Category: Opinie

Een Oranjefeestje is geen keuze, als de Koning van schaamte rood zou moeten kleuren. 

Hoewel ik de dronkemansavonturen uit mijn studententijd doorgaans liever in de borrelende doofpot houd en mijn drang tot discretie, doorgaans succesvol vecht met mijn instinct jullie te amuseren, voel ik me, nu ik gisteren in “Botsende Wereldbeelden”, een opmerking maakte over Koning Willem Alexander en zijn door mij versmade verjaardagsfeestje, toch geroepen een lollige, wellicht zelfs waargebeurde, in liters bier verzopen anecdote met jullie te delen. 

En ik doe dat graag in Tonke Dragt stijl. Met een brief aan de koning.

Beste Willem, We kennen elkaar niet en ik wil ook niet anders beweren. We zijn elkaar in een ver verleden slechts een paar keer tegen het lijf gelopen en hebben terloops elkaars hand geschud. Tijdens een gala op de trappen van Tuschinski en in een studentenhuis aan de Heiligeweg in Amsterdam, waar we een paar vrienden van vrienden gemeen hadden en een paar keer in één ruimte lauw bier uit hetzelfde krat hebben gedronken. 

Ik ben dat niet vergeten, jij vast wel. Dat vergeef ik je graag. Ik was één van zeer velen. Jij was die éne, die vergeefs uitstraalde dat je alleen maar één van die zeer velen wilde zijn. 

Maar ik heb je wel een beetje discreet gadegeslagen natuurlijk. Je deed me, zowel qua postuur en houding, denken aan mijn broer. Groot en stevig, nonchalant, maar je had ook iets ernstigs en je had de gereserveerdheid die je vaak ziet bij mensen, waar anderen altijd iets van willen. Ik vond je wel koninklijk materiaal. 

Je leek me de vriendelijkheid zelve, goed opgevoed, zonder teveel uitbundigheid. Relaxed met een zweem van melancholische verwondering. Geen plurk. We hadden vrienden kunnen zijn in een ander leven en een andere tijd.

Je voelde je duidelijk op je gemak tussen de stapels afwas, de tafel vol asbakken en het afgeragde bankstel, en was opvallend minder opgeblazen en pompeus dan de zwerm van grijnzende hermelijnvlooien die, uit pure vriendschap, opvallend onopvallend, zo dicht mogelijk om je heen krioelde. 

Misschien herinner jij je nog dat afgrijselijke en snoeiharde optreden van een bar slechte punkband, midden in de nacht, midden in de gemeenschappelijke kamer van dat iconische studentenhuis? Dat “optreden” dat tot ergens in de De Lairessestraat de tegels uit de straat dreunde met vals gejengel?

Ik hoorde later het vuige gerucht dat er die avond een hele bijzondere blonde uitsmijter aan de deur stond. “Dit is mijn feestje” zou die imposante man, de, overigens zeer terecht, gealarmeerde agenten, te verstaan hebben gegeven, waarna ze afdropen en het wanstaltige concert ongestoord nog uren door de Amsterdamse stegen mocht blijven dreunen.

Ik was de bassist van die bedroevende band, waarvan de bezopen drummer, steeds langzamer ging spelen als een aflopende Hema wekker en de zanger, amechtig “Grote Tieten” in de microfoon schreeuwde. 

Ik had een prima indruk van je en heb je verdedigd waar ik kon. Maar dat deed ik de laatste jaren wel steeds vaker met diep gefronste wenkbrauwen. 

Immers, toen jij paniekerig, voor oude vrouwen en kinderen uit, het hazenpad koos, op het moment dat de Damschreeuwer het op een brullen zette, verdiende dat geen ridderorde wegens betoonde moed, laat staan een Elfstedentocht medaille. Dat je, zo vermoed ik, die arme man langer liet opsluiten dan een gemiddelde verkrachter of doodrijder, maakt het plaatje er niet koninklijker op. 

Ook de waxinelichtjeshoudergooier had wat mij betreft van jou op een royaal gebaar mogen rekenen. 

Zwakkeren en geestelijk invaliden verdienen medelijden en zorg, geen wraak van een almachtig en hooggeboren man. 

Hoe Edwin de Roy is behandeld, is beneden ieder peil.

Maar later vond je me toch weer aan je kant, toen je de Gele Hesjes een hart onder de riem stak tijdens je Kersttoespraak. 

En toen je 4 mei 2020, alle protocollen, het ongetwijfeld imposante gesis van Rutte en het gestampvoet van de wilde wijven om je heen negeerde en je voor één keer een echte koning toonde, was ik blij verrast. Ik had het goed gezien. Jij stond in deze strijd aan onze kant. Jij was onze koning.

Je vertelde het verhaal dat tot vandaag resoneert in mijn ziel en weerkaatst op de ijskoude gebeurtenissen van de afgelopen twee oorlogsjaren en de waanzin die we ons toen nog amper konden voorstellen. 

Wij niet, jij wel.

Het verhaal van Jules Schellevis die de eeuwige woorden sprak: 

“Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?”  

Hoe vaak zijn woorden van deze strekking niet verzucht de afgelopen twee jaar Willem?

“Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten. Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder. 
Niet meer naar het zwembad mogen. 
Niet meer mogen meespelen in een orkest.
Niet meer mogen fietsen.
Niet meer mogen studeren.
Op straat worden gezet.
Worden opgepakt en weggevoerd.”

En zie, de afgelopen twee jaar werden opnieuw voor onwrikbaar genomen vrijheden verboden, werden er onschuldige mensen, zoals Medisch Specialist Jan Bonte en Dirigent Valeri Gergiev ontslagen en anderen zelfs om hun mening opgesloten, zoals Willem Engel. 

Net als in de tijd van Jules Schellevis. 

En verder sprak jij de koninklijke woorden: 

“niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.”

De tekst ademde jouw innerlijk verzet en het diepe afgrijzen voor wat komen ging. 

De tenen van Rutte moeten van ergernis zijn gebroken in zijn lakschoenen bij het aanhoren.

Maar waarschuwen is niet genoeg als je koning bent, beste Willem.

Je toonde je een Hansje Brinker die zijn vinger uit de dijk trok en een vage waarschuwing roepend, doodgemoedereerd naar Griekenland vertrok, zijn dorpsgenoten in verwarring achterlatend, terwijl hij kon weten dat zovelen binnen de kortste keren zouden verzuipen. 

Toen wij je nodig hadden, was je er niet. 

Toen die bibberende kindertjes van ongevaccineerde ouders, zich buiten moesten aankleden, hebben we niets van je gehoord. 

Die vrolijk geschminkte kleutertjes, opgetogen over de komst van de Sint en Zwarte Piet, die door een dikke NSBer achter een zwart scherm werden gezet. Je hebt er niets over gezegd. 

Al die kerngezonde sporters die naar hun borst grijpend, neervallen op het gras of het gravel. Sommigen dood anderen voor het leven getekend, ik heb je er niet over gehoord.

De oproepen van sterren en politici om ongevaccineerden uit te sluiten en artsen uit hun ambt te zetten. De scheldpartijen, de dreigingen? 

Van jou geen woord.

Die oude onderdaan rennend voor zijn leven op het Museumplein, met een politieknuppel zwiepend naar zijn hoofd. 

Jij zweeg. 

Dat meisje dat door een waterkanon tegen een muur werd gespoten en een schedelbasisfractuur opliep. 

Jij hebt haar niet opgezocht in het ziekenhuis.

Die politiebus die op het malieveld een demonstrant aanreed. De honden vastgebeten in de armen van gillende mensen. De steeds weer neerdalende knuppels. De fraude, de verdorrende bejaarden, de kinderen gek van eenzaamheid, angst  en verveling. Je hebt ze  maar bar weinig opgebeurd. Terwijl het toch jouw volk is. 

Er waren zoveel gelegenheden waar een half woord van jou wonderen had gedaan en je er liever het zwijgen toedeed.

Je had jezelf onsterfelijk kunnen maken als je voor je volk was gaan staan, we hadden je omarmd en op het schild gehesen.

Maar jij nam er nog ééntje op een Grieks terras, terwijl jouw Maxima kirrend op schoot ging zitten bij de Ernst Stavro Blofeld, die al dit fijns voor ons heeft georganiseerd.

Al met al “Not a pretty picture.”

Willem,

Iedereen heeft recht om zijn eigen feestje te vieren. 

Jij uiteraard ook.

Net als dertig jaar geleden op de Heiligeweg aan Amsterdam

Maar jouw feestje is het onze niet meer. 

We zijn er niet eens voor uitgenodigd.

Ik wens je een fijne verjaardag.

#VierGeenKoningsdag.

Ik zou zeggen, besteed de centen die je uit zou geven aan mierzoete tompoucen en giftig Oranjebitter eens aan een arme schrijver. Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Niet 5 mei, maar Paasdag is onze Bevrijdingsdag. Vier het!

Vijf minuten geleden zat ik nog in mijn eigen hemel. Tussen de citrusbomen en tuinboonbabies, badend in een Goddelijke stilte, slechts onderbroken door merels -veel merels dit jaar-, een verdwaalde lach van een kind in de verte en een dolle onophoudelijk kwetterende lijster. Of is het een Nachtegaal? 

Alleen? Nou ja, met Beer natuurlijk en Hugo, een één jaar oude avocadopit, die net als Oskarchen uit der Blechtrommel maar niet wenst uit te groeien tot een puberende boom; schijndood, hard en koud, hoewel zijn wortels vers wit blijven en het plantje in zijn kern vurig blijft opgloeien. Een groen puntje leven, dat ik het licht laat zien, door een tandenstoker in de gebarsten pit te zetten, zodat de magische zon, de genezer, zijn weerbarstige bolletje kan bereiken. 

Heerlijk die stilte, zo zeldzaam in het afgrijselijke Gooi, waarvan zoveel bewoners net zo verzot zijn op benzine-motorzagen en hogedrukspuiten, als op het stofzuigen van hun plastic gras en het met dodelijk vergif neer spuiten van alles dat de kieren van hun grijze tegels durft te verontreinigen met vrolijk groen of nestgangetjes. 

