Category: Prose

Wie wint de wilde paardenrace om de wereldmacht? De laatste ronde is in volle gang.

Rosa Bonheur. The horse fair. Detail.

Voel jij het ook? Is het niet alsof we met zijn allen op de tribunes van een kolkend Colosseum zitten, ingespannen turend naar twee voortjagende hengsten. Vage schimmen op hun rug.

Een machtige gitzwarte en een witte ranke Arabier, die nek aan nek, in wolken bruinrood stof, hijgend hun laatste rondje galopperen; met stoom uit hun trillende neusgaten en de zweep die onophoudelijk over hun gestriemde ruggen knalt, in een vlammende eindstrijd, een duel op leven of slavernij.

Wie zal er zegevierend over de kalklijn stuiven, wie mag de hoofdprijs, opstrijken in deze allesbepalende zero sum game? 

Tot wie behoort de absolute macht als de stofwolken zijn opgetrokken? Het volk of hun zelf gekroonde overheersers? De schepping of de zelfverklaarde aardse goden? De geest of de materie?

Overdondert het applaus en het gejuich vanuit de stalles, de catacomben en alle tribunes de stad?

Of echoot er slechts een cynische, nauwelijks hoorbare “slow clap” vanuit de keizerlijke loges in een benauwde stilte? 

Wie verovert tot in de verre toekomst, de wereld en de mensen die haar bevolken? 

Wat brengt de uitslag van deze dodenrit ons, moedeloze, dolgedraaide toeschouwers, insectenchips met aardappelsmaak morsend in de schoot van onze bontgekleurde toga’s? 

Is de finishvlag eveneens het doek dat valt over de wereld? 

Wat wordt het? Bladerunner II, waarin de mens worden vervangen door veel productievere modellen? Soylent Green, waarin de logica prevaleert die geen plaats laat voor de heiligheid van de schepping, zodat het begraven van de doden, slechts een verspilling van kostbare eiwitten is? 

Hunger Games waarin onze jonge gladiatoren eindeloze oorlogen blijven uitvechten in grommende vleesmolens, tot besmuikte hilariteit en een macabere rijkdom voor de happy few? 

Een wereld, waarin we als verdoofd onvruchtbaar slachtvee, elkaars avatar en hologram najagen op een virtueel strand? Een prison planet, door firewalls verdeeld in kastes van edelen en horigen, zonder ruimte voor vrije burgers, waarin bezit exclusief is bestemd voor de elite van de elite? 

Een wereld waarin wij en onze kinderen vee én prooi zijn, onder de duim gehouden met injecties, drugs en kankerverwekkende chemicaliën in lucht en water? 

Een wereld waarin mensjes worden gekweekt als grondstoffen en muisjes om proefjes op te doen?

Een wereld waarin we geen bezit hebben, maar bezit zíj́n? Horigen in een neo feodale, multi-tier wereld, waarin de kaste waarin je bent geboren bepaalt aan welke regels je wordt gehouden? 

Een wereld waarin “Do as i say, not as i do”, geen schamper grapje is, maar de hoogste wet. 

Versmelten binnenkort de bittere scenario’s van Eyes wide Shut en Leviathan met 1984, Fahrenheit 541 en A Brave New World; meesterwerken die we afdeden als dystopische meesterfictie, in plaats van revelaties uit pennen van ingewijden. Geschreven om ons te waarschuwen voor de Malthusiaanse plannen van diabolische schimmen, als Margaret Sanger, Charles Osborne en William Henry Gates, de pappa van Bill?

Gaat de wereld buigen onder “the man behind the curtain” in Emerald City uit de Wizard of Oz, de almachtige schimmen, beschermd door hoge stalen muren en tot de tanden bewapende huurlingen en drones? 

Leven wij, gewone stervelingen straks in één groot vrolijk opgeschilderd concentratiekamp, een mensenfarm, gevangen in systemen van alziende ogen, sensors en spaarzaam uitgedeelde credits? 

