Steun de burgers van Enkhuizen in hun strijd tegen de tirannie!
Enkhuizen. Een dromerig stadje, tussen IJsselmeer en Markermeer, waar de kiezelige lucht van rivierwater zich mengt met de oliegeur van motorschepen.
Een kalme plek, waaraan de randstedelijke waanzin van alledag voorbijdrijft als een klassieke zeilboot door de spiegelende havens. Waar het leven onverstoorbaar verder ruist, zoals de bladeren van de dikste treuriep van Nederland, aan de vijver van het Snouck van Loosenpark.
Maar schijn bedriegt.
Zoals de Duivel, in het lied van Charlie Daniels, uitgerekend het slaperige Georgia uitkoos, op zoek naar zielen om te stelen, koos hij dit keer het trotse stadje Enkhuizen als proeftuin voor zijn list en bedrog.
Er lijkt, zoals zo vaak, bedrieglijk weinig aan de hand.
In Enkhuizen wordt zoals ieder jaar een klassiek volksfeest gehouden; de Harlinger Harddraverijdagen.
Een onschuldig feest, waarvan het parcours dwars door het pittoreske stadje leidt; een binnenstad waar gewone mensen wonen, die niet perse zitten te wachten op menigtes en druktes, toegangshekken, gehinnik en geschreeuw. Gewone mensen, die doorgaans de overlast lijdzaam voor lief nemen en zonder al te veel morren het gedraaf over hun straatklinkers toestaan.
Het zijn vissers, geen zeikerds, die Enkhuizenaren.
Maar dit jaar schuilen er addertjes onder het gras van de Enkhuizer vestingwallen. En de ruiters van de Apocalyps tollen in vliegende galop hun rondjes om de Dromedaris.
In Enkhuizen trappelt ongeduldig het zieke paard van Troje.
In het kielzog van QR terreur en vaccinatiedwang is dit ooit zo onschuldige evenement tot een fuik omgetoverd. Een muizenval voor de burgers, die niet buigen voor de medische apartheidsstaat die zo voortvarend wordt opgetuigd in Nederland.
Want buiten hinder van menigtes, het niet kunnen parkeren en het lawaai, moeten de bewoners van de binnenstad van Enkhuizen dit jaar steeds opnieuw een Covid test ondergaan of hun QR code laten zien, om hun eigen straat en huis binnen te mogen.
Na een rondje joggen, de kinderen van school halen, na iedere boodschap bij de Albert Heijn. Testen of Ausweiss! En alle bewoners moeten een geel polsbandje dragen, om hun ghetto te mogen betreden.
De geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar rijmt altijd.
Enkhuizer kinderen die onverwachts positief testen, mogen tijdens de draverij alleen naar huis zodra het evenement is afgelopen. Pappa en Mamma die zonder QR code terugkomen van hun werk, de test weigeren of positief blijken, mogen hun eigen straat niet in. Al staat de hond op springen of ligt er een ziek kind, thuis in bed.
Ambtelijke droogstoppels en de locale BOA constrictors van de medische apartheidsstaat, houden tijdens de “feestelijkheden” trouw de wacht, om ongezonde elementen te weren uit hun eigen vertrouwde huizen, terwijl de gehoorzame QR laafjes naar de paardjes kijken.
De openbare buitenruimte van Enkhuizen is van de ene dag op de andere, omgetoverd tot evenemententerrein, met alle draconische maatregels van dien.
En wat morgen in Enkhuizen gebeurt, gebeurt overmorgen bij u.
Als wij burgers van Nederland deze travestie schouderophalend toestaan, is heel Brabant straks een evenemententerrein tijdens carnaval, net als Amsterdam tijdens Koningingsdag. En is de stad waar Sinterklaas en Zwarte Piet dit jaar aanleggen, verboden terrein voor alle kindertjes zonder geel armbandje.
“Halt. Ihre Papiere bitte!”
We gaan het nog vaak horen de komende jaren.
Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Als dienstplichtig chauffeur, lichting 83-6, SSTVBAT, Chassé Kazerne Breda, heb ik een boodschap voor de partypeeps die gisteren meeliepen met de unmute demonstraties.
In mijn diensttijd had je drie soorten soldaten.
De bloedfanatiekelingen.
De schoorvoetende orderopvolgers.
En de rebellen.
De bloedfanatiekelingen waren legergroen geboren. Altijd spiegelglad geschoren, paradeerden ze als pauwen rond met hun strakke baret en door nylon kousen gepoetste kisten. Deze boys schopten het binnen een maand of zes tot soldaat eerste klasse. Sommigen zelfs tot korporaal. Hun bedje was altijd rimpelloos gespreid, hun grijze metalen kast compleet en tot de millimeter op orde met messcherpe lakens en gesteven broeken.
De rebellen, tja, dat was diametraal ander volk. Zij hadden een iets andere manier om het eentonige legerleven dragelijk te maken. Die liepen in vale lompen vol olievlekken, begooiden elkaar met groene verf voor de grap, vraten kilo’s frikandellen en spoten elkaar met de hogedrukspuit gierend zeiknat, tussen de imposante M 109 kanonnen die, zo hoorde ik achteraf ook nucleaire lading konden afvuren.
Zij “leenden” jeeps om in de binnenstad van Breda achter de meiden aan te gaan en crossten expres veel te hard met hun jeeps door de bossen, zodat de KMS kadetjes steevast hun knar aan de dakstangen stootten.
We gaven geen fuck.
Op een dag was er op de kazerne ineens blinde paniek bij het kader.
Vanuit Den Haag werd een inspectie aangekondigd, die drie dagen zou gaan duren. Een kadaverinspectie waar zelfs de kolonel bang voor was; alle bevorderingen hingen er vanaf.
Slecht nieuws voor de soldaten? Niet voor iedereen.
De bloedfanatiekelingen hadden niets te vrezen. Zij konden eindelijk laten zien hoe goed ze waren. Zij stonden kaarsrecht, stram in het gelid. Uzi geolied en gepoetst. Jeep spic en span, schouderklopjes van de Sergeant Majoor in ontvangst te nemen.
Maar ook wij, de “rebellen”, ontsprongen de dans.
“Wegwezen jullie, trek die gore tietenposters van de muur, pak je zooi, ik wil jullie een week hier niet zien!”
Zo werden wij één dag voor de inspectie met een motley crew van vijf onverbeterlijke gekkies op verlof gestuurd.
De commandant wist dat er geen land met ons te bezeilen was, dat ons kloffie uit smerige dumptroep bestond en dat we alles, met liefde, voor hem zouden verpesten.
Uiteindelijk was één deel van de soldaten keihard de sigaar: De schoorvoetende orderopvolgers. De grijze massa zonder grijze massa. De mannen zonder mening. De “comply and obey” groep die sloffend deed wat ze opgedragen werd, als ze maar na 14 maanden ploeteren hun vrijheidje terug zouden krijgen.
De gedweeë meelopers van het systeem hadden een “hell week”, terwijl wij in de kroeg zaten.
Wat toen gold, geldt nu net zo.
Half juli zagen we hoe de macht omgaat met mensen die hun vrijheid terug willen, zonder het systeem af te wijzen. Mensen die niet verder kijken dan het NOS Journaal lang is. Die de Museumpleingangers voor wappie verklaren. Die dachten dat één Dansen bij Jansen prikje, genoeg zou zijn om hun vrijheid terug te kopen.
“The night belonged to the vaccinated. But they did not say how many nights.”
Gisteren ging diezelfde kleurrijk uitgedoste, grijze massa voor de tweede keer dansend de straat op. Ze willen weer tongen, weer raven, ze willen weer tegen elkaar opknallen in moshpits, ze willen genieten, desnoods binnen het systeem.
De #UnmuteUs brigade willen best een QR code op hun smartphone, want dat is zo lekker makkelijk.
Ze beseffen niet dat ze hun vrijheid daarmee definitief wegtekenen aan dezelfde duivels die ze een Summer of Festivals hadden beloofd, die nooit kwam.
Dat met die QR code hun God gegeven vrijheid een gunst is geworden van de overheid die met ze speelt als een kat met halfdode muizen.
Ze beseffen niet dat ze vanaf dat moment systeemgevangenen zijn, die alleen bij groen licht, even door mogen leven. Met een app die nu op rood springt als ze ongevaccineerd zijn, maar straks ook omdat het klimaat dit eist, omdat er aliens zijn geland of omdat de kolonel zijn pet daar nu eenmaal naar staat.
Dat het rode licht straks ook geldt voor winkels, scholen en dokters.
En dat ze dan niet meer terug kunnen, omdat ze, als doktor Faustus, nu eenmaal getekend hebben voor het systeem. Dat ze, als ze met hun QR code frauderen, de wet breken, waar ze voor hebben getekend.
In tijden van dictatuur heb je twee soorten vrijheid.
De vrijheid van de kolonels en hun bloedfanatieke soldaten. De “Big Club” van George Carlin, waar jij geen deel van uitmaakt, omdat je nu eenmaal geen Oranje, Schwab of Rutte heet.
Of de vrijheid van de gekken. De rebellen. De mensen die zich niet confirmeren aan de regels en daar blijmoedig de consequenties van aanvaarden. Die bespuugd en neergeknuppeld, voor wappie verklaard en uitgestoten worden. De halsstarrigen die de narrow gate kiezen, uit Mattheus 7:13-14
Enter ye in at the strait gate: for wide is the gate, and broad is the way, that leadeth to destruction, and many there be which go in thereat: Because strait is the gate, and narrow is the way, which leadeth unto life, and few there be that find it.
En de matige middenmoot? Die denkt de vrijheid terug te krijgen door regeltjes op te volgen? Die krijgt altijd de klappen.
Dat gold op mijn kazerne en dat geldt nu.
