“Here once the embattled farmers stood. And fired the shot heard round the world.”
Ralph Waldo Emerson
Aan Nederlandse Boeren en Burgers,
Truckers, Dokwerkers,
Vissers en Zeelieden,
Artsen en Wetenschappers,
Journalisten en Columnisten,
Bouwvakkers en Kakkers.
Aan alle Pastoors, Dominees, Wappies én Wouten en aan die enkele politici die de euvele moed hadden het aanbod dat niet geweigerd mocht worden, toch af te slaan.
Gisteren schreef ik een kritisch draadje op twitter over de boeren en hun kansloze campagne tegen een overheid die ze over de kling wil jagen.
Mijn punt?
De boeren, maar ook wij de burgers, moeten dringend ophouden spelletjes te spelen, waarvan onze Nemesis niet alleen de regels opstelt, maar deze ook tijdens het spel aanpast naar believen.
Spelletjes waarin het ene pionnetje de andere niet is, de dobbelstenen altijd naar één kant rollen. Waar onder de tafel, de grootste spelers elkaar handig alle troeven toespelen.
Een veelvoud van vicious games, die steeds duidelijker zichtbaar leidt tot de ondergang van alles waarvoor onze voorouders eeuwen hebben gevochten en geploeterd, alles waar we van houden en waar we op bouwden, inclusief onze identiteit, onze Lieve God, onze waarden en waardigheid, maar nu ook onze gezondheid en zelfstandigheid.
Spelletjes die je eenvoudig niet kunt winnen, omdat het huis zowel deelt als meespeelt.
Op dit moment zijn onze boeren aan de beurt om in een voorspelbaar spel van inspraak en onderhandeling, van demonstreren en demoniseren, gedoemd zijn om ten onder te gaan en berooid de tafel te verlaten.
Boerenbridge, met gestoken kaarten en goedlachse jokers als Caroline van der Plas. Een spel waarvan de uitkomst van tevoren vaststaat. En de winnende kaart niet de hartenboer zal zijn.
Onze boeren, onze arme, geweldige boeren…
Onze doodgoede, goudeerlijke, stoïcijnse en gezagsgetrouwe boeren zijn het hapje van de maand, hulpeloos prooi voor geslepen zwendelaars, vileine hyena’s, veteranen in Machiavellisme, die in een vals potje WEF Monopoly niet alleen óns land, maar ook de hele westerse wereld proberen te kapen; die onooglijke trekkebenen, zoals Rutte, Schwab en Kaag, sociale misfits als wrekende slopers van alles dat goed, echt en mooi is. Destroyers of Worlds die nietsontziend, hun techno fascistische waanbeelden, met list en bedrog aan iedereen willen opdringen en daarvoor ook de voedselvoorziening in eigen hand willen nemen, zodat alleen zij, horigheid af kunnen dwingen. Alleen zij, middels een steriele app of de harde hand van pappa Bruls en zijn kapo’s, nog bepalen wie eet en leeft en wie verhongert en sterft. Wie recht heeft op een kommetje wormenpoeder en een krekelburger. Wie met zijn QR code, een kropje waterige mrna sla en een kopje sojamelk met extra oestrogenen bij de regionale Foodhub mag bestellen.
Een dystopische horrorwereld van totale controle, waar onze boeren niet meer in passen omdat zij ons juist voedsel ónafhankelijkheid geven.
Onze Nederlandse boeren zijn niet alleen essentieel voor hun eigen bedrijf en levenswerk, hun gezinnen en hun bezit, niet alleen voor het karakteristieke aanzicht van ons Nederland, de koeien in de wei, de wuivende korenaren, de bolbloemen, maar ook voor de babymelk en de kaas voor onze kleintjes. De spinazie in hun Olvarit potjes, de sla, de andijvie op onze borden. Ons dagelijks eten en drinken. Onze kersen en peren. Ons stukje vlees.
En nee, die worden niet gemaakt door de families Heijn of Van Eerd.
Zonder boeren, geen boertjes van onze baby’s. Zonder hun kippen geen zacht eitje in de dopjes van onze kinderen.
Een briljante boerenstand, zoals die in Nederland, is een ongekende luxe die we amper nog kunnen beseffen, omdat eten en drinken vanzelfsprekend zijn, overvloed een gegeven lijkt en de laatste keer dat de Nederlandse maag hardop rommelde, ergens tijdens de hongerwinter moet zijn geweest en toen iedereen op houten banden uitgerekend kwam bedelen bij diezelfde boer, die nu naar hartelust gekoeioneerd wordt, door mensen die niet weten wat ze gaan missen als de boer er straks niet meer is.
Het zijn onze boeren die ons land wereldberoemd hebben gemaakt als de wonderlijke voedseloase van de wereld. Dé leerschool voor alle landen die op weinig grond, maximaal willen bloeien en groeien. Onlangs nog waren we de tweede of derde voedselproducent ter wereld!
Ooit, toen ik nog op goede voet verkeerde met de overheid, schreef ik niet voor niets de themazin Qualität wachst in Holland. Een zinnetje waar Mutti Merkel nog trots onder poseerde.
Het dagelijks voedsel van een enorm gedeelte van de wereld, komt uit Nederlandse kassen, polders, weides en stallen. En dat alles is meer dan de moeite waard om voor te vechten. Maar niet zoals dat nu gebeurt.
Boeren moeten, net als burgers, ophouden gewillig in hun fuiken te zwemmen. Niet langer hun hoop moeten vestigen op Den Haag. En zeker niet op de partij die in naam voor hen op zou moeten komen, maar nauwelijks in beweging te krijgen is.
Alles dat in de Tweede Kamer wordt bediscussieerd, blijkt zo waardevol als lauwe koeienscheten en alle redelijke compromissen of goedbedoelde wetenschappelijke verhandelingen over de onschadelijkheid van CO2 of Stikstof glijden van de hoge heren en dames af als een vlaai van een waterglijbaan.
Zij hebben hun marsorders allang gekregen in Davos of Washington en de kaarten zijn allang meticuleus op volgorde gelegd. De rest is voor de buhne.
Wie zich in goed vertrouwen, smekend richt tot moedertje staat of de zogenaamde oppositie, het FvD niet te na gesproken, zal, net als Carrie in de gelijknamige griezelfilm uiteindelijk het met veel medelijden geplaatste fileermes in de rug voelen steken.
Maar ook demonstreren in Den Haag, de traditionele trekkeroptocht, een bliksembezoek bij de minister thuis en het hopeloze tegenhouden van treinen op de Veluwe. Ze werken alleen maar averechts. Omdat de P.R. scenario’s die van iedere boeren wanklank, ieder geknakt grassprietje maximaal misbruik maken en alles verdraaien in het boeren nadeel, al lang en breed klaar liggen.
Dit is een informatieoorlog.
En frame, spin, leugen en misleiding zijn krijgskunsten die Den Haag, na twee jaar gelijkgeschakelde pers, tot in de puntjes beheerst.
De krijsende krantenkoppen over agressieve boeren, die hun eigen glazen ingooien, liggen heus al voorgedrukt bij de Volkskrant, Telegraaf en Trouw. En Beau van Erven in zijn glitterjasje zal, als een Caesar Flickerman uit de Hungergames, de minister, wier oprit is bevuild met modderlaarzen nog eens alle ruimte geven om snikkend te vertellen hoe bedreigd ze zich heeft gevoeld door die boerenhufters en hun trekkers.
En zelfs als alle boeren en hun aanhang zich aan de regels houden, zijn daar altijd nog de Romeo’s op zoek naar een boeren Julia om in elkaar te meppen.
Maar wat dan wel?
Ik denk dat er voor ons allemaal maar één oplossing is.
We moeten samen demonstreren hoe onmisbaar het boerenbedrijf is. Voor boer én burger. Als demonstratie van massale eenheid in iedere dorp en stad van Nederland.
Het is hoog tijd voor een oprecht verbond tussen boer en burger, dat veel verder gaat dan een politieke partij die net doet alsof. Een echte spontane boer burger beweging dit keer, gebouwd op goede grond, in plaats van astroturf.
Het boerenbedrijf moet ons middelpunt worden. Wij moeten ze beschermen met ons leven. Omdat dat leven en dat van onze kinderen letterlijk van onze boeren, hun kennis en hun tomeloze werk afhangt. Beter laat dan nooit.