Wint het zwarte beest, zijn we verloren? Of komt onze kampioen, die op vele rondes achterstand, gedrogeerd, met prikkeldraad en ruwe touwen om de benen, van start ging, nog net op tijd aangestormd om de wereld te bevrijden, terwijl de camera’s van het kwaad, moedwillig en in paniek wegdraaien?

Zoveel wijst erop dat het goede is losgebroken uit de eeuwige sluimer van ziende blindheid en af en toe zelfs een neuslengte voorsprong neemt op het kwaad.

Zullen de laatsten alsnog de eersten zijn? Nu de ban op informatie gebroken lijkt, de oogkleppen massaal afvallen en steeds meer blauwe toga’s worden verruild voor rode? 

Want, terwijl de hatelijke ruiter in het zwart voort galoppeert met zijn leugens en deceptie, in zijn dodelijke furie van drang en dwang, er niet voor terugdeinst om zijn gif zelfs in te spuiten bij kleine kinderen, opent de film ‘Died Suddenly’ van Stew Peters, dagelijks miljoenen ogen voor de bittere waarheid over de covid vaccinaties. En ook de schlemielige roep om “amnestie” van de prikpromotors spreekt boekdelen. 

Want, terwijl in Haagse achterkamertjes, kartelpolitici stiekem bij elkaar komen om de enige Nederlandse vrijheidspartij te verbieden, worden de leiders ervan toegejuicht als de helden die ze zijn. 

Terwijl de stalmeesters in het zwart, blijven fantaseren over neo slavernij en wereldheerschappij, krijgt Macron zijn zoveelste oorvijg.

Terwijl de monsters blijven proberen om de boeren de nek om te draaien, van Canada tot Australië, onder het mom van aantoonbare leugens, blijft het blauw wit rood, trots wapperen langs de Nederlandse wegen. 

Terwijl ze blijven proberen om rassen, kleuren, geloven en geaardheden tegen elkaar op te zetten, vindt er wereldwijd een verbroedering plaats tegen die duivelse Bokkenrijders, die naarmate hun doel dichterbij komt, ook steeds zichtbaarder worden, in hun jachten en privé vliegtuigen, hun 5 sterren hotels en prollerige villa’s, gebouwd aan oceanen, die maar niet willen stijgen. 

Terwijl ze alle media in hun macht dachten te hebben, zijn #Trudeaulied #Balenciaga #NoAmnesty en #PedoHitler trendend op een, door de merkwaardige verschijning, Elon Musk, bevrijd Twitter en trekken eenvoudige alternatieve podcasts als de Health Ranger van Mike Adams meer luisteraars dan CNN en MSNBC op primetime samen. 

En terwijl ze verkiezing na verkiezing stelen met hun dominion machines, groeien de massa’s op de straten van Brazilië en China en werden Italië, Zweden en het US Congress verloren, zodat de financiering van hun plannen in gevaar komt en er pijnlijke onderzoeken zijn aangekondigd naar de Biden Crime family en Hunters Laptop. 

Voor ons geestesoog zien we de twee raspaarden vechten om de leiding. Om en om vooruit schietend, om even later hijgend terug te zakken, terwijl de eindstreep onverbiddelijk nadert.

Wat het wordt? 

De great resist of the great reset. 

De heilige geest of het grijnzende beest? 

Is onze vrijheid finished of komt er een nieuw begin?

We zullen het snel weten.

Vecht.

Bid. 

En schreeuw ons paardje over de eindstreep, alsof ons leven er vanaf hangt.

Al was het maar omdát ons leven er vanaf hangt.

Het schrijven van dit stuk kostte mij dagen, misschien wel weken.

Vind je het goed, mooi of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen. Ik waardeer het zeer.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Hoe lang blijven we nog hangen in de triomf van het machteloos gelijk?

Wij “gekkies”, “wappies”, wij “ultra extreme staatsgevaarlijke fundamentalisten”. 

Wij “gedachten terroristen van het vogelvrije woord”. 