En daarom deze oproep aan de meelopers van Unmute.
Volg geen regeltjes, omdat je daarmee je vrijheid denk terug te krijgen.
Want uiteindelijk keert die gedweeë lankmoedigheid zich tegen je.
Je vrijheid is al van jou.
Het is je alleen afgenomen.
Unmute het stemmetje in je hoofd.
Wees de baas van het systeem of verwerp het.
Maar probeer nooit de kool en de geit te sparen,
Wybren.
Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Schrijf je in voor de mailinglist onder aan de homepage. En please retweet en deel mijn stukken.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Ik stond die zonovergoten zondagochtend van vijf september al vroeg midden op de Dam.
Ik houd nou eenmaal niet van enorme opeengepakte menigtes, waarin je je kont niet kunt keren. En sinds de grote Hans Kok demonstratie, waar ik tussen de ME en krakers klem kwam te zitten, wil ik altijd zicht houden op een “ontsnap-steegje”.
Dat mijn hond een bloedhekel heeft aan de paarden van de bereden politie, die vaak plots als rijders van de apocalyps oprukken zodra de mensenmassa aanzwelt, speelt ook een rol. Na drie Museumplein demonstraties, dacht ik de ingesleten patronen van de uitvoerende macht wel te kennen.
Deze kristalheldere morgen was de hoofdstedelijke sfeer echter verre van grimmig. Er werden geen stoepen of straten opgebroken voor de broodnodige klinkers, geen Molotovcocktails afgevuld, geen auto’s omgegooid. Er was geen overvalwagen of Mobiele Eenheid te zien.
Geen Romeo’s. Alleen maar Julia’s. Met strooien hoeden en gele paraplus.
De ambiance op de Dam was surrealistisch fris, wit, met vuurrode ballonnen en partytenten. Feestelijk bijna, opgetogen, gemoedelijk. Alsof bruid en bruidegom ieder moment over het Rokin aan konden komen ratelen in een landauer.
Alles ademde een nieuwsgierige, haast kinderlijke, welwillende onbevangenheid en een stralende vriendelijkheid. En, zo zag ik later, deze ontspannen sfeer hing niet alleen die ochtend over de stad, toen iedereen nog volop ruimte had, maar ook later, tijdens de massale optocht zoals die mooi werd vastgelegd door Sietske Bergsma en Ongehoord Nederland.
Wat maakte deze dag nou zo speciaal zo anders dan de vorige demonstraties?
Ik heb even de tijd genomen om mijn hoofd eromheen te krijgen. En vanochtend wist ik het ineens.
Dit was dé stad die ik kende uit de vroege jaren 80, toen ik als verwaarloosd ratje door haar straten schuimde.
De geest van mijn oude Amsterdam was weer even terug. Ze zweefde met wilde gele bloemen in het haar over de grachten en pleinen.
Amsterdam was voor één dagje weer die revolutionaire, vrijgevochten stad, met vrijgevochten mensen.
Dit was het verrukkelijke Amsterdam waarvan ik dacht dat het voor altijd verloren was gegaan.
Die heerlijke vrijgevochten puinhoop, waar hippies, hoeren en junks moeiteloos mengden met gezinnetjes en normies. Waar corpsballen en punks gezamenlijk hun roes uitsliepen op een ondergekotste brug.
Een stad zonder angst, woede en verkrampte kwaadheid.
Het Amsterdam waarin een ongrijpbare, ontastbare band alle uiterlijkheden overstijgt. En een instinctief gedeelde hang naar vrijheid alle klassen en gezindten bindt.
Net als 41 jaar geleden waren ze er weer allemaal om deze vijf september de vrijheid te vieren. In andere gedaanten, maar in dezelfde geest. De paradijsvogels, de zware shag rollers, de Jensen T Shirt dragers, de Motorduivels, de Moslims en de Christenen. Kinderen en bejaarden, TisjeboyJay én TisjeboyJandino. En Provo Thierry Baudet als Robert Jasper Grootveld, enthousiast en vrijuit sprekend vanaf een open boerenkar.
Iedereen hield voor één dag van elkaar en van elkaars vrijheid.
En voor het eerst sinds tijden, hield ik weer zielsveel van mijn stad.
Dit was niet die bekrompen, vervuilde, door wanbeheer verpeste stinkende toeristenval, annex extreem linkse rijkeluisbuurt, vol rolkoffers, angstige mondluiers en kuddes omhoogkijkers*
Dit was mijn Amsterdam, het Mokum van de films van Ed van der Elsken.
Dit was de eerste keer sinds mensenheugenis, dat mensen weer meer oog hadden voor elkaar dan voor hun smartphones.
De eerste keer in tijden dat de energie weer straalde uit de straten in plaats van uit Iphone opladers.
In mijn leven heb ik twee keer de Nederlandse macht, openlijk bloednerveus gezien.
En beide keren kwam dat door gebeurtenissen op de Dam in Amsterdam.
Tijdens de gewelddadige kroning van Beatrix op 30 april 1980, zag ik de paniek in de ogen van onze lieve Prinses Juliana.
En zaterdag rook ik het angstzweet in een tweet van Jan Paternotte.
De macht is er niet chiquer of stijlvoller op geworden.
Niet krachtiger.
En zeker niet sterker dan een volk dat meer van elkaar houdt, dan van zichzelf.
Hou je daar maar goed aan vast.
Vind je mijn werk mooi, goed of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
p.s: Nog twee kleine vraagjes, als je mijn stukken waardeert, schrijf je dan onderaan op de homepage in voor updates. En deel ze op alle sociale media. Ik heb zelf geen facebook of instagram en telegram begrijp ik niet. Retweet en plaats ze de moeder.
*Junks op roof- of bedeltocht herkennen Amsterdammers die ze ongemoeid willen laten, aan de eigenschap dat ze niet omhoog kijken.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Met brullende motoren, crashen we in duizelingwekkende vaart, dwars door luchtlagen tradities, gewoontes, geschreven recht en op eeuwen aan ervaring gesmede waarheden. Tollend zwiepen we in een vrille door een cumulus wolk van spuitpoep, met door leugens en verraad verstopte pitot tubes.
Krankzinnige piloten klemmen de stick, hysterisch ratelend in hun vuisten. En duwen hard naar voren, richting aarde. Een macaber concert van chimes en bellen, wordt grijnzend genegeerd. “Pull Up” Pull Up”.
Kriskras scheren we inverted over de wereld, onze naar lysol en bitterkoekjes stinkende toverbal, die in krankzinnige bochten en hoeken dwars door het heelal stuitert. Verkleurend van roze kermissen naar paarse vrijdagen, van codes rood, naar code geel, uiteenspattend in een orgie van fietspadregenbogen en pedopaarse vrijdagen.
Leefden we maar in die gezapige roze roes van Aldous Huxley’s Brave New World, die “delicious illusion” van de Matrix, waarin de “juicy steak” tenminste niet naar meelwormen smaakte.
Of desnoods in de rigide, wreedstatige monotonie van 1984, waarin je tenminste wist waar je aan toe was.
Voor ons is War niet alleen Peace, Freedom niet slechts Slavery. Ignorance niet alleen Strength.
Als dat alles was. Wat een zegen zou dat zijn.
In onze clown world is Innocence, Guilt en Love is Hate.
Treason is Loyalty. Weakness is Power, Greed is good. Uglyness is Beauty.
Fat is Fab.
Sickness is Health.
Treason is Loyalty.
Poison is Cure.
Women are Men. Men are Pregnant.
Stupidity is Excellence. Lies are Truth.
Mark Rutte en Sigrid Kaag zijn alom geliefd, gekozen in goudeerlijke verkiezingen.
Abortus is Liefde.
Moordenaars zijn Zielig. Slachtoffers zijn Daders.
Foe is Friend. Laten we ze 86 miljard aan wapens geven en een adressenlijst van onze ondergedoken mensen. De eersten bungelen al onder onze eigen helicopters.
Kinderen zijn Moordenaars, Ziekteverspreiders. Frisse lucht is Vergif. Vergif een Zegen.
Het verbranden van bossen is goed voor de natuur. En bruinvissen red je door ze uit te roeien.
Apartheid doen we Samen.
Gelijkheid is Racisme. Alleen als je met de juiste kleur geboren bent, zwaaien alle gouden deuren voor je open. Dan mag je programma’s presenteren, prijzen winnen, columns schrijven, heldenrollen acteren. Dan krijg je subsidie. Dan mag je uit boosheid over een verkeerd gearresteerde crimineel, hele steden afbranden en zonder mondluier demonstreren zonder in elkaar te worden gerost. Dan knielt de politie voor je. En kust de paus je schoenen. Exclusief is Inclusief.
En als je jezelf anti fascist noemt, mag je in zwart uniform, gewapend door de straten marcheren, bejaarden en gehandicapten treiteren. En bidgroepjes uit elkaar slaan.
In onze draaikolk naar het bittere einde, vervloeien de heldere kleuren van Raphael en Van Gogh, tot een bruin groene modder van incompetentie, bewuste slechtheid en perverse banaliteiten. De kotszakjes in de cabine zijn tot de rand gevuld.
Onze engelen blijken monsters, onze hoogste leiders, het laagste uitvaagsel. Onze artsen gaan over lijken, wetenschappers zijn cynische zakenmensen of autistische meisjes die de zee alleen al kunnen laten stijgen, door getormenteerd te kijken.
Journalisten, columnisten, vrije kunstenaars en rebellen, blijken geobstipeerde trekpoedels van de macht.
In Brussel brult een zwijn, weggelopen uit Animal Farm, amechtig zijn bevelen. De leider van de vrije wereld is opgesloten in warrige wanen. En in Rome, de eeuwige stad, vereert de Paus op rode glimmende schoentjes zijn Beëlzebub en prijst namens Onze Lieve Heer injecties aan, die de schepping vernietigen.
