Page 13 of 18

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

De angst het oude te verlaten, houdt ons gevangen. 

We ploeteren, ingespannen achter met rotzooi volgeladen karren, moeizaam voort, op een modderig, hol boerenpad, waarin een alles doordrenkende regen een onontkoombaar spoor van zuigende, diepe voren heeft gevormd. 

Nog zovelen van ons volgen het spoor van vermolmde systemen, blind vertrouwend op de wissels, die op afstand in zwarte torens achter melkglas, worden omgezet. 

Vastgekoekte schijnverbanden houden ons geketend in een onzichtbare kerker van Pyriet; ijzerkies, het goud der dwazen. 

We rennen paniekerig rondjes binnen een magische cirkel in het stof, waar vrijwel geen kip, met of zonder kop, nog overheen durft te stappen.

Te velen van ons kunnen blijkbaar niet over de grenzen van hun eigen aangeharkte perkje vol kunstzijden rozen en glitterspeeltjes heen kijken. Al loopt het langzaam onder water. Hun plastic heg vol knuffelbeestjes en piepende en verleidelijk toeterende schermpjes, leidt teveel af. 

De ruimen van onze privé Titanics zijn afgeladen met kant en klaar supermarktvoer, WC papier, Netflix en andere porno; de reddingsboten vol houtworm en vermolmde spanten in de rafelige touwen afhangend langs de verveloze relingen. 

En voor het poetsen van the dekstoelen en het verven van de stuurhut, hebben we Polen ingehuurd. Mensen die nog wel kunnen werken en vechten als het moet. Ze kijken spottend op ons neer.

Oppervlakkige relaties, onechte vriendschappen, verloederde banden en contracten die, zo blijkt nu, inscheuren bij de minste druk en dreiging, bepalen het drama dat we tot voor kort ons leven noemden.

Die vaste waarden bleken al net zo waardeloos als die mooie baan die toch los bleek te zitten, het waardeloze klatergoud dat we ons geld noemen, de heilige idolen die kindertjes bleken te betasten en die politieke kopstukken, waar we al die jaren op stemden, die ons nu in onze rug aanvallen en regelrecht de hel in dreigen te storten. 

Als moeders die een doodgeboren kindje omarmen, blijven zovelen van ons hun illusies koesteren.

We klampen aan ze vast, terwijl we ze al zo lang geleden kwijt zijn geraakt. 

Het waardeloze is ons houvast geworden, in een wereld zonder God.

Opgesloten in een jerkcircle van het eeuwige “ja maar”.

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

Hoevelen van ons lieten zich niet de onzekerheid in prikken, om een lang weekend naar Oostenrijk te kunnen of te kunnen dansen, op de vulkaan, bij Jansen? Hoevelen van ons kijken de andere kant op, nu zoveel onschuldigen door hun gelijken worden besmeurd en beschuldigd. Nu zelfs kinderen, zieken en bejaarden, mikpunt zijn van een spot, haat en knuppelcampagne die doet denken aan de  mensenjacht, die twee jaar geleden nog “Nie Wieder” had mogen plaatsvinden. 

We zijn verdoemd als Wothan, verblind door een vals schitterende ring die nooit de onze was, maar in werkelijkheid van een dwerg, die hem nu terugeist. 

Goden zijn we, maar uitsluitend in het diepst van onze eigen laffe, bekrompen gedachten. 

En tegelijkertijd is het gekmakend hoe begrijpelijk dit allemaal is.

Wij westerlingen zijn de Hobbits van deze wereld geworden; in slaap gesuste, argeloze sukkelaars. Bijna een eeuw lang hebben we geen openlijk gevaar hoeven confronteren, geen flagrante onderdrukking gekend. En er is nog geen Frodo of Bilbo te zien.

We hebben ons de, met rivieren van bloed bevochten, vrijheid laten aanleunen, terwijl we de verdediging van onze grenzen hebben opgedoekt en comfortably numb ons pijpje zijn blijven roken en ons gazon zijn blijven aanharken, terwijl de wolken zich samenpakten en het oog van Mordor onze kant op draaide.

Onze weke buik naar boven. Kwetsbaar voor alles dat het kwaad is.

Generaties lang, hebben wij als westerlingen geen stresstest van betekenis ondergaan.

We hebben in geen eeuwen een riek hoeven opheffen, niet om hooi te scheppen, laat staan om ons te verdedigen tegen een duistere overmacht. 

We hebben geen God in wanhoop hoeven aanroepen. En zovelen kijken misprijzend neer op hen die dit nog doen. Zij vereren liever Lady Gaga, Mamon of Marco Borsato. 

De nu levende generaties hebben nooit hoeven duiken of vluchten, voor Arbeitseinsatz of Grüne Polizei, we hebben niet hoeven knokken voor een beter leven. Niet eerder in allesbepalende tweestrijd, zonder om- of uitwegen gestaan. 

Wij hebben niet sjokkend langs Vlaamse landwegen, met onze bezittingen op een boerenkar, voor de Wehrmacht hoeven vluchten. Nooit ons fight or flight instinct hoeven aanspreken.

Niemand van ons heeft zijn laatste geld neergeteld voor een 3e klas hut op een oceaanstomer naar een beloofd land. Of dat nou Israel, Nieuw Zeeland of de Verenigde Staten was.

We hebben geen moeite hoeven doen voor onze vrijheid. Die een valse luchtballon bleek te zijn of eerder nog een zeepbel. 

Hoe hadden we ook gekund, met onze ongetrainde reten, ons leven in het bedrieglijke comfort van vetgemeste slachtvarkens; doorgebracht, zwelgend in onze eigen plastic mest; als de dood voor de dood, maar wel gedwee, netjes op een rijtje de loopplank van de vrachtwagen opsjokkend.

Kun je een slachtkalf kwalijk nemen dat het niet voor zijn leven vecht?

Dat we het zijn verleerd om te zwemmen, betekent niet dat de zee niet komt.

Ja, er worden steeds meer mensen wakker. Maar wat heb je daaraan, als zovelen zich nog eens drie keer omdraaien, terwijl het monster al aan het voeteneinde staat.

Gelukkig komen steeds meer goede mensen tot het licht. Het licht dat alleen groeit in het diepste duister. En alleen zijn kracht vindt en bundelt op de bodem van de bodemloze put.

Zoek het licht en word het licht. Dan heeft het duister geen kans.

Omdat het duister alles weet, maar het licht nu eenmaal niet kan begrijpen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

De tijd van stilzitten is voorbij. We moeten praktisch worden.

Ondanks al ons gepruttel gedragen we ons nog steeds als verlamd, terwijl onze vertrouwde samenleving verder uitteert en onze beschaving wordt ondermijnd en gesmoord door een allesbeheersende, tot in de puntjes georganiseerde ijskoude macht van totale freaks en dickheads. 

We worden weliswaar langzaam en rillend wakker, maar handelen veel te weinig, in het zicht van de waanzinnige lawine, waarvan sommige striemende wolken ons al vol hebben geraakt, maar waarvan de grootste golf nog dreunend op ons afrolt.

Onze eigen toekomst is vrij eenvoudig te voorspellen, voor degenen die, voorbij de poppenkast in de Tweede Kamer, naar de situatie in ooit vrije landen als Canada, Australië, Letland en Oostenrijk durft te kijken. 

We zitten in een van de laatste wagons, maar van dezelfde trein. En die trein raast onverstoorbaar verder. 

Ook hier zijn over niet al te lange tijd, zorgpersoneel, politieagenten, soldaten, ambtenaren, piloten en werknemers van grotere bedrijven, leraren en onderwijzers niet langer welkom op hun werk, zonder een driedubbele frikandel speciaal. 

Ook hier zullen kleine kinderen niet meer naar school kunnen gaan, zonder QR code en een bont geprikte arm. 

En ook hier zijn straks ongevaccineerden en QR weigeraars aangewezen op het internet voor bestellen van eten, vermaak, informatie en het kopen van spullen en warme kleren. Terwijl nu al hardop wordt gepleit om ook dat laatste bastion van vrijheid te koppelen aan hun Ἀριθμὸς τοῦ θηρίου.

Multinationals, aangesloten bij het WEF, laten hun eerste laffe apartheidsballonnetjes op. De eerste winkels hebben het bordje “verboden voor ongevaccineerden” al geplaatst. De Lidl heeft al scan-paaltjes geplaatst. 

De eerste FvD politici zijn al geweigerd om campagne te voeren, omdat zij de niet meedoen aan de medische poppenkast, waar de verkiezingen juist bij uitstek over zouden moeten gaan. Democratie slegs vir geprikten. 