En de boer moet zelf ook wat doen. Die moet uit zijn ‘splendid isolation’ durven treden. En nieuwe juridische, commerciële en investeringspaden durven bewandelen. Samen met de burgers. Om de doorzichtige roof van hun bedrijven te stoppen en nieuwe middelen te vinden, buiten de gehate WEF banken om.
We moeten samen alles doen om nieuwe wegen te vinden die de Haagse valstrikken omzeilen.
Laten we samen onze eigen, nieuwe spelregels bepalen. Want het enige waar de overheid niet mee om kan gaan is creativiteit.
De boeren zijn veel te belangrijk om ons af te laten nemen.
Het is hoog tijd dat we Den Haag dat laten weten, niet door hard te schreeuwen of te smeken, maar door ons eigen spel te spelen.
De hooiberg hoort als stompe kerktoren in ons aller midden.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
P.S. Mocht BBB toch ineens het licht zien en vol gas voor de boer gaan, hebben ze alsnog mijn volle steun. Ik ga daar echter niet op hopen of wachten.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
“But as the days of Noah were, so shall also the coming of the Son of man be. For as in the days that were before the flood they were eating and drinking, marrying and giving in marriage, until the day that Noe entered into the ark. And knew not until the flood came, and took them all away; so shall also the coming of the Son of man be.“
Om als profeet door het leven te gaan, hoef je geen Ezechiël of Jeremia te zijn. Ook een eenvoudige boerenlul, kan zichzelf die gerafelde mantel aanmeten.
Je hoeft daarvoor eigenlijk maar één ding te doen. Met veel aplomb héél veel voorspellen, zwijgen als het graf als je orakels niet uitkomen, maar wel jezelf triomfantelijk op de borst slaan als eens in de zoveel keer het lot op jouw gelijk valt, met quotes en screenshots als bewijs van je magische krachten.
Economen en trendwatchers doen hun hele leven niet anders.
Zelf heb ik een aantal voorspellingen rond Rusland en Oekraïne gedaan en ik moet zeggen, met opvallend succes.
Ik geef direct toe, een paar daarvan waren eenvoudig te maken, door ingezette lijnen door te trekken en naar echt nieuws, zoals The Duran , te luisteren in plaats van de tenenkrommende Westerse propagandasmut.
Dat het westen met haar sancties en boycotts alleen de eigen bevolking ruïneert, zag een kind aankomen.
Dat het Westen deze proxy oorlog niet kan winnen is zonneklaar.
Dat Nederland straks haar groene kachelpijpjes en artilleriegranaten, met en zonder lollig gestifte strijdkreetjes, gaat terug zien op stoffige junglemarkten, daar kun je donder op zeggen.
Maar andere voorspellingen van mij, zouden in minder Bijbelse tijden, voor ronduit krankzinnig zijn versleten.
Zo stond op acht maart, vlak na het begin van de “speciale operatie” de Roebel op een absoluut dieptepunt. Ik voorspelde, zo’n beetje als enige in de Westerse Wereld, dat de in duikvlucht verkerende Russische munt twee maanden later hoger zou staan dan ooit te voren.
En zie, rond half mei is de Roebel de best presterende munt ter wereld. Door het koppelen van goud aan de waarde van de Roebel en die op zijn beurt te koppelen aan de handel in Russische olie en Russisch gas. Briljante maatregels die niemand kon voorzien.
Dit kon een mazzeltje zijn geweest uiteraard.
Maar ik deed negen maart nog een voorspelling, die op veel hoongelach en misprijzen werd onthaald. Ik twitterde:
Gates bereidde “Pandemic 2” voor in Oekraïne. Klaar voor release.
Poetin kwam daar achter, bombardeerde de biolabs.
Regelde zo in een klap Donbass / Krim, andere “agenda’s”. en redde en zijn eigen volk én ons en van de ondergang.
Daarom zijn ze zo laaiend in het westen.
Daarom is de oorlog ineens niet meer trending.
De Biolabs zijn mainstream uitgelekt.
Covid 1 is voorbij. Ze hadden Covid 2 nodig, met massa’s doden, voor prikplicht en de QR code.
En zie, twee maanden na deze tweet, legt Igor Kirillov Chief Radiation, Chemical and Biological Protection Forces van Rusland, buiten het zicht van de Westerse normie nieuwsconsument, droogjes de hele verrotte structuur bloot, die ons maanden geleden in Pandemic nummer twee had moeten dompelen. inclusief de betrokkenheid bij biolabs van het Pentagon, de Duitse en Poolse overheden, de Biden’s, de Obama’s en biotech bedrijven als Ghilead, Pfizer en Moderna.
Kirillov onthulde proeven op Oekraïnse geestelijk gehandicapten en ook de ontdekking van drones, UAV’s, waarmee eenvoudig bio agents over de Russen, de Oekrainers én ons konden worden uitgestort.
Natuurlijk staat het vrij om de onthullingen van Kirillov, die mijn voorspelling onderschrijven, met een korreltje zout te nemen, “wij zijn immers de lieverds in deze oorlog”, “the good guys”. Toevallig was het wel, dat wij in Europa, na twee jaar onophoudelijke covid-terreur abrupt virusvakantie kregen begin maart. Als een inktzwarte horrorfilm, die van de ene dag op de andere omsloeg in een vrolijke zang en huppelscene uit The sound of Music. En hoe curieus, dat dit als bij klokslag, samenviel met het uitbreken van de oorlog in het oosten.
Liep die dag het ene draaiboek soms af en stond er een ander op stapel? En duwde Poetin die stapel soms precies op het juiste moment om?
Zou Poetin ons een zorgeloze pandemie-vakantie hebben bezorgd, door het smerige hoofdgerecht dat ons zou worden opgediend, met een mooi gevoel voor timing, uit de handen van de Chef de Cuisine te slaan?
Het lijkt er verdacht veel op.
Enfin.
Tot zover mijn voorspellingen die hun houdbaarheidsdatum zijn gepasseerd.
Een gestoord stuk als dit, zou echter niet compleet zijn als ik het niet zou durven een volgende, krankzinnige profetie te doen.
Zwart op wit, zodat jullie me er straks smakelijk om kunnen uitlachen.
Die voorspelling begint bij onszelf, hier in het zogenaamde “vrije Westen”, dat zucht onder het juk van het WEF, de VN en straks de WHO en Bill Gates; het westen dat niet alleen financieel en moreel failliet is, maar ook qua voedsel en energie, bewust wordt gesloopt. Althans zo lijkt het.
De Midwest, de graanschuur van de Verenigde Staten, ligt braak door gemanipuleerde stofstormen en droogte. Lake Mead staat op het laagste punt ooit gemeten. De ene na de andere food processing fabriek wordt vernietigd door spontane branden of vliegtuigen die er op neerstorten. Vee, van groot tot klein, wordt met miljoenen tegelijkertijd afgemaakt, van kippen tot varkens, van herten tot zalmen.
In Australie en Canada mogen burgers hun eigen voedsel niet meer verbouwen. Amerikaanse boeren krijgen megaboetes als ze hun koeien niet inspuiten met MRNA vaccins. Landbouwers worden betaald om hun oogsten te vernielen of niet in te zaaien. En Bill Gates koopt al de landbouwgrond op. Altijd een goed teken.
En in Nederland, de op één na grootste exporteur van voedsel, worden trotse boeren, en masse van hun land getreiterd, met torenhoge energieprijzen, draconische regels en vage verhalen over stikstof en CO2.
De prijzen van ons voedsel stijgen zichtbaar iedere week als een raket, terwijl de verpakkingen kleiner en kleiner worden. En nu is het nog een geldkwestie, maar wat er straks eenvoudig niets meer is? De Baby Formula in de USA is al op.
Maar Rusland stevent af op een Bumper harvest. En ook in Oekraïne lijken de velden goudgeel als altijd.
En mijn voorspelling is dan ook.
Als de voedselrellen, zoals ze nu al uitbreken in Sri Lanka en de daaruit voortvloeiende revolutie eenmaal voorbij zijn en de stofwolken zijn neergedaald, zal het wittebrood net als in 1945 uit de lucht vallen, al zal het brood niet in Zweden gebakken zijn.
En de vliegtuigen zullen geen Lancasters zijn, maar Antonovs.
De ark van onze tijd, die de mensheid zal redden, zal geen schip zijn, maar een land, met wuivend graan. De enig overgebleven Christelijke supermacht ter wereld.
Het zal zijn als in de tijden van Noach.