Ik zoek de hemel. En zie alleen nog maar de grond.
Maar dan omgekeerd.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Een van mijn favoriete Russische liedjes heet кукушка, Koekoek. Gezongen door Полина Гагарина . Het origineel is van de bard Виктор Цой.
In кукушка legt Polina Gagarina, die in 2015 nog eervol tweede werd tijdens het Songfestival met “A Million Voices”, alle passie van een gewond volk. Het hartverscheurende trauma van miljoenen door granaten opengereten zonen, van verkrachte en voor oud vuil in een greppel achtergelaten dochters. Het diepste volksleed, dat zelfs de machtige tijd niet kan helen.
кукушка is de soundtrack van de miniserie – Битва за Севастополь- De slag om Sebastopol. Het verhaal gaat over Lyudmila Pavlichenko, een studente die vrijwillig scherpschutter wordt in het Rode Leger en met de moed der wanhoop vecht aan het hier volstrekt onbekende, maar niet minder bloederige Krimfront.
Doordrenkt van weemoed en onmenselijke moed en kracht, de hartstocht om te zonder aarzeling te beschermen wat haar lief is, vecht ze met alles wat ze in zich heeft. Zonder aan opgeven te denken. Ook al is er geen munitie.
Je hoeft de tekst niet te kunnen vertalen om de pijn te voelen die nog steeds als een dreigende mist over de oneindige Oekraïense en Russische steppes hangt.
Lyudmila weet waarvoor ze vecht, tegen welke monsters en wat ze precies te verliezen heeft.
Ik vraag me af wat dezelfde Lyudmila had gedaan in de oorlog waar wij nu middenin zitten.
Een oorlog waarin geen tanks de straten ratelen, geen schoten vallen, er geen ruïnes of loopgraven zijn om dekking in te zoeken, zelfs geen achterhuizen om je in te verstoppen.
Een oorlog waarin de vizieren gericht zijn op de liefde, vertrouwen, warme familie- en vriendschapsbanden, de hele menselijkheid, het lichaam, de geest en de ziel. Onze cellen. Ons DNA.
Deze door angstpropaganda en paniekporno opgedrongen maatschappelijke autoimmuniteit. Waarin iedereen tegen elkaar wordt uitgespeeld en opgezet. Een oorlog waarin we allemaal hetzelfde uniformpje dragen.
Een oorlog van deceptie waarin de vijand steeds achter je rug staat of net onzichtbaar in de schaduw en nooit tegenover je in een veldgrijs of zwart uniform.
Een oorlog waarin je niet weet waarop je moet mikken.
Zou de moedige Lyudmila van nu, net als zoveel burgers, ineengedoken achter in de bus zitten met haar mondmaskertje op? Zou ze in de rij staan voor haar derde prikje. Zou ze de vijand überhaupt herkennen? Zou ze geloven dat er een vijand is, of zou ze juist haar moeder verdenken die de prik weigert? Zou ze de ware vijand juist dankbaar zijn voor de bescherming tegen het levensgevaarlijke virus.
Zou ze haar handen stuk wassen?
En als ze toch door de verpestende propaganda en het ultieme verraad heen zou kunnen kijken en ze zou willen vechten, wat zijn dan haar wapens?
In de oorlog van 2021 vernietigt wapentuig alleen je eigen idealen, werkt iedere vorm van geweld glashard tegen je en kunnen zelfs verkeerd gekozen woordjes je zomaar de kop kosten. Woorden zijn de media boobytraps, waarmee je voor de hele natie aan de schandpaal kan worden gezet, ter meerdere eer en glorie van het gewenste narratief.
Het lijkt niet eenvoudig om een oorlog te vechten zonder wapens van staal en kruit, zonder soldaten en bloedvergieten, maar toch zijn zulke oorlogen en revoluties al zo vaak succesvol gevoerd.
De Sovjetunie is gevallen zonder slag of stoot. Polen ging vreedzaam om, onder aanvoering van Lech Walesa. Mahatma Gandhi kreeg het British empire op de knieën met geweldloos verzet. Martin Luther King overwon, althans voor een jaar of 40, het institutioneel racisme in de Verenigde Staten. En het geduld van de Taliban bleek sterker, dan de Russen en de drones en tanks van Bush en Obama.
Vechten in de modder, op landmijnen staan en onze ledematen verliezen. Het is gelukkig niet meer nodig. We hoeven geen tanks in brand te schieten. Of onder mitrailleurvuur door het bloed van onze kameraden te kruipen. Vechten werkt alleen maar averechts.
Maar dat betekent niet dat we gezapig op onze Covid kilo’s kunnen blijven zitten. En ieder voor zich achter de treurbuis mismoedig en depressief ons happy meal naar binnen kunnen blijven schuiven in de hoop dat de krankzinnige situatie waar wij ons in bevinden vanzelf oplost.
Dat gaat niet gebeuren.
Ook deze bloedeloze informatieoorlog, waarin leugens de rol van kogels hebben gekregen, vraagt om scherpte en inzet, bezieling en moed.
Niet van iemand anders. Maar van jou. Jij bent de Lyudmila van nu. Ik ook. Ongewapend en wel.
Deze oorlog winnen kan alleen als we massaal op durven te staan en in beweging komen. Als we net als de Engelsen, de Fransen en de Israeli, iedere week met meer mensen de straat op gaan. Als we de vijand laten zien dat we er zijn. En dat we niet opgeven. Dat we met heel veel zijn en blijven groeien.
Vijf September moeten we er allemaal staan, op de Dam in Amsterdam. Ik ben erbij.
Het kan als we vrienden en geliefden wakker schudden, zodra ze daar enigszins open voor staan, de discussie of informatie zoeken.
Door ieder scheurtje in het narratief aan te grijpen en de twijfel te vergroten.
Het kan als we alles mijden dat ons nog verder uit elkaar speelt, zoals restaurants en evenementen die vaccinaties eisen en scholen die prikbussen toelaten aanspreken.
Het kan als we luidkeels laten horen dat we het niet prikken en er desnoods voor willen lijden.
Dat we liever met zijn allen op de grond zitten dan op terrasstoelen waarop alleen het geprikte Herrenvolk mag zitten. Het is een hele kleine prijs vergeleken met de prijs die Lyudmila en haar medestrijders moesten betalen voor hun vrijheid.
Het kan als we moedige mensen uit de mainstream zoals Rosanne Hertzberger, knuffelen en aanmoedigen. Zij zijn echte helden met zoveel meer te verliezen dan wij, die toch al voor gek zijn verklaard.
Het kan als we de feestjes van de elite, die opvallend vrijgesteld van iedere regel waar wij ons wel aan moeten houden, mijden als de pest. Kijk niet, twitter er niet over! Wees geen laaf. Boycot F1 Zandvoort. Niet knielen voor debielen of voor prinsjes met een TV bril.
Het kan als we elkaar opzoeken en onze mond open doen op schoolpleinen en familiefeestjes. En niet wegduiken voor boze blikken of lafjes capituleren voor de communis opinio van de Karens.
Het kan door steeds politici en journalisten vragen te stellen, die ze liever niet willen beantwoorden. Door ze te confronteren met de keiharde feiten, die zich steeds pregnanter opdringen, waardoor ze steeds opnieuw in paniek hun narratief moeten bijstellen.
Het kan door gezonde humor te gebruiken om elkaar te ontwapenen, door mens te blijven, door liefde en vriendschap te blijven stellen tegenover aangeleerde angst en haat.
Het kan door zelfs de grootste dwaallichten te vergeven als ze eindelijk, eindelijk het licht zien. Omarm ze.
Het kan als we een gemeenschap vormen, onze gegevens met elkaar delen, elkaar weten te vinden, voor elkaar opkomen. Op elkaar leren vertrouwen, zodat we geen slachtoffer worden van het prisoners dilemma.
Het kan als we onderling kleine verschillen opzij zetten. En initiatieven steunen als Blxbx, Artsen Covid Collectief en partijen als Forum voor Democratie.
Het kan als we geen los zand zijn op het strand, met miljoenen machteloze korreltjes, maar compacte sneeuwballen die de ruiten laten rinkelen.
Maar bovenal kan het pas als wij, net als de lui die ons in deze waanzin hebben gestort, precies weten wat we willen, waar we naartoe werken. Want alleen als je weet wat je wilt, kun je er voor vechten. En precies daar zit onze achilleshiel.
Willen we terug naar het oude normaal? Met dezelfde verziekte politieke kastes, dezelfde verpestende milieu en horizonvervuiling, dezelfde Goddeloosheid, waarin ongewenste babies achteloos met het badwater worden weggegooid, hetzelfde zoute Unilevervoer. Hetzelfde waardeloze geld. Dezelfde dozen langs de snelweg? Een wereld waarin alle mannelijke kuikentjes door de hakselaar gaan?
Het is hoog tijd dat we deze existentiële discussie voeren en ons eigen nieuwe normaal vorm geven in nieuwe idealen. Een ideologisch tegenwicht aan de waanzin van Kaag, Schwab, Macron en Biden. Je moet ergens in geloven als je een strijd aangaat. Of je nou gewapend bent met geweren of met bloemen.
Al twee jaar voor Meliton Kantaria en Mikhail Yegorov de Rode de Hamer en Sikkel op de Rijksdag plantten, begonnen in Teheran de eerste gesprekken hoe om te gaan met het machtsvacuüm dat met de ondergang van Nazi Duitsland en het land van de rijzende zon zou ontstaan.
Het wordt tijd dat wij onze eigen Potsdam, ons eigen Jalta gaan organiseren. Want alleen als we een idee hebben van ons eigen nieuwe normaal, kunnen we hun nieuwe normaal verslaan.
