromen.
De constante twijfel aan waarheid en werkelijkheid.
We proberen onszelf geestelijk drijvend te houden, op ons matrasje van cognitieve dissonantie, terwijl we worden meegevoerd door een rivier van waanzin, die zeker de laatste tijd in een dodelijke stroomversnelling lijkt te komen.
Was de opening van de 33 ste Olympische Spelen in Parijs behoorlijk “in your face” wat betreft satanistische rituelen, geperverteerd hedonisme, het vieren van het “Queer denken” -het verzuipen van al het verankerde- zo was de sluiting van deze “Spelen” vele, vele malen subtieler qua symboliek, maar uiteindelijk veel indrukwekkender en dreigender qua boodschap.
Imagine a life of peeking behind mirrors, maneuvering through snake pits, swinging little lanterns through the deepest of rabbit holes; skipping and jumping in dusty boots, over the face of the dark side of a two dimensional moon.
It’s great to be a complonaut.
Never a dull moment.
But the job is not for the faint of heart, as it can also become rather messy.
Because, sometimes a complonaut needs to scour the very depths of hell and stare right into the hideous faces of Azzazel, Baäl and Apollyon, grasping at bloody razor sharp straws, looking for clues and breadcrumbs, that were missed by the millions of muggles, who were simply ‘enjoying the view”. Unraveling crime scenes that are being scrubbed and dissolved right under our eyes.
Joseph Mallord William Turner. Rain Steam and Speed.
Een stuk over een deur die ik al heel lang open zie staan. Maar die ik nog niemand eerder zag intrappen. Het is een veel te lang stuk geworden. Maar het biedt dé oplossing voor de machteloze impasse waar we als Nederlandse burgers inzitten.
De Haagse politiek is failliet.
Het elastiek is definitief uit de geel groene onderbroek gelubberd. Het politieke vuur smeult alleen nog wat, na een jarenlange strontdouche van opzichtige corruptie, roof, verraad, leugens, gegraai, nepotisme, moedwillig onderpresteren én het smoren van het rudiment oprechte oppositie.
The Rider on the White Horse. George Frederic Watts.
“I watched as the Lamb opened the first of the seven seals. Then I heard one of the four living creatures say in a voice like thunder, “Come!” I looked, and there before me was a white horse! Its rider held a bow, and he was given a crown, and he rode out as a conqueror bent on conquest.” Revelation 6:1-2
Het ergste dat je als complonaut kan overkomen, is dat je onwrikbaar gaat geloven in wat je denkt, zegt of hebt geschreven.
Een complonaut moet altijd bereid zijn om eigen kunstig geknutselde heilige huisjes, om te duwen, alle ruitjes in te kinkelen en opnieuw te beginnen met metselen.
Terwijl het “Oranjelegioen” -een term die moed doet vermoeden- maar die in werkelijkheid staat voor een meute identiek geklede bierbuiken, die op de maat van boertige stampot muziek, in lock step van links naar rechts springt en “lalalalalala” lalt, wordt ons land door grijnzende grimmigaards gesloopt.
Ons arme uitgebeende land, waar we het nooit meer hebben over welvaart, welvaren of welzijn, maar alleen nog over het grimmige bestaanszekerheid. De laatste fase voor de polderholodomor.
Son of man, thou dwellest in the midst of a rebellious house, which have eyes to see, and see not; they have ears to hear, and hear not: for they are a rebellious house.
Als complonaut ben ik gek op symbolen, verborgen boodschappen spreuken en bezweringen. En dwaal ik wat graag, al tastend en mijn tenen stotend door donkere kamers van Hermes en Damocles.
Excuus. Deze column komt rijkelijk laat, het probleem, van anti blank racisme, ettert en pust immers al jaren in afgedreigde stilte tegen de klippen op en is sinds de “woke waanzin” alleen maar in een klotsende stroomversnelling gekomen.
Ik begrijp wel dat er niet over geschreven wordt. Het is een van de laatste taboes, zelfs in mijn kleine hoekje van het enge dierenbos.
Een ware carrière killer. Zeker als je nog iets te verliezen hebt aan posities of relaties in de main stream media of culturele en politieke nomenclatuur.
Ik lees mijn eigen stukken nogal eens terug. Dan probeer ik een lijn te ontdekken en uit te vinden wat er beter kan.
