Category: Opinie

Liever met jullie in de hel, dan met Hugo in de hemel.

Proverbs 13:9

Om mij heen zie ik veel aangeslagen mensen. 

En ook ik, ouwe kickbokser, voel na iedere hatelijke pestconferentie, een doffe pijn. De klap van de high kick die je wel aan ziet komen, maar toch dwars door je handschoen, door je kop dreunt. 

Toch is het vrij eenvoudig om ook na de zoveelste diep hallucinante gebeurtenis van de afgelopen tijd, lichtjes te zien in het pikkedonker. Als zeevonk in de nachtelijke golven, vuurvliegjes in een duister woud. 

Ik zie het zo. 

De wereld was tot onlangs een speelplein vol kinderen.

De meesten van hen, leuke, stoere, sociaal, dartele spring in ’t veldjes. Die kris kras door elkaar renden, met elkaar knikkers ruilden, tikkertje speelden en waarvan de stoersten doktertje speelden in de bosjes. 

Maar er stonden ook, verscholen aan de randjes, eenzame creeps, die iedereen meed als de pest, omdat ze spinnen hun pootjes uittrokken en uitgeputte hommels vertrapten. Hatelijke egoïstische vrekjes, die diep in hun capuchon, droomden van macht over het hele plein, bij het uitblijven van vriendjes en meisjes om te zoenen. 

Een groepje misfits dat de koppen bij elkaar stak en een doortrapt plan bedacht. Een plan vol misleiding, dreiging en doodsangst, dat ze tot in de puntjes uitwerkten.

Een briljant plan, dat warempel slaagde. 

Maar waarin?

Want de rotzakjes hebben dan wel de macht over het speelplein, maar ze hebben alle leuke kinderen naar het fietsenhok gejaagd, waar inmiddels alweer volop wordt geleefd en lol gemaakt.

Daar in het halfdonker vinden de vriendengroepjes elkaar, worden nieuwe spelletjes bedacht, leiders gekozen en feestjes gegeven. 

Daar ontstaan nieuwe schoolkrantjes, toneelstukjes en worden knikkers geruild voor voetbalplaatjes.  

Daar in het duister gaan lichtjes aan, die je in het daglicht niet zo duidelijk zag. 

En de nieuwe heersers? Zij staan de baas te spelen op een uitgestorven vlakte, zonder lach, zonder warmte en zonder mooie meisjes.

Zij zijn de heersers van een ijskoude plek, waar alleen de zwakkelingen die ze aankunnen, de normies die nog braaf luisteren naar hun bevelen, gebogen en gemaskerd, mogen rond schuifelen, schichtig en doodsbang voor het onvermijdelijke volgende pak rammel van de machtsdronken schoolbully.

Ze zijn nu de God van het lege klimrek en de wip die niet meer wapt. De chef over een onbeweeglijke schommel en opzichter over een voetbal waar niemand tegenaan trapt.

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik sta duizend keer liever in de fietsenkelder met Eva Vlaardingerbroek, Annelies Strikkers, Marianne Zwagerman en Sietske Bergsma, dan dat ik het hele plein voor mijzelf heb, gezellig samen met Hubert Bruls.

Als je het even moeilijk hebt. Onthou dan. 

Wij hebben elkaar.

En zij hebben niemand.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Sluit vrede met elkaar, voor we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

De eerste keer dat ik de blauwe, naar zwarte neigende plekken op mijn vader’s polsen zag, wist ik instinctief dat het foute boel was. 

Hij probeerde ze naarstig te negeren, te bedekken onder truien, mouwen en manchetten, maar hoe lang kun je je verbergen voor je gezin, voor je teamgenoten van het waterpoloteam én voor het noodlot. 

Heb je je gestoten Hans?

Ook de bloedbank, waar hij altijd trouw aan gaf, stuurde al een tijdje paniekerige brieven, dat hij wellicht beter even naar de huisarts kon gaan. 

En zo nam mijn gigantische, ijzersterke, ongenaakbare vader, de eerste glibberige treden naar beneden, rechtstreeks naar het koortsige duister van de medische hel. Schoorvoetend, als de gewonde leeuw die zijn poot in de schoot legt van de heilige Hiëronymus, die dit keer echter weinig voor hem kon doen. Dit was geen splinter. Dit zat overal. In iedere beenmerg- en bloedcel.  

Het staat me bij als de dag van gisteren, het bloed op zijn hoofdkussen, de vuurrode puntjes op zijn enkels, de verbijsterde hematoloog in het Radboud Ziekenhuis die tijdens zijn eerste consult, opkijkend uit zijn papieren, bezorgd aan hem vroeg: “of hij wellicht ooit had meegewerkt aan kernproeven, omdat zijn aandoening eigenlijk uitsluitend in Hirosjima en Nagasaki voorkwam.”*

Het bleek dat hij leed aan refractaire anemie, dat er voor zorgde dat de blasten in zijn bloed de plaats innamen van gezonde cellen en dat zijn platelet count kelderde. 

Het bloed van mijn vader veranderde langzaam in vervuild water, zoute ranja. De bloedcellen in zijn lijf kwamen in opstand, verdrongen elkaar en maakten elkaar het werken onmogelijk. 

Rode en witte gardisten in een koortsige strijd op leven en dood. 

Zijn lichaam had zich tegen zichzelf gekeerd. Een tragedie die uiteindelijk eenzaam en pijnlijk eindigde in een isoleercel voor beenmergtransplantatie en dit gedicht.

Wat mij zo raakt is dat ik, wat ik 30 jaar geleden met mijn zo ongenaakbare vader zag gebeuren, vol afgrijzen, opnieuw zie gebeuren in deze tijd. Onwillekeurige zelfdestructie waardoor alles van waarde, alles dat heilig is wordt vermalen en gesloopt.

Ik zie de auto immuunziekte in onze maatschappij; in onze gezinnen en families. In onze bedrijven en in onze lichamen zelf, waar onze cellen worden aangezet hun eigen gif te produceren. 

Ik zie hoe we als bevolking tegen elkaar worden opgezet, als woedende bloedcellen, die klaar worden gemaakt om onszelf te verzwakken te verdringen en uit te schakelen. 

Ik zie een strijd van vader tegen moeder. Van baas tegen personeel. Van stamgast tegen stamgast in een Leeuwardense kroeg, uitgejoeld en uitgelachen omdat ze het cafe wordt uitgezet, door mensen die nog niet doorhebben dat ze net zo hard, zo niet harder worden verneukt. Oude vrienden die elkaar beschuldigen en haten. Elkaar nu zien als ziekteverwekkers en NSB ers.

Een langzame sloop, die niet te stoppen is, omdat we ons onderling als vijanden zijn gaan gedragen, in een cynische multi dimensionale myelodysplasie. Met dolken achter onze rug verborgen om elkaar heen draaiend, loerend, wachtend op de eerste verdachte beweging van de ander.

Mijn vader was ijzersterk. Alleen zijn eigen lichaam kon hem slopen. 

En dat geldt ook voor onze maatschappij. 

Als we willen dat hetgeen we liefhebben overleeft, zullen wij snel moeten inzien, dat wij niet elkaars vijanden zijn, maar allesverzengende krachten die ons doorstralen van haat en deceptie. 

Machten die alles doen om ons tegen elkaar op te stoken, opdat we onszelf zullen verzwakken en uiteindelijk vernietigen. 

Sluit vrede met elkaar, voor het te laat is en we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

*We denken dat hij zijn ziekte opdeed bij Stork in de jaren 60, waar mijn vader als jong ingenieur betrokken was bij het doorstralen van stalen opslagtanks, in een mysterieuze afdeling; het Laboratorium Metalen Stork, waar, behalve een koperen schemerlamp met inscriptie bij ons thuis, niets meer aan herinnert. Ik schreef er, zo zag ik tot mijn eigen verbazing, al eerder een vergeten column over.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Ben je al klaar voor de grote rode truck die alleen jij ziet aankomen?

Ik hou er niet van om op mijn eigen site, mijn heiligdom, over de mRNA vaccinaties en het bizarre griezelcircus eromheen te schrijven. 

Ik hou het hier graag schoon, droog en geurend naar stervende viooltjes.

Schrijven over Covid en de rattenplaag die dat narratief in stand houdt, doe ik al genoeg op twitter net als vele anderen die doorgaans beter onderlegd zijn dan ik. 

Bovendien. De meesten van jullie zijn klaarwakker en nieuwsgierig naar alles wat erover wordt gepubliceerd. Dus wat moet ik jullie nog aan je neus hangen.

Toch is er één drukpunt, waar ik even zonder mooie krullen en slingers bij jullie op wil duwen. 

Denk even mee. 

Stel je staat midden op een snelweg met je vrienden en je geliefden 

en jij ziet als enige van de groep, door de mist, een truck die aan komt razen. 

Wat je ook doet of zegt, ze geloven je niet en ze blijven midden op de weg staan keuvelen. 

Jij springt net op tijd weg, kan misschien een of twee mensen half meetrekken naar de kant. 

Maar de hele weg ligt vol gewonden. 

Wat als jij straks de enige bent die ze kan helpen?

Heb je daar wel eens over nagedacht? 

Ik zie nu veel te veel mensen “in the know” tegelijk, massa’s alarmerende feiten en cijfers rapporteren die wijzen op iets imminent verwoestends.

Journalisten en opiniemakers die zolang ik naar ze luister eigenlijk altijd gelijk krijgen. Al is het vaak een jaar of twee later, als het te laat is: Adam Curry van No Agenda, Mike Moore van de Thomas Payne Podcast, Scott Kesterson van BardsFM en James Delingpole zijn er een paar van. 