De nouveautjes, waarvan er eentje zelfs kans heeft gezien, zonder overleg, een feesthut achter in zijn tuin te bouwen, grenzend aan de mijne, met een feestschoorsteen op oog en neushoogte; een kroniek van een aangekondigde megalitische burenoorlog deze zomer, een tankslag waar ik niet echt naar uitkijk. 

Maar niet geërgerd. Zeker niet deze, in zoveel opzichten, magnifieke dag des Heren. 

Want nu zit ik hier, binnen in de koele schaduw van April te schrijven.

Over Pasen. Pascha. Een magische periode. Niet alleen voor Christenen en Joden. Maar ook voor jullie, ketters, van goede wil.

Want Pasen gaat als nooit tevoren over nu én over u.  Of u wilt of niet. 

Ook al doen ze hun best het voor ons te verbergen. 

Pasen is nu eenmaal zo essentieel, dat het door de nog altijd oppermachtige Babylonische serpenten die al eeuwen over ons regeren, al even lang wordt besmeerd met een ranzige laag sandwichspread van krentenbroden, eieren, kuikens, vuren, chocoladehazen en Jumbo ontbijtjes met bijna echte boter en plastic bloempjes op tafel in plaats van een oerverhaal met tragedies en heldenepen aan de basis.

In de wetenschap dat het echte Paasverhaal een waardevolle herdenking kan zijn, met belangrijke lessen voor het hier, nu en de zeer nabije toekomst; lessen waarvan zij willen dat wij ze niet gaan trekken.

In plaats van een gewijde plechtigheid, maken ze er liever een uitbundig vruchtbaarheidsfeestje van dat in het Engels, Easter wordt genoemd; East Star, Venus, de Romeinse godin van de liefde, wordt daar vereerd. En niet de zoon van God. 

Zoals Father Christmas de geboorte van Jezus smoort met zijn in Coca Cola gedrenkte mantel, keutelt de Paashaas al eeuwen vrolijk het verhaal van zijn lijden en dood onder.

Pasen wordt verdoezeld of erger, er wordt een Woke draai aan gegeven door typmiepjes als Amarins de Boer en “Theologe” Almatine Leene in dit soort blaartrekkend stukjes in de Metro.

Arme God die het allemaal moet aanzien. 

Pasen, Pascha, Passover, Pesach. Een periode met zoveel betekenissen. Zoals letterlijk het “Pass Over” Het overslaan van alle huizen die het bloederige teken van het Lam droegen, toen God de eerstgeborenen kwam halen, aan de vooravond van de uittocht in de bare woestijn; Het feest van het ongegiste brood in het verschiet. De herdenking van het begin van de Exodus. De uittocht uit Egypte. 

En Pasen, toch vooral de herdenking van het diep ontroerende offer dat de zoon van God bracht voor ons, willens en wetens zijn leven gevend, in een bad van bloed, tranen en onmenselijke kracht. Verraden door zijn naasten. Bespot en uitgejouwd door dezelfde mensen die hem niet lang daarvoor nog bejubelden, toen hij op een ezeltje de poort van Jeruzalem binnen sjokte. Een menselijke eigenschap, die we ook nu nog zo vaak zien; het beschimpen, opjagen en als dat faalt, het slachten van de brenger van een waarheid die verlossing zou kunnen brengen, maar liever wordt genegeerd. 

Dit jaar is Pasen voor mij belangrijker dan andere jaren. 

Omdat ik zoveel herken in het verhaal dat maar niet wil verslijten. Dat op magische wijze zijn actualiteit maar niet verliest. Het eeuwige en oneindige verhaal van waarheid, dat gestand doet aan de betekenis van geloof, zoals dit in de Dikke VanDale opgeschreven staat. 

1 Het vertrouwen in de waarheid van iets. 

2 Een vast en innig vertrouwen op God.

Twee betekenissen die ik graag zou samenvoegen om er vrijpostig “Het vertrouwen in de waarheid van God” van te maken. 

Maar ik verlies mijn lijn, excuus. 

Pasen is wat mij betreft belangrijker dan ooit, sinds de kruisiging van Jezus Christus. Omdat de paralellen evident zijn, voor iedereen die ogen heeft om te zien en oren om te horen. 

Want diegene ziet dat er wederom een Exodus op til is. 

Schuchter zoekt men elkaar op, indringend kijkt men elkaar aan en vindt elkaar steeds vaker, nog wat onwennig, maar steeds hechter, in de gedeelde overtuiging dat we niet langer willen leven onder de slangen van Babylon, de nieuwe Farao’s, die niets dan slavernij en leegheid met ons voor hebben; een leven zonder God of bezit, getekend met het teken, gechipt en geïntegreerd in een alles ziend netwerk, God imiterend, miljarden zenuwcellen verbonden met één pervers en alle menselijke heiligheid vernietigend megabrein. 

We willen het niet.

“Dit nooit” prevelend, gaan we, weggerukt uit onze “comfortable numbness” op zoek naar een woestijn om over te steken, een land om vruchtbaar te maken. Een avontuur dat niet zal slagen zonder rotsvast geloof en het herontdekken van de oude wegen, ondergestoven door verdacht Sahara zand. Wederom zetten we kruizen als teken, in dit geval niet op onze huizen, maar door onze paspoorten, als teken dat we niet gehoorzamen aan het beest met zijn gifspuiten, opdat de dood opnieuw aan ons voorbij zal gaan.

En wederom putten we kracht uit het verhaal van de kruisiging.

Want het Paasverhaal laat ons, vrije mensen, één ding zien.

Opstaan kan altijd. En wij hebben er niet eens voor hoeven sterven.

Sta dus op kind van God.

Er is een woestijn om over te steken.

Dit is onze bevrijdingsdag. 

Awake thou that sleepest, and arise from the dead, and Christ shall give thee light.

Ephesians 5:14. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Of help iemand die het minder goed heeft dan ik. Dat vind ik ook prima, misschien wel beter. Maar retweet of verspreid mijn stuk dan in ieder geval.

p.s. De klokken luiden nu. Ook in Bussum. Alles is nog niet verloren.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Wíj́ moeten onze kinderen mobiliseren, voordat zíj́ dat doen.

Art Direction Grok. Copywriting Jan Bennink.

Eigenlijk wilde ik dit stuk pas over een week of zo plaatsen. Maar omdat ik vandaag de Voorpagina van de Telegraaf heb gehaald en mijn nieuwe lezers graag vergast op een nieuw stuk, heb ik dat moment vervroegd.

Een halfuur later dan gepland omdat Femke Halsema de stoplichten op het Jonas Daniël Meijer Plein had dichtgezet, stond ik gisteren met mooie dochter en politiemechelaar Ari op de Dam te Amsterdam, voor de Vredesdemonstratie.

Dat had ik immers beloofd in mijn vorige stuk.

En hoewel de bijeenkomst nog niet in de schaduw van de schaduw van de kruisrakettenmanifestaties van de jaren 80 mocht staan, denk ik dat er toch reden is voor een sprankje optimisme.

Er waren goede sprekers, zoals Gideon van Meijeren en Mordechaï Krispijn, terwijl anderen, David Icke en Sonja van den Ende, de digitale mond werden gesnoerd door de Gedächtnis Polizei, waarmee Frau Halsema het belangrijkste artikel uit de Grondwet aan haar laarsjes lapte en zich voor de zoveelste keer een waardig opvolger van Edward Voûte toonde.

De demonstratie was keurig georganiseerd en er was een prima opkomst. Vooral toen de stoet in beweging kwam en als een sliert over de Kloveniersburgwal trok, zou je kunnen zeggen dat er, knarsend en piepend, hortend en stotend, iets van een echte vredesbeweging aan het ontstaan was. Op zich al uniek in dit inerte land van snurkers en meelzakken. Zeker in deze sneue stad, met zijn revolutionaire geschiedenis, tegenwoordig nochtans het centrum van plat en goedkoop vermaak en een kapotgespoten bevolking van deugers en budgettoeristen.

Wat me wel opviel -en dat bedoel ik als een compliment- was de ouderdom van de mensen die daar op zondag in de chemische motregen stonden te klappen en te joelen. Ja, er was een enkel lief meiske dat Ari wilde aaien, maar doorgaans zag ik vooral diezelfde bevlogen strijders, de verweerde koppen, uit de tijd van de Covidslagvelden op het Museumplein. De plooien, de groeven, de joppers en de lange grijze haren. Veel liefde. Veel bekenden.

Daarom het volgende.

Gewoon een gedachte.

Misschien moeten wij eens ophouden, onze kinderen, tieners en jong volwassenen, tegen de boze buitenwereld te beschermen. Misschien is het van levensbelang om ze eens rond- en rechtuit te vertellen waar al dat oorlogsgetrommel, al die anti Russische haatpropaganda, al die zieke plannetjes toe kunnen leiden.

Misschien moeten we eens stoppen onze kinderen al te veel met onze droom- en waandekentjes van gegarandeerde permaveiligheid toe te dekken. En moeten we eens stoppen om steeds alle kogeltjes voor ze uit het vuur te halen. Misschien moeten we ze eens uit hun intens verwende stupor trekken, achter hun playstation vandaan! En ze mobiliseren vóór Den Haag dat doet. Mobiliseren om in actie te komen voor de vrede en tegen de oorlog, die zij straks mogen gaan uitvechten.

Misschien is het tijd om ze de keiharde waarheid te vertellen.

En die waarheid is helaas dat zij, hoe bedrieglijk geborgen ze ook lijken, zij niet onkwetsbaar zijn, niet onbereikbaar voor de vlijmscherpe, immer roterende messen van de mensenverslindende oorlogsmachine in het oosten.

Dat wij, oudjes, ze niet kunnen beschermen tegen die vleesmolens, als ze zelf niks uitvoeren en tegen beter weten in blijven denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.

Dat wij machteloos staan, als zij zelf niet op komen dagen om voor hun eigen rechten en dromen, hun eigen leven en toekomst te demonstreren.