De vraag nu aan jullie, is wat je wilt zijn…
Камнем лежать или гореть звездой? Het mooiste zinnetje uit кукушка.
Vertaal zelf maar even.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Nu de gebeurtenissen elkaar in ijltempo opvolgen, is het messcherpe inzicht van gisteren, de wijdopen deur van vandaag. En is iedere buitenissige voorspelling van nu, het lompe understatement van morgen.
Het konijnenhol blijkt steeds dieper. En in het duister lijken helemaal geen konijnen te wonen.
De decors wisselen elkaar in razend tempo af, op dit podium van een macaber wereldtheater, waarvan de roodfluwelen gordijnen zelden helemaal open worden getrokken en je maar af en toe een glimp opvangt van de ballerina’s die deze duizelingwekkende danse macabre leiden.
Er gebeurt te veel om mijn gedachten te ordenen.Maar dat ontslaat me niet van de plicht het te proberen.
Eergisteren herdacht Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat terwijl de Eerste Wereldoorlog pas anderhalf jaar geleden begon.
Vanuit onze onmetelijke welvaart, ons perfect geregelde veilige leven, waarover we af en toe mochten dromen dat deze eeuwig zou duren, werden we zonder enige waarschuwing, geparachuteerd in een vette, verraderlijke fog of war, die voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omsluiert.
Een wereldoorlog die voor ons begon met een oorlogsverklaring uit eigen gelederen; ons vertrouwde normaal zou nooit meer terugkeren, zo prevelde de bleke oncoloog met uitgestreken smoel en gevouwen handen, terwijl we een minuut daarvoor nog dachten dat we een heel leven voor ons hadden.
We schrijven inmiddels het tweede jaar van deze smerige oorlog waar geen ontsnappen aan is door eenvoudig een grens over te vluchten. Geen English Channel meer om in een roeibootje over te steken, geen geitenpaadjes dwars door de Pyreneeën, die naar de fel begeerde vrijheid en een dorstlessende kan sangria leiden.
Geen Zwitserland. Geen Argentinië of Uruguay. Opnieuw is er het neutrale Zweden, maar ook daar wordt volop geïnjecteerd met Pfizer en ModeRNA. De injectiespuit als infanteriewapen van deze tijd.
Alleen in Afghanistan is de prik verboden, maar daar heerst een andere oorlog.
Waar je ook kijkt, waar je ook luistert, overal woedt diezelfde vieze psychologische oorlog.
Van de Filipijnen tot Parijs. Van Austin Texas tot Amsterdam. Dezelfde dwang, dezelfde apartheid. Dezelfde met opgedrongen doodsangst en in verblindende verwarring gecreëerde, kunstmatige haat en nijd.
Dezelfde verpestende propaganda die ooit gezworen broeders en stammen, dorpen, gezinnen en kerken, naar de bodem sleurt, gemeenschappen tot in het diepste verscheurt en tegen elkaar opzet.
De loopgraven van deze oorlog lopen niet langs linies in het open veld, maar dwars door woonkamers, door bedrijfskantines, artspraktijken en sportverenigingen.
Dit is geen oorlog is in de klassieke zin, met bajonetten, vliegende ledematen, darmen die in prikkeldraad hangen en regens van gloeiend lood.
Het gebulder van de kanonnen die in Koersk en Normandie het offensief openden, vervangen door een diepe kristallen stilte, waarin je “eindelijk weer de vogels kon horen”.
Geen kaartentafels vol vlaggetjes. Geen paddenstoelwolk aan de lucht. Maar lege snelwegen en vreemd dansende verpleegsters. Aangestoken bosbranden en geforceerde overstromingen.
En hoewel er ook in deze oorlog weer massa’s onschuldige slachtoffers zijn, worden ze nu verborgen voor de camera’s. De duizenden bejaarden die in New York State bewust op elkaar werden gepropt om elkaar te besmetten en stierven als bromvliegen met een plastic buis in hun keel. De onbehandelde kankerpatiënten, en vele andere doodstille doden van de uitgestelde zorg, de jonge mensen en geruïneerde ondernemers, die de bloei van hun leven voor hun ogen zagen verwelken en er stilletjes een einde aan maakten. De miljoenen uitgehongerde Afrikaanse kinderen die verstoken bleven van westerse hulp, omdat alles stil lag, dus ook hun levenslijnen. De vele weggemoffelde slachtoffers van de gentherapie, die nooit het nieuws halen. Creperend met Guillain Barre, myocarditis, pericarditis, epilepsie of bloedklonters in hun longen, hersens en benen.
In deze wereldoorlog wordt gevochten met verleiding, deceptie en programmering. Met tot kookpunt aangewakkerde doodsangst, die als een gifgas door de wijken kringelt. De veldgrijze overvalwagens van toen, de prikbussen van nu.
De concentratiekampen en kazernes, smetteloos wit.
De voetsoldaten van toen, nu de massa dode zielen met grauwe koppen, die krankzinnig bang gemaakt en murw gebeukt door onophoudelijke angstporno, hun enige houvast vinden aan steeds schuivende panelen, van injecties, pcr testen, QR codes en potsierlijke decreten van leiders, waar ze in een ander leven nog geen stuiver voor zouden geven.
Arme zielen, in limbo zwevend tussen hoop en vrees, die zover zijn meegelopen met de duivel, dat ze de weg uit de hel niet meer op eigen kracht terug kunnen vinden en uit armoe, zelf de vlammende toorts maar oppakken, om mensen die de andere weg kozen, klauwend hun eigen teerput in te dwingen.
De elitetroepen van toen, nu de cynische intriganten van nu. De P.R. guru’s. Tevreden achter hun beeldschermen, grijnzend over de steeds verder verhittende gemoederen tussen goede mensen; echtgenoten, vrienden en geliefden die een halfjaar geleden nog van elkaar hielden, maar nu met woeste koppen tegenover elkaar staan, elkaar vermijdend en vervloekend voor besmettelijk of Wappie.
We zijn allemaal de onvrijwillige deelnemers aan deze wereldoorlog, waarin niet een ander volk de vijand is, maar hét volk. De hele wereldbevolking, die hopeloos verdeeld, verzwakt en tegen elkaar uitgespeeld wordt. Die genummerd en gechipt, onder de knoet moet worden gebracht van een puissant machtig netwerk van bedrijven en families, sekteleden en een Communistische Partij van wie het gedroomde systeem is afgekeken.
Een oorlog van illusies en lachspiegels. Van goocheltrucs en beroepsleugenaars die ons op alle fronten gek proberen te maken in een bullshit blitzkrieg van virussen, luchtgassen, klimaatrampen en andere onzichtbare zaken. Zoals de Stuka piloten deden met de gekmakende, oorverdovende sirene die aan hun landingsgestel was gemonteerd.
Dit is een wereldoorlog zonder legers.
Een oorlog tegen iedereen. Man vrouw én kind. Blank, Geel en Zwart. Moslim Christen en Buddhist. Overal ter wereld.
En deze oorlog is nog lang niet verloren.
Steeds meer mensen gaan vreedzaam de straat op. In Frankrijk en overal ter wereld. Het zijn er miljoenen. Terwijl de terrassen “slegs vir geprikten”, op de Champs Elysées troosteloos en uitgestorven blijven.
Miljarden mensen weigeren hun opgedrongen shot. En de pogingen om ze daar alsnog toe te verleiden worden steeds desperater. Dreigementen en smoesjes zijn botte wapens, nu juist steeds meer vernietigende informatie over de inhoud van de prik naar buiten komt, tegen een ziekte die wel heel veel weg heeft van de plots uitgestorven griep.
En ook de keuze, om zich nu vol op de kinderen te richten, maakt zelfs de volgzaamste ouders, opa’s en oma’s klaarwakker. Zelf verstoken van nageslacht en een geweten, nog nooit een navelstreng doorgeknipt, begrijpen ze blijkbaar de eenvoudigste oerinstincten niet.
Zoals ze ook de onverwoestbare band tussen mensen niet begrijpen, die ze uiteindelijk de das om gaat doen.
Nog lijken ze aan de winnende hand, door dagelijks de massamedia te vullen met opvallend eenvormige, steeds potsierlijker klinkende herhaalpropaganda, die steeds makkelijker te debunken is. Steeds diezelfde bargoense kunstkoppen met kille ogen en dito boodschappen, laten het lijken dat ze nog steeds de touwtjes in handen hebben. Nog steeds hebben ze de democratie gegijzeld en creëeren ze nieuwe wetten die hen de schijn van legitimiteit en volksvolkmacht moet geven. Maar buiten het kaders van de camera’s groeit het bewustzijn.
Het bewustzijn is het wapen.
Dit is de eerste wereldoorlog die gevochten wordt zonder wapens van staal. Een oorlog waarin geweld geen oplossing biedt en ieder schot ricocheert.
Dit is de oorlog waarin oprechte mensenliefde en een herwonnen collectief bewustzijn, jaren verdoofd door Tik Tok en PornHub, door Woke propaganda en de Kardashians, de ware wonderwapens zijn, wapens tegen een Goddeloze kracht die de wereld, Matrix-style wilde knechten en oogsten, in een diepe, liefst eeuwige slaap willen sussen. Met waardeloos fiatgeld, tranquillizers, gentherapie en een VR bril geladen met harde porno.
We hebben jullie door.
Wij zijn het vreedzame verzet dat elkaar weer zal leren kennen en nieuwe verbonden en netwerken zal smeden. Vreedzaam de stem zal verheffen, terwijl we alle straten van de steden vullen.
Wereldwijd. Dag na dag.
Het verzet, dat nooit opgeeft en kracht put uit hun gedwongen uitsluiting, dat niet angstig vasthoudt aan het oude dat ze dreigen af te nemen, maar alles in de strijd gooit en opnieuw durft te bouwen.