Maar ook anders zo gedoseerde, keurige Christenvoorgangers roeren zich. Jack van der Tang en Paul Visser; Je moet hun preken absoluut geluisterd hebben. Niet alleen om hun ongekend scherpe boodschappen, maar ook om de wanhoop en het verdriet in hun stem. Deze nobele mannen vertellen geen sprookjes, ook al is hun God wellicht niet de jouwe. 

Allemaal waarschuwen ze op hun manier voor die vuurrode Mack truck met gele lichtjes en geitenhoorntjes op het metallic dak, van wie maar een enkeling de blazende toeters hoort.

En allemaal zien ze hele volkeren tegelijk midden op de snelweg staan, kromgebogen, met hun prikje in hun arm en hun mondluiertje op, die truck tegemoet schuifelen. 

Ik zie het ook. 

Maar tegelijkertijd, zie ik dat zovelen van ons, die de truck wél zien, nog geen idee hebben wat er straks van ons gevraagd gaat worden. Dat velen nog denken dat de tijd om ons voor te bereiden nog oneindig is of dat de chauffeur van de truck wel op het laatste moment de kant in zal sturen. 

Dat we iets doen, als we alleen op twitter een beetje meekwekken, de zoveelste leugenaar of troll ontmaskeren of één keer in de maand een rondje om de kerk in Amsterdam lopen. 

Helaas. Hopium is a bitch. 

Als de helft van de inktzwarte voorspellingen uitkomt, wordt straks van ons het onmenselijke verwacht. 

Wij zullen, als de tekens ons niet bedriegen, de overgrote rest moeten troosten en voeden, ondersteunen en hun lijden moeten verlichten. 

We zullen zoveel mensen moeten vergeven die ons belachelijk hebben gemaakt, voor gek verklaarden, uit hun leven verbanden of ons zelfs zorg wilden ontzeggen. 

Maar dat is wellicht nog het makkelijkste dat ons te doen staat.

Daarom is de tijd gekomen om steviger in je schoenen te staan. Geestelijk en lichamelijk. 

Of je nou 20 bent of 80. Ga bewegen. Maak je kop helder. 

Te vet? Rennen dikke! Niet morgen, vanavond nog. 

Vermijd blessures én het ziekenhuis, maar werk toe naar de best mogelijke conditie. 

Ga wandelen, zwemmen, boksen, dansen. 

Maar wat je ook doet, trek jezelf achter dat hypnotiserende beeldscherm weg, dat je het idee geeft dat je al iets doet. 

Pak een Bijbel of een ander mooi boek. Rust en leer. Word gezond, lichamelijk en geestelijk. 

Zorg voor een leeg hoofd en een volle kelder en medicijnkast. Zorg voor goede nachtrust. Stop nu met roken en te veel drinken.

Speelkwartier is voorbij. 

Zorg voor voldoende brandhout en leg contacten waarvan je weet dat je er in een crisistijd iets aan hebt. Tien op loopafstand. Honderd die je kunt bellen en duizend op sociale media.

Doe het nu. 

Ik bid dat ik straks, in mei 2022, keihard uitgelachen word om deze column. Dat de dreigende stofwolk met die twee gele lichtjes in de verte, vuurvliegjes zijn of vrolijk keuvelende fietsers in de nacht.

Maar vooralsnog vrees ik met grote vrezen.

Kom dus van je luie kont af. En doe het nu.

Als het niet nodig blijkt te zijn, ben je straks in ieder geval een beter, gezonder en gelukkiger mens geworden. En dan lach jij weer.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Ondersteun mij dan hier!

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Stop met slaafs gehoorzamen. We gaan punk nieuw leven inblazen.

P.A. Splashing Tovs Breda. Pluu. 1980. Ate. Coen. Eddy. Ik buiten beeld, zoals altijd.

Ik scheer mezelf één keer in de drie weken. Met een tondeuse.

Zo bespaar ik behalve een boel geld, flink op tenenkrommende gekwebbel van de kapper.

Alleen mijn kop moet er aan geloven, die moet kaal. 

De rest van het struikgewas mag welig tieren en krullen, de Chinese Naakthondenlook met olietjes en geparfumeerde lotionnetjes, dat is niets voor mij. 

De hele scheeroperatie is in vijf minuten gepiept.

Ik sta dan voor de spiegel met mijn oude Philips van de Blokker, die lawaai maakt als een boze elektrische heggenschaar.

Eerst zijn baard en gezichtshaar aan de beurt en daarna trek ik strakke banen van achter naar voren over mijn schedel. De kunst is om in zo min mogelijk stroken alles te verwijderen. 

Het gaat van links- en rechtsonder naar boven, tot er precies in het midden een smalle verheven baan overblijft. 

Een bejaarde para van de 101st Airborne staart me dan een moment aan vanuit de spiegel.

A man can dream.

Robert de Niro uit Taxidriver. “Are you talking to me?”

Maar ik kijk vooral recht in het gezicht van de geesten van mijn verleden. 

Terug in de tijd waarin we niet lamlendig op de bank bleven zitten, ons niet langzaam lieten slopen door vazallen van de macht. Niet lieten piepelen door de eikeltjes van de klas door welke leraar of oom agent dan ook. We hadden schijt en zij waren doodsbang. Ook al waren we amper 16 jaar.

Het was de tijd dat we op onze eigen explosieve manier in opstand kwamen tegen de verrotte uitzichtloze tyfusmongolen-maatschappij die ze ons op wilden dringen. 

Een tijd net als nu.

Maar nu is het stil. Te stil.

Ik wil die geest van 40 jaar geleden terug, toen we op onze eigen manier, in een explosie van autonomie en creativiteit vochten voor onze vrijheid en ons leven. 

De tijd dat ik met Eddie en Coentje, Ate, Jeroen, Patrick, Walter, Niels, Hugo de straten van Breda onveilig maakte en iedereen een straatje voor ons omliep. 

Eddie, onze zanger, met een dode muis, platje, op zijn jas geprikt, zijn broek steevast opsierend met de snuitsels van zijn bloedneuzen én bovendien de eerste scheurbuikpatiënt van Breda in 300 jaar, omdat hij een jaar lang alleen palingworst at. Kleine, bleke, gebeeldhouwde Ate, een cherubijntje, met zijn te grote zwarte jas en zware kettingen en twee snaren op zijn gitaar. Patrick, de snelste drummer van de stad. Ik mis het.

Wij waren Punkers. 

Echte. 

De tweede generatie, na pioniers, zoals Diana Ozon, de Rondo’s, de Ex en de briljante Dr Rat. 

De generatie die Max Matkiel vereeuwigde in zijn fotoboek Paradiso.  

Wij waren niet links zoals die rooie Amsterdammers. Maar ook niet rechts, wij waren helemaal niet politiek, maar van helemaal niemand. Kwaad op iedereen. Knokkend tegen alles, inclusief onszelf en ons lichaam, dat we met liefde mishandelden, doorstaken en uitmergelden. 

Maar vooral tegen de saaie burgerlijkheid. De landerige truttigheid, de eindeloze verveling, de uitzichtloze werkeloosheid en een bom die ieder moment kon vallen. 

Anarchisten 14+

We maakten onze eigen kleren en sieraden. Sliepen in kelders en telefooncellen. Schoren en beschermden elkaar.

We begonnen punkbandjes, voor we ook maar één noot konden spelen. Met gitaren waarop net zoveel snaren lagen, als je kon stelen; desnoods uit een piano, het donderde niet. Als er maar een gruwelijke herrie uit kwam. 

En al konden we niets. We stonden wel in het Paard van Troje en de Stokvishallen, onze longen uit ons lijf te krijsen in het voorprogramma van MDC, de favoriete band van Kurt Cobain. We trokken een spoor van puin en herrie door het hele land.

De afgrijselijkheid van de tijd, maakte dat wij onze eigen gemeenschap creëerden, waar de burgertjes doodsbang voor waren. Een herkenbare wereldwijde gemeenschap, waar je altijd terecht kon, altijd welkom was en altijd kon blijven slapen of eten, overal in Europa. 

We staken als een nest fel gekleurde horzels af tegen de grijsheid van de tijd. 

En niemand deed ons wat. 

Steeds langer aarzel ik voor ik mijn mohawk afscheer. En steeds vaker vraag ik me af of de tijd niet gekomen is om die hanenkam door te laten groeien, vuurrood te verven met lakverf en deze in spikes op te steken naar de hemel.

En misschien doe ik dat ook wel. Dat zullen de buurtjes in het Spiegel vast dolletjes vinden.

In ieder geval gaan wij, vijftigers, maar weer een band beginnen; Patrick en ik. 

Omdat de jeugd van nu liever gehoorzaam in de rij staat voor testjes, met mondluiertjes door schoolgangen schuifelt of zich laat betalen om met blote tietjes voor het klimaat te demonstreren.

Onze punkband gaat Frikandel heten. 

Want iemand moet het goede voorbeeld geven. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Internet blackouts, tekorten, noodsituaties. Hoe bereid je je voor op de aanstormende rode truck?

Het is alweer bijna vergeten in de mêlee van de nieuwe dag, maar de massale uitval van internetdiensten gisteren, zit me helemaal niet lekker. 

Dit ging veel verder dan de servers van Zuckerberg en zijn vette dochters Whatsapp en Instagram. 

Dit gebbetje raakte ook banken en overheidsinstellingen. Onder anderen DigiD in Nederland.

Natuurlijk was het hilarisch dat de steppende quinoavreters van Facebook niet eens hun eigen spiegelpaleis in konden komen, omdat de pasjes op hetzelfde systeem draaiden, maar het was tegelijkertijd ook beangstigend. 

Wat is er allemaal nog meer gekoppeld en kwetsbaar als delen van het internet uitvallen? De beademing van je oma? Het gaspedaal van je Tesla? Kernreactoren? Luchtafweersystemen?

“Experts” staan voor een raadsel hoe dit kon gebeuren. En dat is maakt het alleen maar enger. Zeker als je beseft dat werkelijk alles tegenwoordig is gekoppeld aan hetzelfde netwerk waar gisteren nonchalant een enorme hap uit werd genomen. 

