With engines roaring, we crash at dizzying speed, through layers of ancient traditions, customs and laws forged in centuries of experience. Rocketing through a cumulus cloud of spray poo, with our pitot tubes blocked up by lies and betrayal.
Met brullende motoren, crashen we in duizelingwekkende vaart, dwars door luchtlagen tradities, gewoontes, geschreven recht en op eeuwen aan ervaring gesmede waarheden. Tollend zwiepen we in een vrille door een cumulus wolk van spuitpoep, met door leugens en verraad verstopte pitot tubes.
Krankzinnige piloten klemmen de stick, hysterisch ratelend in hun vuisten. En duwen hard naar voren, richting aarde. Een macaber concert van chimes en bellen, wordt grijnzend genegeerd. “Pull Up” Pull Up”.
Kriskras scheren we inverted over de wereld, onze naar lysol en bitterkoekjes stinkende toverbal, die in krankzinnige bochten en hoeken dwars door het heelal stuitert. Verkleurend van roze kermissen naar paarse vrijdagen, van codes rood, naar code geel, uiteenspattend in een orgie van fietspadregenbogen en pedopaarse vrijdagen.
Leefden we maar in die gezapige roze roes van Aldous Huxley’s Brave New World, die “delicious illusion” van de Matrix, waarin de “juicy steak” tenminste niet naar meelwormen smaakte.
Of desnoods in de rigide, wreedstatige monotonie van 1984, waarin je tenminste wist waar je aan toe was.
Voor ons is War niet alleen Peace, Freedom niet slechts Slavery. Ignorance niet alleen Strength.
Als dat alles was. Wat een zegen zou dat zijn.
In onze clown world is Innocence, Guilt en Love is Hate.
Treason is Loyalty. Weakness is Power, Greed is good. Uglyness is Beauty.
Fat is Fab.
Sickness is Health.
Treason is Loyalty.
Poison is Cure.
Women are Men. Men are Pregnant.
Stupidity is Excellence. Lies are Truth.
Mark Rutte en Sigrid Kaag zijn alom geliefd, gekozen in goudeerlijke verkiezingen.
Abortus is Liefde.
Moordenaars zijn Zielig. Slachtoffers zijn Daders.
Foe is Friend. Laten we ze 86 miljard aan wapens geven en een adressenlijst van onze ondergedoken mensen. De eersten bungelen al onder onze eigen helicopters.
Kinderen zijn Moordenaars, Ziekteverspreiders. Frisse lucht is Vergif. Vergif een Zegen.
Het verbranden van bossen is goed voor de natuur. En bruinvissen red je door ze uit te roeien.
Apartheid doen we Samen.
Gelijkheid is Racisme. Alleen als je met de juiste kleur geboren bent, zwaaien alle gouden deuren voor je open. Dan mag je programma’s presenteren, prijzen winnen, columns schrijven, heldenrollen acteren. Dan krijg je subsidie. Dan mag je uit boosheid over een verkeerd gearresteerde crimineel, hele steden afbranden en zonder mondluier demonstreren zonder in elkaar te worden gerost. Dan knielt de politie voor je. En kust de paus je schoenen. Exclusief is Inclusief.
En als je jezelf anti fascist noemt, mag je in zwart uniform, gewapend door de straten marcheren, bejaarden en gehandicapten treiteren. En bidgroepjes uit elkaar slaan.
In onze draaikolk naar het bittere einde, vervloeien de heldere kleuren van Raphael en Van Gogh, tot een bruin groene modder van incompetentie, bewuste slechtheid en perverse banaliteiten. De kotszakjes in de cabine zijn tot de rand gevuld.
Onze engelen blijken monsters, onze hoogste leiders, het laagste uitvaagsel. Onze artsen gaan over lijken, wetenschappers zijn cynische zakenmensen of autistische meisjes die de zee alleen al kunnen laten stijgen, door getormenteerd te kijken.
Journalisten, columnisten, vrije kunstenaars en rebellen, blijken geobstipeerde trekpoedels van de macht.
In Brussel brult een zwijn, weggelopen uit Animal Farm, amechtig zijn bevelen. De leider van de vrije wereld is opgesloten in warrige wanen. En in Rome, de eeuwige stad, vereert de Paus op rode glimmende schoentjes zijn Beëlzebub en prijst namens Onze Lieve Heer injecties aan, die de schepping vernietigen.
Ik zoek de hemel. En zie alleen nog maar de grond.
Maar dan omgekeerd.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Een van mijn favoriete Russische liedjes heet кукушка, Koekoek. Gezongen door Полина Гагарина . Het origineel is van de bard Виктор Цой.
In кукушка legt Polina Gagarina, die in 2015 nog eervol tweede werd tijdens het Songfestival met “A Million Voices”, alle passie van een gewond volk. Het hartverscheurende trauma van miljoenen door granaten opengereten zonen, van verkrachte en voor oud vuil in een greppel achtergelaten dochters. Het diepste volksleed, dat zelfs de machtige tijd niet kan helen.
кукушка is de soundtrack van de miniserie – Битва за Севастополь- De slag om Sebastopol. Het verhaal gaat over Lyudmila Pavlichenko, een studente die vrijwillig scherpschutter wordt in het Rode Leger en met de moed der wanhoop vecht aan het hier volstrekt onbekende, maar niet minder bloederige Krimfront.
Doordrenkt van weemoed en onmenselijke moed en kracht, de hartstocht om te zonder aarzeling te beschermen wat haar lief is, vecht ze met alles wat ze in zich heeft. Zonder aan opgeven te denken. Ook al is er geen munitie.
Je hoeft de tekst niet te kunnen vertalen om de pijn te voelen die nog steeds als een dreigende mist over de oneindige Oekraïense en Russische steppes hangt.
Lyudmila weet waarvoor ze vecht, tegen welke monsters en wat ze precies te verliezen heeft.
Ik vraag me af wat dezelfde Lyudmila had gedaan in de oorlog waar wij nu middenin zitten.
Een oorlog waarin geen tanks de straten ratelen, geen schoten vallen, er geen ruïnes of loopgraven zijn om dekking in te zoeken, zelfs geen achterhuizen om je in te verstoppen.
Een oorlog waarin de vizieren gericht zijn op de liefde, vertrouwen, warme familie- en vriendschapsbanden, de hele menselijkheid, het lichaam, de geest en de ziel. Onze cellen. Ons DNA.
Deze door angstpropaganda en paniekporno opgedrongen maatschappelijke autoimmuniteit. Waarin iedereen tegen elkaar wordt uitgespeeld en opgezet. Een oorlog waarin we allemaal hetzelfde uniformpje dragen.
Een oorlog van deceptie waarin de vijand steeds achter je rug staat of net onzichtbaar in de schaduw en nooit tegenover je in een veldgrijs of zwart uniform.
Een oorlog waarin je niet weet waarop je moet mikken.
Zou de moedige Lyudmila van nu, net als zoveel burgers, ineengedoken achter in de bus zitten met haar mondmaskertje op? Zou ze in de rij staan voor haar derde prikje. Zou ze de vijand überhaupt herkennen? Zou ze geloven dat er een vijand is, of zou ze juist haar moeder verdenken die de prik weigert? Zou ze de ware vijand juist dankbaar zijn voor de bescherming tegen het levensgevaarlijke virus.