De waarheid is dat er, en mijn hart scheurt als ik dit schrijf, er een dienstplicht aankomt, ook voor drie van mijn prachtige kinderen. Terwijl er een smerige oorlog gaande is, waar onze dictators en hun knechten, ze maar wat graag naar toe zien vertrekken.

Ook nu die oorlog allang verloren is.

En zélfs als Trump zich uit de Oekraïense modder terugtrekt.

De jeugd van West Europa lijkt hoe dan ook geofferd te moeten worden aan oorlogsgoden en gouden kalveren.

En dat mag niet gebeuren.

Alles wijst er voor mij op, dat de kinderen, waar wij ouders zoveel van houden, straks de met bloed gevulde poelen mogen opvullen, als de Oekraïense jeugd “op” is, volledig verdwenen in de drassige, vruchtbare grond vol mineralen en grondstoffen, waar “onze” Westerse multinationals, hun begerige ogen op hebben laten vallen.

Wij moeten onze kinderen mobiliseren, voordat Rutte het doet.

Want dan is het te laat.

Zorg dat ze er bij zijn tijdens de volgende vredesdemonstratie.

Nederland is Geen Oorlogsland.

Onze Kinderen zijn Geen Kanonnenvoer.

 Wil je mij supporten? Doe dat dan omdat mijn vorige stuk goed was. Wil je me blij maken, ga het gesprek hierover met je kinderen aan.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Horrible great news from Holland.

Gideon defeats the Midianites

An open letter to Scott Kesterson, BardsFM.

Dear Scott, this is the third message i write to you from The Netherlands, the country, for which I mourn.

My country, small and flat, not so long ago, free and strong, fertile and fruitful, once inhabiting a tough, stubborn and innovative folk, that mastered its marshes, the many rivers, the clays and sands and even conquered the seas. Not only the North Sea flooding our shores, but all seven of them. 

A God fearing place, but also a safe haven for freethinkers, fringe philosophers and the religiously prosecuted. Jews from Portugal, Huguenots from France, Flemish Protestants, together we built a unique and rich culture on this small poststamp of wetlands.

We once were famous for our liberty of thought, speech and expression and our abundance of food and water.

It hurts to say what we have become. A desperately weak and baren place, where abortion is applauded, even celebrated and old people are frowned upon, stashed away in homes to die in silence. A place God seems to have left, violently shaking his poor head.

Nowadays we live in a country in which every full grown tree is cut down to be burned on the altar of “green energy”. Its precious acres poised to be locations for Meta data hubs and distribution centers for Amazon, hiding the classic Dutch landscape under rows and rows of huge grey, plastic and aluminium boxes.

A country, not long ago, rich in fruits, vegetables, prize cows, flowers, innovative industries, coal, culture and trade. Now a pillaged and impoverished shire of the European Clown Union, in which all seems to be in sharp decline. 

Our stunned and betrayed citizens enslaved by government hand outs or taxed to death. Hypnotised in worldwide fear campaigns, lining up for the jabs and a free Ukrainian paper flag to wave. 

A country that owns huge natural gas resources, while its citizens pay more for this vital commodity than anywhere else in the world. 

Our famous farmers smeared, or even forcefully disowned. Expelled to the friendlier pastures of Poland or Canada, with a possible West European Holodomor 2.0 on the horizon, visible for everyone with eyes to see.

Our fishermen are driven out by wind turbines. Our hawks and seagulls decapitated and broken at the foot of their white pillars, as animal offerings to the new Dutch Government bibles, The 4th Industrial Revolution by Klaus Schwab and the UN Sustainable Development Goals. 

And this while our “leaders”, elected in US style shady elections, actively root for shutting down vital imports of grains, oil and gas from the East. Probably to force us into adapting to eating bugs, GMO food and the planned digital currencies a little easier.

We live in a country that spends truckloads, boatloads of taxpayers money and pension funds in fake battles, fighting climate change, inert air gasses and viruses. Its people’s money converted into loot in intricate kick back schemes, hardly hidden behind the screens, to be distributed amongst the kleptocratic oligopoly, their friends and families.  

Our Churches empty and mostly compromised by woke narratives. Our schools taken over by horrid Soros programmes. Sex lessons in kindergartens and trannies reading their pedo propaganda to toddlers and their proud parents. 

Pastors and ministers waving rainbow flags. You get the picture.

The Netherlands became a place where thousands of kids are “lost” and thousands more have been taken from parents, who were wrongly accused of fraud by the government. 

A country where dissident thinkers and speakers like Willem Engel are locked up and politicians and leaders proclaiming Christian values like Thierry Baudet are banned, threatened and ridiculed; hate cheered on by politicians who call themselves Christians.

The Netherlands has become a country at the center of all that is vile and wrong in this world. A barren wasteland, deprived of its honour and riches, its pride, its identity and morals, its community, its self, its Lord above. Sold by our “rulers” to EU, WEF and UN. 

And probably all on purpose. 

Our country flattened and ruined, to be rebuild as some Gotham City, the new Berlin. 

But still Scott, this ís a letter with good news, a hopeful message.

Maybe we first had to lose it all, to find ourselves. 

Maybe we needed the devil to mock us, to find God once again. 

Maybe we needed a nightmare, to wake us up. 

More and more of us show our hereditary stubbornness and resilience. Our ancient urges for freedom. Resisting the jab, the lies and the lizards in power. Planting foods, learning skills that were all but forgotten.

Yesterday I learned to sharpen knifes. And planted my first seeds. Hands in soil for the first time in decades. 

More and more of us get together, to prepare for difficult times, to exchange tips and learnings, to build schools and churches, tracing back to the ancient paths, rediscovering Jezus as saviour and guide.

Scott, in these last two horrible but precious years, your words kept me sane. 

I survived on a steady ration of your podcasts. 

You deepened my faith, you strengthened my step through this swamp full of snakes and spiders. I thank you deeply for that brother. 

Where we were merely consumers, easy victims and targets, we now know.

We need to prepare.

We need to stand firm and learn to farm again.

We need find the paths all but forgotten. 

We need to be disciples and missionaries and rediscover what it means to be parents again and truly love each other as brothers and sisters.

Scott, if you ever plan to extend your county to county initiative to other countries. 

Then please hear my plea, brother.

Here am I; send me.

Isaiah 6:8

Please listen to the BardsFM.com podcast, find faith and strength and learn the vital lessons for the times we live in.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een straf bakkie met Bergsma en Bennink.

Al weken probeer ik in het drijfzand van leugens, propaganda, hysterie en schuivende panelen, een onderwerp te vinden waar ik een wat groter stuk voor jullie, mijn geliefde lezers, op kan baseren. 

Maar net zoals dat je in een voortjagende sneltrein het landschap niet kan schilderen, gaan de ontwikkelingen mij te snel en word ik door te veel haakse bochten heen gesleurd, om de chaos in kaart te kunnen brengen, het slagveld te overzien, op een betere manier dan in de laatste twee stukken die ik schreef. 

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Terwijl wij elkaar de kop inslaan, speelt de duivel lachend met onze ballen.

Een goed stuk schrijven in een spiegelpaleis waarin alles per uur schuift, iedereen LSD lijkt te hebben geslikt, waar menigeen bloedschuim op de mond krijgt zodra je het theaterstuk van de dag, dat met een razendsnelle decorwissel verandert van een dodelijke pandemie in een patatje kernoorlog, niet tot de letter volgt, is niet eenvoudig, maar ik ga het toch proberen. 

Het mooiste boek dat ik ooit las, behalve wellicht de Bijbel, is ‘Master and Margarita’. Drie kunstig verstrengelde delen, geschreven door de getormenteerde, dissidente grootmeester Michael Boelgakov, die tijdens zijn leven een zwierende dance macabre leidde met Iosef Dzjoegasjvili, Stalin, de stalen duivel zelf. 

Waar ontelbare schrijvers, dichters en intellectuelen hun systeemkritiek niet na konden vertellen en eindigden met een kille kogel uit een Makarov in hun nek, verpakte Boelgakov zijn abjecte mening zodanig creatief, dat hij steeds op het randje van de vulkaan bleef balanceren. 

Zijn spottende, analogische woorden als zorgvuldige geplaatste banderilla’s van de toreador, die op het nippertje de hoorns van een woedende stier weet te ontwijken, toch steeds een gevoelige steek toebrengend aan het briesende beest.

Ik zal het meesterwerk van Boelgakov hier niet uitvoerig behandelen, omdat ik wil dat jullie het allemaal zelf lezen. Maar ik licht er één hilarische scene uit, omdat deze feilloos rijmt met de krankzinnige periode waarin we leven en laat zien dat volstrekte waanzin zijn eigen logica heeft.

Een scene die naadloos past bij onze tijdsgeest, waardoor de, door de schrijver verborgen symboliek na 100 jaar, zich ineens voor je eigen ogen openbaart. 

Het is een scene die laat zien hoe de mensheid zich gedraagt in tijden van terreur en onderdrukking, leugens en angstpropaganda;

Als speelbal van hun beulen.

In Meester en Margarita stijgt de Duivel zelf, Professor Woland, die in de verte wel wat heeft van Klaus Schwab, op naar Moskou. Een opvallend beschaafde, bij tijd en wijle aimabele Satan, die niets liever doet, dan de grauwe lompe massa met haar ijdele zwakzinnigheid te confronteren en kunstig de menselijke hoofdzonden, zoals hebzucht, kuddegedrag, hubris en moordzucht, als zuivere noten op een kromme viool, uit te spelen, terwijl hij ze bezighoudt met spiegeltjes en kraaltjes, hallucinaties en goedkoop theater. De massa tegen elkaar opzettend en eeuwig in de war houdend, zonder dat ze dit zelf beseffen of de waanzin op zichzelf betrekken.

Niet vreemd dat professor Woland zich voordoet als magiër, als ‘goochelaar’. 

Op een avond verzorgt Woland een optreden in het Varieté theater met zijn helpers; een motley crue van misfits, Onder anderen een grote zwarte poes, een mannetje met een bolhoed en één slagtand, Azazzel, een van de gevallen engelen voor wie het boek van Enoch kent, de heks Hella en een lange rare man met een pince nez en een geruiten vestje, Fagot of Korojev., die de bizarre show aan elkaar praat. 