Vind je mijn werk krankzinnig goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Hoewel ik de dronkemansavonturen uit mijn studententijd doorgaans liever in de borrelende doofpot houd en mijn drang tot discretie, doorgaans succesvol vecht met mijn instinct jullie te amuseren, voel ik me, nu ik gisteren in “Botsende Wereldbeelden”, een opmerking maakte over Koning Willem Alexander en zijn door mij versmade verjaardagsfeestje, toch geroepen een lollige, wellicht zelfs waargebeurde, in liters bier verzopen anecdote met jullie te delen.
En ik doe dat graag in Tonke Dragt stijl. Met een brief aan de koning.
Beste Willem, We kennen elkaar niet en ik wil ook niet anders beweren. We zijn elkaar in een ver verleden slechts een paar keer tegen het lijf gelopen en hebben terloops elkaars hand geschud. Tijdens een gala op de trappen van Tuschinski en in een studentenhuis aan de Heiligeweg in Amsterdam, waar we een paar vrienden van vrienden gemeen hadden en een paar keer in één ruimte lauw bier uit hetzelfde krat hebben gedronken.
Ik ben dat niet vergeten, jij vast wel. Dat vergeef ik je graag. Ik was één van zeer velen. Jij was die éne, die vergeefs uitstraalde dat je alleen maar één van die zeer velen wilde zijn.
Maar ik heb je wel een beetje discreet gadegeslagen natuurlijk. Je deed me, zowel qua postuur en houding, denken aan mijn broer. Groot en stevig, nonchalant, maar je had ook iets ernstigs en je had de gereserveerdheid die je vaak ziet bij mensen, waar anderen altijd iets van willen. Ik vond je wel koninklijk materiaal.
Je leek me de vriendelijkheid zelve, goed opgevoed, zonder teveel uitbundigheid. Relaxed met een zweem van melancholische verwondering. Geen plurk. We hadden vrienden kunnen zijn in een ander leven en een andere tijd.
Je voelde je duidelijk op je gemak tussen de stapels afwas, de tafel vol asbakken en het afgeragde bankstel, en was opvallend minder opgeblazen en pompeus dan de zwerm van grijnzende hermelijnvlooien die, uit pure vriendschap, opvallend onopvallend, zo dicht mogelijk om je heen krioelde.
Misschien herinner jij je nog dat afgrijselijke en snoeiharde optreden van een bar slechte punkband, midden in de nacht, midden in de gemeenschappelijke kamer van dat iconische studentenhuis? Dat “optreden” dat tot ergens in de De Lairessestraat de tegels uit de straat dreunde met vals gejengel?
Ik hoorde later het vuige gerucht dat er die avond een hele bijzondere blonde uitsmijter aan de deur stond. “Dit is mijn feestje” zou die imposante man, de, overigens zeer terecht, gealarmeerde agenten, te verstaan hebben gegeven, waarna ze afdropen en het wanstaltige concert ongestoord nog uren door de Amsterdamse stegen mocht blijven dreunen.
Ik was de bassist van die bedroevende band, waarvan de bezopen drummer, steeds langzamer ging spelen als een aflopende Hema wekker en de zanger, amechtig “Grote Tieten” in de microfoon schreeuwde.
Ik had een prima indruk van je en heb je verdedigd waar ik kon. Maar dat deed ik de laatste jaren wel steeds vaker met diep gefronste wenkbrauwen.
Immers, toen jij paniekerig, voor oude vrouwen en kinderen uit, het hazenpad koos, op het moment dat de Damschreeuwer het op een brullen zette, verdiende dat geen ridderorde wegens betoonde moed, laat staan een Elfstedentocht medaille. Dat je, zo vermoed ik, die arme man langer liet opsluiten dan een gemiddelde verkrachter of doodrijder, maakt het plaatje er niet koninklijker op.
Ook de waxinelichtjeshoudergooier had wat mij betreft van jou op een royaal gebaar mogen rekenen.
Zwakkeren en geestelijk invaliden verdienen medelijden en zorg, geen wraak van een almachtig en hooggeboren man.
Hoe Edwin de Roy is behandeld, is beneden ieder peil.
Maar later vond je me toch weer aan je kant, toen je de Gele Hesjes een hart onder de riem stak tijdens je Kersttoespraak.
En toen je 4 mei 2020, alle protocollen, het ongetwijfeld imposante gesis van Rutte en het gestampvoet van de wilde wijven om je heen negeerde en je voor één keer een echte koning toonde, was ik blij verrast. Ik had het goed gezien. Jij stond in deze strijd aan onze kant. Jij was onze koning.
Je vertelde het verhaal dat tot vandaag resoneert in mijn ziel en weerkaatst op de ijskoude gebeurtenissen van de afgelopen twee oorlogsjaren en de waanzin die we ons toen nog amper konden voorstellen.
Wij niet, jij wel.
Het verhaal van Jules Schellevis die de eeuwige woorden sprak:
“Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?”
Hoe vaak zijn woorden van deze strekking niet verzucht de afgelopen twee jaar Willem?
“Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten. Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder. Niet meer naar het zwembad mogen. Niet meer mogen meespelen in een orkest. Niet meer mogen fietsen. Niet meer mogen studeren. Op straat worden gezet. Worden opgepakt en weggevoerd.”
En zie, de afgelopen twee jaar werden opnieuw voor onwrikbaar genomen vrijheden verboden, werden er onschuldige mensen, zoals Medisch Specialist Jan Bonte en Dirigent Valeri Gergiev ontslagen en anderen zelfs om hun mening opgesloten, zoals Willem Engel.
Net als in de tijd van Jules Schellevis.
En verder sprak jij de koninklijke woorden:
“niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.”
De tekst ademde jouw innerlijk verzet en het diepe afgrijzen voor wat komen ging.
De tenen van Rutte moeten van ergernis zijn gebroken in zijn lakschoenen bij het aanhoren.
Maar waarschuwen is niet genoeg als je koning bent, beste Willem.
Je toonde je een Hansje Brinker die zijn vinger uit de dijk trok en een vage waarschuwing roepend, doodgemoedereerd naar Griekenland vertrok, zijn dorpsgenoten in verwarring achterlatend, terwijl hij kon weten dat zovelen binnen de kortste keren zouden verzuipen.
Toen wij je nodig hadden, was je er niet.
Toen die bibberende kindertjes van ongevaccineerde ouders, zich buiten moesten aankleden, hebben we niets van je gehoord.
Die vrolijk geschminkte kleutertjes, opgetogen over de komst van de Sint en Zwarte Piet, die door een dikke NSBer achter een zwart scherm werden gezet. Je hebt er niets over gezegd.
Al die kerngezonde sporters die naar hun borst grijpend, neervallen op het gras of het gravel. Sommigen dood anderen voor het leven getekend, ik heb je er niet over gehoord.
De oproepen van sterren en politici om ongevaccineerden uit te sluiten en artsen uit hun ambt te zetten. De scheldpartijen, de dreigingen?
Van jou geen woord.
Die oude onderdaan rennend voor zijn leven op het Museumplein, met een politieknuppel zwiepend naar zijn hoofd.
Jij zweeg.
Dat meisje dat door een waterkanon tegen een muur werd gespoten en een schedelbasisfractuur opliep.
Jij hebt haar niet opgezocht in het ziekenhuis.
Die politiebus die op het malieveld een demonstrant aanreed. De honden vastgebeten in de armen van gillende mensen. De steeds weer neerdalende knuppels. De fraude, de verdorrende bejaarden, de kinderen gek van eenzaamheid, angst en verveling. Je hebt ze maar bar weinig opgebeurd. Terwijl het toch jouw volk is.
Er waren zoveel gelegenheden waar een half woord van jou wonderen had gedaan en je er liever het zwijgen toedeed.
Je had jezelf onsterfelijk kunnen maken als je voor je volk was gaan staan, we hadden je omarmd en op het schild gehesen.
Maar jij nam er nog ééntje op een Grieks terras, terwijl jouw Maxima kirrend op schoot ging zitten bij de Ernst Stavro Blofeld, die al dit fijns voor ons heeft georganiseerd.
Al met al “Not a pretty picture.”
Willem,
Iedereen heeft recht om zijn eigen feestje te vieren.
Jij uiteraard ook.
Net als dertig jaar geleden op de Heiligeweg aan Amsterdam
Maar jouw feestje is het onze niet meer.