Behalve de barokke stijl en veel te lange zinnen, valt me op dat ik vaak verzand in hopeloze verzuchtingen. En nooit met concrete oplossingen kom.
Dat ik vooral een lauwwarme modderpoel biedt, waarin wij ons met zijn allen in onze eigen verbijstering, verdriet en wanhoop kunnen wentelen, met als enige uitweg de Here en het hiernamaals.
Een poel van radeloosheid, waar de onaantastbare kaste die ons al tijden alle hoeken van de ring laat zien, ons het liefst zolang mogelijk in laat spartelen, omdat wij mensen onze schaarse energie maar één keer kunnen besteden. En onze blinde woede, depressie, verwarring, vruchteloze smeekbedes en onze aan dovemansoren gerichte eisen, de acceptatie van krankzinnig terreurbeleid, juist dichterbij brengen.
Zie de vijf fases van verwerking volgens het model van Elisabeth Kübler-Ross. Ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding.
Vandaag wil ik juist wat praktischer voorstellen doen, waar de burger die voor zijn recht op wil komen, wellicht iets mee kan.
Dit betoog is dan ook van een ander kaliber, dan jullie van me gewend zijn. Droog en ongezouten en misschien ook wel het meest linke dat ik ooit heb geschreven.
Juist omdat het niet verzucht, niet klaagt, niet beschuldigt en jullie niet meetrekt in wanhoop of zelfmedelijden onder prachtige klatergouden stijlbogen, maar eenvoudige oplossingen en een andere focus beschrijft, waarmee ik denk dat burgers hun positie tegenover tot nu toe zo ongenaakbare macht kunnen versterken.
Filosoferen over vormen van protest is niet zonder gevaar in het huidige stochastische tijdsgewricht, maar aangezien het Anarchist Cookbook, een geschrift vol explosieve recepten en gevechtstechnieken voor pluizen en stinkerds, nog steeds vrij bij Bol en Amazon te krijgen is, de schrijver William Powell nooit is bestraft en ik volstrekt vreedzaam en wettig wens te blijven in mijn adviezen, hoop ik maar dat de gevolgen los zullen lopen. We gaan het zien.
Eerst even een theoretische onderbouwing, die heus ergens naartoe werkt.
Als wij burgers in dit land iets willen veranderen gaan we dat met klassieke acties niet meer redden.
Gans het raderwerk staat allang niet meer stil, als onze machtige arm het wil.
De mechanismes, de centra en gestaltes van de macht zijn veranderd. Wijzelf ook.
De grote idealen, de brede fluwelen banieren, de opzwepende kleuren van de revolutie, het uitzicht op een nieuwe dageraad, ze maken de moderne mens de pis niet meer lauw.
En de klassieke zuilen, die weliswaar op hun manier het individu en de opstandige geest door conformiteit verstikten maar maatschappelijke bewegingen ook zoveel houvast gaven, zijn in 80 jaar liberalisering omgeduwd en verbrijzeld.
Ooit klaterende politieke, idealistische stromingen zijn verzand en opgedroogd. Hun trotse vaandels werden poetslappen of voer voor motten en musea. Hun meiboom staat er verveloos bij.
Alleen de schaduwelite bezingt besmuikt een nieuwe internationale. Een wereldorde, waarin de arbeider niets te zeggen heeft of vervangen wordt door robots, AI en moderne slaven. En wij staan er machteloos naar te kijken.
En helaas, aansporende gemeenplaatsen als “opstaan voor ons recht”, “in actie komen”, “staken voor gerechtigheid”, “ons verenigen tegen de oorlog of voor de vrede”. Ooit zo revolutionaire termen als “solidariteit”, klassenstrijd, vrijheid, gelijkheid, broederschap” slaan niet langer een deuk in een pakje autistische burgerboter. Men begrijpt het niet meer. En het motiveert nog minder. Het stoot zelfs af. Terwijl het afnemen van burgerrechten, het aantal ge- en verboden, het aantal redenen om je stem luid te laten horen, hand over hand toeneemt. Gekmakend.
Daarbij komt dat op de enkele momenten dat burgers zo getergd zijn, dat ze toch in grotere getale voor hun rechten opkomen, hun reflex nog steeds is om op een aangewezen, door blauwe busjes omzoomd grasveldje in een hoofdstad, vruchteloos op een fluitje te gaan staan blazen en driftig te gaan zwaaien met een spandoekje of een vlaggetje.