Dat dreumesen zich nu al in de novemberkou moeten afdrogen na hun zwemles, is een heel veeg teken. En wie de slechtheid nog steeds niet ziet, nu in Zwolle, Amsterdam en Rotterdam, de intocht van Sinterklaas met zwarte schermen, onzichtbaar werd gemaakt voor de ogen van ontroostbare huilende kleuters, heeft een hele dikke plaat voor zijn kop.

Ook hier zullen de duimschroeven steeds harder worden aangedraaid en de druk maximaal worden opgevoerd. Wijk na wijk. Deur na deur. Arm na arm. 

Onze hoofden kunnen de wereldwijde sloop van vrijheiden en rechten nog steeds niet omvatten. We stellen nog steeds vragen, waar antwoorden nodig zijn. We blijven protesteren, staken, redeneren en onze verbijstering uitschreeuwen. 

En dat is goed! 

Maar nu is ook de tijd om ons voor te bereiden op wat komen gaat. Ook onze “window of opportunity is rapidly closing” 

We moeten nu praktisch worden. 

Wij zijn teveel “sitting ducks” voor de “sitting dicks” die dit allemaal veroorzaken. 

We moeten nu blikken van verstandhouding wisselen met de mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Nu de leidingen en fundamenten leggen voor gloednieuwe huizen en bedrijven. Zodat we, zodra we uit ons vertrouwde baan of sportclub geschopt worden, direct kunnen beginnen met bouwen en in kunnen pluggen in iets compleet nieuws.

En natuurlijk kunnen we dat!

Want de verschoppelingen van binnenkort, zijn de beste, initiatiefrijkste, slimste mensen van nu. Moedige mensen die niet, tegen beter weten in, buigen voor de QR terreur. 

Mensen met een geweten, die bewuste keuzes durven maken, die niet trappen in leugens. Die niet ziende blind blijven, uit gemakzucht en angst. Mensen die de narrow gate zoeken.

Voor hen is één verzamelnaam, een naam waar Nederland ooit groot mee is geworden.

Ondernemers.

De beste piloten en agenten, de beste verpleegsters en brandweermensen. 

Leraren en onderwijzers met een geweten.

De ongehypnotiseerden die het gevaar van de prik en de WEF maatschappij scherp doorzien en daar de consequenties uit durven trekken. 

De zelfstandig denkende mensen komen straks op straat te staan. Een gouden kans.

Zij worden straks gedwongen, om te doen wat ze al heel goed kunnen. Voor zichzelf nadenken, in plaatst van voor de baas of het rijk. En laat dat nou net de mensen zijn waar straks grote behoefte aan is. 

Want ook ongevaccineerden en QR weigeraars hebben straks zorg nodig en monteurs. Maar ook scholen voor de kinderen. Warme kleedkamers. Veiligheid en voedsel. Brandstof en bier, communicatie- en betaalmiddelen en een eigen Sinterklaas.

De hele alternatieve pyramide van Maslow moet in recordtempo worden opgetuigd.

Daarom moeten de professionals die nu angstig wachten op wat komen gaat, elkaar nu al opzoeken en plannen maken. Stoppen met treuren of bang zijn. En samen nu de schouders zetten onder iets nieuws. 

Gideon had 300 strijders nodig om de vijand van Israël met vreedzame middelen te verslaan. Wij 300 ondernemers.

Gisteren zag ik een baas een eerste tweetje posten. “Ben je #belastingadviseur #accountant of assistent van deze beroepsgroepen? Wij hebben genoeg mensen nodig. 

Eist jouw werkgever van jou een QR of vaccinatie? Welkom bij ons. Zie LinkedIn voor contactgegevens. Hou je sterk!” 

Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Deze man heeft het begrepen. Het goud staat op straat. 

Update! 

Liever droog dan slaaf.*

Deze column was nog niet droog, of die dekselse Friezen lieten precies zien wat er moet gebeuren.

Als de overheid en het lokale zwembad hun kletsnatte kinderen in de kou laten staan, zorgen zij zelf wel voor een warme kleedkamer. 

Niet alleen boos terug praten en “schande” roepen. Niet alleen filmpjes maken en de likes tellen, maar een echte kleedkamer, met een echte hijskraan, pontificaal recht voor de deur van het lokale zwembad neerplonzen. Dat is hoe het moet!

Zo droog je de overheid af. Zo zet je Hugo in zijn hemd. Vreedzaam, creatief, brutaal en ondernemend. 

Met een flinke dot elbowgrease. 

Ook het Vind Lokaal initiatief op Telegram is bemoedigend.

Mensen beginnen gelukkig uit hun slaapje te ontwaken. 

Net voor de donkere winter begint. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

*bedacht door @RolandJanssen70

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Wat doen we nu wegkijken geen optie meer is?

Toen de fonkelnieuwe Wehrmacht, dwars tegen het verdrag van Locarno, na de annexatie van het Saarland, het Rijnland binnenstampte, zullen veel van onze opa’s en oma’s een misselijkmakend voorgevoel hebben gehad.

Dat de tumor van het Nationaal Socialisme zich zomaar kon uitzaaien over heel Europa, moet in het hoofd van veel vooruitschakers, een onvermijdelijke horrorgedachte zijn geweest, steeds bevestigd door de razende toespraken van de schuimbekkende Führer, die geen doekjes wond om zijn bedoelingen.

Het beest was verre van dood. En de kooi van Versailles stond wagenwijd open.

Toch liet het overgrote deel van onze opa’s, oma’s en hun leiders zich gewillig zand in de ogen strooien, met mooie beloftes en prachtige Olympische stadions, door de wonderlijke welvaart, de levensenergie en het zelfvertrouwen van het Duitsland van de jaren 30. 

Dat achter de facade van het opstormende Reich, concentratiekampen als Dachau werden gebouwd, vele duizenden useless eaters uit “mededogen” werden vermoord in het T4 programma, dat de Duitse Joden aan niets meer mee mochten doen dat het leven leefbaar maakte, dat ze in spotprenten en schotschriften werden weggezet als uitvreters en ziekteverwekkers, dat ze niet meer naar school mochten of zaken mochten doen en dat ze na de Kristallnacht de straten met tandenborstels moesten poetsen, daarvoor werd ook hier zó naarstig weggekeken, dat menigeen er behalve een stramme arm, een stijve nek aan overhield. 

Ondergedompeld in de beslommeringen van alledag, had men, zo vlak na de depressie, wel iets beters te doen dan op de Oosterburen te letten.

Strijders als Sophie Scholl en Dietrich Bonhoeffer waren in Duitsland dun gezaaid, Laat staan dat hier in het slaperige Nederland een tegenstem van betekenis hoorbaar was. 

De Anschluss met Oostenrijk verliep vreedzaam onder een boog van lentebloemen en juichende jonge blonde meisjes. En toen Chamberlain de Tsjechen uitverkocht, het Sudetenland werd “bevrijd” en de veldgrijze troepen met een grote grijns door de donkere wouden van Bohemen en Moravië ronkten, haalde de wereld opgelucht adem.

Het gevleugelde monster kon ongehinderd verder pikken in het rauwe vlees van Europa, terwijl degenen die haar tegen hadden kunnen houden, omstandig de metaalglans van haar verenkleed bewonderde.

“Peace in our time”, de opbrengst van het Britse verraad, zou maar een klein jaartje duren. En ook Molotov kon het beest maar kort afstoppen door half Polen op het offerblok te leggen. 

De wereldgemeenschap liet Hitler, ondanks alle voorgevoel, besmuikt begaan. Tijdens het huwelijk van Juliana en Bernhard werd in het Concertgebouw het Horst Wessel lied gespeeld. Hitler werd in 1938 nog tot Man of the Year gekozen door Time magazine en Predikant A. M. B. uit Brabant moest zich in 1939 voor de Haagse politierechter nog verantwoorden, omdat hij Hitler “een boef” had genoemd.

De artsen die het kwaadaardige gezwel hadden kunnen stoppen, bleven kleurige kinderpleisters plakken en lieve woordjes en bezweringsformules prevelen, waar alleen een chirurgisch mes nog uitzaaiingen had kunnen voorkomen.

Hitler zei er later het volgende over: “Wären die Franzosen damals ins Rheinland eingerückt, hätten die Deutschen sich mit Schimpf und Schande wieder zurückziehen müssen, denn die militärischen Kräfte, über die sie verfügten, hätten keineswegs auch nur zu einem mäßigen Widerstand ausgereicht” 

Vrij vertaald: “Het was bluf. Maar ze lieten me begaan.”