Zou ze haar handen stuk wassen?
En als ze toch door de verpestende propaganda en het ultieme verraad heen zou kunnen kijken en ze zou willen vechten, wat zijn dan haar wapens?
In de oorlog van 2021 vernietigt wapentuig alleen je eigen idealen, werkt iedere vorm van geweld glashard tegen je en kunnen zelfs verkeerd gekozen woordjes je zomaar de kop kosten. Woorden zijn de media boobytraps, waarmee je voor de hele natie aan de schandpaal kan worden gezet, ter meerdere eer en glorie van het gewenste narratief.
Het lijkt niet eenvoudig om een oorlog te vechten zonder wapens van staal en kruit, zonder soldaten en bloedvergieten, maar toch zijn zulke oorlogen en revoluties al zo vaak succesvol gevoerd.
De Sovjetunie is gevallen zonder slag of stoot. Polen ging vreedzaam om, onder aanvoering van Lech Walesa. Mahatma Gandhi kreeg het British empire op de knieën met geweldloos verzet. Martin Luther King overwon, althans voor een jaar of 40, het institutioneel racisme in de Verenigde Staten. En het geduld van de Taliban bleek sterker, dan de Russen en de drones en tanks van Bush en Obama.
Vechten in de modder, op landmijnen staan en onze ledematen verliezen. Het is gelukkig niet meer nodig. We hoeven geen tanks in brand te schieten. Of onder mitrailleurvuur door het bloed van onze kameraden te kruipen. Vechten werkt alleen maar averechts.
Maar dat betekent niet dat we gezapig op onze Covid kilo’s kunnen blijven zitten. En ieder voor zich achter de treurbuis mismoedig en depressief ons happy meal naar binnen kunnen blijven schuiven in de hoop dat de krankzinnige situatie waar wij ons in bevinden vanzelf oplost.
Dat gaat niet gebeuren.
Ook deze bloedeloze informatieoorlog, waarin leugens de rol van kogels hebben gekregen, vraagt om scherpte en inzet, bezieling en moed.
Niet van iemand anders. Maar van jou. Jij bent de Lyudmila van nu. Ik ook. Ongewapend en wel.
Deze oorlog winnen kan alleen als we massaal op durven te staan en in beweging komen. Als we net als de Engelsen, de Fransen en de Israeli, iedere week met meer mensen de straat op gaan. Als we de vijand laten zien dat we er zijn. En dat we niet opgeven. Dat we met heel veel zijn en blijven groeien.
Vijf September moeten we er allemaal staan, op de Dam in Amsterdam. Ik ben erbij.
Het kan als we vrienden en geliefden wakker schudden, zodra ze daar enigszins open voor staan, de discussie of informatie zoeken.
Door ieder scheurtje in het narratief aan te grijpen en de twijfel te vergroten.
Het kan als we alles mijden dat ons nog verder uit elkaar speelt, zoals restaurants en evenementen die vaccinaties eisen en scholen die prikbussen toelaten aanspreken.
Het kan als we luidkeels laten horen dat we het niet prikken en er desnoods voor willen lijden.
Dat we liever met zijn allen op de grond zitten dan op terrasstoelen waarop alleen het geprikte Herrenvolk mag zitten. Het is een hele kleine prijs vergeleken met de prijs die Lyudmila en haar medestrijders moesten betalen voor hun vrijheid.
Het kan als we moedige mensen uit de mainstream zoals Rosanne Hertzberger, knuffelen en aanmoedigen. Zij zijn echte helden met zoveel meer te verliezen dan wij, die toch al voor gek zijn verklaard.
Het kan als we de feestjes van de elite, die opvallend vrijgesteld van iedere regel waar wij ons wel aan moeten houden, mijden als de pest. Kijk niet, twitter er niet over! Wees geen laaf. Boycot F1 Zandvoort. Niet knielen voor debielen of voor prinsjes met een TV bril.
Het kan als we elkaar opzoeken en onze mond open doen op schoolpleinen en familiefeestjes. En niet wegduiken voor boze blikken of lafjes capituleren voor de communis opinio van de Karens.
Het kan door steeds politici en journalisten vragen te stellen, die ze liever niet willen beantwoorden. Door ze te confronteren met de keiharde feiten, die zich steeds pregnanter opdringen, waardoor ze steeds opnieuw in paniek hun narratief moeten bijstellen.
Het kan door gezonde humor te gebruiken om elkaar te ontwapenen, door mens te blijven, door liefde en vriendschap te blijven stellen tegenover aangeleerde angst en haat.
Het kan door zelfs de grootste dwaallichten te vergeven als ze eindelijk, eindelijk het licht zien. Omarm ze.
Het kan als we een gemeenschap vormen, onze gegevens met elkaar delen, elkaar weten te vinden, voor elkaar opkomen. Op elkaar leren vertrouwen, zodat we geen slachtoffer worden van het prisoners dilemma.
Het kan als we onderling kleine verschillen opzij zetten. En initiatieven steunen als Blxbx, Artsen Covid Collectief en partijen als Forum voor Democratie.
Het kan als we geen los zand zijn op het strand, met miljoenen machteloze korreltjes, maar compacte sneeuwballen die de ruiten laten rinkelen.
Maar bovenal kan het pas als wij, net als de lui die ons in deze waanzin hebben gestort, precies weten wat we willen, waar we naartoe werken. Want alleen als je weet wat je wilt, kun je er voor vechten. En precies daar zit onze achilleshiel.
Willen we terug naar het oude normaal? Met dezelfde verziekte politieke kastes, dezelfde verpestende milieu en horizonvervuiling, dezelfde Goddeloosheid, waarin ongewenste babies achteloos met het badwater worden weggegooid, hetzelfde zoute Unilevervoer. Hetzelfde waardeloze geld. Dezelfde dozen langs de snelweg? Een wereld waarin alle mannelijke kuikentjes door de hakselaar gaan?
Het is hoog tijd dat we deze existentiële discussie voeren en ons eigen nieuwe normaal vorm geven in nieuwe idealen. Een ideologisch tegenwicht aan de waanzin van Kaag, Schwab, Macron en Biden. Je moet ergens in geloven als je een strijd aangaat. Of je nou gewapend bent met geweren of met bloemen.
Al twee jaar voor Meliton Kantaria en Mikhail Yegorov de Rode de Hamer en Sikkel op de Rijksdag plantten, begonnen in Teheran de eerste gesprekken hoe om te gaan met het machtsvacuüm dat met de ondergang van Nazi Duitsland en het land van de rijzende zon zou ontstaan.
Het wordt tijd dat wij onze eigen Potsdam, ons eigen Jalta gaan organiseren. Want alleen als we een idee hebben van ons eigen nieuwe normaal, kunnen we hun nieuwe normaal verslaan.
De vraag nu aan jullie, is wat je wilt zijn…
Камнем лежать или гореть звездой? Het mooiste zinnetje uit кукушка.
Vertaal zelf maar even.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Nu de gebeurtenissen elkaar in ijltempo opvolgen, is het messcherpe inzicht van gisteren, de wijdopen deur van vandaag. En is iedere buitenissige voorspelling van nu, het lompe understatement van morgen.