Het verzet dat iedere twijfelaar wakker maakt en iedere spijtoptant vergeeft en omarmt, hoe diep deze ook vastzat in het web van leugens dat voor ons allemaal gesponnen werd.
Het verzet van miljoenen dat tot miljarden aangroeit en iedere dolende ziel welkom heet in het legioen van warmbloedige mensen die doorzien wat hier gebeurt.
En hen helpt hun uniform van angst af te leggen.
Het verzet van de wakkeren.
De wakkeren die deze tirannie minzaam afwijzen en elkaar omhelzen alsof we elkaar voor het eerst zien voor wat we zijn.
Allen geschapen in het evenbeeld van God.
Onbetaalbaar en niet te knechten.
Vind je mijn werk belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Foucault: in the peripheral ring, one is totally seen, without ever seeing; in the central tower, one sees everything without ever being seen.
Zal ik jullie eens wat zeggen.
Ze gaan het niet redden. Het Vierde Rijk gaat er niet komen.
Tenminste, niet nu.
Ze hebben alles tot in perfectie uitgedacht en in vele tientallen jaren uitgewerkt tot in de kleinste duivelse details.
Van 5G tot surveillance drones, nanomachines en botswarms, van onderhuidse chips tot politierobots en alles monitorende apps. Van duizenden gedetailleerde Covid protocollen, die in februari 2020 al klaar lagen voor gebruik, tot Sustainable Development Goals in bedrieglijk frisse lentetinten.
Ze hebben al smoezend en smiespelend, voor zichzelf een briljant panopticon gecreëerd met de wereldbevolking, bibberend in hun celletjes, achter tralies gesmeed van angst voor onzichtbare deeltjes.
Zij hebben, zichzelf almachtig wanend, pontificaal in de schijnwerpers achter de knoppen gezet, in het epicentrum van gevangenisplaneet Aarde. Miljarden zielen, als krioelende vliegjes, op één handige monitor te volgen, vanuit de controlekamer, waarin ze zichzelf onaantastbaar wanen.
Wat hebben ze hard gewerkt. Wat zitten hun plannen en schema’s slim in elkaar. Die wereldwijd gecoördineerde en perfect getimede angstcampagnes, die koelhuizen afgeladen met gentherapieën, de opgekochte pers en media en omgekochte sterren en influencers.
Wat een duivels respect verdient het wereldwijd uitschakelen van de parlementaire democratie en het kalt stellen van eigenwijze artsen, wetenschappers en regeringsleiders door chantage, dreiging, verzwijging, omkoping en ongelukjes.
Hoe briljant, het vileine divide et impera, dat sociale structuren ontkracht en hele gemeenschappen verlamt uit angst voor een virus.
Aan alles hebben ze gedacht in hun splendid isolation.
Maar één minuscuul detail zijn ze vergeten.
Ons.
De zich met goud en geld lauwerende elite, ontwikkelde in al haar hubris, een blinde vlek voor de creativiteit, de strijdbaarheid, de intelligentie en de nieuwsgierigheid en het Goddelijke in ieder mens. Zij konden zich de kracht van het individu, laat staan het collectief, eenvoudig niet meer voorstellen en zagen een kudde slachtschapen zonder wisdom of the crowd, zonder power of the herd.
Sheep, ready to be herded and culled at will.
Het is de onnozele arrogantie die Lodewijk de Zestiende en zijn Marie Antoinette de marmeren halzen kostte, omdat ze zich eenvoudig niet konden voorstellen dat het vulgus, het grauw, het domme plebs, de sansculotten zouden samenklonteren en al hun pracht en praal in een orgie van revolutionair geweld zouden verwoesten.
In hun blinde, hautaine autisme, is de elite vergeten een draconisch apparaat op te tuigen met karabijnen en knuppels, met verklikkers en bloedhonden, dat groot genoeg is om de kuddes te beheersen als deze met miljarden tegelijk op hol slaan.
Er is geen Gestapo van betekenis, geen Sicherheitsdienst of Grune Polizei. Er zijn geen miljoenen elite soldaten die een bloedeed hebben gezworen. Geen monsters die hun zwarte uniformen dragen en voor hun ogen in de maat stampen en de pleinen laten dreunen.
Er zijn geen beulen die de angst voor een verkoudheidsvirus kunnen vervangen voor de angst voor marteling of executie.
Het is hun blinde geloof in bezweringsformules, medialeugens en toverspreuken en hun eindeloos vertrouwen op de kracht van systemen, protocollen, propaganda, wetenschap en technologie, die hen de das van ruw touw om zal doen.
In hun arrogantie van vertrouwelijke denktanks, Chatham House onderonsjes en Bilderberg conferentiezalen, dachten ze met smoke and mirrors als wapens weg te komen.
Het zal niet voldoende blijken. Want behalve de ontbrekende knoet die de tirannie in leven houdt, zijn ze de Wunderwaffe vergeten in te zetten, die essentieel is als je een volk tot slaaf wil maken of vernietigen.
En dat is liefde.
En is geen enkele hartstocht voor hun ideeën. Geen enthousiaste massa’s zoals op de partijdagen in Neurenberg of het Sportpalast in Berlijn. Geen kip strekt haar arm naar hen omhoog. Geen Meine Ehre heist Treue. Niemand sneuvelt met een glimlach om zijn mond voor deze afgrijselijke mensen.
Ze hebben weliswaar een onmetelijke massa met een stijve rechterarm gecreëerd, maar door een injectie en niet uit enthousiasme voor hun ideeën, laat staan hun afstotelijke persoonlijkheden.
Hun voorvechters en ambassadeurs zijn zonder uitzondering gekocht, medeplichtig, misleid of gechanteerd en die arme zielen zien er steeds bleker en ongelukkiger uit.
Het Derde Rijk bewees al dat een heel volk zich uitsluitend uit oprechte liefde naar de slachtbank laat leiden.
Ze zijn vergeten ons aan hun kant te krijgen, alvorens ons van kant te maken.
Dat is hun fatale fout.
Er komen aldoor meer barsten in hun verhaal, waar de waarheid genadeloos doorheen sijpelt.
Het wachten is op het moment dat het volk dat nu nog braaf in hun cellen zit, zich realiseert dat hun tralies niet uit ijzer zijn gesmeed, maar uit misleiding en leugens.
Dat ze straffeloos hun cel uit kunnen stappen, ondanks de waarschuwingen die uit de luidsprekers galmen.
Dat er maar een paar bewakers zijn. Met kippenekjes en spaghetti armpjes.
Ik zou niet met de elite willen ruilen.
Zij hebben de belangrijkste instructie uit hun handboek niet begrepen.
“But it was all right, everything was all right, the struggle was finished. He had won the victory over himself. He loved Big Brother.”
Om opstandigheid te smoren is onvoorwaardelijke liefde essentieel.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
U wist het wellicht nog niet, maar we bevinden ons midden in een periode die vroeger bekend stond als de hondsdagen, de heetste tijd van het jaar, waarin iedere hond verplicht een muilkorf om moest of in de bloedhitte aan de ketting werd gelegd, uit angst voor hondsdolheid.
Vandaag voel ik me precies zo’n beest, vol energie en leven, dat onbezorgd over het strand wil dartelen en in de branding achter een bal aan wil springen, dat vrij met zijn puppies wil ravotten, kluiven wil begraven.
Een hond die in plaats daarvan, in een heet, donker psychotropisch stinkhok ligt te zweten, aan een onzichtbare stalen ketting van qr codes, testen, mondkapjes, prikken en steeds krankzinniger wordende regeltjes.
De mond gesnoerd tussen vetleren banden.
Een vernederd beest in de kracht van zijn leven, die het erf over wordt geschopt door wrede machtsgeile menners, bezeten van bijgeloof en inktzwarte bedoelingen. Gewetenloze opzichters die sponzen goudbruin bakken in braadvet, in de hoop dat ik ervan ga smullen en daarna ga drinken tot mijn maag explodeert.
Sadisten die kalfsworstjes voor mijn snuit bungelen, alleen om deze weg te trekken, zodra ik er uitgehongerd naar hap.
Dat gevoel van een onzichtbare knelband om mijn nek, die stukje bij beetje wordt ingesnoerd en mij het ademen steeds meer belet. Die ketting die alleen af en toe een paar tandjes losser gaat, om hem daarna grijnzend nog strakker aan te halen. Je zou er vals van worden.
Gelukkig ben ik geen hond en weet ik dat bijten, nog minder oplost dan blaffen en grommen.
En besef ik heel goed, dat het vermoeden van hondsdolheid, ook nu je lot bezegelt met een spuitje dat al je zorgen oplost.
Maar ik zou sommige baasjes wel adviseren, anderhalve meter afstand te houden.
Zeker tijdens de hondsdagen.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Naast het onschuldige wij, het wij van jou en mij, van gezin en samenzang, het geborgen wij van het selecte gezelschap, de broederschap van commando’s en de verschoppelingen van “Wir Kinder von Bahnhof Zoo”, het wij onder wier warme rok je kunt schuilen, het wij van “safety in numbers”, is er ook een kwaadaardiger wij.
Ik noem het maar even: “Het wij dat iets van mij wil.”
Dat begint klein met het het wij van de hele middag met elkaar discussiëren over wat “wij” samen zullen gaan doen. Wandelen of zwemmen. Of toch maar gezellig bowlen? Het wij van het troosteloze resultaat, omdat niemand zin had in kegelen, maar we het toch zijn gaan doen om maar van het gezeur af te zijn.
Het wij van het onbevredigende compromis op iedere niveau.