Ook al hadden velen een onbestemd voorgevoel dat de valse opmaat van de jaren 30 zomaar kon eindigen in symfonie van bloed en as, zij konden niet in de toekomst kijken. En daar mochten én zouden zij zich uitentreuren op beroepen.

Onze opa’s en oma’s konden met recht volhouden dat ze de golf van dood en verderf niet zagen aankomen, en van niets wisten toen het gebeurde. Dat ze niet konden voorstellen dat het zo erg kon worden en was. 

Hun leiders tastten in een comfortabel, vaak bewust gekozen duister als het ging om de desastreuze gevolgen van hun laconieke zwijgen en hun laffe politiek van pappen en nathouden.

En de Joden? Over hun lot kon men zich blijkbaar vrij gemakkelijk heen zetten. Zoals de meesten van ons de schouders ophaalden over de ontelbare onschuldige doden in Irak, Syrië en Afghanistan.

Onze opa’s en oma’s hadden een groot voorrecht waar wij ons niet op kunnen beroepen. 

Het prerogatief van de onnozelen.

Wij hebben die luxe niet. “Wir haben es nicht gewußt” gaat voor ons niet langer op. 

Wij zijn ervoor gewaarschuwd wat er gebeurt als je je ogen sluit, in plaats van de duivel recht in zijn gezicht te kijken. 

Wij hebben niet de luxe om te doen of onze neus bloedt, terwijl opnieuw een monster haar vleugels uitslaat en dit keer een schaduw werpt over de hele wereld. 

Wij zijn geworpen in een wereldwijde strijd, die echter met andere middelen wordt gevochten, dan met pantserstaal en gloeiend lood. 

Een strijd waarin ieder gewelddadig verzet averechts werkt en alleen de tirannen aan meer munitie helpt. Een oorlog waarin zelfs de kleinste vorm van agressie tot een Rijksdagbrand zal worden opgeblazen. 

Informatie, dat is het wapen van keuze. En ons geweten is het slagveld. 

Ons Goddelijke licht is hun oorlogsbuit. 

Oprukken door modder en land afpalen met prikkeldraad is niet het doel van deze strijd, maar twijfel, angst en angst zaaien in onze breinen. Het afstompen, tot willoze slaaf maken met wet en woord, het streven. Het doven van het vuur. 

Trollen, injecties, apps, en QR controleurs verdelen het krankzinnige slagveld van hoop en vrees. 

Hun pandemie is het strijdgas dat nog steeds door zoveel huizen kringelt, mensen verlamt, verdeelt en hypnotiseert en mensen ziende blind maakt. Het gifgas dat zovelen verlamt, die de angst allang voorbij zijn, maar zo moedeloos of medeschuldig heeft gemaakt, dat ze geen andere mogelijkheid zien dan mee te marcheren op de doodlopende weg naar een zekere horigheid.

Wij maken een nieuw soort oorlog mee, waarin verzet wordt verzwakt van binnenuit, door mensen en gemeenschappen tegen elkaar op te zetten; een satanisch schimmenspel waarin de kracht van de menselijke geest wordt gebroken tegen de rotsen van elkaars ongeloof. 

En toch ligt precies daar, in de kracht van onze menselijke geest, de kracht waarmee we dit monster gaan overwinnen. 

Zovelen van ons hebben nog het licht, dat zij niet kunnen doven, hoe hard ze ook blazen. Dat vuur moet oplaaien, vonken en naar elkaar overslaan. 

Stop met opkijken naar vijandige instanties, bedelen om fooien bij het rijk of wachten op menselijkheid bij duivels die kleine zeiknatte kinderen in hun zwembroekje de Novemberochtend in jagen omdat hun ouders geen QR code hebben. 

Stop met wachten tot social media figuren of politici jouw problemen gaan oplossen. Ga op zoek naar elkaar. Leg lijnen, vorm groepen, vind kracht bij echte mensen. 

Wij moeten dit zelf doen.

Ga samen wandelen of sporten. Geef elkaar werk. Vorm nieuwe bedrijven, nog voor de ontslagbrief op de mat valt. Zoek nieuwe manieren om aan voedsel en warmte te komen. Koop bij goede winkels en boerderijen en help elkaar de vloek van uitsluiting te verzachten. 

Breek de grenzen van jong en oud, van rijk en arm, van Moslims en Christenen. In deze strijd staan vrije mensen schouder aan schouder onder één hemel.

Begin vandaag. 

Zij rekenen op onze verdeeldheid. 

Wij rekenen op elkaar.  

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Liever met jullie in de hel, dan met Hugo in de hemel.

Proverbs 13:9

Om mij heen zie ik veel aangeslagen mensen. 

En ook ik, ouwe kickbokser, voel na iedere hatelijke pestconferentie, een doffe pijn. De klap van de high kick die je wel aan ziet komen, maar toch dwars door je handschoen, door je kop dreunt. 

Toch is het vrij eenvoudig om ook na de zoveelste diep hallucinante gebeurtenis van de afgelopen tijd, lichtjes te zien in het pikkedonker. Als zeevonk in de nachtelijke golven, vuurvliegjes in een duister woud. 

Ik zie het zo. 

De wereld was tot onlangs een speelplein vol kinderen.

De meesten van hen, leuke, stoere, sociaal, dartele spring in ’t veldjes. Die kris kras door elkaar renden, met elkaar knikkers ruilden, tikkertje speelden en waarvan de stoersten doktertje speelden in de bosjes. 

Maar er stonden ook, verscholen aan de randjes, eenzame creeps, die iedereen meed als de pest, omdat ze spinnen hun pootjes uittrokken en uitgeputte hommels vertrapten. Hatelijke egoïstische vrekjes, die diep in hun capuchon, droomden van macht over het hele plein, bij het uitblijven van vriendjes en meisjes om te zoenen. 

Een groepje misfits dat de koppen bij elkaar stak en een doortrapt plan bedacht. Een plan vol misleiding, dreiging en doodsangst, dat ze tot in de puntjes uitwerkten.

Een briljant plan, dat warempel slaagde. 

Maar waarin?

Want de rotzakjes hebben dan wel de macht over het speelplein, maar ze hebben alle leuke kinderen naar het fietsenhok gejaagd, waar inmiddels alweer volop wordt geleefd en lol gemaakt.

Daar in het halfdonker vinden de vriendengroepjes elkaar, worden nieuwe spelletjes bedacht, leiders gekozen en feestjes gegeven. 

Daar ontstaan nieuwe schoolkrantjes, toneelstukjes en worden knikkers geruild voor voetbalplaatjes.  

Daar in het duister gaan lichtjes aan, die je in het daglicht niet zo duidelijk zag. 

En de nieuwe heersers? Zij staan de baas te spelen op een uitgestorven vlakte, zonder lach, zonder warmte en zonder mooie meisjes.

Zij zijn de heersers van een ijskoude plek, waar alleen de zwakkelingen die ze aankunnen, de normies die nog braaf luisteren naar hun bevelen, gebogen en gemaskerd, mogen rond schuifelen, schichtig en doodsbang voor het onvermijdelijke volgende pak rammel van de machtsdronken schoolbully.

Ze zijn nu de God van het lege klimrek en de wip die niet meer wapt. De chef over een onbeweeglijke schommel en opzichter over een voetbal waar niemand tegenaan trapt.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik sta duizend keer liever in de fietsenkelder met Eva Vlaardingerbroek, Annelies Strikkers, Marianne Zwagerman en Sietske Bergsma, dan dat ik het hele plein voor mijzelf heb, gezellig samen met Hubert Bruls.

Als je het even moeilijk hebt. Onthou dan. 

Wij hebben elkaar.

En zij hebben niemand.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Sluit vrede met elkaar, voor we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

De eerste keer dat ik de blauwe, naar zwarte neigende plekken op mijn vader’s polsen zag, wist ik instinctief dat het foute boel was. 

Hij probeerde ze naarstig te negeren, te bedekken onder truien, mouwen en manchetten, maar hoe lang kun je je verbergen voor je gezin, voor je teamgenoten van het waterpoloteam én voor het noodlot. 

Heb je je gestoten Hans?

Ook de bloedbank, waar hij altijd trouw aan gaf, stuurde al een tijdje paniekerige brieven, dat hij wellicht beter even naar de huisarts kon gaan. 

En zo nam mijn gigantische, ijzersterke, ongenaakbare vader, de eerste glibberige treden naar beneden, rechtstreeks naar het koortsige duister van de medische hel. Schoorvoetend, als de gewonde leeuw die zijn poot in de schoot legt van de heilige Hiëronymus, die dit keer echter weinig voor hem kon doen. Dit was geen splinter. Dit zat overal. In iedere beenmerg- en bloedcel.  