We zijn er niet eens voor uitgenodigd.
Ik wens je een fijne verjaardag.
#VierGeenKoningsdag.
Ik zou zeggen, besteed de centen die je uit zou geven aan mierzoete tompoucen en giftig Oranjebitter eens aan een arme schrijver. Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Vijf minuten geleden zat ik nog in mijn eigen hemel. Tussen de citrusbomen en tuinboonbabies, badend in een Goddelijke stilte, slechts onderbroken door merels -veel merels dit jaar-, een verdwaalde lach van een kind in de verte en een dolle onophoudelijk kwetterende lijster. Of is het een Nachtegaal?
Alleen? Nou ja, met Beer natuurlijk en Hugo, een één jaar oude avocadopit, die net als Oskarchen uit der Blechtrommel maar niet wenst uit te groeien tot een puberende boom; schijndood, hard en koud, hoewel zijn wortels vers wit blijven en het plantje in zijn kern vurig blijft opgloeien. Een groen puntje leven, dat ik het licht laat zien, door een tandenstoker in de gebarsten pit te zetten, zodat de magische zon, de genezer, zijn weerbarstige bolletje kan bereiken.
Heerlijk die stilte, zo zeldzaam in het afgrijselijke Gooi, waarvan zoveel bewoners net zo verzot zijn op benzine-motorzagen en hogedrukspuiten, als op het stofzuigen van hun plastic gras en het met dodelijk vergif neer spuiten van alles dat de kieren van hun grijze tegels durft te verontreinigen met vrolijk groen of nestgangetjes.
De nouveautjes, waarvan er eentje zelfs kans heeft gezien, zonder overleg, een feesthut achter in zijn tuin te bouwen, grenzend aan de mijne, met een feestschoorsteen op oog en neushoogte; een kroniek van een aangekondigde megalitische burenoorlog deze zomer, een tankslag waar ik niet echt naar uitkijk.
Maar niet geërgerd. Zeker niet deze, in zoveel opzichten, magnifieke dag des Heren.
Want nu zit ik hier, binnen in de koele schaduw van April te schrijven.
Over Pasen. Pascha. Een magische periode. Niet alleen voor Christenen en Joden. Maar ook voor jullie, ketters, van goede wil.
Want Pasen gaat als nooit tevoren over nu én over u. Of u wilt of niet.
Ook al doen ze hun best het voor ons te verbergen.
Pasen is nu eenmaal zo essentieel, dat het door de nog altijd oppermachtige Babylonische serpenten die al eeuwen over ons regeren, al even lang wordt besmeerd met een ranzige laag sandwichspread van krentenbroden, eieren, kuikens, vuren, chocoladehazen en Jumbo ontbijtjes met bijna echte boter en plastic bloempjes op tafel in plaats van een oerverhaal met tragedies en heldenepen aan de basis.
In de wetenschap dat het echte Paasverhaal een waardevolle herdenking kan zijn, met belangrijke lessen voor het hier, nu en de zeer nabije toekomst; lessen waarvan zij willen dat wij ze niet gaan trekken.
In plaats van een gewijde plechtigheid, maken ze er liever een uitbundig vruchtbaarheidsfeestje van dat in het Engels, Easter wordt genoemd; East Star, Venus, de Romeinse godin van de liefde, wordt daar vereerd. En niet de zoon van God.
Zoals Father Christmas de geboorte van Jezus smoort met zijn in Coca Cola gedrenkte mantel, keutelt de Paashaas al eeuwen vrolijk het verhaal van zijn lijden en dood onder.
Pasen wordt verdoezeld of erger, er wordt een Woke draai aan gegeven door typmiepjes als Amarins de Boer en “Theologe” Almatine Leene in dit soort blaartrekkend stukjes in de Metro.
Arme God die het allemaal moet aanzien.
Pasen, Pascha, Passover, Pesach. Een periode met zoveel betekenissen. Zoals letterlijk het “Pass Over” Het overslaan van alle huizen die het bloederige teken van het Lam droegen, toen God de eerstgeborenen kwam halen, aan de vooravond van de uittocht in de bare woestijn; Het feest van het ongegiste brood in het verschiet. De herdenking van het begin van de Exodus. De uittocht uit Egypte.
En Pasen, toch vooral de herdenking van het diep ontroerende offer dat de zoon van God bracht voor ons, willens en wetens zijn leven gevend, in een bad van bloed, tranen en onmenselijke kracht. Verraden door zijn naasten. Bespot en uitgejouwd door dezelfde mensen die hem niet lang daarvoor nog bejubelden, toen hij op een ezeltje de poort van Jeruzalem binnen sjokte. Een menselijke eigenschap, die we ook nu nog zo vaak zien; het beschimpen, opjagen en als dat faalt, het slachten van de brenger van een waarheid die verlossing zou kunnen brengen, maar liever wordt genegeerd.
Dit jaar is Pasen voor mij belangrijker dan andere jaren.
Omdat ik zoveel herken in het verhaal dat maar niet wil verslijten. Dat op magische wijze zijn actualiteit maar niet verliest. Het eeuwige en oneindige verhaal van waarheid, dat gestand doet aan de betekenis van geloof, zoals dit in de Dikke VanDale opgeschreven staat.
1 Het vertrouwen in de waarheid van iets.
2 Een vast en innig vertrouwen op God.
Twee betekenissen die ik graag zou samenvoegen om er vrijpostig “Het vertrouwen in de waarheid van God” van te maken.
Maar ik verlies mijn lijn, excuus.
Pasen is wat mij betreft belangrijker dan ooit, sinds de kruisiging van Jezus Christus. Omdat de paralellen evident zijn, voor iedereen die ogen heeft om te zien en oren om te horen.
Want diegene ziet dat er wederom een Exodus op til is.
Schuchter zoekt men elkaar op, indringend kijkt men elkaar aan en vindt elkaar steeds vaker, nog wat onwennig, maar steeds hechter, in de gedeelde overtuiging dat we niet langer willen leven onder de slangen van Babylon, de nieuwe Farao’s, die niets dan slavernij en leegheid met ons voor hebben; een leven zonder God of bezit, getekend met het teken, gechipt en geïntegreerd in een alles ziend netwerk, God imiterend, miljarden zenuwcellen verbonden met één pervers en alle menselijke heiligheid vernietigend megabrein.
We willen het niet.
“Dit nooit” prevelend, gaan we, weggerukt uit onze “comfortable numbness” op zoek naar een woestijn om over te steken, een land om vruchtbaar te maken. Een avontuur dat niet zal slagen zonder rotsvast geloof en het herontdekken van de oude wegen, ondergestoven door verdacht Sahara zand. Wederom zetten we kruizen als teken, in dit geval niet op onze huizen, maar door onze paspoorten, als teken dat we niet gehoorzamen aan het beest met zijn gifspuiten, opdat de dood opnieuw aan ons voorbij zal gaan.
En wederom putten we kracht uit het verhaal van de kruisiging.
Want het Paasverhaal laat ons, vrije mensen, één ding zien.
Opstaan kan altijd. En wij hebben er niet eens voor hoeven sterven.
Sta dus op kind van God.
Er is een woestijn om over te steken.
Dit is onze bevrijdingsdag.
Awake thou that sleepest, and arise from the dead, and Christ shall give thee light.
Ephesians 5:14.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Of help iemand die het minder goed heeft dan ik. Dat vind ik ook prima, misschien wel beter. Maar retweet of verspreid mijn stuk dan in ieder geval.
p.s. De klokken luiden nu. Ook in Bussum. Alles is nog niet verloren.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Eigenlijk wilde ik dit stuk pas over een week of zo plaatsen. Maar omdat ik vandaag de Voorpagina van de Telegraaf heb gehaald en mijn nieuwe lezers graag vergast op een nieuw stuk, heb ik dat moment vervroegd.
Een halfuur later dan gepland omdat Femke Halsema de stoplichten op het Jonas Daniël Meijer Plein had dichtgezet, stond ik gisteren met mooie dochter en politiemechelaar Ari op de Dam te Amsterdam, voor de Vredesdemonstratie.
En hoewel de bijeenkomst nog niet in de schaduw van de schaduw van de kruisrakettenmanifestaties van de jaren 80 mocht staan, denk ik dat er toch reden is voor een sprankje optimisme.