Het wij van de middelmaat. Van de afgunst die alles dat schittert, naar de mediaan trekt. Het gemakzuchtige wij, dat vele wat actieveren onder ons wel herkennen. Het wij van de dringende oproep dat wij iets moeten organiseren of betalen, dat wij de straat op moeten gaan en in verzet moeten komen. Dat wij dat als puntje bij paaltje komt altijd neerkomt op mij. Omdat de grappenmaker die zo’n oproep doet, altijd klaar staat met een excuus om zelf niet mee te hoeven doen; het wij van de Japanse piloot die zelf geen stap naar voren doet, maar achteraf de kamikaze van zijn collega bekritiseert, omdat zijn Zero het dek van de Yorktown op een haar na heeft gemist.
Het wij dat jouw rechten, goederen en geliefden opeist via de weg van de gekaapte consensus.
Het wij van dát hebben wij nu eenmaal zo afgesproken. Het wij dat over mij beslist dat ik mijn autogordel om moet doen, niet mag roken en drinken en geen drugs mag gebruiken.
Het wij dat voor mij beslist dat het prima is om zelf in de deplorabele staat van ons land, golven vreemdelingen toe te laten terwijl iedereen kan zien dat Nederland bomvol is.
Het wij dat mij wijs probeert te maken dat stikstof een bedreiging is, terwijl niemand vindt dat stikstof een bedreiging is. Het wij dat 700 miljard belastinggeld, van jou en mij, aan Italië, Duitsland en Frankrijk overmaakt. Landen die rijker zijn dan wij.
Het wij dat voor mij beslist dat wij een avondklok moeten invoeren, omdat wij er blijkbaar collectief de logica van inzien dat een virus zich nu eenmaal houdt aan strikte avond en morgenstonden.
Het wij dat mij en mijn geliefden een niet werkend en ongezond mondkapje opdringt.
Het wij dat mij wijs probeert te maken dat dit land nog nooit zo veilig was, terwijl vijf keer per dag kleuters elkaar hier afsteken voor een lolly.
Het wij dat de zwarte tempel bouwt, tussen wiens pilaren de Duivel zelf zich graag zo verschuilt.
Dat staat te juichen terwijl de heksen worden verbrand. Het wij dat de schouders ophaalt, als de Joden worden afgevoerd.
Het Wir, daß es nicht gewußt habe.
Het wij dat het een goed idee vindt om onze kleuters via schooltv te leren hoe je moet vingeren en elkaar moet aftrekken. Het wij dat promoot dat onze tieners zich ombouwen als ze maar even twijfelen over hun geaardheid. Het wij dat hun ongeluk en onvruchtbaarheid viert, met vlaggetjes en speciale feestdagjes. Het wij dat prikbussen op schoolpleinen zet, om mijn kinderen tot een gentherapie te verleiden, buiten mijn zicht en instemming om.
Het wij dat me wijs wil maken dat ik slecht ben, vanwege mijn huidskleur en sekse.
Het wij in wiens rangen je kunt schuilen in je bruine hemd en je zwarte laarzen.
Het wij van het wegkijken en de dreunende unisono van de spijkerzolen.
Het wij dat zonen opeist voor een ijskoud steppegraf.
Het van bovenaf geforceerde opgefokte wij, dat leidt tot wij tegen zij en zelfs tot wij tegen wij.
Павел Трофимович Морозов kent vele nakomelingen. Dat bewijst de DDR.
Ik ben niet van het opgedrongen wij.
Het wordt al snel het wij van de Wannsee.
Het wij van Wir van Wir Fahren, Wir Fahren gegen England.
Het wij van de Jonestown Temple in Frans Guyana.
Het wij dat wel raad weet met mijn vrijheid,
geld,
bezit,
en gezondheid.
en zich uiteindelijk afvraagt “wat het met de kinderen zal doen.”
Hoed je voor het wij dat iets van jou wil.
Als iemand dat zou moeten weten, dan is het Wierd Duk, kenner van DDR en Sovjet Rusland.
Jezus zei geen wij. Daar had hij vast een reden voor.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
“Afblijven” zo twitterde Georgina Verbaan kortaf, toen Geert Wilders, de zelfdestructieve Jazz zangeres Amy Winehouse herdacht in een onschuldig tweetje.
En met dat ene woordje eigende zij zich iets toe dat universeel zou moeten zijn. Menselijkheid, medeleven, herdenken en troost.
Een afgekeurd mens, mag geen gevoel hebben. Laat staan gevoel of compassie tonen. De boeman mag niet laten zien dat ook hij kan treuren over een tragisch lot, dat ook hij muziek mooi vindt. Zeker als zijn smaak overlapt met die van Georgina Verbaan, het góéde mens, de gezalfde.
Monsters moeten monsters blijven.
Niet lachen naar kinderen. Niet genieten van bloemen of muziek. Dat is voor de goede mensen.
Goede mensen met gevoel.
Het herdenken van Amy Winehouse door Wilders, besmeurt Georgina’s nagedachtenis en smaak.
Haar veilige binaire mensbeeld, waarin zij de Hemel vertegenwoordigt en de ander de Hel. Het onmenselijke. Het ondermenselijke. De Untermensch.
“Herdenken.”
Wat betekent dat eigenlijk?
Voor mij is herdenken niets meer dan “her denken”, het steeds opnieuw tot leven brengen van wat nooit vergeten mag worden, opdat het minder snel herhaald wordt. En ik er in ieder geval niet argeloos aan meewerk.
Ik herdenk iedere dag de hel die mij het naast aan het hart ligt. Dat ben ik, vind ik, verplicht aan de meer dan honderdduizend Nederlandse Joden die in een paar jaar tijds pijnlijk efficient en vrijwel zonder burgerlijk verzet zijn weggevoerd naar hun destructie, de biomassa centrales van Treblinka en Sobibor.
Nederland, mijn land, mijn volk, stond erbij en keek er naar. Goede mensen.
Mijn Nederland roofde hun huizen, hun kunst en bezittingen.
Verkocht ze gele sterren en treinkaartjes naar de kampen. Stempelde hun Ausweiss met een J, leverde ze uit voor een paar rijksdaalders de neus. Goede mensen die anderen zonder al te veel omhaal kunnen ontdoen van iedere menselijkheid. Goede mensen, zoals Georgina.
“Die Menschlichkeit gehört das Herrenvolk.”
Ik herdenk iedere dag door studie en contemplatie, uit respect maar ook zodat ik de vege tekens kan zien en de patronen leer herkennen, die leiden tot door laarzen met ijzerbeslag, platgetreden, van bloed doordrenkte paden.
Ik herdenk iedere dag. En daardoor kan ik zien dat we, weliswaar niet dezelfde, maar toch soortgelijke paden opnieuw zijn ingeslagen.
Weer worden onschuldige groepen mensen weggezet als ziekteverwekkers. Opnieuw worden we tegen elkaar opgezet door schreeuwende koppen in kranten, politici en talking heads op TV. Opnieuw wordt groepen onschuldige mensen, de toegang ontzegd tot zwembaden en theaters, restaurants en strandstoelen. Opnieuw is er die hatelijke Ausweiss, nu met een J die er uitziet als een sneeuwbui. Opnieuw praat men in Zwitserland over een ster, die nu een stickertje is.
Ook nu geen genade voor kleine kinderen en oudjes.
Ook nu is er het ontmenselijken, het schamperen. Ook nu zijn er de valse grapjes, die net zolang grapjes zijn tot ze bittere werkelijkheid worden.
Ook nu de Nederlanders die bij het minste beetje tegenwind overstag gaan en het hoofd buigen voor de Duivel.
Ook nu de cynische koopmansgeest van hufters die munt slaat uit polarisatie en haat, juist in een tijd dat liefde, broederschap en wederzijdse vergeving van onschatbare waarde zijn.
Ook nu zijn er gloednieuwe concentratiekampen.
En dan zijn er mensen die bezweren dat we toen en nu niet mogen vergelijken!
Meestal vergezeld van de vreselijkste ad hominems en scheldpartijen.
Ik ben het niet met ze eens.
Vergelijken is ijken.
Vergelijken is leren.
Vergelijken is ingezette sporen doortrekken en volgen waar deze toe leiden.
Maar vergelijken is wel iets anders dan gelijkstellen.
Ik zal nooit de hel van de Shoah gelijkstellen aan de waanzin die nu wordt opgetuigd; dat het inktzwarte pad van de medische apartheid in een volstrekt andere hel eindigt, dan die van 80 jaar geleden is me wel duidelijk. Net zoals de ijshel van de Goelags, anders was dan het stinkende inferno van Rwanda. En die was weer anders dan de hel van de heksenjacht.
Het is meer dan lomp dat sommige mensen, uit onmacht en blinde frustratie teruggrijpen naar de Jodenster om hun ongerustheid te tonen over wat er op dit moment met hen gebeurt.
Die gele ster is heilig. Het is een symbool van een hel die niet de onze is. Een symbool waar we geen recht op hebben.
Maar wat anderen op hun beurt moeten onderkennen, is dat er geen exclusiviteit berust op onmetelijk leed.
En dat een hel niet perse dezelfde vorm hoeft aan te nemen, om gruwelijk te zijn.
Mark Twain sprak ware woorden. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar ze rijmt altijd.
En op de rijm van vele geschiedenissen kan je feilloos aan zien komen, wat er aan het eind van het liedje te gebeuren staat.
Laten we hopen dat de weg naar de nieuwe hel snel doodloopt.
Tot die tijd blijf ik herdenken én vergelijken, alsof mijn leven en alles dat ik lief heb er vanaf hangt.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Niet iedere schrijver heeft blijkbaar een duivels genoeg karakter, om door Boekhandel Los geboycot te worden.
Jan Dijkgraaf noemde mijn schrijfstijl ooit, “gestolde woede”.
Ik heb dat altijd prachtig gevonden. “Gestolde woede”.
De ijzeren nasmaak van een wraak die ijskoud en tergend traag wordt opgediend en stolt aan de lepel als frituurvet in de sneeuw.