Het staat me bij als de dag van gisteren, het bloed op zijn hoofdkussen, de vuurrode puntjes op zijn enkels, de verbijsterde hematoloog in het Radboud Ziekenhuis die tijdens zijn eerste consult, opkijkend uit zijn papieren, bezorgd aan hem vroeg: “of hij wellicht ooit had meegewerkt aan kernproeven, omdat zijn aandoening eigenlijk uitsluitend in Hirosjima en Nagasaki voorkwam.”*

Het bleek dat hij leed aan refractaire anemie, dat er voor zorgde dat de blasten in zijn bloed de plaats innamen van gezonde cellen en dat zijn platelet count kelderde. 

Het bloed van mijn vader veranderde langzaam in vervuild water, zoute ranja. De bloedcellen in zijn lijf kwamen in opstand, verdrongen elkaar en maakten elkaar het werken onmogelijk. 

Rode en witte gardisten in een koortsige strijd op leven en dood. 

Zijn lichaam had zich tegen zichzelf gekeerd. Een tragedie die uiteindelijk eenzaam en pijnlijk eindigde in een isoleercel voor beenmergtransplantatie en dit gedicht.

Wat mij zo raakt is dat ik, wat ik 30 jaar geleden met mijn zo ongenaakbare vader zag gebeuren, vol afgrijzen, opnieuw zie gebeuren in deze tijd. Onwillekeurige zelfdestructie waardoor alles van waarde, alles dat heilig is wordt vermalen en gesloopt.

Ik zie de auto immuunziekte in onze maatschappij; in onze gezinnen en families. In onze bedrijven en in onze lichamen zelf, waar onze cellen worden aangezet hun eigen gif te produceren. 

Ik zie hoe we als bevolking tegen elkaar worden opgezet, als woedende bloedcellen, die klaar worden gemaakt om onszelf te verzwakken te verdringen en uit te schakelen. 

Ik zie een strijd van vader tegen moeder. Van baas tegen personeel. Van stamgast tegen stamgast in een Leeuwardense kroeg, uitgejoeld en uitgelachen omdat ze het cafe wordt uitgezet, door mensen die nog niet doorhebben dat ze net zo hard, zo niet harder worden verneukt. Oude vrienden die elkaar beschuldigen en haten. Elkaar nu zien als ziekteverwekkers en NSB ers.

Een langzame sloop, die niet te stoppen is, omdat we ons onderling als vijanden zijn gaan gedragen, in een cynische multi dimensionale myelodysplasie. Met dolken achter onze rug verborgen om elkaar heen draaiend, loerend, wachtend op de eerste verdachte beweging van de ander.

Mijn vader was ijzersterk. Alleen zijn eigen lichaam kon hem slopen. 

En dat geldt ook voor onze maatschappij. 

Als we willen dat hetgeen we liefhebben overleeft, zullen wij snel moeten inzien, dat wij niet elkaars vijanden zijn, maar allesverzengende krachten die ons doorstralen van haat en deceptie. 

Machten die alles doen om ons tegen elkaar op te stoken, opdat we onszelf zullen verzwakken en uiteindelijk vernietigen. 

Sluit vrede met elkaar, voor het te laat is en we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

*We denken dat hij zijn ziekte opdeed bij Stork in de jaren 60, waar mijn vader als jong ingenieur betrokken was bij het doorstralen van stalen opslagtanks, in een mysterieuze afdeling; het Laboratorium Metalen Stork, waar, behalve een koperen schemerlamp met inscriptie bij ons thuis, niets meer aan herinnert. Ik schreef er, zo zag ik tot mijn eigen verbazing, al eerder een vergeten column over.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Ben je al klaar voor de grote rode truck die alleen jij ziet aankomen?

Ik hou er niet van om op mijn eigen site, mijn heiligdom, over de mRNA vaccinaties en het bizarre griezelcircus eromheen te schrijven. 

Ik hou het hier graag schoon, droog en geurend naar stervende viooltjes.

Schrijven over Covid en de rattenplaag die dat narratief in stand houdt, doe ik al genoeg op twitter net als vele anderen die doorgaans beter onderlegd zijn dan ik. 

Bovendien. De meesten van jullie zijn klaarwakker en nieuwsgierig naar alles wat erover wordt gepubliceerd. Dus wat moet ik jullie nog aan je neus hangen.

Toch is er één drukpunt, waar ik even zonder mooie krullen en slingers bij jullie op wil duwen. 

Denk even mee. 

Stel je staat midden op een snelweg met je vrienden en je geliefden 

en jij ziet als enige van de groep, door de mist, een truck die aan komt razen. 

Wat je ook doet of zegt, ze geloven je niet en ze blijven midden op de weg staan keuvelen. 

Jij springt net op tijd weg, kan misschien een of twee mensen half meetrekken naar de kant. 

Maar de hele weg ligt vol gewonden. 

Wat als jij straks de enige bent die ze kan helpen?

Heb je daar wel eens over nagedacht? 

Ik zie nu veel te veel mensen “in the know” tegelijk, massa’s alarmerende feiten en cijfers rapporteren die wijzen op iets imminent verwoestends.

Journalisten en opiniemakers die zolang ik naar ze luister eigenlijk altijd gelijk krijgen. Al is het vaak een jaar of twee later, als het te laat is: Adam Curry van No Agenda, Mike Moore van de Thomas Payne Podcast, Scott Kesterson van BardsFM en James Delingpole zijn er een paar van. 

Maar ook anders zo gedoseerde, keurige Christenvoorgangers roeren zich. Jack van der Tang en Paul Visser; Je moet hun preken absoluut geluisterd hebben. Niet alleen om hun ongekend scherpe boodschappen, maar ook om de wanhoop en het verdriet in hun stem. Deze nobele mannen vertellen geen sprookjes, ook al is hun God wellicht niet de jouwe. 

Allemaal waarschuwen ze op hun manier voor die vuurrode Mack truck met gele lichtjes en geitenhoorntjes op het metallic dak, van wie maar een enkeling de blazende toeters hoort.

En allemaal zien ze hele volkeren tegelijk midden op de snelweg staan, kromgebogen, met hun prikje in hun arm en hun mondluiertje op, die truck tegemoet schuifelen. 

Ik zie het ook. 

Maar tegelijkertijd, zie ik dat zovelen van ons, die de truck wél zien, nog geen idee hebben wat er straks van ons gevraagd gaat worden. Dat velen nog denken dat de tijd om ons voor te bereiden nog oneindig is of dat de chauffeur van de truck wel op het laatste moment de kant in zal sturen. 

Dat we iets doen, als we alleen op twitter een beetje meekwekken, de zoveelste leugenaar of troll ontmaskeren of één keer in de maand een rondje om de kerk in Amsterdam lopen. 

Helaas. Hopium is a bitch. 

Als de helft van de inktzwarte voorspellingen uitkomt, wordt straks van ons het onmenselijke verwacht. 

Wij zullen, als de tekens ons niet bedriegen, de overgrote rest moeten troosten en voeden, ondersteunen en hun lijden moeten verlichten. 

We zullen zoveel mensen moeten vergeven die ons belachelijk hebben gemaakt, voor gek verklaarden, uit hun leven verbanden of ons zelfs zorg wilden ontzeggen. 

Maar dat is wellicht nog het makkelijkste dat ons te doen staat.

Daarom is de tijd gekomen om steviger in je schoenen te staan. Geestelijk en lichamelijk. 

Of je nou 20 bent of 80. Ga bewegen. Maak je kop helder. 

Te vet? Rennen dikke! Niet morgen, vanavond nog. 

Vermijd blessures én het ziekenhuis, maar werk toe naar de best mogelijke conditie. 

Ga wandelen, zwemmen, boksen, dansen. 

Maar wat je ook doet, trek jezelf achter dat hypnotiserende beeldscherm weg, dat je het idee geeft dat je al iets doet. 

Pak een Bijbel of een ander mooi boek. Rust en leer. Word gezond, lichamelijk en geestelijk. 

Zorg voor een leeg hoofd en een volle kelder en medicijnkast. Zorg voor goede nachtrust. Stop nu met roken en te veel drinken.

Speelkwartier is voorbij. 

Zorg voor voldoende brandhout en leg contacten waarvan je weet dat je er in een crisistijd iets aan hebt. Tien op loopafstand. Honderd die je kunt bellen en duizend op sociale media.

Doe het nu. 

Ik bid dat ik straks, in mei 2022, keihard uitgelachen word om deze column. Dat de dreigende stofwolk met die twee gele lichtjes in de verte, vuurvliegjes zijn of vrolijk keuvelende fietsers in de nacht.