Van tankstation tot ziekenhuis. Van melkfabriek tot nooddienst. Banken, verzekeraars, telefoonbedrijven, alles hangt aan hetzelfde dunne draadje. Maar wie is de giftige spin die zo nonchalant het hele web vernielt?

Wat mij betreft ruiken de gebeurtenissen van gisteren iets te veel naar een generale repetitie in de stijl van Event 201.

Een volgende Stufe in de opmaat naar de Great Reset. 

Maar of die actie van gisteren nu een Kriegsspiel van aspirant Reichsführer Schwab was, die de gebeurtenissen van gisteren pontificaal voorspelde -zoals de mensen uit zijn club alles voorspellen wat ze met ons uit gaan vreten- een actie van whitehat hackers of een daad van cynische blackhats op zoek naar data om mensen mee af te persen, het doet er eigenlijk niet toe. 

Wij, de normale mensen, die met zijn allen aan dit zijden kabeltje hangen, zijn hoe dan ook het bokje als het systeem plotseling instort of omver wordt geduwd.

En het enige dat wij kunnen doen is ons zo goed mogelijk voorbereiden om het volgende bedrijf in dit duivelse theater te overleven. 

Ik zal heel kort opschrijven wat ik, op basis van gezond verstand, kan bedenken. 

De grap is dat het meeste dat je echt nodig hebt, maar heel weinig kost. En als de storm over waait kun je altijd je eigen voorraden verkleinen door ze op te eten of te gebruiken.

En ik nodig jullie graag uit om in de comments, jullie inzichten en tips te delen. 

Haal voor een maand eten in huis. Lang houdbaar. Koffie, bonen, meel, chocolade en rijst. Pindakaas en honing. 

Koop een vriezer. Of twee als je er plaats hebt en vul deze met hoog calorisch voedsel zoals vlees.  

Heb je een baby? Zorg voor melkpoeder en luiers.  

Zoek uit of er ergens in je buurt schoon water stroomt. 

Vul sowieso een paar jerrycans met drinkwater.

Zorg dat je auto altijd is afgetankt en goed is onderhouden.

Haal veel kaarsen, lucifers en haardhout in huis. 

Zorg voor voldoende medicijnen, vitamines en verband. 

Als je bang bent voor ADE, verdiep je dan in de vele natuurgeneeswijzen die rondgaan op internet. Baat het niet dan schaadt het niet. 

Regel alcohol, tandpasta, vrouwenspullen en zeep.

Begin zo snel mogelijk met een moestuin. Dat kan al op je vensterbank. 

Bewaar boeken, LP’s en DVD’s. Gooi oude recorders en spelers niet weg. 

Zorg voor voldoende warme kleren en wasmiddel.

Zorg dat je elkaar weet te vinden buiten de grote sociale media systemen. Gettr en Gab zijn onafhankelijk en zouden kunnen blijven staan.

Regel een oude Nokia vol nummers. Maar noteer ook weer belangrijke gegevens op papier.

Regel schoolboeken voor je kinderen en een Bijbel ( ja, lach maar).

Regel oude werktuigen. Zagen, multi-tool, hamers, schroevendraaiers. En een hengel.

Zorg voor een generator of koppel een batterijsysteem aan je zonnepanelen. 

Neem een grote hond. Of twee. 

Zorg dat je zelf in optimale conditie bent. 

Oh, en laat het WC papier maar zitten.

Zo nou jullie!  

Ik ben even boodschappen doen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een demonstratie is niet genoeg als je de monsters wilt verdrijven.

Zondag vierde ik mijn eerste “covid demonstratie lustrum” in Amsterdam. Op de Dam, waar het qua grimmigheid en dreiging een stuk knusser was dan op het Museumplein, het veld waarvan het malse gras na het getrappel van hordes paarden en geplet onder de grove banden van blauwe busjes, zelfs opnieuw moest worden ingezaaid. 

In een dik uur zag ik, geplakt tegen de zijmuur van het Paleis, in de kletterende regen, een eindeloze stroom mensen aan me voorbij spoelen. Veel meer dan 25.000 zielen, zo leek het, maar tellen was nooit mijn sterkste punt.

Indrukwekkend was het wel.

Er was iets uitzonderlijks dat deze klaterende menselijke waterval vol kleurige paraplu’s verbond. Deze rivier van gestalten met hun enorme verscheidenheid in leeftijd, kleur en sociale klasse. Deze hele mensheid, variërend van dronkenlap tot directeur. Van schattige kleine meisjes in roze regenjasjes tot oudjes in rolstoelen. 

Er was iets dat ze bond, buiten hun afkeer tegen QR codes en medische apartheid en hun hunkering naar vrijheid. 

Ik kon er gisteren zo niet opkomen, maar nu zie ik het.

Ik heb geen kwaad gezien.

Geen agressie, geen gebalde vuisten.

Alleen de regendruppels vormden tranen op de uitgelaten gezichten. 

De stoet kenmerkte zich door een ontwapenende vrolijkheid, die ik niet kon rijmen met de geselende stortbuien en blijdschap die zich om de paar minuten ontlaadde in een ontroerend oorverdovend gejuich.

Het leek op Jericho. 

Maar de muren van de dictatuur staan nog recht overeind.

Er gebeurden mooie dingen.

Zo kwam er een dame naar me toe, die me vertelde dat mijn stukken haar hoop gaven. “Het is andersom mevrouw. U loopt hier in de stromende regen. U bent degene die mij energie geeft.” Dat had ik natuurlijk moeten antwoorden, maar er kwam zoals gewoonlijk alleen een schaapachtig “dankjewel” of zoiets uit mijn mond. 

Ik omhelsde een vriendinnetje, dat ik dertig jaar niet had gezien. Had een mooi gesprek met een wildvreemde en had tevreden naar huis kunnen gaan, met mijn druipende, als een stekker balende hond, maar er bleef iets knagen.

I don’t want to rain on your parade.

Wat ik gisteren zag, gaf me 25000 sprankjes hoop en moed, maar met rondjes door Amsterdam lopen, gaan we deze strijd niet winnen. 

Ondanks alle “positive vibes” die je voelt als met je neus middenin zo’n uitgelaten optocht staat, zien de miljoenen mensen thuis voor de buis iets anders.

Het lavenlegioen van RTL en NOS, de kuddes gekochte journalisten en cynische opiniescharrelaars zullen er alles aan doen om deze demonstratie en de ook de volgende en de volgende, aan de grijze massa op de driezitsbank te verkopen als een bruine berg stront, vol racisten, terroristen en moordlustig schorem, zoals ze dat eerder deden op het Museumplein en in Washington op 6 januari. 

Ze zullen een miniem detail pakken en dat eindeloos uitvergroten, gesauteerd met ronkende teksten als extreem rechts, tuig en terrorisme.

Wie herinnert zich niet het incident van de boeren die de deur van het provinciehuis in Groningen licht beschadigden of het moment dat ze balorig rondreden met een onbeholpen grafkist. Het werd uitvergroot tot epische proporties. Het terechte boerendoel werd snel vergeten, maar de nare geur van geweld en dood bleef nog lang hangen aan de boerenstand.

Zo machtig zijn de media.

Maar ook als er helemaal niets gebeurt, zoals deze zondag, vinden ze wel iets om vijfentwintigduizend lieve mensen, één slechte naam te geven. Een vervelend T-shirt of een ander attribuut waar ze hun spin aan op kunnen hangen, volstaat.

En dan nog, zelfs als alle demonstranten zich zouden gedragen als modelburgers met ANWB regenjassen, gekamde haren en gepoetste schoenen en iedereen geurde naar viooltjes, zouden ze er niet voor terugdeinzen om een figurant tussen de mensen te zetten, die even iemand op zijn bek slaat of zijn rechterarm uitsteekt voor de klikkende NOS en RTL camera’s. 

Alles, zodat Yoeri Albrecht, Eveline Rethmeijer, Rudy Bouma en Bart Nijman maar een week lang “Schande” en “Tuig” kunnen krijsen. 

Het probleem is dat wij, de kletsnatten, wel beter weten, maar de miljoenen thuisblijvers niet. 

Zij zitten op een main stream media dieet zonder “blckbx” en krijgen uitsluitend te zien wat Hilversum en het Algemeen Dagblad ze voorkauwen.

En dat beeld schreeuwt alleen: “Bij deze literblikken bier op straat gooiende rotzakken en tegen de muur aan plassende viezeriken met hun galg, wil je niet horen.” 

Vandaar dat de beweging die de straat op gaat om te demonstreren tegen de medische apartheid maar niet wil groeien, terwijl de repressie en de dictatuur voortwoekeren als nooit tevoren.

Niemand wil een wappie zijn.

We zullen het anders moeten doen als we ons land willen “de-monstreren” Als we willen dat er iets verandert is een rondje hossen om de Oude Kerk niet genoeg. 

We zullen anders tegen “demonstreren” aan moeten kijken. En er een andere invulling aan moeten geven. 

Demonstrare, betekent niets meer of minder dan aantonen. “laten zien”. 

Wij mogen niet langer onze positieve energie en onze kennis bewaren voor elkaar, ons enthousiasme niet reserveren voor ons rituele uitje in Amsterdam of Den Haag. Hoe gezellig het ook is.

Als we echt iets willen veranderen, moeten we iedere dag als 25000 ambassadeurs van rede, liefde en vergevingsgezindheid, gaan demonstreren in onze eigen omgeving. 

Niet door leuzen te schreeuwen of keihard te juichen, maar door deel te nemen aan het debat, door te ons uit te spreken tijdens borrels en gemeenteraadsvergaderingen, door onze vinger op te steken tijdens ouderavonden. Door op onze eigen schoolpleinen, in ons eigen bedrijf, op onze eigen feestjes en in onze eigen buurt verbindingen leggen en elkaar’s geluid versterken. Door steeds te laten zien hoe het zit. En te laten zien dat we de dictatuur niet pikken. 