Het konijnenhol blijkt steeds dieper. En in het duister lijken helemaal geen konijnen te wonen.
De decors wisselen elkaar in razend tempo af, op dit podium van een macaber wereldtheater, waarvan de roodfluwelen gordijnen zelden helemaal open worden getrokken en je maar af en toe een glimp opvangt van de ballerina’s die deze duizelingwekkende danse macabre leiden.
Er gebeurt te veel om mijn gedachten te ordenen.Maar dat ontslaat me niet van de plicht het te proberen.
Eergisteren herdacht Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat terwijl de Eerste Wereldoorlog pas anderhalf jaar geleden begon.
Vanuit onze onmetelijke welvaart, ons perfect geregelde veilige leven, waarover we af en toe mochten dromen dat deze eeuwig zou duren, werden we zonder enige waarschuwing, geparachuteerd in een vette, verraderlijke fog of war, die voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omsluiert.
Een wereldoorlog die voor ons begon met een oorlogsverklaring uit eigen gelederen; ons vertrouwde normaal zou nooit meer terugkeren, zo prevelde de bleke oncoloog met uitgestreken smoel en gevouwen handen, terwijl we een minuut daarvoor nog dachten dat we een heel leven voor ons hadden.
We schrijven inmiddels het tweede jaar van deze smerige oorlog waar geen ontsnappen aan is door eenvoudig een grens over te vluchten. Geen English Channel meer om in een roeibootje over te steken, geen geitenpaadjes dwars door de Pyreneeën, die naar de fel begeerde vrijheid en een dorstlessende kan sangria leiden.
Geen Zwitserland. Geen Argentinië of Uruguay. Opnieuw is er het neutrale Zweden, maar ook daar wordt volop geïnjecteerd met Pfizer en ModeRNA. De injectiespuit als infanteriewapen van deze tijd.
Alleen in Afghanistan is de prik verboden, maar daar heerst een andere oorlog.
Waar je ook kijkt, waar je ook luistert, overal woedt diezelfde vieze psychologische oorlog.
Van de Filipijnen tot Parijs. Van Austin Texas tot Amsterdam. Dezelfde dwang, dezelfde apartheid. Dezelfde met opgedrongen doodsangst en in verblindende verwarring gecreëerde, kunstmatige haat en nijd.
Dezelfde verpestende propaganda die ooit gezworen broeders en stammen, dorpen, gezinnen en kerken, naar de bodem sleurt, gemeenschappen tot in het diepste verscheurt en tegen elkaar opzet.
De loopgraven van deze oorlog lopen niet langs linies in het open veld, maar dwars door woonkamers, door bedrijfskantines, artspraktijken en sportverenigingen.
Dit is geen oorlog is in de klassieke zin, met bajonetten, vliegende ledematen, darmen die in prikkeldraad hangen en regens van gloeiend lood.
Het gebulder van de kanonnen die in Koersk en Normandie het offensief openden, vervangen door een diepe kristallen stilte, waarin je “eindelijk weer de vogels kon horen”.
Geen kaartentafels vol vlaggetjes. Geen paddenstoelwolk aan de lucht. Maar lege snelwegen en vreemd dansende verpleegsters. Aangestoken bosbranden en geforceerde overstromingen.
En hoewel er ook in deze oorlog weer massa’s onschuldige slachtoffers zijn, worden ze nu verborgen voor de camera’s. De duizenden bejaarden die in New York State bewust op elkaar werden gepropt om elkaar te besmetten en stierven als bromvliegen met een plastic buis in hun keel. De onbehandelde kankerpatiënten, en vele andere doodstille doden van de uitgestelde zorg, de jonge mensen en geruïneerde ondernemers, die de bloei van hun leven voor hun ogen zagen verwelken en er stilletjes een einde aan maakten. De miljoenen uitgehongerde Afrikaanse kinderen die verstoken bleven van westerse hulp, omdat alles stil lag, dus ook hun levenslijnen. De vele weggemoffelde slachtoffers van de gentherapie, die nooit het nieuws halen. Creperend met Guillain Barre, myocarditis, pericarditis, epilepsie of bloedklonters in hun longen, hersens en benen.
In deze wereldoorlog wordt gevochten met verleiding, deceptie en programmering. Met tot kookpunt aangewakkerde doodsangst, die als een gifgas door de wijken kringelt. De veldgrijze overvalwagens van toen, de prikbussen van nu.
De concentratiekampen en kazernes, smetteloos wit.
De voetsoldaten van toen, nu de massa dode zielen met grauwe koppen, die krankzinnig bang gemaakt en murw gebeukt door onophoudelijke angstporno, hun enige houvast vinden aan steeds schuivende panelen, van injecties, pcr testen, QR codes en potsierlijke decreten van leiders, waar ze in een ander leven nog geen stuiver voor zouden geven.
Arme zielen, in limbo zwevend tussen hoop en vrees, die zover zijn meegelopen met de duivel, dat ze de weg uit de hel niet meer op eigen kracht terug kunnen vinden en uit armoe, zelf de vlammende toorts maar oppakken, om mensen die de andere weg kozen, klauwend hun eigen teerput in te dwingen.
De elitetroepen van toen, nu de cynische intriganten van nu. De P.R. guru’s. Tevreden achter hun beeldschermen, grijnzend over de steeds verder verhittende gemoederen tussen goede mensen; echtgenoten, vrienden en geliefden die een halfjaar geleden nog van elkaar hielden, maar nu met woeste koppen tegenover elkaar staan, elkaar vermijdend en vervloekend voor besmettelijk of Wappie.
We zijn allemaal de onvrijwillige deelnemers aan deze wereldoorlog, waarin niet een ander volk de vijand is, maar hét volk. De hele wereldbevolking, die hopeloos verdeeld, verzwakt en tegen elkaar uitgespeeld wordt. Die genummerd en gechipt, onder de knoet moet worden gebracht van een puissant machtig netwerk van bedrijven en families, sekteleden en een Communistische Partij van wie het gedroomde systeem is afgekeken.
Een oorlog van illusies en lachspiegels. Van goocheltrucs en beroepsleugenaars die ons op alle fronten gek proberen te maken in een bullshit blitzkrieg van virussen, luchtgassen, klimaatrampen en andere onzichtbare zaken. Zoals de Stuka piloten deden met de gekmakende, oorverdovende sirene die aan hun landingsgestel was gemonteerd.
Dit is een wereldoorlog zonder legers.
Een oorlog tegen iedereen. Man vrouw én kind. Blank, Geel en Zwart. Moslim Christen en Buddhist. Overal ter wereld.
En deze oorlog is nog lang niet verloren.
Steeds meer mensen gaan vreedzaam de straat op. In Frankrijk en overal ter wereld. Het zijn er miljoenen. Terwijl de terrassen “slegs vir geprikten”, op de Champs Elysées troosteloos en uitgestorven blijven.
Miljarden mensen weigeren hun opgedrongen shot. En de pogingen om ze daar alsnog toe te verleiden worden steeds desperater. Dreigementen en smoesjes zijn botte wapens, nu juist steeds meer vernietigende informatie over de inhoud van de prik naar buiten komt, tegen een ziekte die wel heel veel weg heeft van de plots uitgestorven griep.