Woland begint zijn show, met het neer laten dalen van een roebelregen op het publiek, dat graaiend over elkaar heen buitelt om de zakken te vullen, waarop de spreekstalmeester van het theater, na een wijsneuzige opmerking over de echtheid van het geld, op aangeven van het publiek, feilloos door de zwarte kater Behemoth wordt onthoofd en daarna weer keurig door Fagot in elkaar wordt gezet.

In het hoofdprogramma wordt het podium in een flits omgetoverd tot een Parijse winkel, waar iedere vrouw uit het publiek zich gratis mag verkleden in de duurste van de duurste couture. 

De show eindigt met de Korojev die een notabele, tot grote hilariteit van het hele publiek, tegenover zijn vrouw te kakken zet als vreemdganger.

En als klap op de vuurpijl, blijkt de couture waar de dames in zijn gekleed, plots te verdwijnen, zodat ze zich in blote kont, ondergoed en blinde paniek naar huis moeten haasten. 

Zou Woland soms Stalin zijn?

En belangrijker. 

Zitten wij niet in de versleten pluche stoelen van datzelfde variété theater? Hangen wij niet op onze beurt aan de lippen van de duivels van vandaag? De Wolands van nu, met hun helpertjes in hun maatpakken en kokerrokken, die ons in een flits, van de ene bizarre scene naar de volgende fata morgana voortslepen; van klimaatpaniek naar pandemie, van de stinkstal van John de Mol, naar een illusoire oorlog, waarin we als voetbalsupporters worden opgehitst om elkaar nog meer te haten en te minachten? Met zijn allen in een continue staat van blinde eufore paniek, waarin wij zicht op waarheid, werkelijkheid én onze echte dodelijke vijand volledig kwijt zijn geraakt? 

Is het niet zo dat ook wij ons als woeste hoorndol gemaakte horzels gedragen, als hebberige slaven. Als kortzichtige kuddedieren, die uitsluitend voor zichzelf kiezen, altijd op zoek naar een heks om te verbranden, een Sywertje om smalend tomaten tegenaan te gooien, een vliegtuig om neer te halen.

Blij met niets en kwaad op alles.

Behalve op de Duivel zelf.

Help een columnist de oorlog door!

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Oorlog met Rusland? Hans, we are the Baddies.

Als “staatsvijand nummer één” kijk ik ieder jaar op 9 Mei, de Parade, waarmee Rusland de overwinning viert op de Nazi’s in de Grote Vaderlandse Oorlog. De indrukwekkende herdenking van het onmetelijke bloedbad dat ons vrijheid bracht, waar de Sovjets met miljoenen tegelijk, de hoogste prijs voor betaalden; dertig miljoen soldaten, piloten, matrozen, omaatjes en meisjes met linten in hun haren, gingen zonder mededogen door de vleesmolens van de hel.

Het onvoorstelbaar leed dat diepe, zwarte voren sleet in de Russische ziel, kun je nu na 77 jaar na het laatste kanonschot, nog terughoren in liedjes zoals верните память, waar hele zalen ook nu nog voor opstaan, in diep respect en oprecht verdriet. Van stokoud tot piepjong.

Als het gejuich uit vele kelen klinkt over het Rode Plein, recht ook ik mijn schouders en brul mee. “YPA!” 

In Rusland voetballen ze niet met kransen.

Het doet me pijn dat uitgerekend het land waar ik van houd, de mensen, de cultuur, een land onder God, een land waarvan ik de taal spreek, op zo’n vieze, doorzichtige klassieke “Neo Con” manier, onder ronkende fantoomdreigingen en gefabriceerde angstoffensieven, opnieuw door het westen, tot aan de rand van een oorlog wordt gedwongen in hun eigen achtertuin.

Ondanks de smeekbedes van een vermoeide, opvallend verdrietig ogende Poetin, die, in tegenstelling tot onze ladyboy-leiders, defensiemeisjes, tranny-generaals en D66 Twiggy’s, weet wat oorlog zou betekenen en hoe onmetelijk hoog de prijs zal zijn. 

Ondanks de sussende woorden van Zelensky, die Biden zelfs uitnodigde om met eigen ogen te komen zien dat er van Russische dreiging helemaal geen sprake is. 

Het doet pijn dat ik word geacht, opnieuw een volstrekt onschuldig volk te haten. Net als de Irakezen, de Syriërs, de Afghanen, volkeren die ons geen vlieg kwaad deden, maar wiens bruiloften en kinderpartijtjes een makkelijke prooi waren voor onze drones en F16’s. 

We zagen het wel, hun dode babies, die verscheurde poppen, maar wij keken weg, haalden onze schouders op en leefden door. 

En zie, nu is Europa wellicht zelf aan de beurt, omdat Vicky Nuland en haar doodzieke vriendjes het hart van de Russische ziel, hebben uitgekozen als nieuwe Killing Fields om hun raketten, jets ander wapentuig te testen. The chickens came home to roost.

De elite vind het tijd voor oorlog. De vrede heeft lang genoeg geduurd. Raytheon en Boeing missen de omzet en de aandacht van de westerling, die wakker wordt uit zijn covid winterslaap, moet naarstig worden afgeleid.

We worden een oorlog ingerommeld door ons eigen diep corrupte militair, industrieel, farmaceutisch complex, dat in paniek afleiding zoekt voor de hilarische, maar niet minder dodelijke puinhoop, die ze van hun eigen gedroomde, totale machtsovername hebben gemaakt. Ze zoeken afleiding voor de als spreeuwen neervallende sporters, voor HIV tests die ineens worden gepromoot alsof het de normaalste zaak van de wereld is, voor de Canadese Truckers die van geen wijken weten en de wereldwijde protesten die maar niet stoppen. 

Afleiding voor de zelfmoorden, de faillisementen, het diepe verraad tegen de eigen bevolking door Westerse media en politiek.

Afleiding voor de EU pantserwagens onder de Arc de Triomphe, de neergeknuppelde bejaarden, de gekaapte macht van de Brusselse technocraten en de diepe corruptie van hun leiding, die hier nu al dieper wordt geminacht dan Poetin ooit zal worden. 

Afleiding voor hun 4e industriële revolutie die krakend tot stilstand kwam, nadat hun verderfelijke plannen in een te fel en spottend licht werden gezet. 

Ratten houden niet van licht. 

De nazi’s van nu, in mantelpakjes en blauwe jasjes, met hun kippenarmpjes en regenboogvlagjes, zoeken naarstig naar afleiding voor de broeiende volkswoede, nu steeds meer westerse mensen doorkrijgen hoe bedrogen ze zijn en hoe zwak, klein en verwerpelijk de steenrijke kaste is, die ze nu al tientallen jaren met list en bedrog onder de knoet houdt en definitief tot slaaf wil maken.

Vooralsnog weigeren de beoogde Slavische kemphanen, ondanks alle westerse provocaties, elkaar de ogen uit te pikken en naar de strot te vliegen.

En hopelijk zullen Zelensky en Poetin nader tot elkaar komen en samen door de regen van Tonkin en Gleitwitz incidenten heenkijken, waarvan de eerste pontificaal door de Amerikanen staat gepland voor aanstaande woensdag.

Mocht het echter komen tot een oorlog en Oekraïne verandert opnieuw in een roodgloeiend slagveld en de EU in een geasfalteerde radioactieve vlakte, onthou dan één ding. 

We are the baddies. Not Poetin.

Господи, спасите нас.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Twitter is een zielsgevangenis. En vandaag ben ik bevrijd.

Het is weer zover.

Na een jaar @janbenninkcom heeft het Twitter behaagd, om mijn 6e account zonder waarschuwing of enige opgaaf van redenen te nek om te draaien.

Vervelend, maar even afstand nemen van twitter is zo slecht nog niet. 

Twitter is een intelligence sandbox, waar dissidenten en afvalligen, door de powers that be, eenvoudig kunnen worden ingedeeld en waar geruisloos zoemende intelligence programma’s, minutieus contacten, netwerken en uitingen in kaart brengen. Beria’s droom.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Waarom dit niet het moment is om in slaap te sukkelen, maar de tijd om op te staan!

Dag en nacht wacht ik op jullie, strijders!

Sinds een paar weken leven veel mensen tussen sprankjes hoop en opgepookte vrees. Onze wereld, het schouwtoneel van doldwaze twisten in het narratief. Potsierlijke slagen in het wiel, waar wij onze machthebbers en hun medialakeien, hobbelend en slingerend, traag op voort zien fietsen.  Het narratief is niet verbogen, maar vertoont regelrecht scheuren in het metaal. 

Waarom ineens dat protest van een heuse V.N. gezant tegen het optreden van de Nederlandse M.E? 

Wat vreemd dat onze gelijkgeschakelde pers ineens artikelen mocht publiceren die tegen het overheids narratief ingingen. Is Omicron dan toch gewoon de griep, pontificaal afgedrukt in de Telegraaf? Zijn sterfte en besmettingscijfers kunstmatig opgepompt? De ongevaccineerden onschuldig? Kondigt de WHO echt het einde van de pandemie af? Zomaar op een verloren zondagavond?

Krijgen de strijders van de verfoeide redelijkheid, schamper ‘wappies’ genoemd door onze ministers van “volksgezondheid”, dan toch hun gelijk? Is de vrijheid aan de winnende hand? Waarom? Ze hadden ons toch precies, waar ze ons wilden hebben. Hun fluwelen vuisten stonden strak geschroefd om onze ballen. 

Waarom zat Károly Illy ineens te schutteren op TV, waar hij eerder het afgelopen jaar bijna giechelend de loftrompet stak over de gentherapie en het prikken van kleine kinderen? Waarom die rare truth glitches van Gommers in de Zoomstream van de Balie? 

Wat betekent het dat Führer look-a-like Karl Lauterbach, die eerder glashard beweerde dat “veel ongevaccineerden deze winter moesten sterven” plots zijn Fehler toegaf. “Die Unvakzinierten sind unschuldig!”