Zo ondergaan ze gedwee het vernederingsritueel. Een dagje dollen in een door de ME, Romeo’s en stillen afgehechte “actie Efteling”, gemeden, belasterd en belachelijk gemaakt door de nuttige idioten van de Volkskrant en het NOS journaal.
De westerse, liberale, egoïstisch ingestelde mens wordt, als het op actie aankomt, pardoes weer dat ouderwetse kuddedier en trekt de zeldzame keer dat hij zich toch van de driezitsbank losrukt, massaal naar de centra waar hij van oudsher de macht vermoedt, maar die daar allang verdwenen is of zich onaantastbaar heeft verschanst in een fort, een bunker of een gepantserde Audi A8.
Alles in onze maatschappij is in de afgelopen eeuw tijd ingrijpend veranderd, maar onze actie intuïtie is nog steeds dezelfde als tijdens de massademonstratie tegen het kabinet Ruijs de Beerenbrouck in 1923. Als het om protesteren gaat, gedragen we ons nog steeds als een stoommachine. Voorspelbaar. Monotoon in gedrag, plaats en bewegingen.
Kansloos, omdat de door de macht voor protest geselecteerde accomodaties en locaties, zo zijn ingericht en afgeschermd, dat er geen enkel gevaar voor de macht uit spreekt, alle woede wordt ingekaderd en alle energie wordt geloosd, als verspild zaad in een Kleenex.
Met hoeveel soldaatjes de boze burger ook is, de moderne massademonstratie, blijkt keer op keer toonbeeld van massale machteloosheid.
Hun vruchteloze woede geeft even een fijn gevoel van ontlading, maar er komt nooit een kind van.
Het enige dat na zo’n actie overblijft, is een misleidend gevoel “iets goeds te hebben gedaan ” en een nog beter geïnformeerde macht, die iedereen heeft geturfd en geregistreerd.
Een trend op sociale media veroorzaken of het uitventen van een petitie is al net zo vruchteloos.
Je denkt dat je iets bereikt. Maar alles blijft gewoon bij het oude.
Om Jeroen Pols te parafraseren. “Je zit nog steeds, thuis, op de bank, met een zak chips”, je woede te projecteren op een beeldscherm, dat niet terugpraat.
Of het nou gaat om boerenmanifestaties, vredesdemonstraties of coronaprotesten, alle terechte eisen en wensen uit vele kelen zijn vervlogen en verstomd in de sleur van de volgende dag, hoe groot de opkomst vaak ook was.
We mogen onszelf daarover niks wijsmaken.
Als er al iets veranderde in de koers van de macht, was dit steeds hun eigen keuze, genomen op een door hen geselecteerd moment, volgens hun eigen scenario. Nog steeds op weg naar hun eigen heilige doelen.
Hoewel we ons graag verbeelden dat wij het waren, die het verschil maakten met onze gele plu op Museumplein of Malieveld.
Het is nog erger.
De enige recente idealistische demonstraties die wel effect hebben gehad, zijn acties van de handpopjes en marionetten van de macht zelf. Geregisseerde overheidstoneelstukjes, vermomd als volksverzet, om juist het beleid van de macht te dienen.
Neem het getreiter van Extinction Rebellion die met haar acties toevallig altijd juist de gewone burgers treft; astroturf demonstraties, aangevoerd door goedbetaalde starlets, die op commando kunnen huilen en collaborerende opinievarkentjes die breed worden uitgemeten in de media, om het gewenste overheidsnarratief “raison d être” en “a sense of urgency” te geven en de gewone man zo te sarren, dat hij de overheid juist gaat smeken het demonstratie grondrecht in te perken.
Je kunt veel van satan zeggen, maar gevoel voor humor heeft hij wel.
Om de stem van de burger meer kracht te geven en de gemeenschap weerbaar te maken, moet het begrip actievoeren dringend op de schop.
Dat kan, vreedzaam en volstrekt wettig.
Dit zijn wat ideeën die ik in al die jaren van ongeneeslijke opstandigheid heb verzameld. Ideeën die opvallend goed in elkaar passen.
Van centraal naar om de hoek.