En ook de keuze, om zich nu vol op de kinderen te richten, maakt zelfs de volgzaamste ouders, opa’s en oma’s klaarwakker. Zelf verstoken van nageslacht en een geweten, nog nooit een navelstreng doorgeknipt, begrijpen ze blijkbaar de eenvoudigste oerinstincten niet.
Zoals ze ook de onverwoestbare band tussen mensen niet begrijpen, die ze uiteindelijk de das om gaat doen.
Nog lijken ze aan de winnende hand, door dagelijks de massamedia te vullen met opvallend eenvormige, steeds potsierlijker klinkende herhaalpropaganda, die steeds makkelijker te debunken is. Steeds diezelfde bargoense kunstkoppen met kille ogen en dito boodschappen, laten het lijken dat ze nog steeds de touwtjes in handen hebben. Nog steeds hebben ze de democratie gegijzeld en creëeren ze nieuwe wetten die hen de schijn van legitimiteit en volksvolkmacht moet geven. Maar buiten het kaders van de camera’s groeit het bewustzijn.
Het bewustzijn is het wapen.
Dit is de eerste wereldoorlog die gevochten wordt zonder wapens van staal. Een oorlog waarin geweld geen oplossing biedt en ieder schot ricocheert.
Dit is de oorlog waarin oprechte mensenliefde en een herwonnen collectief bewustzijn, jaren verdoofd door Tik Tok en PornHub, door Woke propaganda en de Kardashians, de ware wonderwapens zijn, wapens tegen een Goddeloze kracht die de wereld, Matrix-style wilde knechten en oogsten, in een diepe, liefst eeuwige slaap willen sussen. Met waardeloos fiatgeld, tranquillizers, gentherapie en een VR bril geladen met harde porno.
We hebben jullie door.
Wij zijn het vreedzame verzet dat elkaar weer zal leren kennen en nieuwe verbonden en netwerken zal smeden. Vreedzaam de stem zal verheffen, terwijl we alle straten van de steden vullen.
Wereldwijd. Dag na dag.
Het verzet, dat nooit opgeeft en kracht put uit hun gedwongen uitsluiting, dat niet angstig vasthoudt aan het oude dat ze dreigen af te nemen, maar alles in de strijd gooit en opnieuw durft te bouwen.
Het verzet dat iedere twijfelaar wakker maakt en iedere spijtoptant vergeeft en omarmt, hoe diep deze ook vastzat in het web van leugens dat voor ons allemaal gesponnen werd.
Het verzet van miljoenen dat tot miljarden aangroeit en iedere dolende ziel welkom heet in het legioen van warmbloedige mensen die doorzien wat hier gebeurt.
En hen helpt hun uniform van angst af te leggen.
Het verzet van de wakkeren.
De wakkeren die deze tirannie minzaam afwijzen en elkaar omhelzen alsof we elkaar voor het eerst zien voor wat we zijn.
Allen geschapen in het evenbeeld van God.
Onbetaalbaar en niet te knechten.
Vind je mijn werk belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Foucault: in the peripheral ring, one is totally seen, without ever seeing; in the central tower, one sees everything without ever being seen.
Zal ik jullie eens wat zeggen.
Ze gaan het niet redden. Het Vierde Rijk gaat er niet komen.
Tenminste, niet nu.
Ze hebben alles tot in perfectie uitgedacht en in vele tientallen jaren uitgewerkt tot in de kleinste duivelse details.
Van 5G tot surveillance drones, nanomachines en botswarms, van onderhuidse chips tot politierobots en alles monitorende apps. Van duizenden gedetailleerde Covid protocollen, die in februari 2020 al klaar lagen voor gebruik, tot Sustainable Development Goals in bedrieglijk frisse lentetinten.
Ze hebben al smoezend en smiespelend, voor zichzelf een briljant panopticon gecreëerd met de wereldbevolking, bibberend in hun celletjes, achter tralies gesmeed van angst voor onzichtbare deeltjes.
Zij hebben, zichzelf almachtig wanend, pontificaal in de schijnwerpers achter de knoppen gezet, in het epicentrum van gevangenisplaneet Aarde. Miljarden zielen, als krioelende vliegjes, op één handige monitor te volgen, vanuit de controlekamer, waarin ze zichzelf onaantastbaar wanen.
Wat hebben ze hard gewerkt. Wat zitten hun plannen en schema’s slim in elkaar. Die wereldwijd gecoördineerde en perfect getimede angstcampagnes, die koelhuizen afgeladen met gentherapieën, de opgekochte pers en media en omgekochte sterren en influencers.
Wat een duivels respect verdient het wereldwijd uitschakelen van de parlementaire democratie en het kalt stellen van eigenwijze artsen, wetenschappers en regeringsleiders door chantage, dreiging, verzwijging, omkoping en ongelukjes.
Hoe briljant, het vileine divide et impera, dat sociale structuren ontkracht en hele gemeenschappen verlamt uit angst voor een virus.
Aan alles hebben ze gedacht in hun splendid isolation.
Maar één minuscuul detail zijn ze vergeten.
Ons.
De zich met goud en geld lauwerende elite, ontwikkelde in al haar hubris, een blinde vlek voor de creativiteit, de strijdbaarheid, de intelligentie en de nieuwsgierigheid en het Goddelijke in ieder mens. Zij konden zich de kracht van het individu, laat staan het collectief, eenvoudig niet meer voorstellen en zagen een kudde slachtschapen zonder wisdom of the crowd, zonder power of the herd.
Sheep, ready to be herded and culled at will.
Het is de onnozele arrogantie die Lodewijk de Zestiende en zijn Marie Antoinette de marmeren halzen kostte, omdat ze zich eenvoudig niet konden voorstellen dat het vulgus, het grauw, het domme plebs, de sansculotten zouden samenklonteren en al hun pracht en praal in een orgie van revolutionair geweld zouden verwoesten.
In hun blinde, hautaine autisme, is de elite vergeten een draconisch apparaat op te tuigen met karabijnen en knuppels, met verklikkers en bloedhonden, dat groot genoeg is om de kuddes te beheersen als deze met miljarden tegelijk op hol slaan.
Er is geen Gestapo van betekenis, geen Sicherheitsdienst of Grune Polizei. Er zijn geen miljoenen elite soldaten die een bloedeed hebben gezworen. Geen monsters die hun zwarte uniformen dragen en voor hun ogen in de maat stampen en de pleinen laten dreunen.
Er zijn geen beulen die de angst voor een verkoudheidsvirus kunnen vervangen voor de angst voor marteling of executie.
Het is hun blinde geloof in bezweringsformules, medialeugens en toverspreuken en hun eindeloos vertrouwen op de kracht van systemen, protocollen, propaganda, wetenschap en technologie, die hen de das van ruw touw om zal doen.
In hun arrogantie van vertrouwelijke denktanks, Chatham House onderonsjes en Bilderberg conferentiezalen, dachten ze met smoke and mirrors als wapens weg te komen.