Wij beschimpten, uitgelachenen, ontwaakte verworpenen der aarde, we hadden het al die tijd bij het rechte eind.

Toen wij keer op keer en uit alle macht “Wolf!” riepen, sloop er inderdaad een roedel monsters op bonten voetjes, rond de voortslapende mensheid.

Wij, eenlingen, zonderlingen, we roken ze van afstand, wij zagen hun sporen in de sneeuw en af en toe de maan weerspiegeld in hun blikkerende tanden en ogen.

Ja, wij hadden al die tijd gelijk. 

En zo hemeltergend vaak.

Het zo wonderlijk snel gebrouwen Coronaprikje voorkwam geen Covid, precies zoals wij al voorspelden, geen besmetting of ernstige ziekte. De vaccins van Gates, Fauci en Bourla, ze brachten geen vrijheid of gezondheid, maar dictatuur en slavernij in de vorm van QR codes en Health ID’s. Ze kostten inmiddels miljoenen levens en miljarden gezonde jaren. En leveren megawinsten op voor de ijskoude, ons-kent-ons machine, die al kauwend, de mensenhakselaar aandrijft.

Geen journalistieke stuwdam kan, nu het te laat is om iets aan die schade te doen, nog de stroom omineuze berichten, inktzwarte wetenschappelijke onderzoeken, staatjes en cijfers van levensverzekeringsmaatschappijen en begrafenisondernemers stuiten. 

Wat begon met Tiffany Dover, eindigde in een litanie van omvallende voetballers, fietsers en televisiepresentatoren, Mike Tyson in zijn Iron rolstoel, Eric Clapton met zijn verstarde geniale vingers.

Wij riepen “Wolf!” zo hard we konden, kwamen met bewijzen en geruchten, maar werden uitgelachen, uitgesloten, bedreigd en voor gek gezet. Men geloofde liever de wolven en een enkele piekerige vleermuis. Hugo en Mark en Marion. 

Maar wij hadden gelijk.

Toen wij een paar jaren geleden, een vreemde elitaire club ontdekten in het Zwitserse Davos en geruchten hoorden over een gedroomde reset. Een 4e Industriële Revolutie, waarin mens en machine zouden versmelten, toen wij Klaus Schwab in zijn Satanische kamerjas en zijn lingeriefoto’s posten en de teksten van Noah Harari verspreidden, die hardop kirde tegen wie het maar horen wil, dat miljarden gewone mensen, niet langer nodig zijn oude wereld draaiend te houden. Implicerend dat wij een nutteloze kudde opvreters zijn. Wij en onze kinderen, geen schepsels Gods, maar zakken rottend vlees, misschien nog net geschikt voor lampenkappen en zeep, toen wij de pagina’s vol puissant machtige Nederlanders zagen, die aan deze macabere sekte verbonden waren, wees men collectief op het voorhoofd. Deze soep met royale brokken, zou vast niet zo heet gegeten worden. 

Maar zie, deze winter 2022-2023 wordt er helemaal geen warme soep meer gegeten. Omdat de ingrediënten schaarser en schaarser zijn. En het schaarse gas onbetaalbaar is, al ligt het vlak onder Groningen, zo voor het oppompen. 

En zo er nog een kommetje troebel brouwsel over is, wordt deze straks getrokken van krekels en meelwormen. Geserveerd met een stukje geprint vlees, waar je slappe borsten van krijgt.

Het eten verdwijnt in bliksemtempo van de aarde. De boeren worden van hun land gejaagd, het regent wereldwijd niet meer, voedselfabrieken ontploffen, de stuwmeren staan droog en hele kuddes vee vallen zomaar om. Ons fiatgeld is waardeloos. De schuldenberg is onbeklimbaar.  En ons mooie land is hard op weg naar Tri State City, een metropool met 33 miljoen inwoners, waaronder bitter weinig oorspronkelijke Nederlanders, die nu al uit hun huizen worden gejaagd, om plaats te maken voor een keurig uitgenodigd, nieuw herenvolk, dat ze vluchtelingen noemen.