Nu, jaren later, twee dochters verder, de zachte wijsheid van de ouderdom, en de Here Jezus, die mijn pad kruiste en mij de weg toonde, ben ik een milder mens. Vooral voor mijn vijanden.
Maar dat betekent niet dat ik door iedere droogstoppel met me laat sollen.
Ga in dat kader mee op boekenavontuur naar Boekhandel Los te Bussum, gelegen aan de rand van mijn reservaat, het Spiegel, de lommerrijke wijk waar de NSB zo welig tierde.
Maar eerst een inleiding.
Als niet wufte, ongesubsidieerde, cis gender man die zijn piemel met alle toebehoren nog heeft, is het dichterschap een kwetsbaar pad om te lopen.
Je geeft je bloot tot in de bilspleet van je hersens. Open voor ieder gif, voor alle venijn.
Maar dat viel even tegen.
Mijn debuutbundel Olga is nu bijna een maand uit. En de vele reacties zijn me eerder te ontroerend, te eensluidend lief.
Zo positief dat ik langzamerhand snak naar dodelijke kritiek en onredelijk vals geschamper.
Zo makkelijk mag het dichterschap niet zijn!
Ik snak naar het lijden van de jonge Werther. Het boeren onbegrip.
Er moeten toch auteurs, recensenten, journalisten te vinden zijn die het boekje vreselijk vinden.
Kitsch! Anton Pieck! gestoord, lelijk, amateuristisch of erger nog… …“leuk”.
Maar zelfs Peter Breedveld, doorgaans de man met de scherpste zaag tussen mijn stoelpoten, doet er het zwijgen toe.
Zou het dan toch een kutboekje zijn?
Er moet toch een Volkskrant,Trouw of VPRO redacteur te vinden zijn die Olga met jurk en al door het riool wil spoelen?
Genegeerd worden is pijnlijker dan verbrand te worden op de BebelPlatz.
Maar ter zake.
In het kader van de zelfpromotie en de ongezouten mening van een boekenprofessional, trok ik gisteren welgemoed op pad om bij de lokale tempel van het geschreven woord, Boekhandel Los, eens te informeren of ik, als beginnend schrijver die drie straten verderop woont, een paar exemplaren van Olga in de winkel mocht leggen.
Er zijn nu eenmaal buurvrouwen die liever door de machtige binnenstad van Bussum flaneren, dan online te bestellen. En wie, zo dacht ik, wil er niet gezien worden terwijl je met een Russische prinses de mooist bordeauxrood geverfde winkel van Bussum uit schrijdt?
Ik werd door een magere jongen met een dikke bril achter een nog dikkere plexiglas ruit gewezen op de baas, gezeten achter een soort glazen loket. Ik erheen.
Ik zal de baas niet pakken op zijn priemende middenstandsoogjes en de onverdraaglijke hautaine uitstraling van een “Bussums intellectueel”, een eenoog, dus koning van een cultureel wasteland waar Saskia Noort en Ilja Gort worden gezien als grote schrijvers en Ozcan Akyol wordt gevierd als de Rebel des Vaderlands. Zo ben ik ook weer niet.
Een curieus gesprek ontspon zich.
“Hoeveel korting krijg ik?” Was de eerste vraag van Cor. Nog voor iets van Olga gezien te hebben, wier omslag op de site van het boekenhuis even later tot een goedkeurend geknor leidde.
“Kan ik het boekje inzien?”
“Ik kom het morgen brengen.”
“Ok, tot morgen.”
Vandaag was het morgen.
Dus pakte ik Olga bij haar hoedje en ging goedgemutst op weg, legde Beer, mijn hond aan de ketting liep het heilige der heiligen binnen.
Cor stond midden in de winkel, het werk van Kluun, Martijn Krabbé en ander hogere literatuur kaarsrecht te zetten.
Ik overhandigde hem trots mijn prinses in hardcover.
Maar de sfeer betrok meteen.
Hij keek naar de prinses alsof ze in haar onderbroekje had gepiest.
“Ik heb je even gevolgd op twitter.” Zei Cor alsof hij me betrapte op een knipselmap vol kinderporno.
“En wat ik daar las, daar werd ik niet blij van.
Dus hier is is je boekje terug, ik wil het hier niet hebben”.
Zonder ooit een woord er in te lezen.
Ietwat uit het veld geslagen vroeg ik Wiersma of hij de inhoud van een dichtbundel soms kan beoordelen aan de hand van de mening van de dichter?
Dit ten overstaan van enkele kakmadammen, duidelijk niet gewend aan enige stemverheffing, die geschokt opkeken uit hun Linda’s.
Ook Wiersma was ook wat uit het veld geslagen. Onrust moet je niet hebben. Dat is bad for business.
En Olga kreeg dus wederom niet een recensie, waar ik zo op had gehoopt, maar ik zelf. Een bar slechte.
Geen plek voor mij in het rijtuig der deugdzaamheid.
Nu is het uiteraard het goed recht van Cor Wiersma om mij alles te weigeren* wat hij maar wil.
Het is en blijft zijn winkel. En hij is een God in het diepst van zijn stellingkasten. Hoe los van God dan ook.
Maar het verbaast mij wel dat mijn Kamp van Adolf Hitler, de autobiografie van Mussert, de zelfgeschreven geschriften van Lenin en Stalin en de boeken van Richard Klinkhamer, die toch zijn vrouw vermoordde, gewoon op voorraad liggen bij die chique Boekhandel Los te Bussum.
Blijkbaar ben ik een slechter mens dan de Führer.
Het wachten blijft op de eerste echte recensie voor Olga.
Wie maakt me los?
*U kunt Olga overigens wel gewoon bestellen bij Boekhandel Los, ze mag alleen niet in de winkel liggen. “Erst kommt immers dass fressen, dann die moral”. Berthold Brecht kende Wiersma blijkbaar al wat langer.
Van de boekhandel moet ik het dus niet hebben!
Maar gelukkig zijn jullie er. Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Gisteren was het weer zo ver. Het zoveelste twitteroorlogje, met meninkje tegen meninkje. Beledigingetje tegen doodswensje, verontwaardigingtje tegen geschoktheidje.
En het ergste is.
Ik deed er nog aan mee ook.
Basta.
Het is tijd om ons te realiseren dat als we onze bajonetten op elkaar blijven richten, we alleen maar inspelen op de perfide agenda van de kracht die we eigenlijk moeten aanspreken.
En die macht is niet de dwalende lul die iets doms zei op het stompzinnige Facebook.
Dat is niet die boze huisvrouw met een spuit en een regenboog in haar twitterbio.
Niet die dwalende toetsenbordridder, die ’s nachts ligt te woelen over zijn twijfels en worstelt met zijn geweten.
Niet dat borderline meisje die uit ongeluk en eenzaamheid ook maar wat uitkraamt, als ze in Godsnaam maar ergens bij mag horen. Of die ijzeren Hein, die doodsbang klem zit zit in de echokamer van zijn eigen gelijk; met zijn bordje diepvriesspinazie op zijn knieën woest berichtjes tikkend en endorfine beloninkjes scorend door likes en hartjes.
Wij gedragen ons keer op keer als marionetten. En degenen waar we onze kritiek en ons vilein op zouden moeten richten, zijn de poppenspelers; de cynische intriganten, die boven onze hoofden alles doen om ons te verdelen en tegen elkaar op te zetten, als Hutu’s tegen Tutsi’s.
Ze leggen de machetes voor ons klaar.
Ze maken onze geestjes rijp.
Ze zijn heel goed in wat ze doen.
Wij zijn hun soldaatjes, hun kemphanen, hun vechthonden.
En zolang we met boze koppen en geslepen rieken tegenover elkáár staan, ontspringen zij de dans.
Divide et impera.
We kunnen niet langer vanuit onze modderige loopgraven op elkaars kop blijven mikken. De ene met een punt op zijn hoofd en de ander met een platte helm, We mogen niet opnieuw dezelfde fouten maken. En miljoenen doden verder met een half gezicht naar huis terugkeren. De ene naar Frankfurt, de ander naar Liverpool.
Terwijl de aanstichters altijd veilig buiten schot blijven, sigaren rokend in hun Chesterfields.
Zou er één frontsoldaat uit de “Frische Frölige Krieg” zich hardop hebben afgevraagd waarom er een miljoen mannen moeten sneuvelen aan de Somme, omdat ene Gavrilo Princip, één aartshertog Frans Ferdinand naar de andere wereld hielp?
Waarschijnlijk wel, miljoenen keren. Maar in stilte, moedeloos mompelend bij de bunkerkachel of in bed bij moeder de vrouw, het houten been leunend tegen de sponde.
Als we nou eens buiten die kooi konden kijken, die ring waarin we geplaatst zijn om elkaar af te slachten.
Als we onze stemmen nou eens zouden gebruiken, zoals Joshua werd opgedragen, toen hij voor de poorten van Jericho stond.
Eén overdonderend gejuich uit alle kelen…
…en alles is binnen zeven dagen anders.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
De menselijke kudde heeft een blinde vlek voor slechtheid. Het scherp van het slagersmes, wensen zovelen niet te zien.
Als een kracht te diabolisch is, treedt collectief een geestelijk gif in werking dat ons verlamt en velen van ons tot het uiterste uitdaagt, om alles dat overduidelijk het pure kwaad is, tot het bittere einde te vergoelijken.
De massa kiest vrijwillig om dikke lederen oogkleppen op te zetten, die pas worden afgerukt, als de poort van het concentratiekamp ruimschoots is gepasseerd.
De sluipwesp spuit ons, nietsvermoedende rupsen, vol met haar eitjes, waarvan de larven vervolgens onze vet en ingewanden, langzaam maar zeker van binnen wegvreten, tot er een chitine schilletje overblijft, dat wegwaait in de wind.