Het zal niet voldoende blijken. Want behalve de ontbrekende knoet die de tirannie in leven houdt, zijn ze de Wunderwaffe vergeten in te zetten, die essentieel is als je een volk tot slaaf wil maken of vernietigen.
En dat is liefde.
En is geen enkele hartstocht voor hun ideeën. Geen enthousiaste massa’s zoals op de partijdagen in Neurenberg of het Sportpalast in Berlijn. Geen kip strekt haar arm naar hen omhoog. Geen Meine Ehre heist Treue. Niemand sneuvelt met een glimlach om zijn mond voor deze afgrijselijke mensen.
Ze hebben weliswaar een onmetelijke massa met een stijve rechterarm gecreëerd, maar door een injectie en niet uit enthousiasme voor hun ideeën, laat staan hun afstotelijke persoonlijkheden.
Hun voorvechters en ambassadeurs zijn zonder uitzondering gekocht, medeplichtig, misleid of gechanteerd en die arme zielen zien er steeds bleker en ongelukkiger uit.
Het Derde Rijk bewees al dat een heel volk zich uitsluitend uit oprechte liefde naar de slachtbank laat leiden.
Ze zijn vergeten ons aan hun kant te krijgen, alvorens ons van kant te maken.
Dat is hun fatale fout.
Er komen aldoor meer barsten in hun verhaal, waar de waarheid genadeloos doorheen sijpelt.
Het wachten is op het moment dat het volk dat nu nog braaf in hun cellen zit, zich realiseert dat hun tralies niet uit ijzer zijn gesmeed, maar uit misleiding en leugens.
Dat ze straffeloos hun cel uit kunnen stappen, ondanks de waarschuwingen die uit de luidsprekers galmen.
Dat er maar een paar bewakers zijn. Met kippenekjes en spaghetti armpjes.
Ik zou niet met de elite willen ruilen.
Zij hebben de belangrijkste instructie uit hun handboek niet begrepen.
“But it was all right, everything was all right, the struggle was finished. He had won the victory over himself. He loved Big Brother.”
Om opstandigheid te smoren is onvoorwaardelijke liefde essentieel.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
U wist het wellicht nog niet, maar we bevinden ons midden in een periode die vroeger bekend stond als de hondsdagen, de heetste tijd van het jaar, waarin iedere hond verplicht een muilkorf om moest of in de bloedhitte aan de ketting werd gelegd, uit angst voor hondsdolheid.
Vandaag voel ik me precies zo’n beest, vol energie en leven, dat onbezorgd over het strand wil dartelen en in de branding achter een bal aan wil springen, dat vrij met zijn puppies wil ravotten, kluiven wil begraven.
Een hond die in plaats daarvan, in een heet, donker psychotropisch stinkhok ligt te zweten, aan een onzichtbare stalen ketting van qr codes, testen, mondkapjes, prikken en steeds krankzinniger wordende regeltjes.
De mond gesnoerd tussen vetleren banden.
Een vernederd beest in de kracht van zijn leven, die het erf over wordt geschopt door wrede machtsgeile menners, bezeten van bijgeloof en inktzwarte bedoelingen. Gewetenloze opzichters die sponzen goudbruin bakken in braadvet, in de hoop dat ik ervan ga smullen en daarna ga drinken tot mijn maag explodeert.
Sadisten die kalfsworstjes voor mijn snuit bungelen, alleen om deze weg te trekken, zodra ik er uitgehongerd naar hap.
Dat gevoel van een onzichtbare knelband om mijn nek, die stukje bij beetje wordt ingesnoerd en mij het ademen steeds meer belet. Die ketting die alleen af en toe een paar tandjes losser gaat, om hem daarna grijnzend nog strakker aan te halen. Je zou er vals van worden.
Gelukkig ben ik geen hond en weet ik dat bijten, nog minder oplost dan blaffen en grommen.
En besef ik heel goed, dat het vermoeden van hondsdolheid, ook nu je lot bezegelt met een spuitje dat al je zorgen oplost.
Maar ik zou sommige baasjes wel adviseren, anderhalve meter afstand te houden.
Zeker tijdens de hondsdagen.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Naast het onschuldige wij, het wij van jou en mij, van gezin en samenzang, het geborgen wij van het selecte gezelschap, de broederschap van commando’s en de verschoppelingen van “Wir Kinder von Bahnhof Zoo”, het wij onder wier warme rok je kunt schuilen, het wij van “safety in numbers”, is er ook een kwaadaardiger wij.
Ik noem het maar even: “Het wij dat iets van mij wil.”
Dat begint klein met het het wij van de hele middag met elkaar discussiëren over wat “wij” samen zullen gaan doen. Wandelen of zwemmen. Of toch maar gezellig bowlen? Het wij van het troosteloze resultaat, omdat niemand zin had in kegelen, maar we het toch zijn gaan doen om maar van het gezeur af te zijn.
Het wij van het onbevredigende compromis op iedere niveau.
Het wij van de middelmaat. Van de afgunst die alles dat schittert, naar de mediaan trekt. Het gemakzuchtige wij, dat vele wat actieveren onder ons wel herkennen. Het wij van de dringende oproep dat wij iets moeten organiseren of betalen, dat wij de straat op moeten gaan en in verzet moeten komen. Dat wij dat als puntje bij paaltje komt altijd neerkomt op mij. Omdat de grappenmaker die zo’n oproep doet, altijd klaar staat met een excuus om zelf niet mee te hoeven doen; het wij van de Japanse piloot die zelf geen stap naar voren doet, maar achteraf de kamikaze van zijn collega bekritiseert, omdat zijn Zero het dek van de Yorktown op een haar na heeft gemist.
Het wij dat jouw rechten, goederen en geliefden opeist via de weg van de gekaapte consensus.
Het wij van dát hebben wij nu eenmaal zo afgesproken. Het wij dat over mij beslist dat ik mijn autogordel om moet doen, niet mag roken en drinken en geen drugs mag gebruiken.
Het wij dat voor mij beslist dat het prima is om zelf in de deplorabele staat van ons land, golven vreemdelingen toe te laten terwijl iedereen kan zien dat Nederland bomvol is.
Het wij dat mij wijs probeert te maken dat stikstof een bedreiging is, terwijl niemand vindt dat stikstof een bedreiging is. Het wij dat 700 miljard belastinggeld, van jou en mij, aan Italië, Duitsland en Frankrijk overmaakt. Landen die rijker zijn dan wij.
Het wij dat voor mij beslist dat wij een avondklok moeten invoeren, omdat wij er blijkbaar collectief de logica van inzien dat een virus zich nu eenmaal houdt aan strikte avond en morgenstonden.
Het wij dat mij en mijn geliefden een niet werkend en ongezond mondkapje opdringt.
Het wij dat mij wijs probeert te maken dat dit land nog nooit zo veilig was, terwijl vijf keer per dag kleuters elkaar hier afsteken voor een lolly.
Het wij dat de zwarte tempel bouwt, tussen wiens pilaren de Duivel zelf zich graag zo verschuilt.
Dat staat te juichen terwijl de heksen worden verbrand. Het wij dat de schouders ophaalt, als de Joden worden afgevoerd.
Het Wir, daß es nicht gewußt habe.