Geladen met kennis waar zoveel mensen van verstoken blijven, moeten we steeds opnieuw onze vingers durven zetten in de gapende scheuren van het afbrokkelende covid en qr narratief. En iedereen uit de hypnose halen die daar ook maar een beetje voor open staat.

Geduldig de boosheid en uitsluiting trotseren en gaandeweg mens na mens de schellen van de ogen laten vallen. 

Het confronteren van je eigen moeder of je collega’s, het opstaan tijdens een schoolvergadering of discussies voeren met je voetbalteam vereist meer moed, dan het trotseren van een peloton M.E’ers, maar alleen door iedere dag te demonstreren tussen de mensen waar we van houden, jagen we de monsters weg uit Nederland. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

In Enkhuizen trappelt het zieke Paard van Troje.

Steun de burgers van Enkhuizen in hun strijd tegen de tirannie!

Enkhuizen. Een dromerig stadje, tussen IJsselmeer en Markermeer, waar de kiezelige lucht van rivierwater zich mengt met de oliegeur van motorschepen. 

Een kalme plek, waaraan de randstedelijke waanzin van alledag voorbijdrijft als een klassieke zeilboot door de spiegelende havens. Waar het leven onverstoorbaar verder ruist, zoals de bladeren van de dikste treuriep van Nederland, aan de vijver van het Snouck van Loosenpark. 

Maar schijn bedriegt. 

Zoals de Duivel, in het lied van Charlie Daniels, uitgerekend het slaperige Georgia uitkoos, op zoek naar zielen om te stelen, koos hij dit keer het trotse stadje Enkhuizen als proeftuin voor zijn list en bedrog.

Er lijkt, zoals zo vaak, bedrieglijk weinig aan de hand. 

In Enkhuizen wordt zoals ieder jaar een klassiek volksfeest gehouden; de Harlinger Harddraverijdagen. 

Een onschuldig feest, waarvan het parcours dwars door het pittoreske stadje leidt; een binnenstad waar gewone mensen wonen, die niet perse zitten te wachten op menigtes en druktes, toegangshekken, gehinnik en geschreeuw. Gewone mensen, die doorgaans de overlast lijdzaam voor lief nemen en zonder al te veel morren het gedraaf over hun straatklinkers toestaan. 

Het zijn vissers, geen zeikerds, die Enkhuizenaren. 

Maar dit jaar schuilen er addertjes onder het gras van de Enkhuizer vestingwallen. En de ruiters van de Apocalyps tollen in vliegende galop hun rondjes om de Dromedaris. 

In Enkhuizen trappelt ongeduldig het zieke paard van Troje.

In het kielzog van QR terreur en vaccinatiedwang is dit ooit zo onschuldige evenement tot een fuik omgetoverd. Een muizenval voor de burgers, die niet buigen voor de medische apartheidsstaat die zo voortvarend wordt opgetuigd in Nederland.

Want buiten hinder van menigtes, het niet kunnen parkeren en het lawaai, moeten de bewoners van de binnenstad van Enkhuizen dit jaar steeds opnieuw een Covid test ondergaan of hun QR code laten zien, om hun eigen straat en huis binnen te mogen. 

Na een rondje joggen, de kinderen van school halen, na iedere boodschap bij de Albert Heijn. Testen of Ausweiss! En alle bewoners moeten een geel polsbandje dragen, om hun ghetto te mogen betreden. 

De geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar rijmt altijd. 

Enkhuizer kinderen die onverwachts positief testen, mogen tijdens de draverij alleen naar huis zodra het evenement is afgelopen. Pappa en Mamma die zonder QR code terugkomen van hun werk, de test weigeren of positief blijken, mogen hun eigen straat niet in. Al staat de hond op springen of ligt er een ziek kind, thuis in bed. 

Ambtelijke droogstoppels en de locale BOA constrictors van de medische apartheidsstaat, houden tijdens de “feestelijkheden” trouw de wacht, om ongezonde elementen te weren uit hun eigen vertrouwde huizen, terwijl de gehoorzame QR laafjes naar de paardjes kijken.

De openbare buitenruimte van Enkhuizen is van de ene dag op de andere, omgetoverd tot evenemententerrein, met alle draconische maatregels van dien.

En wat morgen in Enkhuizen gebeurt, gebeurt overmorgen bij u. 

Als wij burgers van Nederland deze travestie schouderophalend toestaan, is heel Brabant straks een evenemententerrein tijdens carnaval, net als Amsterdam tijdens Koningingsdag. En is de stad waar Sinterklaas en Zwarte Piet dit jaar aanleggen, verboden terrein voor alle kindertjes zonder geel armbandje.

“Halt. Ihre Papiere bitte!”

We gaan het nog vaak horen de komende jaren.

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een bijzonder gesprek met Sietske Bergsma.

Click op het plaatje voor de Podcast met Sietske.

Als deze bizarre tijd van dwang en drang, van uitsluiting en tribalisme, één waardevol effect heeft, is dat het verschijnsel dat de kudde niet alleen uit elkaar wordt gedreven, maar dat de zwarte schapen ook nader tot elkaar komen. 

Uitsluiting leidt tot insluiting. Oude breuken leiden tot nieuwe sterkere banden. Verdrijving tot omhelzing.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Meelopers zijn doodlopers. Een wijze les voor de soldaatjes van Unmute.

Als dienstplichtig chauffeur, lichting 83-6, SSTVBAT, Chassé Kazerne Breda, heb ik een boodschap voor de partypeeps die gisteren meeliepen met de unmute demonstraties.

In mijn diensttijd had je drie soorten soldaten.

De bloedfanatiekelingen.

De schoorvoetende orderopvolgers.

En de rebellen.

De bloedfanatiekelingen waren legergroen geboren. Altijd spiegelglad geschoren, paradeerden ze als pauwen rond met hun strakke baret en door nylon kousen gepoetste kisten. Deze boys schopten het binnen een maand of zes tot soldaat eerste klasse. Sommigen zelfs tot korporaal. Hun bedje was altijd rimpelloos gespreid, hun grijze metalen kast compleet en tot de millimeter op orde met messcherpe lakens en gesteven broeken.

De rebellen, tja, dat was diametraal ander volk. Zij hadden een iets andere manier om het eentonige legerleven dragelijk te maken. Die liepen in vale lompen vol olievlekken, begooiden elkaar met groene verf voor de grap, vraten kilo’s frikandellen en spoten elkaar met de hogedrukspuit gierend zeiknat, tussen de imposante M 109 kanonnen die, zo hoorde ik achteraf ook nucleaire lading konden afvuren. 

Zij “leenden” jeeps om in de binnenstad van Breda achter de meiden aan te gaan en crossten expres veel te hard met hun jeeps door de bossen, zodat de KMS kadetjes steevast hun knar aan de dakstangen stootten. 

We gaven geen fuck. 

Op een dag was er op de kazerne ineens blinde paniek bij het kader. 

Vanuit Den Haag werd een inspectie aangekondigd, die drie dagen zou gaan duren. Een kadaverinspectie waar zelfs de kolonel bang voor was; alle bevorderingen hingen er vanaf. 

Slecht nieuws voor de soldaten? Niet voor iedereen.

De bloedfanatiekelingen hadden niets te vrezen. Zij konden eindelijk laten zien hoe goed ze waren. Zij stonden kaarsrecht, stram in het gelid. Uzi geolied en gepoetst. Jeep spic en span, schouderklopjes van de Sergeant Majoor in ontvangst te nemen.

Maar ook wij, de “rebellen”, ontsprongen de dans. 

“Wegwezen jullie, trek die gore tietenposters van de muur, pak je zooi, ik wil jullie een week hier niet zien!”

Zo werden wij één dag voor de inspectie met een motley crew van vijf onverbeterlijke gekkies op verlof gestuurd. 

De commandant wist dat er geen land met ons te bezeilen was, dat ons kloffie uit smerige dumptroep bestond en dat we alles, met liefde, voor hem zouden verpesten.

Uiteindelijk was één deel van de soldaten keihard de sigaar: De schoorvoetende orderopvolgers. De grijze massa zonder grijze massa. De mannen zonder mening. De “comply and obey” groep die sloffend deed wat ze opgedragen werd, als ze maar na 14 maanden ploeteren hun vrijheidje terug zouden krijgen.

De gedweeë meelopers van het systeem hadden een “hell week”, terwijl wij in de kroeg zaten. 

Wat toen gold, geldt nu net zo.

Half juli zagen we hoe de macht omgaat met mensen die hun vrijheid terug willen, zonder het systeem af te wijzen. Mensen die niet verder kijken dan het NOS Journaal lang is. Die de Museumpleingangers voor wappie verklaren. Die dachten dat één Dansen bij Jansen prikje, genoeg zou zijn om hun vrijheid terug te kopen.

“The night belonged to the vaccinated. But they did not say how many nights.” 

Gisteren ging diezelfde kleurrijk uitgedoste, grijze massa voor de tweede keer dansend de straat op. Ze willen weer tongen, weer raven, ze willen weer tegen elkaar opknallen in moshpits, ze willen genieten, desnoods binnen het systeem. 

De #UnmuteUs brigade willen best een QR code op hun smartphone, want dat is zo lekker makkelijk. 

Ze beseffen niet dat ze hun vrijheid daarmee definitief wegtekenen aan dezelfde duivels die ze een Summer of Festivals hadden beloofd, die nooit kwam.

Dat met die QR code hun God gegeven vrijheid een gunst is geworden van de overheid die met ze speelt als een kat met halfdode muizen. 