Maar vooralsnog vrees ik met grote vrezen.

Kom dus van je luie kont af. En doe het nu.

Als het niet nodig blijkt te zijn, ben je straks in ieder geval een beter, gezonder en gelukkiger mens geworden. En dan lach jij weer.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Ondersteun mij dan hier!

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Stop met slaafs gehoorzamen. We gaan punk nieuw leven inblazen.

P.A. Splashing Tovs Breda. Pluu. 1980. Ate. Coen. Eddy. Ik buiten beeld, zoals altijd.

Ik scheer mezelf één keer in de drie weken. Met een tondeuse.

Zo bespaar ik behalve een boel geld, flink op tenenkrommende gekwebbel van de kapper.

Alleen mijn kop moet er aan geloven, die moet kaal. 

De rest van het struikgewas mag welig tieren en krullen, de Chinese Naakthondenlook met olietjes en geparfumeerde lotionnetjes, dat is niets voor mij. 

De hele scheeroperatie is in vijf minuten gepiept.

Ik sta dan voor de spiegel met mijn oude Philips van de Blokker, die lawaai maakt als een boze elektrische heggenschaar.

Eerst zijn baard en gezichtshaar aan de beurt en daarna trek ik strakke banen van achter naar voren over mijn schedel. De kunst is om in zo min mogelijk stroken alles te verwijderen. 

Het gaat van links- en rechtsonder naar boven, tot er precies in het midden een smalle verheven baan overblijft. 

Een bejaarde para van de 101st Airborne staart me dan een moment aan vanuit de spiegel.

A man can dream.

Robert de Niro uit Taxidriver. “Are you talking to me?”

Maar ik kijk vooral recht in het gezicht van de geesten van mijn verleden. 

Terug in de tijd waarin we niet lamlendig op de bank bleven zitten, ons niet langzaam lieten slopen door vazallen van de macht. Niet lieten piepelen door de eikeltjes van de klas door welke leraar of oom agent dan ook. We hadden schijt en zij waren doodsbang. Ook al waren we amper 16 jaar.

Het was de tijd dat we op onze eigen explosieve manier in opstand kwamen tegen de verrotte uitzichtloze tyfusmongolen-maatschappij die ze ons op wilden dringen. 

Een tijd net als nu.

Maar nu is het stil. Te stil.

Ik wil die geest van 40 jaar geleden terug, toen we op onze eigen manier, in een explosie van autonomie en creativiteit vochten voor onze vrijheid en ons leven. 

De tijd dat ik met Eddie en Coentje, Ate, Jeroen, Patrick, Walter, Niels, Hugo de straten van Breda onveilig maakte en iedereen een straatje voor ons omliep. 

Eddie, onze zanger, met een dode muis, platje, op zijn jas geprikt, zijn broek steevast opsierend met de snuitsels van zijn bloedneuzen én bovendien de eerste scheurbuikpatiënt van Breda in 300 jaar, omdat hij een jaar lang alleen palingworst at. Kleine, bleke, gebeeldhouwde Ate, een cherubijntje, met zijn te grote zwarte jas en zware kettingen en twee snaren op zijn gitaar. Patrick, de snelste drummer van de stad. Ik mis het.

Wij waren Punkers. 

Echte. 

De tweede generatie, na pioniers, zoals Diana Ozon, de Rondo’s, de Ex en de briljante Dr Rat. 

De generatie die Max Matkiel vereeuwigde in zijn fotoboek Paradiso.  

Wij waren niet links zoals die rooie Amsterdammers. Maar ook niet rechts, wij waren helemaal niet politiek, maar van helemaal niemand. Kwaad op iedereen. Knokkend tegen alles, inclusief onszelf en ons lichaam, dat we met liefde mishandelden, doorstaken en uitmergelden. 

Maar vooral tegen de saaie burgerlijkheid. De landerige truttigheid, de eindeloze verveling, de uitzichtloze werkeloosheid en een bom die ieder moment kon vallen. 

Anarchisten 14+

We maakten onze eigen kleren en sieraden. Sliepen in kelders en telefooncellen. Schoren en beschermden elkaar.

We begonnen punkbandjes, voor we ook maar één noot konden spelen. Met gitaren waarop net zoveel snaren lagen, als je kon stelen; desnoods uit een piano, het donderde niet. Als er maar een gruwelijke herrie uit kwam. 

En al konden we niets. We stonden wel in het Paard van Troje en de Stokvishallen, onze longen uit ons lijf te krijsen in het voorprogramma van MDC, de favoriete band van Kurt Cobain. We trokken een spoor van puin en herrie door het hele land.

De afgrijselijkheid van de tijd, maakte dat wij onze eigen gemeenschap creëerden, waar de burgertjes doodsbang voor waren. Een herkenbare wereldwijde gemeenschap, waar je altijd terecht kon, altijd welkom was en altijd kon blijven slapen of eten, overal in Europa. 

We staken als een nest fel gekleurde horzels af tegen de grijsheid van de tijd. 

En niemand deed ons wat. 

Steeds langer aarzel ik voor ik mijn mohawk afscheer. En steeds vaker vraag ik me af of de tijd niet gekomen is om die hanenkam door te laten groeien, vuurrood te verven met lakverf en deze in spikes op te steken naar de hemel.

En misschien doe ik dat ook wel. Dat zullen de buurtjes in het Spiegel vast dolletjes vinden.

In ieder geval gaan wij, vijftigers, maar weer een band beginnen; Patrick en ik. 

Omdat de jeugd van nu liever gehoorzaam in de rij staat voor testjes, met mondluiertjes door schoolgangen schuifelt of zich laat betalen om met blote tietjes voor het klimaat te demonstreren.

Onze punkband gaat Frikandel heten. 

Want iemand moet het goede voorbeeld geven. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Internet blackouts, tekorten, noodsituaties. Hoe bereid je je voor op de aanstormende rode truck?

Het is alweer bijna vergeten in de mêlee van de nieuwe dag, maar de massale uitval van internetdiensten gisteren, zit me helemaal niet lekker. 

Dit ging veel verder dan de servers van Zuckerberg en zijn vette dochters Whatsapp en Instagram. 

Dit gebbetje raakte ook banken en overheidsinstellingen. Onder anderen DigiD in Nederland.

Natuurlijk was het hilarisch dat de steppende quinoavreters van Facebook niet eens hun eigen spiegelpaleis in konden komen, omdat de pasjes op hetzelfde systeem draaiden, maar het was tegelijkertijd ook beangstigend. 

Wat is er allemaal nog meer gekoppeld en kwetsbaar als delen van het internet uitvallen? De beademing van je oma? Het gaspedaal van je Tesla? Kernreactoren? Luchtafweersystemen?

“Experts” staan voor een raadsel hoe dit kon gebeuren. En dat is maakt het alleen maar enger. Zeker als je beseft dat werkelijk alles tegenwoordig is gekoppeld aan hetzelfde netwerk waar gisteren nonchalant een enorme hap uit werd genomen. 

Van tankstation tot ziekenhuis. Van melkfabriek tot nooddienst. Banken, verzekeraars, telefoonbedrijven, alles hangt aan hetzelfde dunne draadje. Maar wie is de giftige spin die zo nonchalant het hele web vernielt?

Wat mij betreft ruiken de gebeurtenissen van gisteren iets te veel naar een generale repetitie in de stijl van Event 201.

Een volgende Stufe in de opmaat naar de Great Reset. 

Maar of die actie van gisteren nu een Kriegsspiel van aspirant Reichsführer Schwab was, die de gebeurtenissen van gisteren pontificaal voorspelde -zoals de mensen uit zijn club alles voorspellen wat ze met ons uit gaan vreten- een actie van whitehat hackers of een daad van cynische blackhats op zoek naar data om mensen mee af te persen, het doet er eigenlijk niet toe. 

Wij, de normale mensen, die met zijn allen aan dit zijden kabeltje hangen, zijn hoe dan ook het bokje als het systeem plotseling instort of omver wordt geduwd.

En het enige dat wij kunnen doen is ons zo goed mogelijk voorbereiden om het volgende bedrijf in dit duivelse theater te overleven. 

Ik zal heel kort opschrijven wat ik, op basis van gezond verstand, kan bedenken. 

De grap is dat het meeste dat je echt nodig hebt, maar heel weinig kost. En als de storm over waait kun je altijd je eigen voorraden verkleinen door ze op te eten of te gebruiken.

En ik nodig jullie graag uit om in de comments, jullie inzichten en tips te delen. 