Het wij dat het een goed idee vindt om onze kleuters via schooltv te leren hoe je moet vingeren en elkaar moet aftrekken. Het wij dat promoot dat onze tieners zich ombouwen als ze maar even twijfelen over hun geaardheid. Het wij dat hun ongeluk en onvruchtbaarheid viert, met vlaggetjes en speciale feestdagjes. Het wij dat prikbussen op schoolpleinen zet, om mijn kinderen tot een gentherapie te verleiden, buiten mijn zicht en instemming om.
Het wij dat me wijs wil maken dat ik slecht ben, vanwege mijn huidskleur en sekse.
Het wij in wiens rangen je kunt schuilen in je bruine hemd en je zwarte laarzen.
Het wij van het wegkijken en de dreunende unisono van de spijkerzolen.
Het wij dat zonen opeist voor een ijskoud steppegraf.
Het van bovenaf geforceerde opgefokte wij, dat leidt tot wij tegen zij en zelfs tot wij tegen wij.
Павел Трофимович Морозов kent vele nakomelingen. Dat bewijst de DDR.
Ik ben niet van het opgedrongen wij.
Het wordt al snel het wij van de Wannsee.
Het wij van Wir van Wir Fahren, Wir Fahren gegen England.
Het wij van de Jonestown Temple in Frans Guyana.
Het wij dat wel raad weet met mijn vrijheid,
geld,
bezit,
en gezondheid.
en zich uiteindelijk afvraagt “wat het met de kinderen zal doen.”
Hoed je voor het wij dat iets van jou wil.
Als iemand dat zou moeten weten, dan is het Wierd Duk, kenner van DDR en Sovjet Rusland.
Jezus zei geen wij. Daar had hij vast een reden voor.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Het Gooi van de imposante villa’s, de labradoedels, de klassieke Weekend Porsches en de papsen en mamsen die een topadvocaat bellen als hun zwakzinnige Sterre niet naar het Willem de Zwijger college mag.
“Afblijven” zo twitterde Georgina Verbaan kortaf, toen Geert Wilders, de zelfdestructieve Jazz zangeres Amy Winehouse herdacht in een onschuldig tweetje.
En met dat ene woordje eigende zij zich iets toe dat universeel zou moeten zijn. Menselijkheid, medeleven, herdenken en troost.
Een afgekeurd mens, mag geen gevoel hebben. Laat staan gevoel of compassie tonen. De boeman mag niet laten zien dat ook hij kan treuren over een tragisch lot, dat ook hij muziek mooi vindt. Zeker als zijn smaak overlapt met die van Georgina Verbaan, het góéde mens, de gezalfde.
Monsters moeten monsters blijven.
Niet lachen naar kinderen. Niet genieten van bloemen of muziek. Dat is voor de goede mensen.
Goede mensen met gevoel.
Het herdenken van Amy Winehouse door Wilders, besmeurt Georgina’s nagedachtenis en smaak.
Haar veilige binaire mensbeeld, waarin zij de Hemel vertegenwoordigt en de ander de Hel. Het onmenselijke. Het ondermenselijke. De Untermensch.
“Herdenken.”
Wat betekent dat eigenlijk?
Voor mij is herdenken niets meer dan “her denken”, het steeds opnieuw tot leven brengen van wat nooit vergeten mag worden, opdat het minder snel herhaald wordt. En ik er in ieder geval niet argeloos aan meewerk.
Ik herdenk iedere dag de hel die mij het naast aan het hart ligt. Dat ben ik, vind ik, verplicht aan de meer dan honderdduizend Nederlandse Joden die in een paar jaar tijds pijnlijk efficient en vrijwel zonder burgerlijk verzet zijn weggevoerd naar hun destructie, de biomassa centrales van Treblinka en Sobibor.
Nederland, mijn land, mijn volk, stond erbij en keek er naar. Goede mensen.
Mijn Nederland roofde hun huizen, hun kunst en bezittingen.
Verkocht ze gele sterren en treinkaartjes naar de kampen. Stempelde hun Ausweiss met een J, leverde ze uit voor een paar rijksdaalders de neus. Goede mensen die anderen zonder al te veel omhaal kunnen ontdoen van iedere menselijkheid. Goede mensen, zoals Georgina.
“Die Menschlichkeit gehört das Herrenvolk.”
Ik herdenk iedere dag door studie en contemplatie, uit respect maar ook zodat ik de vege tekens kan zien en de patronen leer herkennen, die leiden tot door laarzen met ijzerbeslag, platgetreden, van bloed doordrenkte paden.
Ik herdenk iedere dag. En daardoor kan ik zien dat we, weliswaar niet dezelfde, maar toch soortgelijke paden opnieuw zijn ingeslagen.
Weer worden onschuldige groepen mensen weggezet als ziekteverwekkers. Opnieuw worden we tegen elkaar opgezet door schreeuwende koppen in kranten, politici en talking heads op TV. Opnieuw wordt groepen onschuldige mensen, de toegang ontzegd tot zwembaden en theaters, restaurants en strandstoelen. Opnieuw is er die hatelijke Ausweiss, nu met een J die er uitziet als een sneeuwbui. Opnieuw praat men in Zwitserland over een ster, die nu een stickertje is.
Ook nu geen genade voor kleine kinderen en oudjes.
Ook nu is er het ontmenselijken, het schamperen. Ook nu zijn er de valse grapjes, die net zolang grapjes zijn tot ze bittere werkelijkheid worden.
Ook nu de Nederlanders die bij het minste beetje tegenwind overstag gaan en het hoofd buigen voor de Duivel.
Ook nu de cynische koopmansgeest van hufters die munt slaat uit polarisatie en haat, juist in een tijd dat liefde, broederschap en wederzijdse vergeving van onschatbare waarde zijn.
Ook nu zijn er gloednieuwe concentratiekampen.
En dan zijn er mensen die bezweren dat we toen en nu niet mogen vergelijken!
Meestal vergezeld van de vreselijkste ad hominems en scheldpartijen.
Ik ben het niet met ze eens.
Vergelijken is ijken.
Vergelijken is leren.
Vergelijken is ingezette sporen doortrekken en volgen waar deze toe leiden.
Maar vergelijken is wel iets anders dan gelijkstellen.
Ik zal nooit de hel van de Shoah gelijkstellen aan de waanzin die nu wordt opgetuigd; dat het inktzwarte pad van de medische apartheid in een volstrekt andere hel eindigt, dan die van 80 jaar geleden is me wel duidelijk. Net zoals de ijshel van de Goelags, anders was dan het stinkende inferno van Rwanda. En die was weer anders dan de hel van de heksenjacht.
Het is meer dan lomp dat sommige mensen, uit onmacht en blinde frustratie teruggrijpen naar de Jodenster om hun ongerustheid te tonen over wat er op dit moment met hen gebeurt.
Die gele ster is heilig. Het is een symbool van een hel die niet de onze is. Een symbool waar we geen recht op hebben.
Maar wat anderen op hun beurt moeten onderkennen, is dat er geen exclusiviteit berust op onmetelijk leed.
En dat een hel niet perse dezelfde vorm hoeft aan te nemen, om gruwelijk te zijn.