Waarom zijn alle stoere hoofdrolspelers, die tot voor kort vol bravoure het corona gospel stonden te preken, tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer ineens vervangen door stuntelende backbenchers, secretaresses, omaatjes… kanonnenvoer? 

Waarom dan toch die onbeholpen, doorzichtige poging om atleten die grijpend naar hun hart op het veld neerzijgen, als omicron slachtoffers te framen? Gaat dit nog om de angstpromotie van een virus of is het slechts het hopeloos afschuiven van schuld? 

Are they losing their grip? 

Of wordt die ijzeren greep juist sterker onder de lange mantel der verwarring?  

Waarom gaan alle covid maatregels eraf aan de overkant van het Kanaal, terwijl ze in Oostenrijk, Frankrijk en Italië snel ondraaglijk worden.

Er zijn duizend vragen. En alles lijkt tegenstrijdig. 

Ik zie een misplaatst gevoel van optimisme om me heen, maar ook veel inktzwart pessimisme. De winkelstraten blijven vollopen met gemaskerderde moeders en gemaskerde kinderen. Hele scholen blijven thuis om een snotneus van één klasgenootje.

De vrijheid vieren voelt als Dolle Dinsdag. De wereld als één stinkende fog of war. Eén gigantische shitshow.

Is de Great Reset voorbij? Gaan ze er met de staart tussen de benen ervandoor. Of wordt het van hier af aan alleen maar erger? 

En waarom wordt er ineens aangestuurd op een oorlog met Rusland? Is dat een gepland onderdeel van het Kabuki theater? Of een paniekerige poging om de aandacht af te leiden van hun inmiddels dichtgeklapte “Window of Opportunity” die alleen nog door een hete Wereldoorlog, weer rinkelend open kan worden gegooid? Een biowapen werkt immers net zo goed of beter dan een mRNA vaccin. En je kunt de Russen er nog de schuld van geven ook. 

Misschien geeft het wat houvast om analogieën te zoeken in het nabije verleden. In een oude strijd die gevoerd werd op dezelfde velden, door dezelfde hoofdrolspelers. Al was het met andere middelen en droegen ze andere uniformen.

De verwarring was compleet in de korenvelden rond Koersk. Die zomer van 1943 tijdens Operatie Citadel, nadat de allesverlammende dooitijd, de raspoetitsja, voorbij was en de Oekraïense modder genoeg was opgedroogd om de rupsbanden van Beer en Adelaar genoeg grip te geven en elkaar in dodelijke razernij naar de keel te kunnen vliegen. Net als nu.

Het werd een clash of titans, die in eerste instantie werd gewonnen door de sterk vermagerde Duitse divisies onder van de briljante von Manstein, Model en de eigenwijze Hoth. 

De tankslag bij Prochorovka werd een waar T34 massagraf, hoewel die schande later in de studios van Lenfllm en Moskfilm, onder Chroetsjov tot een glorieuze zege van het Rode leger zou worden omgetoverd.

Toch kwam de overwinning voor Zjoekov er uiteindelijk, maar alleen omdat de Duitsers zich kapot hadden gevochten op de enorme overmacht, de eindeloze tankgrachten en mijnenvelden hun slagkracht dodelijk had verzwakt. Hun initiële terreinwinst bleek een Pyrrhus overwinning. 

Daarbij kwam dat de Geallieerden op hetzelfde moment met Operation Husky, Sicilië waren binnengevallen en Hitler de laatste lucht uit de longen van de kapot gevochten Duitse Panzergrenadiers had geslagen, door veel geharde troepen en versterkingen naar het zuidfront te verplaatsen. 

Maar wat de reden van de aarzeling ook was, Zjoekov zag de zwakte, de aarzelingen en hij rook Duits bloed en zette direct de tegenaanval in. Zijn eigen Blitzkrieg. Erop en erover.

Op drieëntwintig augustus werd Charkov bevrijd. Daarna werd het, met een enkele hick up, een lange stormachtige enkele reis Berlijn. 

Без паузы. Без каникулы.

Zjoekov nam geen genoegen met versoepelingen, schijnbewegingen en smoesjes.  

Hij stak pas tevreden een sigaar op, toen Hitler “kaput” was en de Hamer en Sikkel, trots op de ruïne van de Reichstag wapperde.  

Wij bevinden ons nu in een heel andere strijd dan Zjoekov en zijn generaals. 

Onze oorlog is er één van list en bedrog, van deceptie, massahypnose en indoctrinatie. In een steriel strijdperk waar de uniformen bestaan uit potsierlijke blauwe mondmaskertjes, dure pakken, witte jassen en gele paraplu’s. 

Een stille oorlog, zonder explosies, waarin de kijkcijferkanonnen dreunen en de mRNA vaccinatie het gif van keuze is.

Maar toch. Het offensief tegen ons duurt inmiddels twee jaar. Precies net zo lang als de tijd die het de Wehrmacht kostte om tot Koersk te komen. 

En ook wij bevinden ons nu op een kantelpunt in de strijd.

Onze vijand aarzelt.

Waar we de schoften tot een paar weken geleden onstuitbaar en eensgezind op zagen stormen, hun kanonnen geladen en vast op ons gericht, zien we als bij toverslag alleen nog de stinkende walm uit hun uitlaten. 

De reden is een raadsel. Ze waren immers aan de winnende hand.

Is het omdat ze een ander front willen openen? De economie willen laten imploderen? Of zijn ze oprecht bang voor de opengaande ogen en de wereldwijde volkswoede die aanzwelt?

Misschien is het omdat ze denken dat ze ver genoeg zijn doorgestoten, om hun echte doelen van totale controle en social credit systemen, verder uit te rollen zonder gentherapie en vermoeiende angstoffensieven?

Het maakt niks uit.

Wat de reden van hun aarzeling ook is. Hun stilstand moet nu onze vooruitgang zijn. net als toen in Koersk.

Want of ze nou de passie preken of niet, hun lijnen en kabels liggen er! Onze wetgeving is misvormd naar hun dictatoriale wensen. Zovelen van ons zijn gewend aan hun lockdowns, waanzinnig beleid en repressieve onlogische maatregels.

En 75% van de westerse wereld is inmiddels geprikt met een experimentele gentherapie.

Ze kunnen voor ieder pervers doel, op ieder moment, opnieuw de aanval inzetten. Of het nu voor klimaat, milieu, aliens, solarflares, het instorten van de economie, nieuwe plandemieën of een bioweapon is.

Daarom is het zo belangrijk om juist nu, in dit moment van hun aarzeling, door te knokken met alle vreedzame en wettige middelen die we hebben.

Hun verkrachte wetgeving moet weg. De verbindingen met het WEF moeten verbroken worden. Degenen die schuldig zijn aan de ellende, de zelfmoorden, de faillissementen en de vaccindoden moeten worden aangeklaagd. De protesten moeten groeien in plaats van afnemen. En we moeten als een waanzinnige door blijven bouwen aan eigen alternatieven op ieder vlak. Van scholen tot kerken, Van kroegen tot ziekenhuizen.

Fuck hun witte vlaggetje.

We mogen ons nu niet in slaap laten sussen door smeuige pornoverhaaltjes van de Gooise matras en andere kul.

We zijn nog steeds hun speelbal, hoewel die bal nu even de goede kant op lijkt te rollen.

En dat moet afgelopen zijn.

De wapenspreuk van Zjoekov luidde niet voor niets:

The longer the battle lasts the more force we’ll have to use!

En hij had nog één gevleugelde uitspraak die wellicht nog iets beter beschrijft, wat ik vind dat ons te doen staat.

„Я вас ебал, ебу и буду ебать!“

Zoek het zelf maar even op. 

P.s. Dit was een enorme stuitbevalling.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Als we weer willen leven, moeten we onze navelstreng door durven knippen.

Deze krankzinnige afgelopen jaren doen me denken aan een ellenlange bungee jump. 

Het is alsof we met onze voeten in een strop, pardoes de diepte werden ingeworpen, aan een navelstreng van elastiek.

Van het onschuldige levenslicht, met duizelingwekkende vaart richting een inktzwart aangekondigd onheil.

Van de brug geduwd door een man die we achteraf geen seconde onze rug hadden mogen toekeren.

Een klerk met een apenlachje. 

“Gebeurt dit allemaal echt?”

Van het ene moment op het andere, tolden we in doodsangst loodrecht richting de kale rotsen, met daartussen, ver in de diepte, wat schaapjes en kalfjes als stipjes in de wei naast een kolkend beekje.

We gingen allemaal dood. 

Maar net toen we zeker wisten dat onze kruin zou splijten op een steen en alles voorgoed verloren zou zijn, trok het bungee koord ons terug.

We schoten recht omhoog, openden onze ogen en knipperden tegen het licht.

We waren niet gestorven aan een virus.

Alleen doodsbang gemaakt.

En in een flits zagen we de vale schimmen op de brug. 

Voor het eerst recht in het gezicht.

Een glimp van hun ijskoude ogen.

Zwarte gaten zonder mededogen. 

En zo vielen we weer terug de diepte in. 

Keer op keer.

Stuiterend tussen hoop en vrees op de energie van het ongeloof.

Verward slingerend tussen de chaos van deltavariant en staatsdwang, 

avondklokken, vaccins en politieknuppels.

Op en neer tussen draconische lockdowns en de verraderlijke schijn van vrijheid.

Iedereen die we ooit vertrouwden was ineens acteur. 

En de wereld die wij dachten te begrijpen, werd een decor van alle griezelfilms tegelijk. 

Maar na iedere val veerden we terug en zagen we duidelijker hoe we werden bedrogen. Door wie.

En waarom.

Dat was achteraf ook niet zo moeilijk. Ze schreeuwden het spottend, recht in ons gezicht. 

We konden hen alleen maar niet geloven.

Dat de betere wereld die zij terug wilden bouwen, een wereld was zonder de ademstoot van onze kinderen. Dat ze zero footprint wilden op hun maagdelijke stranden.

Zero carbon, behalve mat glanzend op het stuur van hun Ferrari’s. 

Hun leugens werken niet meer. 