Er waren goede sprekers, zoals Gideon van Meijeren en Mordechaï Krispijn, terwijl anderen, David Icke en Sonja van den Ende, de digitale mond werden gesnoerd door de Gedächtnis Polizei, waarmee Frau Halsema het belangrijkste artikel uit de Grondwet aan haar laarsjes lapte en zich voor de zoveelste keer een waardig opvolger van Edward Voûte toonde.
De demonstratie was keurig georganiseerd en er was een prima opkomst. Vooral toen de stoet in beweging kwam en als een sliert over de Kloveniersburgwal trok, zou je kunnen zeggen dat er, knarsend en piepend, hortend en stotend, iets van een echte vredesbeweging aan het ontstaan was. Op zich al uniek in dit inerte land van snurkers en meelzakken. Zeker in deze sneue stad, met zijn revolutionaire geschiedenis, tegenwoordig nochtans het centrum van plat en goedkoop vermaak en een kapotgespoten bevolking van deugers en budgettoeristen.
Wat me wel opviel -en dat bedoel ik als een compliment- was de ouderdom van de mensen die daar op zondag in de chemische motregen stonden te klappen en te joelen. Ja, er was een enkel lief meiske dat Ari wilde aaien, maar doorgaans zag ik vooral diezelfde bevlogen strijders, de verweerde koppen, uit de tijd van de Covidslagvelden op het Museumplein. De plooien, de groeven, de joppers en de lange grijze haren. Veel liefde. Veel bekenden.
Daarom het volgende.
Gewoon een gedachte.
Misschien moeten wij eens ophouden, onze kinderen, tieners en jong volwassenen, tegen de boze buitenwereld te beschermen. Misschien is het van levensbelang om ze eens rond- en rechtuit te vertellen waar al dat oorlogsgetrommel, al die anti Russische haatpropaganda, al die zieke plannetjes toe kunnen leiden.
Misschien moeten we eens stoppen onze kinderen al te veel met onze droom- en waandekentjes van gegarandeerde permaveiligheid toe te dekken. En moeten we eens stoppen om steeds alle kogeltjes voor ze uit het vuur te halen. Misschien moeten we ze eens uit hun intens verwende stupor trekken, achter hun playstation vandaan! En ze mobiliseren vóór Den Haag dat doet. Mobiliseren om in actie te komen voor de vrede en tegen de oorlog, die zij straks mogen gaan uitvechten.
Misschien is het tijd om ze de keiharde waarheid te vertellen.
En die waarheid is helaas dat zij, hoe bedrieglijk geborgen ze ook lijken, zij niet onkwetsbaar zijn, niet onbereikbaar voor de vlijmscherpe, immer roterende messen van de mensenverslindende oorlogsmachine in het oosten.
Dat wij, oudjes, ze niet kunnen beschermen tegen die vleesmolens, als ze zelf niks uitvoeren en tegen beter weten in blijven denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.
Dat wij machteloos staan, als zij zelf niet op komen dagen om voor hun eigen rechten en dromen, hun eigen leven en toekomst te demonstreren.
De waarheid is dat er, en mijn hart scheurt als ik dit schrijf, er een dienstplicht aankomt, ook voor drie van mijn prachtige kinderen. Terwijl er een smerige oorlog gaande is, waar onze dictators en hun knechten, ze maar wat graag naar toe zien vertrekken.
Ook nu die oorlog allang verloren is.
En zélfs als Trump zich uit de Oekraïense modder terugtrekt.
De jeugd van West Europa lijkt hoe dan ook geofferd te moeten worden aan oorlogsgoden en gouden kalveren.
En dat mag niet gebeuren.
Alles wijst er voor mij op, dat de kinderen, waar wij ouders zoveel van houden, straks de met bloed gevulde poelen mogen opvullen, als de Oekraïense jeugd “op” is, volledig verdwenen in de drassige, vruchtbare grond vol mineralen en grondstoffen, waar “onze” Westerse multinationals, hun begerige ogen op hebben laten vallen.
Wij moeten onze kinderen mobiliseren, voordat Rutte het doet.
Want dan is het te laat.
Zorg dat ze er bij zijn tijdens de volgende vredesdemonstratie.
Dear Scott, this is the third message i write to you from The Netherlands, the country, for which I mourn.
My country, small and flat, not so long ago, free and strong, fertile and fruitful, once inhabiting a tough, stubborn and innovative folk, that mastered its marshes, the many rivers, the clays and sands and even conquered the seas. Not only the North Sea flooding our shores, but all seven of them.
A God fearing place, but also a safe haven for freethinkers, fringe philosophers and the religiously prosecuted. Jews from Portugal, Huguenots from France, Flemish Protestants, together we built a unique and rich culture on this small poststamp of wetlands.
We once were famous for our liberty of thought, speech and expression and our abundance of food and water.
It hurts to say what we have become. A desperately weak and baren place, where abortion is applauded, even celebrated and old people are frowned upon, stashed away in homes to die in silence. A place God seems to have left, violently shaking his poor head.
Nowadays we live in a country in which every full grown tree is cut down to be burned on the altar of “green energy”. Its precious acres poised to be locations for Meta data hubs and distribution centers for Amazon, hiding the classic Dutch landscape under rows and rows of huge grey, plastic and aluminium boxes.
A country, not long ago, rich in fruits, vegetables, prize cows, flowers, innovative industries, coal, culture and trade. Now a pillaged and impoverished shire of the European Clown Union, in which all seems to be in sharp decline.
Our stunned and betrayed citizens enslaved by government hand outs or taxed to death. Hypnotised in worldwide fear campaigns, lining up for the jabs and a free Ukrainian paper flag to wave.
A country that owns huge natural gas resources, while its citizens pay more for this vital commodity than anywhere else in the world.
Our famous farmers smeared, or even forcefully disowned. Expelled to the friendlier pastures of Poland or Canada, with a possible West European Holodomor 2.0 on the horizon, visible for everyone with eyes to see.
Our fishermen are driven out by wind turbines. Our hawks and seagulls decapitated and broken at the foot of their white pillars, as animal offerings to the new Dutch Government bibles, The 4th Industrial Revolution by Klaus Schwab and the UN Sustainable Development Goals.
And this while our “leaders”, elected in US style shady elections, actively root for shutting down vital imports of grains, oil and gas from the East. Probably to force us into adapting to eating bugs, GMO food and the planned digital currencies a little easier.
We live in a country that spends truckloads, boatloads of taxpayers money and pension funds in fake battles, fighting climate change, inert air gasses and viruses. Its people’s money converted into loot in intricate kick back schemes, hardly hidden behind the screens, to be distributed amongst the kleptocratic oligopoly, their friends and families.
Our Churches empty and mostly compromised by woke narratives. Our schools taken over by horrid Soros programmes. Sex lessons in kindergartens and trannies reading their pedo propaganda to toddlers and their proud parents.
Pastors and ministers waving rainbow flags. You get the picture.
The Netherlands became a place where thousands of kids are “lost” and thousands more have been taken from parents, who were wrongly accused of fraud by the government.
A country where dissident thinkers and speakers like Willem Engel are locked up and politicians and leaders proclaiming Christian values like Thierry Baudet are banned, threatened and ridiculed; hate cheered on by politicians who call themselves Christians.
The Netherlands has become a country at the center of all that is vile and wrong in this world. A barren wasteland, deprived of its honour and riches, its pride, its identity and morals, its community, its self, its Lord above. Sold by our “rulers” to EU, WEF and UN.
And probably all on purpose.
Our country flattened and ruined, to be rebuild as some Gotham City, the new Berlin.
But still Scott, this ís a letter with good news, a hopeful message.
Maybe we first had to lose it all, to find ourselves.
Maybe we needed the devil to mock us, to find God once again.
Maybe we needed a nightmare, to wake us up.
More and more of us show our hereditary stubbornness and resilience. Our ancient urges for freedom. Resisting the jab, the lies and the lizards in power. Planting foods, learning skills that were all but forgotten.
Yesterday I learned to sharpen knifes. And planted my first seeds. Hands in soil for the first time in decades.
More and more of us get together, to prepare for difficult times, to exchange tips and learnings, to build schools and churches, tracing back to the ancient paths, rediscovering Jezus as saviour and guide.
Scott, in these last two horrible but precious years, your words kept me sane.
I survived on a steady ration of your podcasts.
You deepened my faith, you strengthened my step through this swamp full of snakes and spiders. I thank you deeply for that brother.
Where we were merely consumers, easy victims and targets, we now know.
We need to prepare.
We need to stand firm and learn to farm again.