Ze beseffen niet dat ze vanaf dat moment systeemgevangenen zijn, die alleen bij groen licht, even door mogen leven. Met een app die nu op rood springt als ze ongevaccineerd zijn, maar straks ook omdat het klimaat dit eist, omdat er aliens zijn geland of omdat de kolonel zijn pet daar nu eenmaal naar staat. 

Dat het rode licht straks ook geldt voor winkels, scholen en dokters. 

En dat ze dan niet meer terug kunnen, omdat ze, als doktor Faustus, nu eenmaal getekend hebben voor het systeem. Dat ze, als ze met hun QR code frauderen, de wet breken, waar ze voor hebben getekend.

In tijden van dictatuur heb je twee soorten vrijheid.

De vrijheid van de kolonels en hun bloedfanatieke soldaten. De “Big Club” van George Carlin, waar jij geen deel van uitmaakt, omdat je nu eenmaal geen Oranje, Schwab of Rutte heet.

Of de vrijheid van de gekken. De rebellen. De mensen die zich niet confirmeren aan de regels en daar blijmoedig de consequenties van aanvaarden. Die bespuugd en neergeknuppeld, voor wappie verklaard en uitgestoten worden. De halsstarrigen die de narrow gate kiezen, uit Mattheus 7:13-14

Enter ye in at the strait gate: for wide is the gate, and broad is the way, that leadeth to destruction, and many there be which go in thereat: Because strait is the gate, and narrow is the way, which leadeth unto life, and few there be that find it.

En de matige middenmoot? Die denkt de vrijheid terug te krijgen door regeltjes op te volgen? Die krijgt altijd de klappen.

Dat gold op mijn kazerne en dat geldt nu.

En daarom deze oproep aan de meelopers van Unmute. 

Volg geen regeltjes, omdat je daarmee je vrijheid denk terug te krijgen.

Want uiteindelijk keert die gedweeë lankmoedigheid zich tegen je. 

Je vrijheid is al van jou. 

Het is je alleen afgenomen. 

Unmute het stemmetje in je hoofd.

Wees de baas van het systeem of verwerp het. 

Maar probeer nooit de kool en de geit te sparen, 

Wybren. 

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Schrijf je in voor de mailinglist onder aan de homepage. En please retweet en deel mijn stukken.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Vijf september 2021. Een vrijheidsfeest dat naar meer smaakt.

Ik stond die zonovergoten zondagochtend van vijf september al vroeg midden op de Dam.

Ik houd nou eenmaal niet van enorme opeengepakte menigtes, waarin je je kont niet kunt keren. En sinds de grote Hans Kok demonstratie, waar ik tussen de ME en krakers klem kwam te zitten, wil ik altijd zicht houden op een “ontsnap-steegje”.

Dat mijn hond een bloedhekel heeft aan de paarden van de bereden politie, die vaak plots als rijders van de apocalyps oprukken zodra de mensenmassa aanzwelt, speelt ook een rol. Na drie Museumplein demonstraties, dacht ik de ingesleten patronen van de uitvoerende macht wel te kennen. 

Deze kristalheldere morgen was de hoofdstedelijke sfeer echter verre van grimmig. Er werden geen stoepen of straten opgebroken voor de broodnodige klinkers, geen Molotovcocktails afgevuld, geen auto’s omgegooid. Er was geen overvalwagen of Mobiele Eenheid te zien.

Geen Romeo’s. Alleen maar Julia’s. Met strooien hoeden en gele paraplus. 

De ambiance op de Dam was surrealistisch fris, wit, met vuurrode ballonnen en partytenten. Feestelijk bijna, opgetogen, gemoedelijk. Alsof bruid en bruidegom ieder moment over het Rokin aan konden komen ratelen in een landauer.

Alles ademde een nieuwsgierige, haast kinderlijke, welwillende onbevangenheid en een stralende vriendelijkheid. En, zo zag ik later, deze ontspannen sfeer hing niet alleen die ochtend over de stad, toen iedereen nog volop ruimte had, maar ook later, tijdens de massale optocht zoals die mooi werd vastgelegd door Sietske Bergsma en Ongehoord Nederland.  

Wat maakte deze dag nou zo speciaal zo anders dan de vorige demonstraties?

Ik heb even de tijd genomen om mijn hoofd eromheen te krijgen. En vanochtend wist ik het ineens.

Dit was dé stad die ik kende uit de vroege jaren 80, toen ik als verwaarloosd ratje door haar straten schuimde.

De geest van mijn oude Amsterdam was weer even terug. Ze zweefde met wilde gele bloemen in het haar over de grachten en pleinen.

Amsterdam was voor één dagje weer die revolutionaire, vrijgevochten stad, met vrijgevochten mensen. 

Dit was het verrukkelijke Amsterdam waarvan ik dacht dat het voor altijd verloren was gegaan.

Die heerlijke vrijgevochten puinhoop, waar hippies, hoeren en junks moeiteloos mengden met gezinnetjes en normies. Waar corpsballen en punks gezamenlijk hun roes uitsliepen op een ondergekotste brug. 

Een stad zonder angst, woede en verkrampte kwaadheid.

Het Amsterdam waarin een ongrijpbare, ontastbare band alle uiterlijkheden overstijgt. En een instinctief gedeelde hang naar vrijheid alle klassen en gezindten bindt.

Net als 41 jaar geleden waren ze er weer allemaal om deze vijf september de vrijheid te vieren. In andere gedaanten, maar in dezelfde geest. De paradijsvogels, de zware shag rollers, de Jensen T Shirt dragers, de Motorduivels, de Moslims en de Christenen. Kinderen en bejaarden, TisjeboyJay én TisjeboyJandino. En Provo Thierry Baudet als Robert Jasper Grootveld, enthousiast en vrijuit sprekend vanaf een open boerenkar. 

Iedereen hield voor één dag van elkaar en van elkaars vrijheid. 

En voor het eerst sinds tijden, hield ik weer zielsveel van mijn stad. 

Dit was niet die bekrompen, vervuilde, door wanbeheer verpeste stinkende toeristenval, annex extreem linkse rijkeluisbuurt, vol rolkoffers, angstige mondluiers en kuddes omhoogkijkers*

Dit was mijn Amsterdam, het Mokum van de films van Ed van der Elsken

Dit was de eerste keer sinds mensenheugenis, dat mensen weer meer oog hadden voor elkaar dan voor hun smartphones.

De eerste keer in tijden dat de energie weer straalde uit de straten in plaats van uit Iphone opladers.

In mijn leven heb ik twee keer de Nederlandse macht, openlijk bloednerveus gezien. 

En beide keren kwam dat door gebeurtenissen op de Dam in Amsterdam.

Tijdens de gewelddadige kroning van Beatrix op 30 april 1980, zag ik de paniek in de ogen van onze lieve Prinses Juliana.

En zaterdag rook ik het angstzweet in een tweet van Jan Paternotte.

De macht is er niet chiquer of stijlvoller op geworden. 

Niet krachtiger.

En zeker niet sterker dan een volk dat meer van elkaar houdt, dan van zichzelf.

Hou je daar maar goed aan vast.

Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

p.s: Nog twee kleine vraagjes, als je mijn stukken waardeert, schrijf je dan onderaan op de homepage in voor updates. En deel ze op alle sociale media. Ik heb zelf geen facebook of instagram en telegram begrijp ik niet. Retweet en plaats ze de moeder.

*Junks op roof- of bedeltocht herkennen Amsterdammers die ze ongemoeid willen laten, aan de eigenschap dat ze niet omhoog kijken.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Als we onze vrijheidsstrijd willen winnen, moeten we ergens in geloven. Net als Klaus Schwab.

Een van mijn favoriete Russische liedjes heet кукушка, Koekoek. Gezongen door Полина Гагарина . Het origineel is van de bard Виктор Цой.

In кукушка legt Polina Gagarina, die in 2015 nog eervol tweede werd tijdens het Songfestival met “A Million Voices”, alle passie van een gewond volk. Het hartverscheurende trauma van miljoenen door granaten opengereten zonen, van verkrachte en voor oud vuil in een greppel achtergelaten dochters. Het diepste volksleed, dat zelfs de machtige tijd niet kan helen.

кукушка is de soundtrack van de miniserie – Битва за Севастополь- De slag om Sebastopol. Het verhaal gaat over Lyudmila Pavlichenko, een studente die vrijwillig scherpschutter wordt in het Rode Leger en met de moed der wanhoop vecht aan het hier volstrekt onbekende, maar niet minder bloederige Krimfront. 

Doordrenkt van weemoed en onmenselijke moed en kracht, de hartstocht om te zonder aarzeling te beschermen wat haar lief is, vecht ze met alles wat ze in zich heeft. Zonder aan opgeven te denken. Ook al is er geen munitie.

Je hoeft de tekst niet te kunnen vertalen om de pijn te voelen die nog steeds als een dreigende mist over de oneindige Oekraïense en Russische steppes hangt. 

Lyudmila weet waarvoor ze vecht, tegen welke monsters en wat ze precies te verliezen heeft. 

Ik vraag me af wat dezelfde Lyudmila had gedaan in de oorlog waar wij nu middenin zitten. 

Een oorlog waarin geen tanks de straten ratelen, geen schoten vallen, er geen ruïnes of loopgraven zijn om dekking in te zoeken, zelfs geen achterhuizen om je in te verstoppen.

Een oorlog waarin de vizieren gericht zijn op de liefde, vertrouwen, warme familie- en vriendschapsbanden, de hele menselijkheid, het lichaam, de geest en de ziel. Onze cellen. Ons DNA. 

Deze door angstpropaganda en paniekporno opgedrongen maatschappelijke autoimmuniteit. Waarin iedereen tegen elkaar wordt uitgespeeld en opgezet. Een oorlog waarin we allemaal hetzelfde uniformpje dragen. 

Een oorlog van deceptie waarin de vijand steeds achter je rug staat of net onzichtbaar in de schaduw en nooit tegenover je in een veldgrijs of zwart uniform. 