Mark Twain sprak ware woorden. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar ze rijmt altijd.
En op de rijm van vele geschiedenissen kan je feilloos aan zien komen, wat er aan het eind van het liedje te gebeuren staat.
Laten we hopen dat de weg naar de nieuwe hel snel doodloopt.
Tot die tijd blijf ik herdenken én vergelijken, alsof mijn leven en alles dat ik lief heb er vanaf hangt.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Niet iedere schrijver heeft blijkbaar een duivels genoeg karakter, om door Boekhandel Los geboycot te worden.
Jan Dijkgraaf noemde mijn schrijfstijl ooit, “gestolde woede”.
Ik heb dat altijd prachtig gevonden. “Gestolde woede”.
De ijzeren nasmaak van een wraak die ijskoud en tergend traag wordt opgediend en stolt aan de lepel als frituurvet in de sneeuw.
Nu, jaren later, twee dochters verder, de zachte wijsheid van de ouderdom, en de Here Jezus, die mijn pad kruiste en mij de weg toonde, ben ik een milder mens. Vooral voor mijn vijanden.
Maar dat betekent niet dat ik door iedere droogstoppel met me laat sollen.
Ga in dat kader mee op boekenavontuur naar Boekhandel Los te Bussum, gelegen aan de rand van mijn reservaat, het Spiegel, de lommerrijke wijk waar de NSB zo welig tierde.
Maar eerst een inleiding.
Als niet wufte, ongesubsidieerde, cis gender man die zijn piemel met alle toebehoren nog heeft, is het dichterschap een kwetsbaar pad om te lopen.
Je geeft je bloot tot in de bilspleet van je hersens. Open voor ieder gif, voor alle venijn.
Maar dat viel even tegen.
Mijn debuutbundel Olga is nu bijna een maand uit. En de vele reacties zijn me eerder te ontroerend, te eensluidend lief.
Zo positief dat ik langzamerhand snak naar dodelijke kritiek en onredelijk vals geschamper.
Zo makkelijk mag het dichterschap niet zijn!
Ik snak naar het lijden van de jonge Werther. Het boeren onbegrip.
Er moeten toch auteurs, recensenten, journalisten te vinden zijn die het boekje vreselijk vinden.
Kitsch! Anton Pieck! gestoord, lelijk, amateuristisch of erger nog… …“leuk”.
Maar zelfs Peter Breedveld, doorgaans de man met de scherpste zaag tussen mijn stoelpoten, doet er het zwijgen toe.
Zou het dan toch een kutboekje zijn?
Er moet toch een Volkskrant,Trouw of VPRO redacteur te vinden zijn die Olga met jurk en al door het riool wil spoelen?
Genegeerd worden is pijnlijker dan verbrand te worden op de BebelPlatz.
Maar ter zake.
In het kader van de zelfpromotie en de ongezouten mening van een boekenprofessional, trok ik gisteren welgemoed op pad om bij de lokale tempel van het geschreven woord, Boekhandel Los, eens te informeren of ik, als beginnend schrijver die drie straten verderop woont, een paar exemplaren van Olga in de winkel mocht leggen.
Er zijn nu eenmaal buurvrouwen die liever door de machtige binnenstad van Bussum flaneren, dan online te bestellen. En wie, zo dacht ik, wil er niet gezien worden terwijl je met een Russische prinses de mooist bordeauxrood geverfde winkel van Bussum uit schrijdt?
Ik werd door een magere jongen met een dikke bril achter een nog dikkere plexiglas ruit gewezen op de baas, gezeten achter een soort glazen loket. Ik erheen.
Ik zal de baas niet pakken op zijn priemende middenstandsoogjes en de onverdraaglijke hautaine uitstraling van een “Bussums intellectueel”, een eenoog, dus koning van een cultureel wasteland waar Saskia Noort en Ilja Gort worden gezien als grote schrijvers en Ozcan Akyol wordt gevierd als de Rebel des Vaderlands. Zo ben ik ook weer niet.
Een curieus gesprek ontspon zich.
“Hoeveel korting krijg ik?” Was de eerste vraag van Cor. Nog voor iets van Olga gezien te hebben, wier omslag op de site van het boekenhuis even later tot een goedkeurend geknor leidde.
“Kan ik het boekje inzien?”
“Ik kom het morgen brengen.”
“Ok, tot morgen.”
Vandaag was het morgen.
Dus pakte ik Olga bij haar hoedje en ging goedgemutst op weg, legde Beer, mijn hond aan de ketting liep het heilige der heiligen binnen.
Cor stond midden in de winkel, het werk van Kluun, Martijn Krabbé en ander hogere literatuur kaarsrecht te zetten.
Ik overhandigde hem trots mijn prinses in hardcover.
Maar de sfeer betrok meteen.
Hij keek naar de prinses alsof ze in haar onderbroekje had gepiest.
“Ik heb je even gevolgd op twitter.” Zei Cor alsof hij me betrapte op een knipselmap vol kinderporno.
“En wat ik daar las, daar werd ik niet blij van.
Dus hier is is je boekje terug, ik wil het hier niet hebben”.
Zonder ooit een woord er in te lezen.
Ietwat uit het veld geslagen vroeg ik Wiersma of hij de inhoud van een dichtbundel soms kan beoordelen aan de hand van de mening van de dichter?
Dit ten overstaan van enkele kakmadammen, duidelijk niet gewend aan enige stemverheffing, die geschokt opkeken uit hun Linda’s.
Ook Wiersma was ook wat uit het veld geslagen. Onrust moet je niet hebben. Dat is bad for business.
En Olga kreeg dus wederom niet een recensie, waar ik zo op had gehoopt, maar ik zelf. Een bar slechte.
Geen plek voor mij in het rijtuig der deugdzaamheid.
Nu is het uiteraard het goed recht van Cor Wiersma om mij alles te weigeren* wat hij maar wil.
Het is en blijft zijn winkel. En hij is een God in het diepst van zijn stellingkasten. Hoe los van God dan ook.
Maar het verbaast mij wel dat mijn Kamp van Adolf Hitler, de autobiografie van Mussert, de zelfgeschreven geschriften van Lenin en Stalin en de boeken van Richard Klinkhamer, die toch zijn vrouw vermoordde, gewoon op voorraad liggen bij die chique Boekhandel Los te Bussum.
Blijkbaar ben ik een slechter mens dan de Führer.
Het wachten blijft op de eerste echte recensie voor Olga.
Wie maakt me los?
*U kunt Olga overigens wel gewoon bestellen bij Boekhandel Los, ze mag alleen niet in de winkel liggen. “Erst kommt immers dass fressen, dann die moral”. Berthold Brecht kende Wiersma blijkbaar al wat langer.
Van de boekhandel moet ik het dus niet hebben!
Maar gelukkig zijn jullie er. Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Gisteren was het weer zo ver. Het zoveelste twitteroorlogje, met meninkje tegen meninkje. Beledigingetje tegen doodswensje, verontwaardigingtje tegen geschoktheidje.
En het ergste is.
Ik deed er nog aan mee ook.
Basta.
Het is tijd om ons te realiseren dat als we onze bajonetten op elkaar blijven richten, we alleen maar inspelen op de perfide agenda van de kracht die we eigenlijk moeten aanspreken.