We need find the paths all but forgotten.
We need to be disciples and missionaries and rediscover what it means to be parents again and truly love each other as brothers and sisters.
Scott, if you ever plan to extend your county to county initiative to other countries.
Then please hear my plea, brother.
Here am I; send me.
Isaiah 6:8
Please listen to the BardsFM.com podcast, find faith and strength and learn the vital lessons for the times we live in.
Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Al weken probeer ik in het drijfzand van leugens, propaganda, hysterie en schuivende panelen, een onderwerp te vinden waar ik een wat groter stuk voor jullie, mijn geliefde lezers, op kan baseren.
Maar net zoals dat je in een voortjagende sneltrein het landschap niet kan schilderen, gaan de ontwikkelingen mij te snel en word ik door te veel haakse bochten heen gesleurd, om de chaos in kaart te kunnen brengen, het slagveld te overzien, op een betere manier dan in de laatste twee stukken die ik schreef.
Een goed stuk schrijven in een spiegelpaleis waarin alles per uur schuift, iedereen LSD lijkt te hebben geslikt, waar menigeen bloedschuim op de mond krijgt zodra je het theaterstuk van de dag, dat met een razendsnelle decorwissel verandert van een dodelijke pandemie in een patatje kernoorlog, niet tot de letter volgt, is niet eenvoudig, maar ik ga het toch proberen.
Het mooiste boek dat ik ooit las, behalve wellicht de Bijbel, is ‘Master and Margarita’. Drie kunstig verstrengelde delen, geschreven door de getormenteerde, dissidente grootmeester Michael Boelgakov, die tijdens zijn leven een zwierende dance macabre leidde met Iosef Dzjoegasjvili, Stalin, de stalen duivel zelf.
Waar ontelbare schrijvers, dichters en intellectuelen hun systeemkritiek niet na konden vertellen en eindigden met een kille kogel uit een Makarov in hun nek, verpakte Boelgakov zijn abjecte mening zodanig creatief, dat hij steeds op het randje van de vulkaan bleef balanceren.
Zijn spottende, analogische woorden als zorgvuldige geplaatste banderilla’s van de toreador, die op het nippertje de hoorns van een woedende stier weet te ontwijken, toch steeds een gevoelige steek toebrengend aan het briesende beest.
Ik zal het meesterwerk van Boelgakov hier niet uitvoerig behandelen, omdat ik wil dat jullie het allemaal zelf lezen. Maar ik licht er één hilarische scene uit, omdat deze feilloos rijmt met de krankzinnige periode waarin we leven en laat zien dat volstrekte waanzin zijn eigen logica heeft.
Een scene die naadloos past bij onze tijdsgeest, waardoor de, door de schrijver verborgen symboliek na 100 jaar, zich ineens voor je eigen ogen openbaart.
Het is een scene die laat zien hoe de mensheid zich gedraagt in tijden van terreur en onderdrukking, leugens en angstpropaganda;
Als speelbal van hun beulen.
In Meester en Margarita stijgt de Duivel zelf, Professor Woland, die in de verte wel wat heeft van Klaus Schwab, op naar Moskou. Een opvallend beschaafde, bij tijd en wijle aimabele Satan, die niets liever doet, dan de grauwe lompe massa met haar ijdele zwakzinnigheid te confronteren en kunstig de menselijke hoofdzonden, zoals hebzucht, kuddegedrag, hubris en moordzucht, als zuivere noten op een kromme viool, uit te spelen, terwijl hij ze bezighoudt met spiegeltjes en kraaltjes, hallucinaties en goedkoop theater. De massa tegen elkaar opzettend en eeuwig in de war houdend, zonder dat ze dit zelf beseffen of de waanzin op zichzelf betrekken.
Niet vreemd dat professor Woland zich voordoet als magiër, als ‘goochelaar’.
Op een avond verzorgt Woland een optreden in het Varieté theater met zijn helpers; een motley crue van misfits, Onder anderen een grote zwarte poes, een mannetje met een bolhoed en één slagtand, Azazzel, een van de gevallen engelen voor wie het boek van Enoch kent, de heks Hella en een lange rare man met een pince nez en een geruiten vestje, Fagot of Korojev., die de bizarre show aan elkaar praat.
Woland begint zijn show, met het neer laten dalen van een roebelregen op het publiek, dat graaiend over elkaar heen buitelt om de zakken te vullen, waarop de spreekstalmeester van het theater, na een wijsneuzige opmerking over de echtheid van het geld, op aangeven van het publiek, feilloos door de zwarte kater Behemoth wordt onthoofd en daarna weer keurig door Fagot in elkaar wordt gezet.
In het hoofdprogramma wordt het podium in een flits omgetoverd tot een Parijse winkel, waar iedere vrouw uit het publiek zich gratis mag verkleden in de duurste van de duurste couture.
De show eindigt met de Korojev die een notabele, tot grote hilariteit van het hele publiek, tegenover zijn vrouw te kakken zet als vreemdganger.
En als klap op de vuurpijl, blijkt de couture waar de dames in zijn gekleed, plots te verdwijnen, zodat ze zich in blote kont, ondergoed en blinde paniek naar huis moeten haasten.
Zou Woland soms Stalin zijn?
En belangrijker.
Zitten wij niet in de versleten pluche stoelen van datzelfde variété theater? Hangen wij niet op onze beurt aan de lippen van de duivels van vandaag? De Wolands van nu, met hun helpertjes in hun maatpakken en kokerrokken, die ons in een flits, van de ene bizarre scene naar de volgende fata morgana voortslepen; van klimaatpaniek naar pandemie, van de stinkstal van John de Mol, naar een illusoire oorlog, waarin we als voetbalsupporters worden opgehitst om elkaar nog meer te haten en te minachten? Met zijn allen in een continue staat van blinde eufore paniek, waarin wij zicht op waarheid, werkelijkheid én onze echte dodelijke vijand volledig kwijt zijn geraakt?
Is het niet zo dat ook wij ons als woeste hoorndol gemaakte horzels gedragen, als hebberige slaven. Als kortzichtige kuddedieren, die uitsluitend voor zichzelf kiezen, altijd op zoek naar een heks om te verbranden, een Sywertje om smalend tomaten tegenaan te gooien, een vliegtuig om neer te halen.
Blij met niets en kwaad op alles.
Behalve op de Duivel zelf.
Help een columnist de oorlog door!
Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Als “staatsvijand nummer één” kijk ik ieder jaar op 9 Mei, de Parade, waarmee Rusland de overwinning viert op de Nazi’s in de Grote Vaderlandse Oorlog. De indrukwekkende herdenking van het onmetelijke bloedbad dat ons vrijheid bracht, waar de Sovjets met miljoenen tegelijk, de hoogste prijs voor betaalden; dertig miljoen soldaten, piloten, matrozen, omaatjes en meisjes met linten in hun haren, gingen zonder mededogen door de vleesmolens van de hel.
Het onvoorstelbaar leed dat diepe, zwarte voren sleet in de Russische ziel, kun je nu na 77 jaar na het laatste kanonschot, nog terughoren in liedjes zoals верните память, waar hele zalen ook nu nog voor opstaan, in diep respect en oprecht verdriet. Van stokoud tot piepjong.
Als het gejuich uit vele kelen klinkt over het Rode Plein, recht ook ik mijn schouders en brul mee. “YPA!”
In Rusland voetballen ze niet met kransen.
Het doet me pijn dat uitgerekend het land waar ik van houd, de mensen, de cultuur, een land onder God, een land waarvan ik de taal spreek, op zo’n vieze, doorzichtige klassieke “Neo Con” manier, onder ronkende fantoomdreigingen en gefabriceerde angstoffensieven, opnieuw door het westen, tot aan de rand van een oorlog wordt gedwongen in hun eigen achtertuin.
Ondanks de smeekbedes van een vermoeide, opvallend verdrietig ogende Poetin, die, in tegenstelling tot onze ladyboy-leiders, defensiemeisjes, tranny-generaals en D66 Twiggy’s, weet wat oorlog zou betekenen en hoe onmetelijk hoog de prijs zal zijn.
Ondanks de sussende woorden van Zelensky, die Biden zelfs uitnodigde om met eigen ogen te komen zien dat er van Russische dreiging helemaal geen sprake is.