Wat als de boze burger het Museumplein en het Malieveld nou eens links laten liggen en hun energie zich verplaatst naar de vele honderden dorps en stadspleinen van de eigen gemeentes. Wat als ze niet eenmalig en op een voorspelbare, aangewezen plek opduiken, maar vaker, met steeds andere groepen, steeds met andere goed begrepen, burgerlijke belangen. Zónder politieke of idealistische signatuur.
Lokale demonstraties op plaatsen waar het bestuur nog relatief dicht bij de burger staat en waar relatief veel meer macht ligt dan vroeger. Waar de dialoog nog gemakkelijk gevoerd kan worden op de stoep van het stadhuis.
Waar, zoals onlangs in mijn gemeente, het college nog wakker lag van een paar boze burgers en de COA noodopvang er vooralsnog niet kwam.
Waar het lokale sufferdje, de Gooi en Eemlander en PowNed nog graag voor op komen draven, om verslag te doen.
Vertrouwde plekken waar de lokale burger gewoon op zijn gemak naartoe kan kuieren. En niet bang is om gezien te worden omdat het doel a-politiek, invoelbaar en herkenbaar is.
Demonstraties waar het zelfs gezellig is, omdat je eindelijk je buren, je loodgieter of je dokter eens ontmoet, mensen die precies hetzelfde denken over die windmolens, die noodopvang of het verbieden van hun dieselbus of de open haard.
Maar hoe krijg je de burger naar het plein?
Opkomen voor individuele burgerrechten in plaats van collectieve idealen.
Natuurlijk kan het demonstreren voor abstractere, grote idealen of tegen schanddaden in verre landen, gewoon door gaan.
Natuurlijk is het prachtig als Marianne Zwagerman een klets van een vredesdemo organiseert in hartje Den Haag.
Maar de westerse liberale, egocentrisch ingestelde mens denkt nauwelijks nog in termen van het collectief belang, laat staan in idealistische vergezichten.
De actie van de nabije toekomst, speelt wat mij betreft in op de eisen van de moderne mens; gemak en vooral eigen belang.
Het belang van de gewone burger die momenteel machteloos toekijkt, hoe hem steeds meer rechten worden afgenomen. De burger die best iets “wil doen”, best wil protesteren, maar geen idee heeft hoe en waar hij medestanders vindt. Omdat klassieke dwarsverbanden zijn verbroken.
Daarom is een nieuwe manier van actievoeren nodig. Tailormade, op onderwerpen waar burgers zich persoonlijk sterk bij betrokken voelen.
Die burgers moeten elkaar makkelijker kunnen vinden, om hun rechten op- of terug te kunnen eisen, beslissingen en beschikkingen aan te vechten en ongewenste plannen te voorkomen.
De westerse liberale, egocentrisch ingestelde mens wordt immers pas hartstochtelijk over een recht of een bezit dat hij dreigt te verliezen of een beslissing die over zijn hoofd wordt genomen en waar hij persoonlijk schade van ondervindt.
Een noodopvang die de huisprijs doet kelderen. Een windmolen die het leven vergalt. Het behoud van zijn dieselauto; daarvoor wil de egocentrische liberale mens best een keer de straat op. Als hij maar wist waar, wanneer en met wie.
De gemiddelde burger hecht waarde aan behoud van zijn zijn hond, zijn open haard, daar wil hij best voor in de bres springen.
Maar hij heeft geen idee hoe hij medestanders vindt. En zit als dat niet lukt al snel met bij de pakken neer.
Want er is geen bond voor het behoud van vuurkorven, dieselauto’s of huisdieren, terwijl juist daar de revolutie begint.
Alleen op basis van gedeeld eigenbelang, kan een nieuwe gemeenschap worden gebouwd.
Als alle barbecue liefhebbers van Utrecht elkaar hadden weten te vinden en het Domplein had dagen achter elkaar volgestaan met duizenden rokende en pruttelende Big Green Eggs en Webers, was dat bizarre BBQ verbod er nooit gekomen. Als de boeren de lokale burgers hadden betrokken bij hun lot, stond Nederland nog vol koeien.
Van actiepamflet naar digitaal platform?
De nieuwe actievoerder is een actieconsument.
Om de burger weer mondig te maken, moet collectief protesteren gemakkelijk gemaakt worden, voor een concreet doel zijn, op basis van goed begrepen eigenbelang en vrij van politiek stigma.