Haal voor een maand eten in huis. Lang houdbaar. Koffie, bonen, meel, chocolade en rijst. Pindakaas en honing. 

Koop een vriezer. Of twee als je er plaats hebt en vul deze met hoog calorisch voedsel zoals vlees.  

Heb je een baby? Zorg voor melkpoeder en luiers.  

Zoek uit of er ergens in je buurt schoon water stroomt. 

Vul sowieso een paar jerrycans met drinkwater.

Zorg dat je auto altijd is afgetankt en goed is onderhouden.

Haal veel kaarsen, lucifers en haardhout in huis. 

Zorg voor voldoende medicijnen, vitamines en verband. 

Als je bang bent voor ADE, verdiep je dan in de vele natuurgeneeswijzen die rondgaan op internet. Baat het niet dan schaadt het niet. 

Regel alcohol, tandpasta, vrouwenspullen en zeep.

Begin zo snel mogelijk met een moestuin. Dat kan al op je vensterbank. 

Bewaar boeken, LP’s en DVD’s. Gooi oude recorders en spelers niet weg. 

Zorg voor voldoende warme kleren en wasmiddel.

Zorg dat je elkaar weet te vinden buiten de grote sociale media systemen. Gettr en Gab zijn onafhankelijk en zouden kunnen blijven staan.

Regel een oude Nokia vol nummers. Maar noteer ook weer belangrijke gegevens op papier.

Regel schoolboeken voor je kinderen en een Bijbel ( ja, lach maar).

Regel oude werktuigen. Zagen, multi-tool, hamers, schroevendraaiers. En een hengel.

Zorg voor een generator of koppel een batterijsysteem aan je zonnepanelen. 

Neem een grote hond. Of twee. 

Zorg dat je zelf in optimale conditie bent. 

Oh, en laat het WC papier maar zitten.

Zo nou jullie!  

Ik ben even boodschappen doen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een demonstratie is niet genoeg als je de monsters wilt verdrijven.

Zondag vierde ik mijn eerste “covid demonstratie lustrum” in Amsterdam. Op de Dam, waar het qua grimmigheid en dreiging een stuk knusser was dan op het Museumplein, het veld waarvan het malse gras na het getrappel van hordes paarden en geplet onder de grove banden van blauwe busjes, zelfs opnieuw moest worden ingezaaid. 

In een dik uur zag ik, geplakt tegen de zijmuur van het Paleis, in de kletterende regen, een eindeloze stroom mensen aan me voorbij spoelen. Veel meer dan 25.000 zielen, zo leek het, maar tellen was nooit mijn sterkste punt.

Indrukwekkend was het wel.

Er was iets uitzonderlijks dat deze klaterende menselijke waterval vol kleurige paraplu’s verbond. Deze rivier van gestalten met hun enorme verscheidenheid in leeftijd, kleur en sociale klasse. Deze hele mensheid, variërend van dronkenlap tot directeur. Van schattige kleine meisjes in roze regenjasjes tot oudjes in rolstoelen. 

Er was iets dat ze bond, buiten hun afkeer tegen QR codes en medische apartheid en hun hunkering naar vrijheid. 

Ik kon er gisteren zo niet opkomen, maar nu zie ik het.

Ik heb geen kwaad gezien.

Geen agressie, geen gebalde vuisten.

Alleen de regendruppels vormden tranen op de uitgelaten gezichten. 

De stoet kenmerkte zich door een ontwapenende vrolijkheid, die ik niet kon rijmen met de geselende stortbuien en blijdschap die zich om de paar minuten ontlaadde in een ontroerend oorverdovend gejuich.

Het leek op Jericho. 

Maar de muren van de dictatuur staan nog recht overeind.

Er gebeurden mooie dingen.

Zo kwam er een dame naar me toe, die me vertelde dat mijn stukken haar hoop gaven. “Het is andersom mevrouw. U loopt hier in de stromende regen. U bent degene die mij energie geeft.” Dat had ik natuurlijk moeten antwoorden, maar er kwam zoals gewoonlijk alleen een schaapachtig “dankjewel” of zoiets uit mijn mond. 

Ik omhelsde een vriendinnetje, dat ik dertig jaar niet had gezien. Had een mooi gesprek met een wildvreemde en had tevreden naar huis kunnen gaan, met mijn druipende, als een stekker balende hond, maar er bleef iets knagen.

I don’t want to rain on your parade.

Wat ik gisteren zag, gaf me 25000 sprankjes hoop en moed, maar met rondjes door Amsterdam lopen, gaan we deze strijd niet winnen. 

Ondanks alle “positive vibes” die je voelt als met je neus middenin zo’n uitgelaten optocht staat, zien de miljoenen mensen thuis voor de buis iets anders.

Het lavenlegioen van RTL en NOS, de kuddes gekochte journalisten en cynische opiniescharrelaars zullen er alles aan doen om deze demonstratie en de ook de volgende en de volgende, aan de grijze massa op de driezitsbank te verkopen als een bruine berg stront, vol racisten, terroristen en moordlustig schorem, zoals ze dat eerder deden op het Museumplein en in Washington op 6 januari. 

Ze zullen een miniem detail pakken en dat eindeloos uitvergroten, gesauteerd met ronkende teksten als extreem rechts, tuig en terrorisme.

Wie herinnert zich niet het incident van de boeren die de deur van het provinciehuis in Groningen licht beschadigden of het moment dat ze balorig rondreden met een onbeholpen grafkist. Het werd uitvergroot tot epische proporties. Het terechte boerendoel werd snel vergeten, maar de nare geur van geweld en dood bleef nog lang hangen aan de boerenstand.

Zo machtig zijn de media.

Maar ook als er helemaal niets gebeurt, zoals deze zondag, vinden ze wel iets om vijfentwintigduizend lieve mensen, één slechte naam te geven. Een vervelend T-shirt of een ander attribuut waar ze hun spin aan op kunnen hangen, volstaat.

En dan nog, zelfs als alle demonstranten zich zouden gedragen als modelburgers met ANWB regenjassen, gekamde haren en gepoetste schoenen en iedereen geurde naar viooltjes, zouden ze er niet voor terugdeinzen om een figurant tussen de mensen te zetten, die even iemand op zijn bek slaat of zijn rechterarm uitsteekt voor de klikkende NOS en RTL camera’s. 

Alles, zodat Yoeri Albrecht, Eveline Rethmeijer, Rudy Bouma en Bart Nijman maar een week lang “Schande” en “Tuig” kunnen krijsen. 

Het probleem is dat wij, de kletsnatten, wel beter weten, maar de miljoenen thuisblijvers niet. 

Zij zitten op een main stream media dieet zonder “blckbx” en krijgen uitsluitend te zien wat Hilversum en het Algemeen Dagblad ze voorkauwen.

En dat beeld schreeuwt alleen: “Bij deze literblikken bier op straat gooiende rotzakken en tegen de muur aan plassende viezeriken met hun galg, wil je niet horen.” 

Vandaar dat de beweging die de straat op gaat om te demonstreren tegen de medische apartheid maar niet wil groeien, terwijl de repressie en de dictatuur voortwoekeren als nooit tevoren.

Niemand wil een wappie zijn.

We zullen het anders moeten doen als we ons land willen “de-monstreren” Als we willen dat er iets verandert is een rondje hossen om de Oude Kerk niet genoeg. 

We zullen anders tegen “demonstreren” aan moeten kijken. En er een andere invulling aan moeten geven. 

Demonstrare, betekent niets meer of minder dan aantonen. “laten zien”. 

Wij mogen niet langer onze positieve energie en onze kennis bewaren voor elkaar, ons enthousiasme niet reserveren voor ons rituele uitje in Amsterdam of Den Haag. Hoe gezellig het ook is.

Als we echt iets willen veranderen, moeten we iedere dag als 25000 ambassadeurs van rede, liefde en vergevingsgezindheid, gaan demonstreren in onze eigen omgeving. 

Niet door leuzen te schreeuwen of keihard te juichen, maar door deel te nemen aan het debat, door te ons uit te spreken tijdens borrels en gemeenteraadsvergaderingen, door onze vinger op te steken tijdens ouderavonden. Door op onze eigen schoolpleinen, in ons eigen bedrijf, op onze eigen feestjes en in onze eigen buurt verbindingen leggen en elkaar’s geluid versterken. Door steeds te laten zien hoe het zit. En te laten zien dat we de dictatuur niet pikken. 

Geladen met kennis waar zoveel mensen van verstoken blijven, moeten we steeds opnieuw onze vingers durven zetten in de gapende scheuren van het afbrokkelende covid en qr narratief. En iedereen uit de hypnose halen die daar ook maar een beetje voor open staat.