Het doet pijn dat ik word geacht, opnieuw een volstrekt onschuldig volk te haten. Net als de Irakezen, de Syriërs, de Afghanen, volkeren die ons geen vlieg kwaad deden, maar wiens bruiloften en kinderpartijtjes een makkelijke prooi waren voor onze drones en F16’s.
We zagen het wel, hun dode babies, die verscheurde poppen, maar wij keken weg, haalden onze schouders op en leefden door.
En zie, nu is Europa wellicht zelf aan de beurt, omdat Vicky Nuland en haar doodzieke vriendjes het hart van de Russische ziel, hebben uitgekozen als nieuwe Killing Fields om hun raketten, jets ander wapentuig te testen. The chickens came home to roost.
De elite vind het tijd voor oorlog. De vrede heeft lang genoeg geduurd. Raytheon en Boeing missen de omzet en de aandacht van de westerling, die wakker wordt uit zijn covid winterslaap, moet naarstig worden afgeleid.
We worden een oorlog ingerommeld door ons eigen diep corrupte militair, industrieel, farmaceutisch complex, dat in paniek afleiding zoekt voor de hilarische, maar niet minder dodelijke puinhoop, die ze van hun eigen gedroomde, totale machtsovername hebben gemaakt. Ze zoeken afleiding voor de als spreeuwen neervallende sporters, voor HIV tests die ineens worden gepromoot alsof het de normaalste zaak van de wereld is, voor de Canadese Truckers die van geen wijken weten en de wereldwijde protesten die maar niet stoppen.
Afleiding voor de zelfmoorden, de faillisementen, het diepe verraad tegen de eigen bevolking door Westerse media en politiek.
Afleiding voor de EU pantserwagens onder de Arc de Triomphe, de neergeknuppelde bejaarden, de gekaapte macht van de Brusselse technocraten en de diepe corruptie van hun leiding, die hier nu al dieper wordt geminacht dan Poetin ooit zal worden.
Afleiding voor hun 4e industriële revolutie die krakend tot stilstand kwam, nadat hun verderfelijke plannen in een te fel en spottend licht werden gezet.
Ratten houden niet van licht.
De nazi’s van nu, in mantelpakjes en blauwe jasjes, met hun kippenarmpjes en regenboogvlagjes, zoeken naarstig naar afleiding voor de broeiende volkswoede, nu steeds meer westerse mensen doorkrijgen hoe bedrogen ze zijn en hoe zwak, klein en verwerpelijk de steenrijke kaste is, die ze nu al tientallen jaren met list en bedrog onder de knoet houdt en definitief tot slaaf wil maken.
Vooralsnog weigeren de beoogde Slavische kemphanen, ondanks alle westerse provocaties, elkaar de ogen uit te pikken en naar de strot te vliegen.
En hopelijk zullen Zelensky en Poetin nader tot elkaar komen en samen door de regen van Tonkin en Gleitwitz incidenten heenkijken, waarvan de eerste pontificaal door de Amerikanen staat gepland voor aanstaande woensdag.
Mocht het echter komen tot een oorlog en Oekraïne verandert opnieuw in een roodgloeiend slagveld en de EU in een geasfalteerde radioactieve vlakte, onthou dan één ding.
We are the baddies. Not Poetin.
Господи, спасите нас.
Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Na een jaar @janbenninkcom heeft het Twitter behaagd, om mijn 6e account zonder waarschuwing of enige opgaaf van redenen te nek om te draaien.
Vervelend, maar even afstand nemen van twitter is zo slecht nog niet.
Twitter is een intelligence sandbox, waar dissidenten en afvalligen, door de powers that be, eenvoudig kunnen worden ingedeeld en waar geruisloos zoemende intelligence programma’s, minutieus contacten, netwerken en uitingen in kaart brengen. Beria’s droom.
Sinds een paar weken leven veel mensen tussen sprankjes hoop en opgepookte vrees. Onze wereld, het schouwtoneel van doldwaze twisten in het narratief. Potsierlijke slagen in het wiel, waar wij onze machthebbers en hun medialakeien, hobbelend en slingerend, traag op voort zien fietsen. Het narratief is niet verbogen, maar vertoont regelrecht scheuren in het metaal.
Waarom ineens dat protest van een heuse V.N. gezant tegen het optreden van de Nederlandse M.E?
Wat vreemd dat onze gelijkgeschakelde pers ineens artikelen mocht publiceren die tegen het overheids narratief ingingen. Is Omicron dan toch gewoon de griep, pontificaal afgedrukt in de Telegraaf? Zijn sterfte en besmettingscijfers kunstmatig opgepompt? De ongevaccineerden onschuldig? Kondigt de WHO echt het einde van de pandemie af? Zomaar op een verloren zondagavond?
Krijgen de strijders van de verfoeide redelijkheid, schamper ‘wappies’ genoemd door onze ministers van “volksgezondheid”, dan toch hun gelijk? Is de vrijheid aan de winnende hand? Waarom? Ze hadden ons toch precies, waar ze ons wilden hebben. Hun fluwelen vuisten stonden strak geschroefd om onze ballen.
Waarom zat Károly Illy ineens te schutteren op TV, waar hij eerder het afgelopen jaar bijna giechelend de loftrompet stak over de gentherapie en het prikken van kleine kinderen? Waarom die rare truth glitches van Gommers in de Zoomstream van de Balie?
Wat betekent het dat Führer look-a-like Karl Lauterbach, die eerder glashard beweerde dat “veel ongevaccineerden deze winter moesten sterven” plots zijn Fehler toegaf. “Die Unvakzinierten sind unschuldig!”
Waarom zijn alle stoere hoofdrolspelers, die tot voor kort vol bravoure het corona gospel stonden te preken, tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer ineens vervangen door stuntelende backbenchers, secretaresses, omaatjes… kanonnenvoer?
Waarom dan toch die onbeholpen, doorzichtige poging om atleten die grijpend naar hun hart op het veld neerzijgen, als omicron slachtoffers te framen? Gaat dit nog om de angstpromotie van een virus of is het slechts het hopeloos afschuiven van schuld?
Are they losing their grip?
Of wordt die ijzeren greep juist sterker onder de lange mantel der verwarring?
Waarom gaan alle covid maatregels eraf aan de overkant van het Kanaal, terwijl ze in Oostenrijk, Frankrijk en Italië snel ondraaglijk worden.
Er zijn duizend vragen. En alles lijkt tegenstrijdig.
Ik zie een misplaatst gevoel van optimisme om me heen, maar ook veel inktzwart pessimisme. De winkelstraten blijven vollopen met gemaskerderde moeders en gemaskerde kinderen. Hele scholen blijven thuis om een snotneus van één klasgenootje.
De vrijheid vieren voelt als Dolle Dinsdag. De wereld als één stinkende fog of war. Eén gigantische shitshow.
Is de Great Reset voorbij? Gaan ze er met de staart tussen de benen ervandoor. Of wordt het van hier af aan alleen maar erger?
En waarom wordt er ineens aangestuurd op een oorlog met Rusland? Is dat een gepland onderdeel van het Kabuki theater? Of een paniekerige poging om de aandacht af te leiden van hun inmiddels dichtgeklapte “Window of Opportunity” die alleen nog door een hete Wereldoorlog, weer rinkelend open kan worden gegooid? Een biowapen werkt immers net zo goed of beter dan een mRNA vaccin. En je kunt de Russen er nog de schuld van geven ook.
Misschien geeft het wat houvast om analogieën te zoeken in het nabije verleden. In een oude strijd die gevoerd werd op dezelfde velden, door dezelfde hoofdrolspelers. Al was het met andere middelen en droegen ze andere uniformen.
De verwarring was compleet in de korenvelden rond Koersk. Die zomer van 1943 tijdens Operatie Citadel, nadat de allesverlammende dooitijd, de raspoetitsja, voorbij was en de Oekraïense modder genoeg was opgedroogd om de rupsbanden van Beer en Adelaar genoeg grip te geven en elkaar in dodelijke razernij naar de keel te kunnen vliegen. Net als nu.
Het werd een clash of titans, die in eerste instantie werd gewonnen door de sterk vermagerde Duitse divisies onder van de briljante von Manstein, Model en de eigenwijze Hoth.
De tankslag bij Prochorovka werd een waar T34 massagraf, hoewel die schande later in de studios van Lenfllm en Moskfilm, onder Chroetsjov tot een glorieuze zege van het Rode leger zou worden omgetoverd.