Hun smoesjes vallen dood op onze trommelvliezen.

De spanning is weg, de angst waar zij op groeiden is verdwenen.

Het elastiek van leugens en deceptie is zijn kracht verloren.

Maar nu bungelen wij daar nog in limbo. Zachtjes in de wind.

Gedwongen luisterend naar het gekrijs van boven.

Op onze kop, kronkelend als wormen aan een haakje.

Een paar meter boven het kabbelende water in de vallei.

De hemel boven, de hel beneden.

Of is het andersom?

Voor het eerst in lange tijd horen wij de vogels zingen.

Zien de schoonheid van de beesten, grazend onder ons.

Voor het eerst voelen we de warmte van de zon die dampend weerkaatst op het natte gras.

Ineens doen onze zintuigen weer, waarvoor God ze ons heeft gegeven. 

Verdoofd en verblind als ze waren, door het gif en de leugens van alledag.

Daarom immers springen mensen aan een elastiek van een brug of een hijskraan, 

om opnieuw hun levenskracht te voelen.

Als wij willen leven als nooit te voren, rest ons maar een ding.

Tijd om ons te bevrijden uit het navelstreng van leugens en misleiding.

We maken een sierlijke salto en laten ons vallen.

Het beekje onder ons is vast en zeker diep genoeg.

Op hoop van zegen. 

For God hath not given us the spirit of fear; but of power, and of love, and of a sound mind.

II Timothy 1 –

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Waarom we na twee jaar van geschonden vertrouwen, dringend ons eigen Blijf van ons Lijf Huis moeten bouwen.

Oedipus en de Sfinx.

Het blauwe lijnenspel van Picasso. De notenschema’s van Thunderstruck of Pachelbel’s Canon in D minor. Het kokerrokje van Chanel. De verhaallijn van Hans en Grietje.

Het geniale is vaak kinderlijk eenvoudig. Te eenvoudig om te zien.

Dat geldt ook voor de antwoorden op schijnbaar ingewikkelde vraagstukken. 

Neem de Double Helixstructuur van ons DNA of de oplossing voor het raadsel van de Sfinx. 

Welk schepsel loopt ‘s ochtends op vier benen, ‘s middags op twee benen en ‘s avonds op drie benen?

Oedipus wist het antwoord.

Eenvoud is een bedrieglijk begrip. Omdat die bron van smaak, elegantie en efficiency, voor  ons zo moeilijk te bedenken is; te ongecompliceerd voor de ingewikkeld denkende mens, die in het zweet zijns aanschijns met zoveel rekening moet houden. Zeker in tijden van pest. 

Een mens op zoek naar het eenvoudige, moet eerst het hoofd leeg kunnen vegen, schoon van de stront van alle dag. Vrij mogen denken. Tegen de stroming in durven zwemmen. Omdat het water het helderst is bij de bron.

Niet eenvoudig in deze tijd waarin je wordt geprogrammeerd en afgeleid van het pure, vanaf de eerste adem. 

Niet voor niets hebben we het altijd over wonderkinderen en nooit over wondervolwassenen. Kinderen zijn onbedorven, nog niet belast met mondaine zaken.

Wolfgang Amadeus had niet het vermoeden dat hij met een geniaal meesterwerk bezig was, maar speelde eenvoudig de deuntjes die natuurlijk in hem opkwamen. Schaakkampioen Magnus Carlsen ziet zichzelf als verre van bijzonder. En ook Max Verstappen is zo gewoon gebleven. 

Ik ben alles behalve een wonderkind, laat staan een wondervolwassene, maar wel geoefend in onafhankelijk denken, omdat dit nu eenmaal dé voorwaarde is om in de reclame, als dichter en columnist mn brood te mogen verdienen en de hofnar uit te hangen.

En heel soms krijg ik dus ook zo’n “eenvoudige oplossing” ingegeven, die nooit in je opkomt als je je best doet, maar wordt ingefluisterd onder de douche of zich openbaart tijdens een gedachteloze wandeling op de hei, als door een hoger wezen.

Ineens draait dan een kluisdeur moeiteloos open, waarachter de eenvoud je aanstraalt als een warme kaarsrechte oogverblindende en vanzelfsprekende bundel licht.

In dit geval scheen het licht op de shitstorm waarin we sinds twee jaar met zijn allen staan te spetteren. 

Ik besefte ineens dat de oplossing een kwestie is van energie. 

Onze energie, die we verkeerd gebruiken. 

Wij richten onze energie nu al twee jaar op een overheid, die onze energie tegen ons gebruikt, precies zoals in een “abusive relationship”. Ze putten ons uit met onze eigen hondse trouw, onze angst en ons verdriet.

We discussiëren met hun trollen, laten ons testen en muilkorven door hun vrinden, we smeken bij hun burgemeesters, hopen op hun versoepelingen. We kijken met afgrijzen naar hun persconferenties, we ergeren ons aan hun gekochte influencers, we putten hoop uit hun valse beloftes, worden boos op hun journalisten en gruwelen van hun smoesjes en propaganda. 

We gaan zelfs in discussie over baby’s en sporters die hartaanvallen zouden krijgen van klimaatverandering of de kou. Tegen het gruwelijke beter weten in. 

En in de tussentijd stroomt al onze energie hun kant op. Waar zij alleen maar op groeien.

We worden gemarineerd in onze eigen tranen. Geroosterd in onze eigen afkeer. We beuken ons moe tegen de kille rug van een ijzersterke sociopaat die niets goeds met ons voorheeft. 

We verspillen onze energie aan onze eigen onderdrukking, door onze rol als argeloze echtgenote met verve te blijven spelen in Gaslight of Angel Street, het toneelstuk van Patrick Hamilton. 

Zelfs als we demonstreren, doen we dat met ons gezicht naar torentjes en paleizen.  In de hoop dat ze ons horen en niet uitlachen. 

Terwijl we onze vrijheid moeten demonstreren, niet onze slaafse afhankelijkheid. 

We mogen niet blijven spartelen in het drijfzand waar we zijn ingeleid, maar rustig op onze buik draaien en naar de kant zwemmen.

Maar ondanks alles blijven we steeds als geslagen, hondstrouwe labradors kwispelend naar onze baasjes terugkeren, om met ze te soebatten, boos op ze te worden, ze om hun dovemansoren te slaan met feiten en cijfers, met onderzoeken en statistieken, om tegen ze op te smeken en teleurgesteld in ze in te raken, om hun leugens aan te horen, in de ijdele hoop dat ze weer betrouwbaar worden en weer van ons gaan houden.

We klampen ons aan ze vast als Herr Biedermann aan die Brandstifter. 

Worden we niet gemanipuleerd, geslagen, belogen, onderdrukt en misleid? Worden we niet geïsoleerd, genegeerd en toegeschreeuwd, vernederd, verdeeld  en vol minachting benaderd? En af en toe weer teruggelokt met een hand vol kraaltjes, en wat sprankjes hoop die als rotte wortels voor onze neuzen blijven bungelen? 

Hoelang blijven we kletsen tot we een ons wegen, riposteren en protesteren en ons wentelen in de blijkbaar nog steeds aanwezige liefde voor degenen die ons de ene dag geknakte rozen brengt en de volgende dag lachend onze ouders een bloedneus slaan en onze kinderen willen prikken. 

Kunnen we niet concluderen dat na twee jaar redeneren en discussieren, betrappen onthullen en beschuldigen, we ons steeds dieper in het moeras van een ongezonde relatie hebben gewerkt? 

Is het niet beter ons af te keren van de psycho’s en een Blijf van ons Lijf huis te bouwen voor elkaar? 

De energie van onze demonstraties, petities en bedes niet langer aan hen te richten, maar op ons. Niet langer voor hun paleizen te pleiten en te schreeuwen, maar onze energie te richten op elkaar. 

Zonder geweld en zonder narigheid, onze energie en onze liefde die we maar een keer kunnen besteden, aan elkaar te besteden in plaats van aan een partner die weinig goeds met ons voor heeft.

We verstoren nu hun troosteloze kerstmarkten, terwijl er zelf een kunnen organiseren. We kijken in de kou door de ramen van hun troosteloze QR restaurants, evenementen, winkels en pretparken, waar we niet naar binnen mogen, terwijl we zelf kunnen dansen en muziek kunnen maken op onze eigen feesten en onze eigen wortels in onze eigen tuinen kunnen verbouwen.

Als we ophouden met onze energie te verspillen aan negativiteit angst en verwarring, bouwen we in no time samen een gemeenschap waar iedereen weer welkom is. 

Aan deze Gordiaanse knoop kunnen we eeuwig blijven pulken. We kunnen hem ook gewoon doorhakken en onze energie steken in iets nieuws. 

Zou het zo eenvoudig kunnen zijn?  

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

De angst het oude te verlaten, houdt ons gevangen. 

We ploeteren, ingespannen achter met rotzooi volgeladen karren, moeizaam voort, op een modderig, hol boerenpad, waarin een alles doordrenkende regen een onontkoombaar spoor van zuigende, diepe voren heeft gevormd. 

Nog zovelen van ons volgen het spoor van vermolmde systemen, blind vertrouwend op de wissels, die op afstand in zwarte torens achter melkglas, worden omgezet. 

Vastgekoekte schijnverbanden houden ons geketend in een onzichtbare kerker van Pyriet; ijzerkies, het goud der dwazen. 

We rennen paniekerig rondjes binnen een magische cirkel in het stof, waar vrijwel geen kip, met of zonder kop, nog overheen durft te stappen.

Te velen van ons kunnen blijkbaar niet over de grenzen van hun eigen aangeharkte perkje vol kunstzijden rozen en glitterspeeltjes heen kijken. Al loopt het langzaam onder water. Hun plastic heg vol knuffelbeestjes en piepende en verleidelijk toeterende schermpjes, leidt teveel af. 

De ruimen van onze privé Titanics zijn afgeladen met kant en klaar supermarktvoer, WC papier, Netflix en andere porno; de reddingsboten vol houtworm en vermolmde spanten in de rafelige touwen afhangend langs de verveloze relingen. 