Geduldig de boosheid en uitsluiting trotseren en gaandeweg mens na mens de schellen van de ogen laten vallen. 

Het confronteren van je eigen moeder of je collega’s, het opstaan tijdens een schoolvergadering of discussies voeren met je voetbalteam vereist meer moed, dan het trotseren van een peloton M.E’ers, maar alleen door iedere dag te demonstreren tussen de mensen waar we van houden, jagen we de monsters weg uit Nederland. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

In Enkhuizen trappelt het zieke Paard van Troje.

Steun de burgers van Enkhuizen in hun strijd tegen de tirannie!

Enkhuizen. Een dromerig stadje, tussen IJsselmeer en Markermeer, waar de kiezelige lucht van rivierwater zich mengt met de oliegeur van motorschepen. 

Een kalme plek, waaraan de randstedelijke waanzin van alledag voorbijdrijft als een klassieke zeilboot door de spiegelende havens. Waar het leven onverstoorbaar verder ruist, zoals de bladeren van de dikste treuriep van Nederland, aan de vijver van het Snouck van Loosenpark. 

Maar schijn bedriegt. 

Zoals de Duivel, in het lied van Charlie Daniels, uitgerekend het slaperige Georgia uitkoos, op zoek naar zielen om te stelen, koos hij dit keer het trotse stadje Enkhuizen als proeftuin voor zijn list en bedrog.

Er lijkt, zoals zo vaak, bedrieglijk weinig aan de hand. 

In Enkhuizen wordt zoals ieder jaar een klassiek volksfeest gehouden; de Harlinger Harddraverijdagen. 

Een onschuldig feest, waarvan het parcours dwars door het pittoreske stadje leidt; een binnenstad waar gewone mensen wonen, die niet perse zitten te wachten op menigtes en druktes, toegangshekken, gehinnik en geschreeuw. Gewone mensen, die doorgaans de overlast lijdzaam voor lief nemen en zonder al te veel morren het gedraaf over hun straatklinkers toestaan. 

Het zijn vissers, geen zeikerds, die Enkhuizenaren. 

Maar dit jaar schuilen er addertjes onder het gras van de Enkhuizer vestingwallen. En de ruiters van de Apocalyps tollen in vliegende galop hun rondjes om de Dromedaris. 

In Enkhuizen trappelt ongeduldig het zieke paard van Troje.

In het kielzog van QR terreur en vaccinatiedwang is dit ooit zo onschuldige evenement tot een fuik omgetoverd. Een muizenval voor de burgers, die niet buigen voor de medische apartheidsstaat die zo voortvarend wordt opgetuigd in Nederland.

Want buiten hinder van menigtes, het niet kunnen parkeren en het lawaai, moeten de bewoners van de binnenstad van Enkhuizen dit jaar steeds opnieuw een Covid test ondergaan of hun QR code laten zien, om hun eigen straat en huis binnen te mogen. 

Na een rondje joggen, de kinderen van school halen, na iedere boodschap bij de Albert Heijn. Testen of Ausweiss! En alle bewoners moeten een geel polsbandje dragen, om hun ghetto te mogen betreden. 

De geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar rijmt altijd. 

Enkhuizer kinderen die onverwachts positief testen, mogen tijdens de draverij alleen naar huis zodra het evenement is afgelopen. Pappa en Mamma die zonder QR code terugkomen van hun werk, de test weigeren of positief blijken, mogen hun eigen straat niet in. Al staat de hond op springen of ligt er een ziek kind, thuis in bed. 

Ambtelijke droogstoppels en de locale BOA constrictors van de medische apartheidsstaat, houden tijdens de “feestelijkheden” trouw de wacht, om ongezonde elementen te weren uit hun eigen vertrouwde huizen, terwijl de gehoorzame QR laafjes naar de paardjes kijken.

De openbare buitenruimte van Enkhuizen is van de ene dag op de andere, omgetoverd tot evenemententerrein, met alle draconische maatregels van dien.

En wat morgen in Enkhuizen gebeurt, gebeurt overmorgen bij u. 

Als wij burgers van Nederland deze travestie schouderophalend toestaan, is heel Brabant straks een evenemententerrein tijdens carnaval, net als Amsterdam tijdens Koningingsdag. En is de stad waar Sinterklaas en Zwarte Piet dit jaar aanleggen, verboden terrein voor alle kindertjes zonder geel armbandje.

“Halt. Ihre Papiere bitte!”

We gaan het nog vaak horen de komende jaren.

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een bijzonder gesprek met Sietske Bergsma.

Click op het plaatje voor de Podcast met Sietske.

Als deze bizarre tijd van dwang en drang, van uitsluiting en tribalisme, één waardevol effect heeft, is dat het verschijnsel dat de kudde niet alleen uit elkaar wordt gedreven, maar dat de zwarte schapen ook nader tot elkaar komen. 

Uitsluiting leidt tot insluiting. Oude breuken leiden tot nieuwe sterkere banden. Verdrijving tot omhelzing.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Meelopers zijn doodlopers. Een wijze les voor de soldaatjes van Unmute.

Als dienstplichtig chauffeur, lichting 83-6, SSTVBAT, Chassé Kazerne Breda, heb ik een boodschap voor de partypeeps die gisteren meeliepen met de unmute demonstraties.

In mijn diensttijd had je drie soorten soldaten.

De bloedfanatiekelingen.

De schoorvoetende orderopvolgers.

En de rebellen.

De bloedfanatiekelingen waren legergroen geboren. Altijd spiegelglad geschoren, paradeerden ze als pauwen rond met hun strakke baret en door nylon kousen gepoetste kisten. Deze boys schopten het binnen een maand of zes tot soldaat eerste klasse. Sommigen zelfs tot korporaal. Hun bedje was altijd rimpelloos gespreid, hun grijze metalen kast compleet en tot de millimeter op orde met messcherpe lakens en gesteven broeken.

De rebellen, tja, dat was diametraal ander volk. Zij hadden een iets andere manier om het eentonige legerleven dragelijk te maken. Die liepen in vale lompen vol olievlekken, begooiden elkaar met groene verf voor de grap, vraten kilo’s frikandellen en spoten elkaar met de hogedrukspuit gierend zeiknat, tussen de imposante M 109 kanonnen die, zo hoorde ik achteraf ook nucleaire lading konden afvuren. 

Zij “leenden” jeeps om in de binnenstad van Breda achter de meiden aan te gaan en crossten expres veel te hard met hun jeeps door de bossen, zodat de KMS kadetjes steevast hun knar aan de dakstangen stootten. 

We gaven geen fuck. 

Op een dag was er op de kazerne ineens blinde paniek bij het kader. 

Vanuit Den Haag werd een inspectie aangekondigd, die drie dagen zou gaan duren. Een kadaverinspectie waar zelfs de kolonel bang voor was; alle bevorderingen hingen er vanaf. 

Slecht nieuws voor de soldaten? Niet voor iedereen.

De bloedfanatiekelingen hadden niets te vrezen. Zij konden eindelijk laten zien hoe goed ze waren. Zij stonden kaarsrecht, stram in het gelid. Uzi geolied en gepoetst. Jeep spic en span, schouderklopjes van de Sergeant Majoor in ontvangst te nemen.

Maar ook wij, de “rebellen”, ontsprongen de dans. 

“Wegwezen jullie, trek die gore tietenposters van de muur, pak je zooi, ik wil jullie een week hier niet zien!”

Zo werden wij één dag voor de inspectie met een motley crew van vijf onverbeterlijke gekkies op verlof gestuurd. 

De commandant wist dat er geen land met ons te bezeilen was, dat ons kloffie uit smerige dumptroep bestond en dat we alles, met liefde, voor hem zouden verpesten.

Uiteindelijk was één deel van de soldaten keihard de sigaar: De schoorvoetende orderopvolgers. De grijze massa zonder grijze massa. De mannen zonder mening. De “comply and obey” groep die sloffend deed wat ze opgedragen werd, als ze maar na 14 maanden ploeteren hun vrijheidje terug zouden krijgen.

De gedweeë meelopers van het systeem hadden een “hell week”, terwijl wij in de kroeg zaten. 

Wat toen gold, geldt nu net zo.

Half juli zagen we hoe de macht omgaat met mensen die hun vrijheid terug willen, zonder het systeem af te wijzen. Mensen die niet verder kijken dan het NOS Journaal lang is. Die de Museumpleingangers voor wappie verklaren. Die dachten dat één Dansen bij Jansen prikje, genoeg zou zijn om hun vrijheid terug te kopen.