Een oorlog waarin je niet weet waarop je moet mikken. 

Zou de moedige Lyudmila van nu, net als zoveel burgers, ineengedoken achter in de bus zitten met haar mondmaskertje op? Zou ze in de rij staan voor haar derde prikje. Zou ze de vijand überhaupt herkennen? Zou ze geloven dat er een vijand is, of zou ze juist haar moeder verdenken die de prik weigert? Zou ze de ware vijand juist dankbaar zijn voor de bescherming tegen het levensgevaarlijke virus. 

Zou ze haar handen stuk wassen? 

En als ze toch door de verpestende propaganda en het ultieme verraad heen zou kunnen kijken en ze zou willen vechten, wat zijn dan haar wapens? 

In de oorlog van 2021 vernietigt wapentuig alleen je eigen idealen, werkt iedere vorm van geweld glashard tegen je en kunnen zelfs verkeerd gekozen woordjes je zomaar de kop kosten. Woorden zijn de media boobytraps, waarmee je voor de hele natie aan de schandpaal kan worden gezet, ter meerdere eer en glorie van het gewenste narratief.

Het lijkt niet eenvoudig om een oorlog te vechten zonder wapens van staal en kruit, zonder soldaten en bloedvergieten, maar toch zijn zulke oorlogen en revoluties al zo vaak succesvol gevoerd. 

De Sovjetunie is gevallen zonder slag of stoot. Polen ging vreedzaam om, onder aanvoering van Lech Walesa. Mahatma Gandhi kreeg het British empire op de knieën met geweldloos verzet. Martin Luther King overwon, althans voor een jaar of 40, het institutioneel racisme in de Verenigde Staten. En het geduld van de Taliban bleek sterker, dan de Russen en de drones en tanks van Bush en Obama. 

Vechten in de modder, op landmijnen staan en onze ledematen verliezen. Het is gelukkig niet meer nodig. We hoeven geen tanks in brand te schieten. Of onder mitrailleurvuur door het bloed van onze kameraden te kruipen. Vechten werkt alleen maar averechts. 

Maar dat betekent niet dat we gezapig op onze Covid kilo’s kunnen blijven zitten. En ieder voor zich achter de treurbuis mismoedig en depressief ons happy meal naar binnen kunnen blijven schuiven in de hoop dat de krankzinnige situatie waar wij ons in bevinden vanzelf oplost. 

Dat gaat niet gebeuren.

Ook deze bloedeloze informatieoorlog, waarin leugens de rol van kogels hebben gekregen, vraagt om scherpte en inzet, bezieling en moed. 

Niet van iemand anders. Maar van jou. Jij bent de Lyudmila van nu. Ik ook. Ongewapend en wel.

Deze oorlog winnen kan alleen als we massaal op durven te staan en in beweging komen. Als we net als de Engelsen, de Fransen en de Israeli, iedere week met meer mensen de  straat op gaan. Als we de vijand laten zien dat we er zijn. En dat we niet opgeven. Dat we met heel veel zijn en blijven groeien. 

Vijf September moeten we er allemaal staan, op de Dam in Amsterdam. Ik ben erbij.

Het kan als we vrienden en geliefden wakker schudden, zodra ze daar enigszins open voor staan, de discussie of informatie zoeken. 

Door ieder scheurtje in het narratief aan te grijpen en de twijfel te vergroten.

Het kan als we alles mijden dat ons nog verder uit elkaar speelt, zoals restaurants en evenementen die vaccinaties eisen en scholen die prikbussen toelaten aanspreken. 

Het kan als we luidkeels laten horen dat we het niet prikken en er desnoods voor willen lijden.

Dat we liever met zijn allen op de grond zitten dan op terrasstoelen waarop alleen het geprikte Herrenvolk mag zitten. Het is een hele kleine prijs vergeleken met de prijs die Lyudmila en haar medestrijders moesten betalen voor hun vrijheid.

Het kan als we moedige mensen uit de mainstream zoals Rosanne Hertzberger, knuffelen en aanmoedigen. Zij zijn echte helden met zoveel meer te verliezen dan wij, die toch al voor gek zijn verklaard.

Het kan als we de feestjes van de elite, die opvallend vrijgesteld van iedere regel waar wij ons wel aan moeten houden, mijden als de pest. Kijk niet, twitter er niet over! Wees geen laaf. Boycot F1 Zandvoort. Niet knielen voor debielen of voor prinsjes met een TV bril. 

Het kan als we elkaar opzoeken en onze mond open doen op schoolpleinen en familiefeestjes. En niet wegduiken voor boze blikken of lafjes capituleren voor de communis opinio van de Karens.

Het kan door steeds politici en journalisten vragen te stellen, die ze liever niet willen beantwoorden. Door ze te confronteren met de keiharde feiten, die zich steeds pregnanter opdringen, waardoor ze steeds opnieuw in paniek hun narratief moeten bijstellen. 

Het kan door gezonde humor te gebruiken om elkaar te ontwapenen, door mens te blijven, door liefde en vriendschap te blijven stellen tegenover aangeleerde angst en haat. 

Het kan door zelfs de grootste dwaallichten te vergeven als ze eindelijk, eindelijk het licht zien. Omarm ze. 

Het kan als we een gemeenschap vormen, onze gegevens met elkaar delen, elkaar weten te vinden, voor elkaar opkomen. Op elkaar leren vertrouwen, zodat we geen slachtoffer worden van het prisoners dilemma.

Het kan als we onderling kleine verschillen opzij zetten. En initiatieven steunen als Blxbx, Artsen Covid Collectief en partijen als Forum voor Democratie.

Het kan als we geen los zand zijn op het strand, met miljoenen machteloze korreltjes, maar compacte sneeuwballen die de ruiten laten rinkelen.

Maar bovenal kan het pas als wij, net als de lui die ons in deze waanzin hebben gestort, precies weten wat we willen, waar we naartoe werken. Want alleen als je weet wat je wilt, kun je er voor vechten. En precies daar zit onze achilleshiel. 

Willen we terug naar het oude normaal? Met dezelfde verziekte politieke kastes, dezelfde verpestende milieu en horizonvervuiling, dezelfde Goddeloosheid, waarin ongewenste babies achteloos met het badwater worden weggegooid, hetzelfde zoute Unilevervoer. Hetzelfde waardeloze geld. Dezelfde dozen langs de snelweg? Een wereld waarin alle mannelijke kuikentjes door de hakselaar gaan? 

Het is hoog tijd dat we deze existentiële discussie voeren en ons eigen nieuwe normaal vorm geven in nieuwe idealen. Een ideologisch tegenwicht aan de waanzin van Kaag, Schwab, Macron en Biden. Je moet ergens in geloven als je een strijd aangaat. Of je nou gewapend bent met geweren of met bloemen. 

Al twee jaar voor Meliton Kantaria en Mikhail Yegorov de Rode de Hamer en Sikkel op de Rijksdag plantten, begonnen in Teheran de eerste gesprekken hoe om te gaan met het machtsvacuüm dat met de ondergang van Nazi Duitsland en het land van de rijzende zon zou ontstaan. 

Het wordt tijd dat wij onze eigen Potsdam, ons eigen Jalta gaan organiseren. Want alleen als we een idee hebben van ons eigen nieuwe normaal, kunnen we hun nieuwe normaal verslaan. 

De vraag nu aan jullie, is wat je wilt zijn… 

Камнем лежать или гореть звездой? Het mooiste zinnetje uit кукушка.

Vertaal zelf maar even. 

Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Waarom #UnMuteUs geen applaus verdient en Stef Bos wel.

Vandaag is het #UnMuteUs dag.

De historische dag dat de amusementsindustrie hun muizenvuistje opsteekt naar het Rijk.

Niet zo cynisch, Jan.

Natuurlijk is het goed dat artiesten, muziek industriëlen en DJ’s eindelijk in het geweer komen tegen de waanzin en de willekeur van deze zieke tijd.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

“Pap, wat deed jij in de eerste wereldoorlog?”

Nu de gebeurtenissen elkaar in ijltempo opvolgen, is het messcherpe inzicht van gisteren, de wijdopen deur van vandaag. En is iedere buitenissige voorspelling van nu, het lompe understatement van morgen. 

Het konijnenhol blijkt steeds dieper. En in het duister lijken helemaal geen konijnen te wonen. 

De decors wisselen elkaar in razend tempo af, op dit podium van een macaber wereldtheater, waarvan de roodfluwelen gordijnen zelden helemaal open worden getrokken en je maar af en toe een glimp opvangt van de ballerina’s die deze duizelingwekkende danse macabre leiden.

Er gebeurt te veel om mijn gedachten te ordenen. Maar dat ontslaat me niet van de plicht het te proberen.

Eergisteren herdacht Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat terwijl de Eerste Wereldoorlog pas anderhalf jaar geleden begon. 

Vanuit onze onmetelijke welvaart, ons perfect geregelde veilige leven, waarover we af en toe mochten dromen dat deze eeuwig zou duren, werden we zonder enige waarschuwing, geparachuteerd in een vette, verraderlijke fog of war, die voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omsluiert.

Een wereldoorlog die voor ons begon met een oorlogsverklaring uit eigen gelederen; ons vertrouwde normaal zou nooit meer terugkeren, zo prevelde de bleke oncoloog met uitgestreken smoel en gevouwen handen, terwijl we een minuut daarvoor nog dachten dat we een heel leven voor ons hadden. 

We schrijven inmiddels het tweede jaar van deze smerige oorlog waar geen ontsnappen aan is door eenvoudig een grens over te vluchten. Geen English Channel meer om in een roeibootje over te steken, geen geitenpaadjes dwars door de Pyreneeën, die naar de fel begeerde vrijheid en een dorstlessende kan sangria leiden. 

