In tranen bij de groentejuwelier.

Mijn ‘vijanden’, een bont kakelend gezelschap van wufte fadjes met microkaakjes en pukkeltjes, puntbuikjes, kereltjes met sappige tietjes en kippennekjes, aangevuld met een enkele monkelende kabouter op stelten, noemen mij wat graag “Superjank.”

Die koddige koboldjes doen dat uiteraard in de veronderstelling, dat hun geschamper over mijn tranen, die inderdaad tamelijk snel als kleine diamantjes uit hun kliertjes piepen, me verstoort.

Geenszins. Ik kan er wel om lachen.

Ik huil zelden uit onmacht of verdriet. 

De waterlanders wellen echter onverbiddelijk op in de aanblik van schoonheid, een beeld van Bernini, een schilderij van Hans Laagland, een geboorte en het lezen van de gedeeltes van de Bijbel.

“Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil: for thou art with me; thy rod and thy staff they comfort me” .

Het kan ook een gedicht van Spalikov, Goethe of Mandelstam zijn, waardoor de zoutwaterfontein, kristal gaat spuiten.

Ik ben razendsnel ontroerd, door een foto van mijn kind, de zee, Bach, Rach, Orthodoxe koren, de liefde van mijn hond, de gedachte aan mijn Oma. 

Op de bron van mijn gevoel zit geen putdeksel.

Meestal komt die ontroering op een gepast moment, waarin je je concentreert op iets moois. Of eenzaam rondbanjert door de mist en ineens oog in oog staat met een hert. 

Maar soms… 

Ik heb bijna een jaar geen boodschappen gedaan. Ik krijg nogal snel ruzie, ziet u.

En vaak ook nog met mensen die ik helemaal geen pijn wil doen. Geïnstrueerd winkelpersoneel, oude van dagen, gehandicapten, kneusjes. Ik trek dat nu eenmaal aan, het zal mijn ranke bouw en nobele voorkomen wel zijn, waarom ze uitgerekend mij op mijn schouder willen tikken of vermanend toe wensen te spreken.

En zeker als je, zo dacht ik, pertinent weigert om die vernederende grafeenluiers van Sywert te dragen, zou een veldslag met blauw gebekte oma’s en woedende winkeliers onvermijdelijk zijn. 

Ik vergiste me. 

Gisteren was ik in een winkelcentrum vlak buiten het reservaat. Ik zal, om de NSB van Hugo de Spietser niet op ideeën brengen de exacte locatie niet noemen…

“Doet u mij maar wat van die macadamia nootjes.
En wat gember.”

“Eindelijk kan het weer he, boodschappen doen”

“Hoe bedoelt u?”

“Nou die mondluiers hoeven niet niet meer, dus eindelijk kan ik weer langskomen.”

“Bij mij hoeft u geen kapje op hoor”

“Ja nu hoeft het niet meer he?”

“Nee, hoor, u was, bent en blijft altijd welkom, ook als ze weer beginnen met die onzin. Wij doen daar niet aan mee.”

En daar stond ik dan, tranen in mijn ogen bij de groentejuwelier. 

Gewoon omdat er goede mensen zijn.

En dichterbij dan ik dacht. 

Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.

16 Comments

  1. Tijdens heel dat circus nooit een mondkapje gedragen. 1 keer aangesproken door een oude heks die vroeg: will je dat we allemaal doodgaan?

    Waarop ik zei: is dat een strikvraag?

  2. Ik huil in mijn hart dagelijks, als ik hier de schoolkinderen met mondkapjes zie. Mijn echte tranen zijn allang (bijna) op dus ik lach om al die drukte om niets. De wereld is een gekkenhuis geworden en dit is nog maar het begin.

  3. Coline Lugassy

    3 July 2021 at 22:35

    Wat een juweeltje weer, Jan. Ik lees je columns net als je gedichten in Olga als bonbons… zo’n zalig momentje. En net als jij weiger ik te verworden tot CRISPR- CASper lekkernij. Ik zie ondertussen een community ontstaan – en draag daar ook graag aan bij – waarin iedereen welkom is en mag schuilen, geprikt of ongeprikt, belapt of vrij ademend, bang of vol liefde. Ook jouw schrijfwerk is daarin een belangrijke funderingszuil aan het worden. Zoveel dank, Jan, zoveel dank!

  4. Buci@hanwil56

    3 July 2021 at 23:12

    Dank weer voor deze bijdrage. Recht uit het hart! Gevoelige snaren, waar de echte mens zijn kristallen nog kan laten gaan.

  5. Mooi, man!

  6. Leuk stuk.
    Volg je op Twitter maar nog weinig van je gelezen.
    Mijn vrouw heeft in haar doodstrijd een experimenteel medicijn gebruikt waarbij ze niet ziek mocht worden. Die hele muilkorven actie doet mij continu aan haar angstige ogen herinneren. Verschrikkelijk en het zal over een paar maanden wel weer herhaald worden als het griep seizoen weer start. (Ben weduwnaar)

    Ik heb een postuur en een blik in mijn ogen dat mensen mij wel met rust laten.
    Toch geniet ik ook als ik dergelijke parels in onze samenleving ontdekt.

    • Mijn vader heeft dit lot ook ondergaan. Niet fijn. Mijn medeleven.
      Ook mijn postuur is stevig, maar toch krijg ik snel gedoe. En dat wil ik niet. Hoewel ik de volgende lock down mijn houding wellicht verander.

      • Terugliegen geoorloofd: “Ik mag die niet dragen. Ik heb COPD.” Werkt altijd. Hoewel ik er ook over denk volgende keer mijn houding te veranderen. Dan ga ik muilperen uitdelen.

  7. Sigrid Oosterbeek

    4 July 2021 at 08:18

    Ik heb nooit een mondkapje gedragen en nooit commentaar gehad iets wat mij hogelijk heeft verbaasd, mensen keken alleen een beetje raar of waren ze jaloers op mij.

  8. Nieuwe Geluid

    5 July 2021 at 22:32

    Het is inderdaad de kunst uit te vinden welke winkeliers een welkom beleid voeren en deze voortaan de handel te gunnen en vervolgens muilkorfvrij door het leven te blijven gaan. Inderdaad een zegen zijn de winkeliers die je in die tijd gewoon welkom heten; ook ik ben een paar hartelijk naar binnen uitgenodigd toen ik beleefd zonder muilkorf in de deuropening bleef staan om een vraag te stellen. Maar het is wel een verademing om gewoon weer overal zonder bij na te denken naar binnen te kunnen en ook niet meer naar die dystopische gemuilkorfde zombies aan te hoeven kijken. Nu het openbaar vervoer en de scholen nog verlossen, hoewel ik vrees dat dat niet gaat gebeuren voor iedereen z’n muilkorfje weer om moet.

  9. Mooi jan. Ken het gevoel, mijn kinderen kennen me door en door, kijken me dan gelijk aan en vragen, ” je gaat toch niet weer huilen hè?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *