
Hoewel ik de dronkemansavonturen uit mijn studententijd doorgaans liever in de borrelende doofpot houd en mijn drang tot discretie, doorgaans succesvol vecht met mijn instinct jullie te amuseren, voel ik me, nu ik gisteren in “Botsende Wereldbeelden”, een opmerking maakte over Koning Willem Alexander en zijn door mij versmade verjaardagsfeestje, toch geroepen een lollige, wellicht zelfs waargebeurde, in liters bier verzopen anecdote met jullie te delen.
En ik doe dat graag in Tonke Dragt stijl. Met een brief aan de koning.
Beste Willem, We kennen elkaar niet en ik wil ook niet anders beweren. We zijn elkaar in een ver verleden slechts een paar keer tegen het lijf gelopen en hebben terloops elkaars hand geschud. Tijdens een gala op de trappen van Tuschinski en in een studentenhuis aan de Heiligeweg in Amsterdam, waar we een paar vrienden van vrienden gemeen hadden en een paar keer in één ruimte lauw bier uit hetzelfde krat hebben gedronken.
Ik ben dat niet vergeten, jij vast wel. Dat vergeef ik je graag. Ik was één van zeer velen. Jij was die éne, die vergeefs uitstraalde dat je alleen maar één van die zeer velen wilde zijn.
Maar ik heb je wel een beetje discreet gadegeslagen natuurlijk. Je deed me, zowel qua postuur en houding, denken aan mijn broer. Groot en stevig, nonchalant, maar je had ook iets ernstigs en je had de gereserveerdheid die je vaak ziet bij mensen, waar anderen altijd iets van willen. Ik vond je wel koninklijk materiaal.
Je leek me de vriendelijkheid zelve, goed opgevoed, zonder teveel uitbundigheid. Relaxed met een zweem van melancholische verwondering. Geen plurk. We hadden vrienden kunnen zijn in een ander leven en een andere tijd.
Je voelde je duidelijk op je gemak tussen de stapels afwas, de tafel vol asbakken en het afgeragde bankstel, en was opvallend minder opgeblazen en pompeus dan de zwerm van grijnzende hermelijnvlooien die, uit pure vriendschap, opvallend onopvallend, zo dicht mogelijk om je heen krioelde.
Misschien herinner jij je nog dat afgrijselijke en snoeiharde optreden van een bar slechte punkband, midden in de nacht, midden in de gemeenschappelijke kamer van dat iconische studentenhuis? Dat “optreden” dat tot ergens in de De Lairessestraat de tegels uit de straat dreunde met vals gejengel?
Ik hoorde later het vuige gerucht dat er die avond een hele bijzondere blonde uitsmijter aan de deur stond. “Dit is mijn feestje” zou die imposante man, de, overigens zeer terecht, gealarmeerde agenten, te verstaan hebben gegeven, waarna ze afdropen en het wanstaltige concert ongestoord nog uren door de Amsterdamse stegen mocht blijven dreunen.
Ik was de bassist van die bedroevende band, waarvan de bezopen drummer, steeds langzamer ging spelen als een aflopende Hema wekker en de zanger, amechtig “Grote Tieten” in de microfoon schreeuwde.
Ik had een prima indruk van je en heb je verdedigd waar ik kon. Maar dat deed ik de laatste jaren wel steeds vaker met diep gefronste wenkbrauwen.
Immers, toen jij paniekerig, voor oude vrouwen en kinderen uit, het hazenpad koos, op het moment dat de Damschreeuwer het op een brullen zette, verdiende dat geen ridderorde wegens betoonde moed, laat staan een Elfstedentocht medaille. Dat je, zo vermoed ik, die arme man langer liet opsluiten dan een gemiddelde verkrachter of doodrijder, maakt het plaatje er niet koninklijker op.
Ook de waxinelichtjeshoudergooier had wat mij betreft van jou op een royaal gebaar mogen rekenen.
Zwakkeren en geestelijk invaliden verdienen medelijden en zorg, geen wraak van een almachtig en hooggeboren man.
Hoe Edwin de Roy is behandeld, is beneden ieder peil.
Maar later vond je me toch weer aan je kant, toen je de Gele Hesjes een hart onder de riem stak tijdens je Kersttoespraak.
En toen je 4 mei 2020, alle protocollen, het ongetwijfeld imposante gesis van Rutte en het gestampvoet van de wilde wijven om je heen negeerde en je voor één keer een echte koning toonde, was ik blij verrast. Ik had het goed gezien. Jij stond in deze strijd aan onze kant. Jij was onze koning.