Geen Zwitserland. Geen Argentinië of Uruguay. Opnieuw is er het neutrale Zweden, maar ook daar wordt volop geïnjecteerd met Pfizer en ModeRNA. De injectiespuit als infanteriewapen van deze tijd.

Alleen in Afghanistan is de prik verboden, maar daar heerst een andere oorlog. 

Waar je ook kijkt, waar je ook luistert, overal woedt diezelfde vieze psychologische oorlog. 

Van de Filipijnen tot Parijs. Van Austin Texas tot Amsterdam. Dezelfde dwang, dezelfde apartheid. Dezelfde met opgedrongen doodsangst en in verblindende verwarring gecreëerde, kunstmatige haat en nijd.

Dezelfde verpestende propaganda die ooit gezworen broeders en stammen, dorpen, gezinnen en kerken, naar de bodem sleurt, gemeenschappen tot in het diepste verscheurt en tegen elkaar opzet.

De loopgraven van deze oorlog lopen niet langs linies in het open veld, maar dwars door woonkamers, door bedrijfskantines, artspraktijken en sportverenigingen.

Dit is geen oorlog is in de klassieke zin, met bajonetten, vliegende ledematen, darmen die in prikkeldraad hangen en regens van gloeiend lood. 

Het gebulder van de kanonnen die in Koersk en Normandie het offensief openden, vervangen door een diepe kristallen stilte, waarin je “eindelijk weer de vogels kon horen”. 

Geen kaartentafels vol vlaggetjes. Geen paddenstoelwolk aan de lucht. Maar lege snelwegen en vreemd dansende verpleegsters. Aangestoken bosbranden en geforceerde overstromingen.

En hoewel er ook in deze oorlog weer massa’s onschuldige slachtoffers zijn, worden ze nu verborgen voor de camera’s. De duizenden bejaarden die in New York State bewust op elkaar werden gepropt om elkaar te besmetten en stierven als bromvliegen met een plastic buis in hun keel. De onbehandelde kankerpatiënten, en vele andere doodstille doden van de uitgestelde zorg, de jonge mensen en geruïneerde ondernemers, die de bloei van hun leven voor hun ogen zagen verwelken en er stilletjes een einde aan maakten. De miljoenen uitgehongerde Afrikaanse kinderen die verstoken bleven van westerse hulp, omdat alles stil lag, dus ook hun levenslijnen. De vele weggemoffelde slachtoffers van de gentherapie, die nooit het nieuws halen. Creperend met Guillain Barre, myocarditis, pericarditis, epilepsie of bloedklonters in hun longen, hersens en benen. 

In deze wereldoorlog wordt gevochten met verleiding, deceptie en programmering. Met tot kookpunt aangewakkerde doodsangst, die als een gifgas door de wijken kringelt. De veldgrijze overvalwagens van toen, de prikbussen van nu. 

De concentratiekampen en kazernes, smetteloos wit. 

De voetsoldaten van toen, nu de massa dode zielen met grauwe koppen, die krankzinnig bang gemaakt en murw gebeukt door onophoudelijke angstporno, hun enige houvast vinden aan steeds schuivende panelen, van injecties, pcr testen, QR codes en potsierlijke decreten van leiders, waar ze in een ander leven nog geen stuiver voor zouden geven. 

Arme zielen, in limbo zwevend tussen hoop en vrees, die zover zijn meegelopen met de duivel, dat ze de weg uit de hel niet meer op eigen kracht terug kunnen vinden en uit armoe, zelf de vlammende toorts maar oppakken, om mensen die de andere weg kozen, klauwend hun eigen teerput in te dwingen. 

De elitetroepen van toen, nu de cynische intriganten van nu. De P.R. guru’s. Tevreden achter hun beeldschermen, grijnzend over de steeds verder verhittende gemoederen tussen goede mensen; echtgenoten, vrienden en geliefden die een halfjaar geleden nog van elkaar hielden, maar nu met woeste koppen tegenover elkaar staan, elkaar vermijdend en vervloekend voor besmettelijk of Wappie.

We zijn allemaal de onvrijwillige deelnemers aan deze wereldoorlog, waarin niet een ander volk de vijand is, maar hét volk. De hele wereldbevolking, die hopeloos verdeeld, verzwakt en tegen elkaar uitgespeeld wordt.  Die genummerd en gechipt, onder de knoet moet worden gebracht van een puissant machtig netwerk van bedrijven en families, sekteleden en een Communistische Partij van wie het gedroomde systeem is afgekeken. 

Een oorlog van illusies en lachspiegels. Van goocheltrucs en beroepsleugenaars die ons op alle fronten gek proberen te maken in een bullshit blitzkrieg van virussen, luchtgassen, klimaatrampen en andere onzichtbare zaken. Zoals de Stuka piloten deden met de gekmakende, oorverdovende sirene die aan hun landingsgestel was gemonteerd. 

Dit is een wereldoorlog zonder legers.

Een oorlog tegen iedereen. Man vrouw én kind. Blank, Geel en Zwart. Moslim Christen en Buddhist. Overal ter wereld. 

En deze oorlog is nog lang niet verloren. 

Steeds meer mensen gaan vreedzaam de straat op. In Frankrijk en overal ter wereld. Het zijn er miljoenen. Terwijl de terrassen “slegs vir geprikten”, op de Champs Elysées troosteloos en uitgestorven blijven. 

Miljarden mensen weigeren hun opgedrongen shot. En de pogingen om ze daar alsnog toe te verleiden worden steeds desperater. Dreigementen en smoesjes zijn botte wapens, nu juist steeds meer vernietigende informatie over de inhoud van de prik naar buiten komt, tegen een ziekte die wel heel veel weg heeft van de plots uitgestorven griep.  

En ook de keuze, om zich nu vol op de kinderen te richten, maakt zelfs de volgzaamste ouders, opa’s en oma’s klaarwakker. Zelf verstoken van nageslacht en een geweten, nog nooit een navelstreng doorgeknipt, begrijpen ze blijkbaar de eenvoudigste oerinstincten niet.

Zoals ze ook de onverwoestbare band tussen mensen niet begrijpen, die ze uiteindelijk de das om gaat doen. 

Nog lijken ze aan de winnende hand, door dagelijks de massamedia te vullen met opvallend eenvormige, steeds potsierlijker klinkende herhaalpropaganda, die steeds makkelijker te debunken is. Steeds diezelfde bargoense kunstkoppen met kille ogen en dito boodschappen, laten het lijken dat ze nog steeds de touwtjes in handen hebben. Nog steeds hebben ze de democratie gegijzeld en creëeren ze nieuwe wetten die hen de schijn van legitimiteit en volksvolkmacht moet geven. Maar buiten het kaders van de camera’s groeit het bewustzijn. 

Het bewustzijn is het wapen.

Dit is de eerste wereldoorlog die gevochten wordt zonder wapens van staal. Een oorlog waarin geweld geen oplossing biedt en ieder schot ricocheert. 

Dit is de oorlog waarin oprechte mensenliefde en een herwonnen collectief bewustzijn, jaren verdoofd door Tik Tok en PornHub, door Woke propaganda en de Kardashians, de ware wonderwapens zijn, wapens tegen een Goddeloze kracht die de wereld, Matrix-style wilde knechten en oogsten, in een diepe, liefst eeuwige slaap willen sussen. Met waardeloos fiatgeld, tranquillizers, gentherapie en een VR bril geladen met harde porno.

We hebben jullie door.

Wij zijn het vreedzame verzet dat elkaar weer zal leren kennen en nieuwe verbonden en netwerken zal smeden. Vreedzaam de stem zal verheffen, terwijl we alle straten van de steden vullen.

Wereldwijd. Dag na dag. 

Het verzet, dat nooit opgeeft en kracht put uit hun gedwongen uitsluiting, dat niet angstig vasthoudt aan het oude dat ze dreigen af te nemen, maar alles in de strijd gooit en opnieuw durft te bouwen. 

Het verzet dat iedere twijfelaar wakker maakt en iedere spijtoptant vergeeft en omarmt, hoe diep deze ook vastzat in het web van leugens dat voor ons allemaal gesponnen werd. 

Het verzet van miljoenen dat tot miljarden aangroeit en iedere dolende ziel welkom heet in het legioen van warmbloedige mensen die doorzien wat hier gebeurt.

En hen helpt hun uniform van angst af te leggen.

Het verzet van de wakkeren. 

De wakkeren die deze tirannie minzaam afwijzen en elkaar omhelzen alsof we elkaar voor het eerst zien voor wat we zijn. 

Allen geschapen in het evenbeeld van God. 

Onbetaalbaar en niet te knechten. 

Vind je mijn werk belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Waarom de natte droom van de elite niet uit gaat komen.

Foucault: in the peripheral ring, one is totally seen, without ever seeing; in the central tower, one sees everything without ever being seen.

Zal ik jullie eens wat zeggen.

Ze gaan het niet redden. Het Vierde Rijk gaat er niet komen.

Tenminste, niet nu.

Ze hebben alles tot in perfectie uitgedacht en in vele tientallen jaren uitgewerkt tot in de kleinste duivelse details. 

Van 5G tot surveillance drones, nanomachines en botswarms, van onderhuidse chips tot politierobots en alles monitorende apps. Van duizenden gedetailleerde Covid protocollen, die in februari 2020 al klaar lagen voor gebruik, tot Sustainable Development Goals in bedrieglijk frisse lentetinten. 

Ze hebben al smoezend en smiespelend, voor zichzelf een briljant panopticon gecreëerd met de wereldbevolking, bibberend in hun celletjes, achter tralies gesmeed van angst voor onzichtbare deeltjes. 

Zij hebben, zichzelf almachtig wanend, pontificaal in de schijnwerpers achter de knoppen gezet, in het epicentrum van gevangenisplaneet Aarde. Miljarden zielen, als krioelende vliegjes, op één handige monitor te volgen, vanuit de controlekamer, waarin ze zichzelf onaantastbaar wanen.