En voor het poetsen van the dekstoelen en het verven van de stuurhut, hebben we Polen ingehuurd. Mensen die nog wel kunnen werken en vechten als het moet. Ze kijken spottend op ons neer.

Oppervlakkige relaties, onechte vriendschappen, verloederde banden en contracten die, zo blijkt nu, inscheuren bij de minste druk en dreiging, bepalen het drama dat we tot voor kort ons leven noemden.

Die vaste waarden bleken al net zo waardeloos als die mooie baan die toch los bleek te zitten, het waardeloze klatergoud dat we ons geld noemen, de heilige idolen die kindertjes bleken te betasten en die politieke kopstukken, waar we al die jaren op stemden, die ons nu in onze rug aanvallen en regelrecht de hel in dreigen te storten. 

Als moeders die een doodgeboren kindje omarmen, blijven zovelen van ons hun illusies koesteren.

We klampen aan ze vast, terwijl we ze al zo lang geleden kwijt zijn geraakt. 

Het waardeloze is ons houvast geworden, in een wereld zonder God.

Opgesloten in een jerkcircle van het eeuwige “ja maar”.

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

Hoevelen van ons lieten zich niet de onzekerheid in prikken, om een lang weekend naar Oostenrijk te kunnen of te kunnen dansen, op de vulkaan, bij Jansen? Hoevelen van ons kijken de andere kant op, nu zoveel onschuldigen door hun gelijken worden besmeurd en beschuldigd. Nu zelfs kinderen, zieken en bejaarden, mikpunt zijn van een spot, haat en knuppelcampagne die doet denken aan de  mensenjacht, die twee jaar geleden nog “Nie Wieder” had mogen plaatsvinden. 

We zijn verdoemd als Wothan, verblind door een vals schitterende ring die nooit de onze was, maar in werkelijkheid van een dwerg, die hem nu terugeist. 

Goden zijn we, maar uitsluitend in het diepst van onze eigen laffe, bekrompen gedachten. 

En tegelijkertijd is het gekmakend hoe begrijpelijk dit allemaal is.

Wij westerlingen zijn de Hobbits van deze wereld geworden; in slaap gesuste, argeloze sukkelaars. Bijna een eeuw lang hebben we geen openlijk gevaar hoeven confronteren, geen flagrante onderdrukking gekend. En er is nog geen Frodo of Bilbo te zien.

We hebben ons de, met rivieren van bloed bevochten, vrijheid laten aanleunen, terwijl we de verdediging van onze grenzen hebben opgedoekt en comfortably numb ons pijpje zijn blijven roken en ons gazon zijn blijven aanharken, terwijl de wolken zich samenpakten en het oog van Mordor onze kant op draaide.

Onze weke buik naar boven. Kwetsbaar voor alles dat het kwaad is.

Generaties lang, hebben wij als westerlingen geen stresstest van betekenis ondergaan.

We hebben in geen eeuwen een riek hoeven opheffen, niet om hooi te scheppen, laat staan om ons te verdedigen tegen een duistere overmacht. 

We hebben geen God in wanhoop hoeven aanroepen. En zovelen kijken misprijzend neer op hen die dit nog doen. Zij vereren liever Lady Gaga, Mamon of Marco Borsato. 

De nu levende generaties hebben nooit hoeven duiken of vluchten, voor Arbeitseinsatz of Grüne Polizei, we hebben niet hoeven knokken voor een beter leven. Niet eerder in allesbepalende tweestrijd, zonder om- of uitwegen gestaan. 

Wij hebben niet sjokkend langs Vlaamse landwegen, met onze bezittingen op een boerenkar, voor de Wehrmacht hoeven vluchten. Nooit ons fight or flight instinct hoeven aanspreken.

Niemand van ons heeft zijn laatste geld neergeteld voor een 3e klas hut op een oceaanstomer naar een beloofd land. Of dat nou Israel, Nieuw Zeeland of de Verenigde Staten was.

We hebben geen moeite hoeven doen voor onze vrijheid. Die een valse luchtballon bleek te zijn of eerder nog een zeepbel. 

Hoe hadden we ook gekund, met onze ongetrainde reten, ons leven in het bedrieglijke comfort van vetgemeste slachtvarkens; doorgebracht, zwelgend in onze eigen plastic mest; als de dood voor de dood, maar wel gedwee, netjes op een rijtje de loopplank van de vrachtwagen opsjokkend.

Kun je een slachtkalf kwalijk nemen dat het niet voor zijn leven vecht?

Dat we het zijn verleerd om te zwemmen, betekent niet dat de zee niet komt.

Ja, er worden steeds meer mensen wakker. Maar wat heb je daaraan, als zovelen zich nog eens drie keer omdraaien, terwijl het monster al aan het voeteneinde staat.

Gelukkig komen steeds meer goede mensen tot het licht. Het licht dat alleen groeit in het diepste duister. En alleen zijn kracht vindt en bundelt op de bodem van de bodemloze put.

Zoek het licht en word het licht. Dan heeft het duister geen kans.

Omdat het duister alles weet, maar het licht nu eenmaal niet kan begrijpen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

De tijd van stilzitten is voorbij. We moeten praktisch worden.

Ondanks al ons gepruttel gedragen we ons nog steeds als verlamd, terwijl onze vertrouwde samenleving verder uitteert en onze beschaving wordt ondermijnd en gesmoord door een allesbeheersende, tot in de puntjes georganiseerde ijskoude macht van totale freaks en dickheads. 

We worden weliswaar langzaam en rillend wakker, maar handelen veel te weinig, in het zicht van de waanzinnige lawine, waarvan sommige striemende wolken ons al vol hebben geraakt, maar waarvan de grootste golf nog dreunend op ons afrolt.

Onze eigen toekomst is vrij eenvoudig te voorspellen, voor degenen die, voorbij de poppenkast in de Tweede Kamer, naar de situatie in ooit vrije landen als Canada, Australië, Letland en Oostenrijk durft te kijken. 

We zitten in een van de laatste wagons, maar van dezelfde trein. En die trein raast onverstoorbaar verder. 

Ook hier zijn over niet al te lange tijd, zorgpersoneel, politieagenten, soldaten, ambtenaren, piloten en werknemers van grotere bedrijven, leraren en onderwijzers niet langer welkom op hun werk, zonder een driedubbele frikandel speciaal. 

Ook hier zullen kleine kinderen niet meer naar school kunnen gaan, zonder QR code en een bont geprikte arm. 

En ook hier zijn straks ongevaccineerden en QR weigeraars aangewezen op het internet voor bestellen van eten, vermaak, informatie en het kopen van spullen en warme kleren. Terwijl nu al hardop wordt gepleit om ook dat laatste bastion van vrijheid te koppelen aan hun Ἀριθμὸς τοῦ θηρίου.

Multinationals, aangesloten bij het WEF, laten hun eerste laffe apartheidsballonnetjes op. De eerste winkels hebben het bordje “verboden voor ongevaccineerden” al geplaatst. De Lidl heeft al scan-paaltjes geplaatst. 

De eerste FvD politici zijn al geweigerd om campagne te voeren, omdat zij de niet meedoen aan de medische poppenkast, waar de verkiezingen juist bij uitstek over zouden moeten gaan. Democratie slegs vir geprikten. 

Dat dreumesen zich nu al in de novemberkou moeten afdrogen na hun zwemles, is een heel veeg teken. En wie de slechtheid nog steeds niet ziet, nu in Zwolle, Amsterdam en Rotterdam, de intocht van Sinterklaas met zwarte schermen, onzichtbaar werd gemaakt voor de ogen van ontroostbare huilende kleuters, heeft een hele dikke plaat voor zijn kop.

Ook hier zullen de duimschroeven steeds harder worden aangedraaid en de druk maximaal worden opgevoerd. Wijk na wijk. Deur na deur. Arm na arm. 

Onze hoofden kunnen de wereldwijde sloop van vrijheiden en rechten nog steeds niet omvatten. We stellen nog steeds vragen, waar antwoorden nodig zijn. We blijven protesteren, staken, redeneren en onze verbijstering uitschreeuwen. 

En dat is goed! 

Maar nu is ook de tijd om ons voor te bereiden op wat komen gaat. Ook onze “window of opportunity is rapidly closing” 

We moeten nu praktisch worden. 

Wij zijn teveel “sitting ducks” voor de “sitting dicks” die dit allemaal veroorzaken. 

We moeten nu blikken van verstandhouding wisselen met de mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Nu de leidingen en fundamenten leggen voor gloednieuwe huizen en bedrijven. Zodat we, zodra we uit ons vertrouwde baan of sportclub geschopt worden, direct kunnen beginnen met bouwen en in kunnen pluggen in iets compleet nieuws.

En natuurlijk kunnen we dat!

Want de verschoppelingen van binnenkort, zijn de beste, initiatiefrijkste, slimste mensen van nu. Moedige mensen die niet, tegen beter weten in, buigen voor de QR terreur. 

Mensen met een geweten, die bewuste keuzes durven maken, die niet trappen in leugens. Die niet ziende blind blijven, uit gemakzucht en angst. Mensen die de narrow gate zoeken.

Voor hen is één verzamelnaam, een naam waar Nederland ooit groot mee is geworden.

Ondernemers.

De beste piloten en agenten, de beste verpleegsters en brandweermensen. 

Leraren en onderwijzers met een geweten.

De ongehypnotiseerden die het gevaar van de prik en de WEF maatschappij scherp doorzien en daar de consequenties uit durven trekken. 

De zelfstandig denkende mensen komen straks op straat te staan. Een gouden kans.

Zij worden straks gedwongen, om te doen wat ze al heel goed kunnen. Voor zichzelf nadenken, in plaatst van voor de baas of het rijk. En laat dat nou net de mensen zijn waar straks grote behoefte aan is. 

Want ook ongevaccineerden en QR weigeraars hebben straks zorg nodig en monteurs. Maar ook scholen voor de kinderen. Warme kleedkamers. Veiligheid en voedsel. Brandstof en bier, communicatie- en betaalmiddelen en een eigen Sinterklaas.