Je vertelde het verhaal dat tot vandaag resoneert in mijn ziel en weerkaatst op de ijskoude gebeurtenissen van de afgelopen twee oorlogsjaren en de waanzin die we ons toen nog amper konden voorstellen.
Wij niet, jij wel.
Het verhaal van Jules Schellevis die de eeuwige woorden sprak:
“Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?”
Hoe vaak zijn woorden van deze strekking niet verzucht de afgelopen twee jaar Willem?
“Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten. Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder.
Niet meer naar het zwembad mogen.
Niet meer mogen meespelen in een orkest.
Niet meer mogen fietsen.
Niet meer mogen studeren.
Op straat worden gezet.
Worden opgepakt en weggevoerd.”
En zie, de afgelopen twee jaar werden opnieuw voor onwrikbaar genomen vrijheden verboden, werden er onschuldige mensen, zoals Medisch Specialist Jan Bonte en Dirigent Valeri Gergiev ontslagen en anderen zelfs om hun mening opgesloten, zoals Willem Engel.
Net als in de tijd van Jules Schellevis.
En verder sprak jij de koninklijke woorden:
“niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.”
De tekst ademde jouw innerlijk verzet en het diepe afgrijzen voor wat komen ging.
De tenen van Rutte moeten van ergernis zijn gebroken in zijn lakschoenen bij het aanhoren.
Maar waarschuwen is niet genoeg als je koning bent, beste Willem.
Je toonde je een Hansje Brinker die zijn vinger uit de dijk trok en een vage waarschuwing roepend, doodgemoedereerd naar Griekenland vertrok, zijn dorpsgenoten in verwarring achterlatend, terwijl hij kon weten dat zovelen binnen de kortste keren zouden verzuipen.
Toen wij je nodig hadden, was je er niet.
Toen die bibberende kindertjes van ongevaccineerde ouders, zich buiten moesten aankleden, hebben we niets van je gehoord.
Die vrolijk geschminkte kleutertjes, opgetogen over de komst van de Sint en Zwarte Piet, die door een dikke NSBer achter een zwart scherm werden gezet. Je hebt er niets over gezegd.
Al die kerngezonde sporters die naar hun borst grijpend, neervallen op het gras of het gravel. Sommigen dood anderen voor het leven getekend, ik heb je er niet over gehoord.
De oproepen van sterren en politici om ongevaccineerden uit te sluiten en artsen uit hun ambt te zetten. De scheldpartijen, de dreigingen?
Van jou geen woord.
Die oude onderdaan rennend voor zijn leven op het Museumplein, met een politieknuppel zwiepend naar zijn hoofd.
Jij zweeg.
Dat meisje dat door een waterkanon tegen een muur werd gespoten en een schedelbasisfractuur opliep.
Jij hebt haar niet opgezocht in het ziekenhuis.
Die politiebus die op het malieveld een demonstrant aanreed. De honden vastgebeten in de armen van gillende mensen. De steeds weer neerdalende knuppels. De fraude, de verdorrende bejaarden, de kinderen gek van eenzaamheid, angst en verveling. Je hebt ze maar bar weinig opgebeurd. Terwijl het toch jouw volk is.
Er waren zoveel gelegenheden waar een half woord van jou wonderen had gedaan en je er liever het zwijgen toedeed.
Je had jezelf onsterfelijk kunnen maken als je voor je volk was gaan staan, we hadden je omarmd en op het schild gehesen.
Maar jij nam er nog ééntje op een Grieks terras, terwijl jouw Maxima kirrend op schoot ging zitten bij de Ernst Stavro Blofeld, die al dit fijns voor ons heeft georganiseerd.
Al met al “Not a pretty picture.”
Willem,
Iedereen heeft recht om zijn eigen feestje te vieren.
Jij uiteraard ook.
Net als dertig jaar geleden op de Heiligeweg aan Amsterdam
Maar jouw feestje is het onze niet meer.
We zijn er niet eens voor uitgenodigd.
Ik wens je een fijne verjaardag.
#VierGeenKoningsdag.
Ik zou zeggen, besteed de centen die je uit zou geven aan mierzoete tompoucen en giftig Oranjebitter eens aan een arme schrijver. Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
