Wat hebben ze hard gewerkt. Wat zitten hun plannen en schema’s slim in elkaar. Die wereldwijd gecoördineerde en perfect getimede angstcampagnes, die koelhuizen afgeladen met gentherapieën, de opgekochte pers en media en omgekochte sterren en influencers.

Wat een duivels respect verdient het wereldwijd uitschakelen van de parlementaire democratie en het kalt stellen van eigenwijze artsen, wetenschappers en regeringsleiders door chantage, dreiging, verzwijging, omkoping en ongelukjes. 

Hoe briljant, het vileine divide et impera, dat sociale structuren ontkracht en hele gemeenschappen verlamt uit angst voor een virus. 

Aan alles hebben ze gedacht in hun splendid isolation.

Maar één minuscuul detail zijn ze vergeten.

Ons.

De zich met goud en geld lauwerende elite, ontwikkelde in al haar hubris, een blinde vlek voor de creativiteit, de strijdbaarheid, de intelligentie en de nieuwsgierigheid en het Goddelijke in ieder mens. Zij konden zich de kracht van het individu, laat staan het collectief, eenvoudig niet meer voorstellen en zagen een kudde slachtschapen zonder wisdom of the crowd, zonder power of the herd.

Sheep, ready to be herded and culled at will. 

Het is de onnozele arrogantie die Lodewijk de Zestiende en zijn Marie Antoinette de marmeren halzen kostte, omdat ze zich eenvoudig niet konden voorstellen dat het vulgus, het grauw, het domme plebs, de sansculotten zouden samenklonteren en al hun pracht en praal in een orgie van revolutionair geweld zouden verwoesten. 

In hun blinde, hautaine autisme, is de elite vergeten een draconisch apparaat op te tuigen met karabijnen en knuppels, met verklikkers en bloedhonden, dat groot genoeg is om de kuddes te beheersen als deze met miljarden tegelijk op hol slaan.

Er is geen Gestapo van betekenis, geen Sicherheitsdienst of Grune Polizei. Er zijn geen miljoenen elite soldaten die een bloedeed hebben gezworen. Geen monsters die hun zwarte uniformen dragen en voor hun ogen in de maat stampen en de pleinen laten dreunen. 

Er zijn geen beulen die de angst voor een verkoudheidsvirus kunnen vervangen voor de angst voor marteling of executie. 

Het is hun blinde geloof in bezweringsformules, medialeugens en toverspreuken en hun eindeloos vertrouwen op de kracht van systemen, protocollen, propaganda, wetenschap en technologie, die hen de das van ruw touw om zal doen.

In hun arrogantie van vertrouwelijke denktanks, Chatham House onderonsjes en Bilderberg conferentiezalen, dachten ze met smoke and mirrors als wapens weg te komen.

Het zal niet voldoende blijken. Want behalve de ontbrekende knoet die de tirannie in leven houdt, zijn ze de Wunderwaffe vergeten in te zetten, die essentieel is als je een volk tot slaaf wil maken of vernietigen.

En dat is liefde. 

En is geen enkele hartstocht voor hun ideeën. Geen enthousiaste massa’s zoals op de partijdagen in Neurenberg of het Sportpalast in Berlijn. Geen kip strekt haar arm naar hen omhoog. Geen Meine Ehre heist Treue. Niemand sneuvelt met een glimlach om zijn mond voor deze afgrijselijke mensen. 

Ze hebben weliswaar een onmetelijke massa met een stijve rechterarm gecreëerd, maar door een injectie en niet uit enthousiasme voor hun ideeën, laat staan hun afstotelijke persoonlijkheden. 

Hun voorvechters en ambassadeurs zijn zonder uitzondering gekocht, medeplichtig, misleid of gechanteerd en die arme zielen zien er steeds bleker en ongelukkiger uit.

Het Derde Rijk bewees al dat een heel volk zich uitsluitend uit oprechte liefde naar de slachtbank laat leiden. 

Ze zijn vergeten ons aan hun kant te krijgen, alvorens ons van kant te maken. 

Dat is hun fatale fout. 

Er komen aldoor meer barsten in hun verhaal, waar de waarheid genadeloos doorheen sijpelt. 

Het wachten is op het moment dat het volk dat nu nog braaf in hun cellen zit, zich realiseert dat hun tralies niet uit ijzer zijn gesmeed, maar uit misleiding en leugens. 

Dat ze straffeloos hun cel uit kunnen stappen, ondanks de waarschuwingen die uit de luidsprekers galmen. 

Dat er maar een paar bewakers zijn. Met kippenekjes en spaghetti armpjes. 

Ik zou niet met de elite willen ruilen.

Zij hebben de belangrijkste instructie uit hun handboek niet begrepen.

“But it was all right, everything was all right, the struggle was finished. He had won the victory over himself. He loved Big Brother.”

Om opstandigheid te smoren is onvoorwaardelijke liefde essentieel.

Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Hoed je voor het wij dat iets van mij wil.

Ik wantrouw het wij.

Naast het onschuldige wij, het wij van jou en mij, van gezin en samenzang, het geborgen wij van het selecte gezelschap, de broederschap van commando’s en de verschoppelingen van “Wir Kinder von Bahnhof Zoo”, het wij onder wier warme rok je kunt schuilen, het wij van “safety in numbers”, is er ook een kwaadaardiger wij.

Ik noem het maar even: “Het wij dat iets van mij wil.”

Dat begint klein met het het wij van de hele middag met elkaar discussiëren over wat “wij” samen zullen gaan doen. Wandelen of zwemmen. Of toch maar gezellig bowlen? Het wij van het troosteloze resultaat, omdat niemand zin had in kegelen, maar we het toch zijn gaan doen om maar van het gezeur af te zijn. 

Het wij van het onbevredigende compromis op iedere niveau.

Het wij van de middelmaat. Van de afgunst die alles dat schittert, naar de mediaan trekt. Het gemakzuchtige wij, dat vele wat actieveren onder ons wel herkennen. Het wij van de dringende oproep dat wij iets moeten organiseren of betalen, dat wij de straat op moeten gaan en in verzet moeten komen. Dat wij dat als puntje bij paaltje komt altijd neerkomt op mij. Omdat de grappenmaker die zo’n oproep doet, altijd klaar staat met een excuus om zelf niet mee te hoeven doen; het wij van de Japanse piloot die zelf geen stap naar voren doet, maar achteraf de kamikaze van zijn collega bekritiseert, omdat zijn Zero het dek van de Yorktown op een haar na heeft gemist. 

Het wij dat jouw rechten, goederen en geliefden opeist via de weg van de gekaapte consensus. 

Het wij van dát hebben wij nu eenmaal zo afgesproken. Het wij dat over mij beslist dat ik mijn autogordel om moet doen, niet mag roken en drinken en geen drugs mag gebruiken. 

Het wij dat voor mij beslist dat het prima is om zelf in de deplorabele staat van ons land, golven vreemdelingen toe te laten terwijl iedereen kan zien dat Nederland bomvol is.

Het wij dat mij wijs probeert te maken dat stikstof een bedreiging is, terwijl niemand vindt dat stikstof een bedreiging is. Het wij dat 700 miljard belastinggeld, van jou en mij, aan Italië, Duitsland en Frankrijk overmaakt. Landen die rijker zijn dan wij.

Het wij dat voor mij beslist dat wij een avondklok moeten invoeren, omdat wij er blijkbaar collectief de logica van inzien dat een virus zich nu eenmaal houdt aan strikte avond en morgenstonden. 

Het wij dat mij en mijn geliefden een niet werkend en ongezond mondkapje opdringt. 

Het wij dat mij wijs probeert te maken dat dit land nog nooit zo veilig was, terwijl vijf keer per dag kleuters elkaar hier afsteken voor een lolly. 

Het wij dat de zwarte tempel bouwt, tussen wiens pilaren de Duivel zelf zich graag zo verschuilt. 

Dat staat te juichen terwijl de heksen worden verbrand. Het wij dat de schouders ophaalt, als de Joden worden afgevoerd. 

Het Wir, daß es nicht gewußt habe. 

Het wij dat het een goed idee vindt om onze kleuters via schooltv te leren hoe je moet vingeren en elkaar moet aftrekken. Het wij dat promoot dat onze tieners zich ombouwen als ze maar even twijfelen over hun geaardheid. Het wij dat hun ongeluk en onvruchtbaarheid viert, met vlaggetjes en speciale feestdagjes. Het wij dat prikbussen op schoolpleinen zet, om mijn kinderen tot een gentherapie te verleiden, buiten mijn zicht en instemming om.

Het wij dat me wijs wil maken dat ik slecht ben, vanwege mijn huidskleur en sekse.

Het wij in wiens rangen je kunt schuilen in je bruine hemd en je zwarte laarzen.

Het wij van het wegkijken en de dreunende unisono van de spijkerzolen.

Het wij dat zonen opeist voor een ijskoud steppegraf.

Het van bovenaf geforceerde opgefokte wij, dat leidt tot wij tegen zij en zelfs tot wij tegen wij.

Павел Трофимович Морозов kent vele nakomelingen. Dat bewijst de DDR.

Ik ben niet van het opgedrongen wij. 

Het wordt al snel het wij van de Wannsee.

Het wij van Wir van Wir Fahren, Wir Fahren gegen England.

Het wij van de Jonestown Temple in Frans Guyana.

Het wij dat wel raad weet met mijn vrijheid, 

geld,

bezit,

en gezondheid.

en zich uiteindelijk afvraagt “wat het met de kinderen zal doen.” 

Hoed je voor het wij dat iets van jou wil.

Als iemand dat zou moeten weten, dan is het Wierd Duk, kenner van DDR en Sovjet Rusland.

Jezus zei geen wij. Daar had hij vast een reden voor. 

Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!