En die macht is niet de dwalende lul die iets doms zei op het stompzinnige Facebook.
Dat is niet die boze huisvrouw met een spuit en een regenboog in haar twitterbio.
Niet die dwalende toetsenbordridder, die ’s nachts ligt te woelen over zijn twijfels en worstelt met zijn geweten.
Niet dat borderline meisje die uit ongeluk en eenzaamheid ook maar wat uitkraamt, als ze in Godsnaam maar ergens bij mag horen. Of die ijzeren Hein, die doodsbang klem zit zit in de echokamer van zijn eigen gelijk; met zijn bordje diepvriesspinazie op zijn knieën woest berichtjes tikkend en endorfine beloninkjes scorend door likes en hartjes.
Wij gedragen ons keer op keer als marionetten. En degenen waar we onze kritiek en ons vilein op zouden moeten richten, zijn de poppenspelers; de cynische intriganten, die boven onze hoofden alles doen om ons te verdelen en tegen elkaar op te zetten, als Hutu’s tegen Tutsi’s.
Ze leggen de machetes voor ons klaar.
Ze maken onze geestjes rijp.
Ze zijn heel goed in wat ze doen.
Wij zijn hun soldaatjes, hun kemphanen, hun vechthonden.
En zolang we met boze koppen en geslepen rieken tegenover elkáár staan, ontspringen zij de dans.
Divide et impera.
We kunnen niet langer vanuit onze modderige loopgraven op elkaars kop blijven mikken. De ene met een punt op zijn hoofd en de ander met een platte helm, We mogen niet opnieuw dezelfde fouten maken. En miljoenen doden verder met een half gezicht naar huis terugkeren. De ene naar Frankfurt, de ander naar Liverpool.
Terwijl de aanstichters altijd veilig buiten schot blijven, sigaren rokend in hun Chesterfields.
Zou er één frontsoldaat uit de “Frische Frölige Krieg” zich hardop hebben afgevraagd waarom er een miljoen mannen moeten sneuvelen aan de Somme, omdat ene Gavrilo Princip, één aartshertog Frans Ferdinand naar de andere wereld hielp?
Waarschijnlijk wel, miljoenen keren. Maar in stilte, moedeloos mompelend bij de bunkerkachel of in bed bij moeder de vrouw, het houten been leunend tegen de sponde.
Als we nou eens buiten die kooi konden kijken, die ring waarin we geplaatst zijn om elkaar af te slachten.
Als we onze stemmen nou eens zouden gebruiken, zoals Joshua werd opgedragen, toen hij voor de poorten van Jericho stond.
Eén overdonderend gejuich uit alle kelen…
…en alles is binnen zeven dagen anders.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
De menselijke kudde heeft een blinde vlek voor slechtheid. Het scherp van het slagersmes, wensen zovelen niet te zien.
Als een kracht te diabolisch is, treedt collectief een geestelijk gif in werking dat ons verlamt en velen van ons tot het uiterste uitdaagt, om alles dat overduidelijk het pure kwaad is, tot het bittere einde te vergoelijken.
De massa kiest vrijwillig om dikke lederen oogkleppen op te zetten, die pas worden afgerukt, als de poort van het concentratiekamp ruimschoots is gepasseerd.
De sluipwesp spuit ons, nietsvermoedende rupsen, vol met haar eitjes, waarvan de larven vervolgens onze vet en ingewanden, langzaam maar zeker van binnen wegvreten, tot er een chitine schilletje overblijft, dat wegwaait in de wind.
In de Tweede wereldoorlog stond half Amsterdam te klappen en bloemen te gooien toen de bezetters in hun Krupp Protzes, BMW’s en Horches triomfantelijk over het Damrak en het Rokin rolden.
Zo erg kon het toch niet worden? Zoals de melkboer in Soldaat van Oranje zei “ze gaven nog een fooi ook”.
Zo’n honderdduizend gedeporteerde Joden later, begon de hongerwinter.
Nu het vierde Rijk wordt gebouwd, zien we precies hetzelfde patroon.
De New World Order en hun contemporaine “Heil Hitler” dat nu vrolijk “Build Back Better” heet, wordt afgedaan als een hersenspinsel, een samenzweringstheorie van gekken, terwijl de speeches en geschriften, waarin de perfide plannen openlijk en tot in detail worden besproken, zich opstapelen tot de blauwe hemel en de eerste concentratiekampen al operationeel zijn.
“You will own nothing and you will be happy.”
You? Dat zijn wij.
Opnieuw worden dissidenten voor gek verklaard en gedemoniseerd door de massa, terwijl de dictatuur middels een verstikkend tapijt van wetten, propaganda en verordeningen grijnzend over iedereen wordt uitgerold. Hans en Sophie Scholl zouden ook in deze tijd, door de goede burger, aan hun oorlelletje, worden uitgeleverd aan de bevoegde instanties. Opgeruimd staat netjes.
Ze vormen, ook in full vision of impending doom, nog steeds de meerderheid; de fatsoenlijke schapen, die haast huppelend de vrachtwagen inrennen, met de zoveelste gifspuit die hen de vrijheid zou teruggeven nog in de poot. Op weg naar de rust van het inktzwarte niets. De troost van koele meren.
De rest van de kudde die nog even door mag knabbelen aan de dorre pollen, berooid, maar dolgelukkig achterlatend in een mist van happy drugs en “vaccins”.
Nu heeft de duivel altijd de neiging haar hand te overspelen. Hubris is een van haar zwakste punten. De Duivel leest gelukkig geen Sun Tzu.
En daarin, die fatal flaw of evil, schuilt mijn laatste hoop op een collectief ontwaken. Een einde aan de silence of the lambs.
Want ik ben benieuwd hoe pappa en mamma reageren nu de gelakte tengels van Beëlzebub zich openlijk uitstrekken naar hun lammetjes.
Hun bloedjes. Hun Sterre en Tijmen. Hun oogappels. Hun kostbare lievelingen.
En dan heb ik het niet eens over de bloedpropprik, waar zoveel ouders, zelfs na Kjeld Nuis en die Deense voetballer, nog steeds met alle vier de bokkenpootjes intuinen.
Maar over The San Francisco gay men choir. Volwassen kerels, die met heldere, spottende stemmetjes, precies uit de doeken doen, wat ze met onze kinderen van plan zijn.
Ze komen ze halen.
Net als Adolf Hitler ooit deed met de Joden, maken ze geen geheim van hun intenties. Ook al dragen ze geen zwart of veldgrijs, maar vrolijke regenboogkleuren. Ook al kijken ze niet bars en schreeuwen ze bevelen, maar zingen ze liefjes liedjes. Het is hetzelfde duivelsgebroed.
“We are coming for them. We are coming for your children.”
Ik heb er over getwijfeld of ik dit gesprek ook op deze site zou zetten. Maar ik doe het wel.
Omdat zoveel mensen bezig zijn met precies dezelfde tocht die ik afleg. Een nauw kronkelpaadje, waaraan ook ik pas begonnen ben. En dat dit gesprek je misschien een beetje kan helpen, zoals het mij helpt om te praten en te luisteren.