In de Tweede wereldoorlog stond half Amsterdam te klappen en bloemen te gooien toen de bezetters in hun Krupp Protzes, BMW’s en Horches triomfantelijk over het Damrak en het Rokin rolden.
Zo erg kon het toch niet worden? Zoals de melkboer in Soldaat van Oranje zei “ze gaven nog een fooi ook”.
Zo’n honderdduizend gedeporteerde Joden later, begon de hongerwinter.
Nu het vierde Rijk wordt gebouwd, zien we precies hetzelfde patroon.
De New World Order en hun contemporaine “Heil Hitler” dat nu vrolijk “Build Back Better” heet, wordt afgedaan als een hersenspinsel, een samenzweringstheorie van gekken, terwijl de speeches en geschriften, waarin de perfide plannen openlijk en tot in detail worden besproken, zich opstapelen tot de blauwe hemel en de eerste concentratiekampen al operationeel zijn.
“You will own nothing and you will be happy.”
You? Dat zijn wij.
Opnieuw worden dissidenten voor gek verklaard en gedemoniseerd door de massa, terwijl de dictatuur middels een verstikkend tapijt van wetten, propaganda en verordeningen grijnzend over iedereen wordt uitgerold. Hans en Sophie Scholl zouden ook in deze tijd, door de goede burger, aan hun oorlelletje, worden uitgeleverd aan de bevoegde instanties. Opgeruimd staat netjes.
Ze vormen, ook in full vision of impending doom, nog steeds de meerderheid; de fatsoenlijke schapen, die haast huppelend de vrachtwagen inrennen, met de zoveelste gifspuit die hen de vrijheid zou teruggeven nog in de poot. Op weg naar de rust van het inktzwarte niets. De troost van koele meren.
De rest van de kudde die nog even door mag knabbelen aan de dorre pollen, berooid, maar dolgelukkig achterlatend in een mist van happy drugs en “vaccins”.
Nu heeft de duivel altijd de neiging haar hand te overspelen. Hubris is een van haar zwakste punten. De Duivel leest gelukkig geen Sun Tzu.
En daarin, die fatal flaw of evil, schuilt mijn laatste hoop op een collectief ontwaken. Een einde aan de silence of the lambs.
Want ik ben benieuwd hoe pappa en mamma reageren nu de gelakte tengels van Beëlzebub zich openlijk uitstrekken naar hun lammetjes.
Hun bloedjes. Hun Sterre en Tijmen. Hun oogappels. Hun kostbare lievelingen.
En dan heb ik het niet eens over de bloedpropprik, waar zoveel ouders, zelfs na Kjeld Nuis en die Deense voetballer, nog steeds met alle vier de bokkenpootjes intuinen.
Maar over The San Francisco gay men choir. Volwassen kerels, die met heldere, spottende stemmetjes, precies uit de doeken doen, wat ze met onze kinderen van plan zijn.
Ze komen ze halen.
Net als Adolf Hitler ooit deed met de Joden, maken ze geen geheim van hun intenties. Ook al dragen ze geen zwart of veldgrijs, maar vrolijke regenboogkleuren. Ook al kijken ze niet bars en schreeuwen ze bevelen, maar zingen ze liefjes liedjes. Het is hetzelfde duivelsgebroed.
“We are coming for them. We are coming for your children.”
Mijn ‘vijanden’, een bont kakelend gezelschap van wufte fadjes met microkaakjes en pukkeltjes, puntbuikjes, kereltjes met sappige tietjes en kippennekjes, aangevuld met een enkele monkelende kabouter op stelten, noemen mij wat graag “Superjank.”
Die koddige koboldjes doen dat uiteraard in de veronderstelling, dat hun geschamper over mijn tranen, die inderdaad tamelijk snel als kleine diamantjes uit hun kliertjes piepen, me verstoort.
Geenszins. Ik kan er wel om lachen.
Ik huil zelden uit onmacht of verdriet.
De waterlanders wellen echter onverbiddelijk op in de aanblik van schoonheid, een beeld van Bernini, een schilderij van Hans Laagland, een geboorte en het lezen van de gedeeltes van de Bijbel.
“Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil: for thou art with me; thy rod and thy staff they comfort me” .
Het kan ook een gedicht van Spalikov, Goethe of Mandelstam zijn, waardoor de zoutwaterfontein, kristal gaat spuiten.
Ik ben razendsnel ontroerd, door een foto van mijn kind, de zee, Bach, Rach, Orthodoxe koren, de liefde van mijn hond, de gedachte aan mijn Oma.
Op de bron van mijn gevoel zit geen putdeksel.
Meestal komt die ontroering op een gepast moment, waarin je je concentreert op iets moois. Of eenzaam rondbanjert door de mist en ineens oog in oog staat met een hert.
Maar soms…
Ik heb bijna een jaar geen boodschappen gedaan. Ik krijg nogal snel ruzie, ziet u.
En vaak ook nog met mensen die ik helemaal geen pijn wil doen. Geïnstrueerd winkelpersoneel, oude van dagen, gehandicapten, kneusjes. Ik trek dat nu eenmaal aan, het zal mijn ranke bouw en nobele voorkomen wel zijn, waarom ze uitgerekend mij op mijn schouder willen tikken of vermanend toe wensen te spreken.
En zeker als je, zo dacht ik, pertinent weigert om die vernederende grafeenluiers van Sywert te dragen, zou een veldslag met blauw gebekte oma’s en woedende winkeliers onvermijdelijk zijn.
Ik vergiste me.
Gisteren was ik in een winkelcentrum vlak buiten het reservaat. Ik zal, om de NSB van Hugo de Spietser niet op ideeën brengen de exacte locatie niet noemen…
“Doet u mij maar wat van die macadamia nootjes. En wat gember.”
“Eindelijk kan het weer he, boodschappen doen”
“Hoe bedoelt u?”
“Nou die mondluiers hoeven niet niet meer, dus eindelijk kan ik weer langskomen.”
“Bij mij hoeft u geen kapje op hoor”
“Ja nu hoeft het niet meer he?”
“Nee, hoor, u was, bent en blijft altijd welkom, ook als ze weer beginnen met die onzin. Wij doen daar niet aan mee.”
En daar stond ik dan, tranen in mijn ogen bij de groentejuwelier.
Gewoon omdat er goede mensen zijn.
En dichterbij dan ik dacht.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
De olifantendans van het onvruchtbare gelijk moet doorbroken worden.
Een mier ziet een lekker blauw kruimeltje en sleept het mee naar het nest, waar het de hele gemeenschap vergiftigt.De dood wordt binnengebracht door vertrouwde werkers, die iedereen, met ieder lekker brokje, nietsvermoedende een stukje zieker maken. Tot iedereen in het nest tot stof is uitgedroogd.
Dit werkt precies zo met “nieuws en discussie” op sociale media. En wij zijn de mieren.
Het is zo verleidelijk om in te gaan op de waanzin van de dag. En daarop een Hegeliaanse polemiek te bouwen. Ik ben er nu zes keer om geband, dus ik weet waar ik over praat.
We verspreiden verontwaardigd tweets met draconische wetgeving. Debunken leugenachtig Covid nieuws keer op keer. Lachen en masse om de propagandistische domheid van de NOS, om virtue signaling en woke waanzin.
We retweeten onze kritiek om het knielen van voetballers en zichzelf als wijf opschminkende leraren, met een geinig comment en een gevat antwoord, waar ze “niet van terug hebben.”
Terwijl we zonder het te beseffen, vrolijk het gif waar we tegen vechten verspreiden.
Ik pleit mezelf niet vrij.
Het is verslavend, het van repliek dienen van duivels en demonen zorgt dat er een lekker stofje in je hoofd vrij komt.
Maar besef dat, als je met krankzinnigheid de discussie aangaat, de eindconclusie, altijd een klein stukje dichterbij de hel zal liggen, dan hij daarvoor lag.
Dat, als je met de duivel een mooi discours hebt, zijn grootste wapen jouw overwinning op argumenten zal zijn.
Dat het omstandig debunken van leugens, tot gevolg heeft dat de mensheid weer een inch is opgeschoven naar een wereld waar alles op zijn kop staat en leugen en waarheid steeds moeilijker uit elkaar te houden zijn.
In discussie gaan met waanzin, werkt de rede steeds dieper het moeras in. Keer op keer dezelfde conclusies trekken, over biomassa, pedofilie, ivermectine, Kaag en andere verschrikkingen rondpompen in dezelfde echokamer, kost bakken energie, terwijl het helemaal niets oplost.
We moeten uit de jerkcircle van onze eigen confirmation bias.
De olifantendans van het onvruchtbare gelijk moet doorbroken worden.
Het is tijd om onze denktijd en capaciteit beter te besteden, dan aan lunatics, racisten die ons wit noemen, Covid proppers, debiele doodsbange oma’s, pederasten, evil scientists, gekochte politici en journalisten en betaalde trollen.
Zij trekken zich juist op aan onze verongelijktheid. Ieder gevat commentaar maakt ze juist sterker.
Ze voeden zich met onze energie.
Er is zoveel beters om onze tijd en denkkracht in te steken.
Als deze tijd ons iets heeft gebracht is het hernieuwd besef van wat we hebben en kunnen verliezen.
De waarde van onze gezinnen, ons geloof, onze banden, onze cultuur. We moeten onze hersens en ons hart gebruiken om die veilig te stellen.
Want alles is in levensgevaar. En onze gevatte eindeloze discussie met het kwaad heeft ons geen steek verder gebracht.
We moeten naar boven kijken, elkaar uit de echoput trekken.
Er zijn bergen te beklimmen.
Er zijn vlaggen te planten op de top.
Het zal al onze energie vergen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!