“The night belonged to the vaccinated. But they did not say how many nights.” 

Gisteren ging diezelfde kleurrijk uitgedoste, grijze massa voor de tweede keer dansend de straat op. Ze willen weer tongen, weer raven, ze willen weer tegen elkaar opknallen in moshpits, ze willen genieten, desnoods binnen het systeem. 

De #UnmuteUs brigade willen best een QR code op hun smartphone, want dat is zo lekker makkelijk. 

Ze beseffen niet dat ze hun vrijheid daarmee definitief wegtekenen aan dezelfde duivels die ze een Summer of Festivals hadden beloofd, die nooit kwam.

Dat met die QR code hun God gegeven vrijheid een gunst is geworden van de overheid die met ze speelt als een kat met halfdode muizen. 

Ze beseffen niet dat ze vanaf dat moment systeemgevangenen zijn, die alleen bij groen licht, even door mogen leven. Met een app die nu op rood springt als ze ongevaccineerd zijn, maar straks ook omdat het klimaat dit eist, omdat er aliens zijn geland of omdat de kolonel zijn pet daar nu eenmaal naar staat. 

Dat het rode licht straks ook geldt voor winkels, scholen en dokters. 

En dat ze dan niet meer terug kunnen, omdat ze, als doktor Faustus, nu eenmaal getekend hebben voor het systeem. Dat ze, als ze met hun QR code frauderen, de wet breken, waar ze voor hebben getekend.

In tijden van dictatuur heb je twee soorten vrijheid.

De vrijheid van de kolonels en hun bloedfanatieke soldaten. De “Big Club” van George Carlin, waar jij geen deel van uitmaakt, omdat je nu eenmaal geen Oranje, Schwab of Rutte heet.

Of de vrijheid van de gekken. De rebellen. De mensen die zich niet confirmeren aan de regels en daar blijmoedig de consequenties van aanvaarden. Die bespuugd en neergeknuppeld, voor wappie verklaard en uitgestoten worden. De halsstarrigen die de narrow gate kiezen, uit Mattheus 7:13-14

Enter ye in at the strait gate: for wide is the gate, and broad is the way, that leadeth to destruction, and many there be which go in thereat: Because strait is the gate, and narrow is the way, which leadeth unto life, and few there be that find it.

En de matige middenmoot? Die denkt de vrijheid terug te krijgen door regeltjes op te volgen? Die krijgt altijd de klappen.

Dat gold op mijn kazerne en dat geldt nu.

En daarom deze oproep aan de meelopers van Unmute. 

Volg geen regeltjes, omdat je daarmee je vrijheid denk terug te krijgen.

Want uiteindelijk keert die gedweeë lankmoedigheid zich tegen je. 

Je vrijheid is al van jou. 

Het is je alleen afgenomen. 

Unmute het stemmetje in je hoofd.

Wees de baas van het systeem of verwerp het. 

Maar probeer nooit de kool en de geit te sparen, 

Wybren. 

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Schrijf je in voor de mailinglist onder aan de homepage. En please retweet en deel mijn stukken.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Vijf september 2021. Een vrijheidsfeest dat naar meer smaakt.

Ik stond die zonovergoten zondagochtend van vijf september al vroeg midden op de Dam.

Ik houd nou eenmaal niet van enorme opeengepakte menigtes, waarin je je kont niet kunt keren. En sinds de grote Hans Kok demonstratie, waar ik tussen de ME en krakers klem kwam te zitten, wil ik altijd zicht houden op een “ontsnap-steegje”.

Dat mijn hond een bloedhekel heeft aan de paarden van de bereden politie, die vaak plots als rijders van de apocalyps oprukken zodra de mensenmassa aanzwelt, speelt ook een rol. Na drie Museumplein demonstraties, dacht ik de ingesleten patronen van de uitvoerende macht wel te kennen. 

Deze kristalheldere morgen was de hoofdstedelijke sfeer echter verre van grimmig. Er werden geen stoepen of straten opgebroken voor de broodnodige klinkers, geen Molotovcocktails afgevuld, geen auto’s omgegooid. Er was geen overvalwagen of Mobiele Eenheid te zien.

Geen Romeo’s. Alleen maar Julia’s. Met strooien hoeden en gele paraplus. 

De ambiance op de Dam was surrealistisch fris, wit, met vuurrode ballonnen en partytenten. Feestelijk bijna, opgetogen, gemoedelijk. Alsof bruid en bruidegom ieder moment over het Rokin aan konden komen ratelen in een landauer.

Alles ademde een nieuwsgierige, haast kinderlijke, welwillende onbevangenheid en een stralende vriendelijkheid. En, zo zag ik later, deze ontspannen sfeer hing niet alleen die ochtend over de stad, toen iedereen nog volop ruimte had, maar ook later, tijdens de massale optocht zoals die mooi werd vastgelegd door Sietske Bergsma en Ongehoord Nederland.  

Wat maakte deze dag nou zo speciaal zo anders dan de vorige demonstraties?

Ik heb even de tijd genomen om mijn hoofd eromheen te krijgen. En vanochtend wist ik het ineens.

Dit was dé stad die ik kende uit de vroege jaren 80, toen ik als verwaarloosd ratje door haar straten schuimde.

De geest van mijn oude Amsterdam was weer even terug. Ze zweefde met wilde gele bloemen in het haar over de grachten en pleinen.

Amsterdam was voor één dagje weer die revolutionaire, vrijgevochten stad, met vrijgevochten mensen. 

Dit was het verrukkelijke Amsterdam waarvan ik dacht dat het voor altijd verloren was gegaan.

Die heerlijke vrijgevochten puinhoop, waar hippies, hoeren en junks moeiteloos mengden met gezinnetjes en normies. Waar corpsballen en punks gezamenlijk hun roes uitsliepen op een ondergekotste brug. 

Een stad zonder angst, woede en verkrampte kwaadheid.

Het Amsterdam waarin een ongrijpbare, ontastbare band alle uiterlijkheden overstijgt. En een instinctief gedeelde hang naar vrijheid alle klassen en gezindten bindt.

Net als 41 jaar geleden waren ze er weer allemaal om deze vijf september de vrijheid te vieren. In andere gedaanten, maar in dezelfde geest. De paradijsvogels, de zware shag rollers, de Jensen T Shirt dragers, de Motorduivels, de Moslims en de Christenen. Kinderen en bejaarden, TisjeboyJay én TisjeboyJandino. En Provo Thierry Baudet als Robert Jasper Grootveld, enthousiast en vrijuit sprekend vanaf een open boerenkar. 

Iedereen hield voor één dag van elkaar en van elkaars vrijheid. 

En voor het eerst sinds tijden, hield ik weer zielsveel van mijn stad. 

Dit was niet die bekrompen, vervuilde, door wanbeheer verpeste stinkende toeristenval, annex extreem linkse rijkeluisbuurt, vol rolkoffers, angstige mondluiers en kuddes omhoogkijkers*

Dit was mijn Amsterdam, het Mokum van de films van Ed van der Elsken

Dit was de eerste keer sinds mensenheugenis, dat mensen weer meer oog hadden voor elkaar dan voor hun smartphones.

De eerste keer in tijden dat de energie weer straalde uit de straten in plaats van uit Iphone opladers.

In mijn leven heb ik twee keer de Nederlandse macht, openlijk bloednerveus gezien. 

En beide keren kwam dat door gebeurtenissen op de Dam in Amsterdam.

Tijdens de gewelddadige kroning van Beatrix op 30 april 1980, zag ik de paniek in de ogen van onze lieve Prinses Juliana.

En zaterdag rook ik het angstzweet in een tweet van Jan Paternotte.

De macht is er niet chiquer of stijlvoller op geworden. 

Niet krachtiger.

En zeker niet sterker dan een volk dat meer van elkaar houdt, dan van zichzelf.

Hou je daar maar goed aan vast.

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

p.s: Nog twee kleine vraagjes, als je mijn stukken waardeert, schrijf je dan onderaan op de homepage in voor updates. En deel ze op alle sociale media. Ik heb zelf geen facebook of instagram en telegram begrijp ik niet. Retweet en plaats ze de moeder.

*Junks op roof- of bedeltocht herkennen Amsterdammers die ze ongemoeid willen laten, aan de eigenschap dat ze niet omhoog kijken.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Fluit de dictatuur terug! Morgen 12.00 uur. Dam. Amsterdam.

And the light shineth in darkness; and the darkness comprehended it not. John 1:5

Vandaag doen we het even anders. Geen mooie volzinnen, geen gesuikerde constructen. 

Ik ga de zweep laten knallen. 

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!