Toch kwam de overwinning voor Zjoekov er uiteindelijk, maar alleen omdat de Duitsers zich kapot hadden gevochten op de enorme overmacht, de eindeloze tankgrachten en mijnenvelden hun slagkracht dodelijk had verzwakt. Hun initiële terreinwinst bleek een Pyrrhus overwinning.
Daarbij kwam dat de Geallieerden op hetzelfde moment met Operation Husky, Sicilië waren binnengevallen en Hitler de laatste lucht uit de longen van de kapot gevochten Duitse Panzergrenadiers had geslagen, door veel geharde troepen en versterkingen naar het zuidfront te verplaatsen.
Maar wat de reden van de aarzeling ook was, Zjoekov zag de zwakte, de aarzelingen en hij rook Duits bloed en zette direct de tegenaanval in. Zijn eigen Blitzkrieg. Erop en erover.
Op drieëntwintig augustus werd Charkov bevrijd. Daarna werd het, met een enkele hick up, een lange stormachtige enkele reis Berlijn.
Без паузы. Без каникулы.
Zjoekov nam geen genoegen met versoepelingen, schijnbewegingen en smoesjes.
Hij stak pas tevreden een sigaar op, toen Hitler “kaput” was en de Hamer en Sikkel, trots op de ruïne van de Reichstag wapperde.
Wij bevinden ons nu in een heel andere strijd dan Zjoekov en zijn generaals.
Onze oorlog is er één van list en bedrog, van deceptie, massahypnose en indoctrinatie. In een steriel strijdperk waar de uniformen bestaan uit potsierlijke blauwe mondmaskertjes, dure pakken, witte jassen en gele paraplu’s.
Een stille oorlog, zonder explosies, waarin de kijkcijferkanonnen dreunen en de mRNA vaccinatie het gif van keuze is.
Maar toch. Het offensief tegen ons duurt inmiddels twee jaar. Precies net zo lang als de tijd die het de Wehrmacht kostte om tot Koersk te komen.
En ook wij bevinden ons nu op een kantelpunt in de strijd.
Onze vijand aarzelt.
Waar we de schoften tot een paar weken geleden onstuitbaar en eensgezind op zagen stormen, hun kanonnen geladen en vast op ons gericht, zien we als bij toverslag alleen nog de stinkende walm uit hun uitlaten.
De reden is een raadsel. Ze waren immers aan de winnende hand.
Is het omdat ze een ander front willen openen? De economie willen laten imploderen? Of zijn ze oprecht bang voor de opengaande ogen en de wereldwijde volkswoede die aanzwelt?
Misschien is het omdat ze denken dat ze ver genoeg zijn doorgestoten, om hun echte doelen van totale controle en social credit systemen, verder uit te rollen zonder gentherapie en vermoeiende angstoffensieven?
Het maakt niks uit.
Wat de reden van hun aarzeling ook is. Hun stilstand moet nu onze vooruitgang zijn. net als toen in Koersk.
Want of ze nou de passie preken of niet, hun lijnen en kabels liggen er! Onze wetgeving is misvormd naar hun dictatoriale wensen. Zovelen van ons zijn gewend aan hun lockdowns, waanzinnig beleid en repressieve onlogische maatregels.
En 75% van de westerse wereld is inmiddels geprikt met een experimentele gentherapie.
Ze kunnen voor ieder pervers doel, op ieder moment, opnieuw de aanval inzetten. Of het nu voor klimaat, milieu, aliens, solarflares, het instorten van de economie, nieuwe plandemieën of een bioweapon is.
Daarom is het zo belangrijk om juist nu, in dit moment van hun aarzeling, door te knokken met alle vreedzame en wettige middelen die we hebben.
Hun verkrachte wetgeving moet weg. De verbindingen met het WEF moeten verbroken worden. Degenen die schuldig zijn aan de ellende, de zelfmoorden, de faillissementen en de vaccindoden moeten worden aangeklaagd. De protesten moeten groeien in plaats van afnemen. En we moeten als een waanzinnige door blijven bouwen aan eigen alternatieven op ieder vlak. Van scholen tot kerken, Van kroegen tot ziekenhuizen.
Fuck hun witte vlaggetje.
We mogen ons nu niet in slaap laten sussen door smeuige pornoverhaaltjes van de Gooise matras en andere kul.
We zijn nog steeds hun speelbal, hoewel die bal nu even de goede kant op lijkt te rollen.
En dat moet afgelopen zijn.
De wapenspreuk van Zjoekov luidde niet voor niets:
The longer the battle lasts the more force we’ll have to use!
En hij had nog één gevleugelde uitspraak die wellicht nog iets beter beschrijft, wat ik vind dat ons te doen staat.
„Я вас ебал, ебу и буду ебать!“
Zoek het zelf maar even op.
P.s. Dit was een enorme stuitbevalling.
Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Deze krankzinnige afgelopen jaren doen me denken aan een ellenlange bungee jump.
Het is alsof we met onze voeten in een strop, pardoes de diepte werden ingeworpen, aan een navelstreng van elastiek.
Van het onschuldige levenslicht, met duizelingwekkende vaart richting een inktzwart aangekondigd onheil.
Van de brug geduwd door een man die we achteraf geen seconde onze rug hadden mogen toekeren.
Een klerk met een apenlachje.
“Gebeurt dit allemaal echt?”
Van het ene moment op het andere, tolden we in doodsangst loodrecht richting de kale rotsen, met daartussen, ver in de diepte, wat schaapjes en kalfjes als stipjes in de wei naast een kolkend beekje.
We gingen allemaal dood.
Maar net toen we zeker wisten dat onze kruin zou splijten op een steen en alles voorgoed verloren zou zijn, trok het bungee koord ons terug.
We schoten recht omhoog, openden onze ogen en knipperden tegen het licht.
We waren niet gestorven aan een virus.
Alleen doodsbang gemaakt.
En in een flits zagen we de vale schimmen op de brug.
Voor het eerst recht in het gezicht.
Een glimp van hun ijskoude ogen.
Zwarte gaten zonder mededogen.
En zo vielen we weer terug de diepte in.
Keer op keer.
Stuiterend tussen hoop en vrees op de energie van het ongeloof.
Verward slingerend tussen de chaos van deltavariant en staatsdwang,
avondklokken, vaccins en politieknuppels.
Op en neer tussen draconische lockdowns en de verraderlijke schijn van vrijheid.
Iedereen die we ooit vertrouwden was ineens acteur.
En de wereld die wij dachten te begrijpen, werd een decor van alle griezelfilms tegelijk.
Maar na iedere val veerden we terug en zagen we duidelijker hoe we werden bedrogen. Door wie.
En waarom.
Dat was achteraf ook niet zo moeilijk. Ze schreeuwden het spottend, recht in ons gezicht.
We konden hen alleen maar niet geloven.
Dat de betere wereld die zij terug wilden bouwen, een wereld was zonder de ademstoot van onze kinderen. Dat ze zero footprint wilden op hun maagdelijke stranden.
Zero carbon, behalve mat glanzend op het stuur van hun Ferrari’s.
Hun leugens werken niet meer.
Hun smoesjes vallen dood op onze trommelvliezen.
De spanning is weg, de angst waar zij op groeiden is verdwenen.
Het elastiek van leugens en deceptie is zijn kracht verloren.
Maar nu bungelen wij daar nog in limbo. Zachtjes in de wind.
Gedwongen luisterend naar het gekrijs van boven.
Op onze kop, kronkelend als wormen aan een haakje.
Een paar meter boven het kabbelende water in de vallei.
De hemel boven, de hel beneden.
Of is het andersom?
Voor het eerst in lange tijd horen wij de vogels zingen.
Zien de schoonheid van de beesten, grazend onder ons.
Voor het eerst voelen we de warmte van de zon die dampend weerkaatst op het natte gras.
Ineens doen onze zintuigen weer, waarvoor God ze ons heeft gegeven.
Verdoofd en verblind als ze waren, door het gif en de leugens van alledag.
Daarom immers springen mensen aan een elastiek van een brug of een hijskraan,
om opnieuw hun levenskracht te voelen.
Als wij willen leven als nooit te voren, rest ons maar een ding.
Tijd om ons te bevrijden uit het navelstreng van leugens en misleiding.
We maken een sierlijke salto en laten ons vallen.
Het beekje onder ons is vast en zeker diep genoeg.
Op hoop van zegen.
For God hath not given us the spirit of fear; but of power, and of love, and of a sound mind.
II Timothy 1 – 7
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!