De hele alternatieve pyramide van Maslow moet in recordtempo worden opgetuigd.

Daarom moeten de professionals die nu angstig wachten op wat komen gaat, elkaar nu al opzoeken en plannen maken. Stoppen met treuren of bang zijn. En samen nu de schouders zetten onder iets nieuws. 

Gideon had 300 strijders nodig om de vijand van Israël met vreedzame middelen te verslaan. Wij 300 ondernemers.

Gisteren zag ik een baas een eerste tweetje posten. “Ben je #belastingadviseur #accountant of assistent van deze beroepsgroepen? Wij hebben genoeg mensen nodig. 

Eist jouw werkgever van jou een QR of vaccinatie? Welkom bij ons. Zie LinkedIn voor contactgegevens. Hou je sterk!” 

Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Deze man heeft het begrepen. Het goud staat op straat. 

Update! 

Liever droog dan slaaf.*

Deze column was nog niet droog, of die dekselse Friezen lieten precies zien wat er moet gebeuren.

Als de overheid en het lokale zwembad hun kletsnatte kinderen in de kou laten staan, zorgen zij zelf wel voor een warme kleedkamer. 

Niet alleen boos terug praten en “schande” roepen. Niet alleen filmpjes maken en de likes tellen, maar een echte kleedkamer, met een echte hijskraan, pontificaal recht voor de deur van het lokale zwembad neerplonzen. Dat is hoe het moet!

Zo droog je de overheid af. Zo zet je Hugo in zijn hemd. Vreedzaam, creatief, brutaal en ondernemend. 

Met een flinke dot elbowgrease. 

Ook het Vind Lokaal initiatief op Telegram is bemoedigend.

Mensen beginnen gelukkig uit hun slaapje te ontwaken. 

Net voor de donkere winter begint. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

*bedacht door @RolandJanssen70

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Wat doen we nu wegkijken geen optie meer is?

Toen de fonkelnieuwe Wehrmacht, dwars tegen het verdrag van Locarno, na de annexatie van het Saarland, het Rijnland binnenstampte, zullen veel van onze opa’s en oma’s een misselijkmakend voorgevoel hebben gehad.

Dat de tumor van het Nationaal Socialisme zich zomaar kon uitzaaien over heel Europa, moet in het hoofd van veel vooruitschakers, een onvermijdelijke horrorgedachte zijn geweest, steeds bevestigd door de razende toespraken van de schuimbekkende Führer, die geen doekjes wond om zijn bedoelingen.

Het beest was verre van dood. En de kooi van Versailles stond wagenwijd open.

Toch liet het overgrote deel van onze opa’s, oma’s en hun leiders zich gewillig zand in de ogen strooien, met mooie beloftes en prachtige Olympische stadions, door de wonderlijke welvaart, de levensenergie en het zelfvertrouwen van het Duitsland van de jaren 30. 

Dat achter de facade van het opstormende Reich, concentratiekampen als Dachau werden gebouwd, vele duizenden useless eaters uit “mededogen” werden vermoord in het T4 programma, dat de Duitse Joden aan niets meer mee mochten doen dat het leven leefbaar maakte, dat ze in spotprenten en schotschriften werden weggezet als uitvreters en ziekteverwekkers, dat ze niet meer naar school mochten of zaken mochten doen en dat ze na de Kristallnacht de straten met tandenborstels moesten poetsen, daarvoor werd ook hier zó naarstig weggekeken, dat menigeen er behalve een stramme arm, een stijve nek aan overhield. 

Ondergedompeld in de beslommeringen van alledag, had men, zo vlak na de depressie, wel iets beters te doen dan op de Oosterburen te letten.

Strijders als Sophie Scholl en Dietrich Bonhoeffer waren in Duitsland dun gezaaid, Laat staan dat hier in het slaperige Nederland een tegenstem van betekenis hoorbaar was. 

De Anschluss met Oostenrijk verliep vreedzaam onder een boog van lentebloemen en juichende jonge blonde meisjes. En toen Chamberlain de Tsjechen uitverkocht, het Sudetenland werd “bevrijd” en de veldgrijze troepen met een grote grijns door de donkere wouden van Bohemen en Moravië ronkten, haalde de wereld opgelucht adem.

Het gevleugelde monster kon ongehinderd verder pikken in het rauwe vlees van Europa, terwijl degenen die haar tegen hadden kunnen houden, omstandig de metaalglans van haar verenkleed bewonderde.

“Peace in our time”, de opbrengst van het Britse verraad, zou maar een klein jaartje duren. En ook Molotov kon het beest maar kort afstoppen door half Polen op het offerblok te leggen. 

De wereldgemeenschap liet Hitler, ondanks alle voorgevoel, besmuikt begaan. Tijdens het huwelijk van Juliana en Bernhard werd in het Concertgebouw het Horst Wessel lied gespeeld. Hitler werd in 1938 nog tot Man of the Year gekozen door Time magazine en Predikant A. M. B. uit Brabant moest zich in 1939 voor de Haagse politierechter nog verantwoorden, omdat hij Hitler “een boef” had genoemd.

De artsen die het kwaadaardige gezwel hadden kunnen stoppen, bleven kleurige kinderpleisters plakken en lieve woordjes en bezweringsformules prevelen, waar alleen een chirurgisch mes nog uitzaaiingen had kunnen voorkomen.

Hitler zei er later het volgende over: “Wären die Franzosen damals ins Rheinland eingerückt, hätten die Deutschen sich mit Schimpf und Schande wieder zurückziehen müssen, denn die militärischen Kräfte, über die sie verfügten, hätten keineswegs auch nur zu einem mäßigen Widerstand ausgereicht” 

Vrij vertaald: “Het was bluf. Maar ze lieten me begaan.”

Ook al hadden velen een onbestemd voorgevoel dat de valse opmaat van de jaren 30 zomaar kon eindigen in symfonie van bloed en as, zij konden niet in de toekomst kijken. En daar mochten én zouden zij zich uitentreuren op beroepen.

Onze opa’s en oma’s konden met recht volhouden dat ze de golf van dood en verderf niet zagen aankomen, en van niets wisten toen het gebeurde. Dat ze niet konden voorstellen dat het zo erg kon worden en was. 

Hun leiders tastten in een comfortabel, vaak bewust gekozen duister als het ging om de desastreuze gevolgen van hun laconieke zwijgen en hun laffe politiek van pappen en nathouden.

En de Joden? Over hun lot kon men zich blijkbaar vrij gemakkelijk heen zetten. Zoals de meesten van ons de schouders ophaalden over de ontelbare onschuldige doden in Irak, Syrië en Afghanistan.

Onze opa’s en oma’s hadden een groot voorrecht waar wij ons niet op kunnen beroepen. 

Het prerogatief van de onnozelen.

Wij hebben die luxe niet. “Wir haben es nicht gewußt” gaat voor ons niet langer op. 

Wij zijn ervoor gewaarschuwd wat er gebeurt als je je ogen sluit, in plaats van de duivel recht in zijn gezicht te kijken. 

Wij hebben niet de luxe om te doen of onze neus bloedt, terwijl opnieuw een monster haar vleugels uitslaat en dit keer een schaduw werpt over de hele wereld. 

Wij zijn geworpen in een wereldwijde strijd, die echter met andere middelen wordt gevochten, dan met pantserstaal en gloeiend lood. 

Een strijd waarin ieder gewelddadig verzet averechts werkt en alleen de tirannen aan meer munitie helpt. Een oorlog waarin zelfs de kleinste vorm van agressie tot een Rijksdagbrand zal worden opgeblazen. 

Informatie, dat is het wapen van keuze. En ons geweten is het slagveld. 

Ons Goddelijke licht is hun oorlogsbuit. 

Oprukken door modder en land afpalen met prikkeldraad is niet het doel van deze strijd, maar twijfel, angst en angst zaaien in onze breinen. Het afstompen, tot willoze slaaf maken met wet en woord, het streven. Het doven van het vuur. 

Trollen, injecties, apps, en QR controleurs verdelen het krankzinnige slagveld van hoop en vrees. 

Hun pandemie is het strijdgas dat nog steeds door zoveel huizen kringelt, mensen verlamt, verdeelt en hypnotiseert en mensen ziende blind maakt. Het gifgas dat zovelen verlamt, die de angst allang voorbij zijn, maar zo moedeloos of medeschuldig heeft gemaakt, dat ze geen andere mogelijkheid zien dan mee te marcheren op de doodlopende weg naar een zekere horigheid.

Wij maken een nieuw soort oorlog mee, waarin verzet wordt verzwakt van binnenuit, door mensen en gemeenschappen tegen elkaar op te zetten; een satanisch schimmenspel waarin de kracht van de menselijke geest wordt gebroken tegen de rotsen van elkaars ongeloof. 

En toch ligt precies daar, in de kracht van onze menselijke geest, de kracht waarmee we dit monster gaan overwinnen. 

Zovelen van ons hebben nog het licht, dat zij niet kunnen doven, hoe hard ze ook blazen. Dat vuur moet oplaaien, vonken en naar elkaar overslaan. 

Stop met opkijken naar vijandige instanties, bedelen om fooien bij het rijk of wachten op menselijkheid bij duivels die kleine zeiknatte kinderen in hun zwembroekje de Novemberochtend in jagen omdat hun ouders geen QR code hebben. 

Stop met wachten tot social media figuren of politici jouw problemen gaan oplossen. Ga op zoek naar elkaar. Leg lijnen, vorm groepen, vind kracht bij echte mensen. 

Wij moeten dit zelf doen.

Ga samen wandelen of sporten. Geef elkaar werk. Vorm nieuwe bedrijven, nog voor de ontslagbrief op de mat valt. Zoek nieuwe manieren om aan voedsel en warmte te komen. Koop bij goede winkels en boerderijen en help elkaar de vloek van uitsluiting te verzachten. 

Breek de grenzen van jong en oud, van rijk en arm, van Moslims en Christenen. In deze strijd staan vrije mensen schouder aan schouder onder één hemel.

Begin vandaag. 

Zij rekenen op onze verdeeldheid. 

Wij rekenen op elkaar.  

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!