Ik denk dat je geen dichter kunt worden. 

Dat je het nooit of altijd was. 

Dat je het ontdekt, als gekkigheid verdringt of veronachtzaamt 

of uitgraaft en oppoetst met een zachte wollen doek.

Ik heb het omarmd en alle kwetsbaarheid voor spot en hoon aanvaard.

Continue reading