Individuen met een gedeelde actie eis, moeten elkaar makkelijk kunnen vinden. En dat kan ook dankzij de moderne techniek.
Bijvoorbeeld via een eenvoudig online a-politiek actieplatform.
Je vult erop in wie je bent, waar je woont, en wat je belangrijk vindt. Dat kan een groot ideaal zijn, wereldvrede, maar ook het behoud van de garnalenvisserij in Urk, het tegenhouden van een lokaal AZC, het stoppen van een terreurturbine of een verbod op open haarden. Als er op een onderwerp op een locatie kritische massa is bereikt, krijgt iedereen met gedeelde belangen en dezelfde locatie daarvan bericht.
De groep met het gedeelde belang kan dan zelf een locatie en een tijd kiezen om voor of tegen dat specifieke doel te demonstreren.
En als mensen elkaar eenmaal ontmoeten, zul je zien dat zich nieuwe a-politieke, sociale kernen vormen van burgers van allerlei afkomsten, rangen en standen, die gemotiveerd zijn om lokaal voor elkaar op te komen.
De gemeenschap herstelt zich zo en bouwt zich opnieuw op, van binnenuit, op basis van gedeeld eigenbelang.
Een gemeenschap van mensen die hun collectieve kracht hebben geproefd, die samen op zijn gekomen zijn voor hun recht, bijvoorbeeld om te mogen barbecuen, laat zich ook de kaas niet langer van elkaars brood eten.
Niets verbroedert zo, als samen actie voeren tegen een op hol geslagen macht.
Dat is mijn ervaring van de afgelopen jaren.
Maar daar houdt het niet op.
Behoud van actie energie.
Binnen ieder burgercollectief dat lokaal actie voert, ontstaat als vanzelf een schat aan gespecialiseerde kennis over een bepaald actieonderwerp. Denk aan jurisprudentie, specifieke wetgeving, casuïstiek, gegevens over vervuiling, misdaad en overlast, templates van brieven, gespecialiseerde advocaten, do’s en don’t’s.
Het is de kunst die kennis te behouden voor anderen, die later tegen hetzelfde probleem aanlopen. Of uit eigenbelang, omdat de macht nooit opgeeft en de kans groot is dat je een jaar later opnieuw voor iets soortgelijks in de bres moet springen.
Zulke lokaal, met bloed zweet en tranen opgedane, gespecialiseerde kennis blijft nu verborgen in dode whatsapp groepjes en verfrommelde notulen, nadat de actie voorbij is en men is overgegaan tot de orde van de dag.
Hoe slim zou het zijn om opgedane ervaring te delen met andere groepen die voor dezelfde opgave komen te staan. Hoe goed zou het zijn om elkaar te helpen.
En dan gaat vanzelf de laatste fase is, van het mondiger maken van de egoïstische liberale burger.
Interlokale solidariteit.
Want als individuen elkaar eenmaal hebben teruggevonden en de lokale kritische gemeenschap is herboren, hoe zou het dan zijn als lokale gemeenschappen van bijvoorbeeld, barbecue liefhebbers, elkaar zouden vinden en ondersteunen. En af en toe samen op zouden trekken.
Niet omdat het moet, maar gewoon omdat het kan.
De gedachte aan twintigduizend gewone burgers met gezellig rokende barbecues vol braadworsten, midden op het Domplein…
…daar krijgt de macht pas nachtmerries van.
Vind je dit stuk interessant of zelfs belangrijk? Steun mij dan alsjeblieft hier!Ik kan alleen blijven schrijven als jullie mij supporten.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Twitter overziend, ben ik tegenwoordig nét “belangrijk” genoeg om een dertien in een dozijn narratief om me heen gesponnen te krijgen, bedoeld om me onschadelijk te maken. Het narratief -een hele eer- dat ook reuzen als Sacharov en Soltsjenitsin ten deel viel en duizenden andere “Querdenkers”. Dat narratief is uiteraard, dat ik “gek” zou zijn.
Ik vind dat niet zo erg.
Ik weet niet of ik gek ben. Zoiets is moeilijk om van jezelf te zeggen. Is het gek om op een andere manier naar waarheid en werkelijkheid te kijken? Of alleen om je er ook hardop over uit te durven spreken?
Want uitspreken, dat moet ik nu eenmaal. Genetische wanconstruct als ik ben. Een kluizenaar met een grote bek.