De westerse regeringen en hun trollen wijzen naar de Russen, zoals Big Brother naar Emmanuel Goldstein, maar wij weten beter. 

“WOLF!”

Het is onze overheid zélf. Zij vervangt ons, verplaatst ons, verzwakt ons, verdunt en vermindert ons. Onze overheid is uit op een makkelijker te beheersen volk, zonder onderlinge samenhang en gedeelde geschiedenis of cultuur; een les, hoe cynisch, geleerd van Stalin in de Holodomor.

En wij zagen het aankomen en krijgen opnieuw gelijk. 

“WOLF!”

Maar dat gelijk…

Maar wat schieten we er mee op? 

De bedorven triomf van het machteloze “Recht haben”, als het recht en de oplossing, verder weg lijkt dan ooit te voren.

Hoe impotent, hoe schilferend en schraal is “Ons Gelijk” als we te laat zijn, om er iets goeds mee te doen?

Hoe vol is de stinkende put, met verdronken opgeblazen kalveren.

Het is het rechte einde van de man die iets kwaadaardigs in zijn hoofd vermoedt, jaren door zijn huisarts en omgeving voor gek verklaard, uiteindelijk van zijn oncoloog de verpletterende diagnose krijgt van een gezwel, zijn gelijk viert, maar zich weigert te melden voor een levensreddende operatie. En zich bij ieder nieuw symptoom, als een zieke Oblomov, wentelt in de triomf dat zijn diagnose juist was.

Het gelijk, van de soort: ”hadden we het maar eerder ontdekt, dan hadden we misschien nog iets kunnen doen”.

Het gelijk waar je helemaal niets voor koopt behalve frustratie en spijt dat niet meer mensen kon overtuigen. Dat je niet beter mensen tot rede kon brengen en veilig op de kant kon redeneren.

Het triomfantelijk “zie je wel!” dat weerkaatst tegen je eigen grafsteen. 

Het gelijk dat in trage, ijskoude druppels neervalt op de hoofden van de kromgebogen, rillende toeschouwers die eromheen verzameld staan en van hun nog altijd verwonderde, eerder verbijsterde januskoppen, afdruipt. 

“WOLF!”

Wij wentelen ons in ons gelijk als varkens in de modder,  ook als we in die modder verzuipen of we gedwongen worden die stront te vreten.

Gelijk hebben betekent niets, als we het niet weten te verspreiden als een olievlek. Dwars door de wijken en de straten. De flats en de platte landen. Over de straten en de pleinen. 

Gelijk hebben betekent niets als we er geen gevolg aan geven. 

We moeten uit de “comfortably numbness” van het hospice. 

Die laatste verdoofde troetelweken.

Waar blijven onze initiatieven?

Onze megaprotesten?

Onze liederen en gedichten. Onze communes en verenigingen? 

De nieuwe kerken, scholen en boerderijen, de nieuwe Asterixdorpjes.

Waar blijft onze wil om dit te overleven? 

Wie zorgt er straks voor de mensen die het eten niet meer kunnen betalen? 

Die hongerig, uit hun huizen zijn gezet.

Waar gaan we straks schuilen bij min 10 graden en het gas is op?

De overheid? 

“WOLF!”

Het schrijven van dit stuk kostte mij geestelijk een rib uit mijn lijf.

Vind je het goed, mooi of belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen. Ik waardeer het zeer.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Gek zijn in vrijheid is een privilege.

Twitter overziend, ben ik tegenwoordig nét “belangrijk” genoeg om een dertien in een dozijn narratief om me heen gesponnen te krijgen, bedoeld om me onschadelijk te maken. Het narratief -een hele eer- dat ook reuzen als Sacharov en Soltsjenitsin ten deel viel en duizenden andere “Querdenkers”. Dat narratief is uiteraard, dat ik “gek” zou zijn.

Ik vind dat niet zo erg.

Ik weet niet of ik gek ben. Zoiets is moeilijk om van jezelf te zeggen. Is het gek om op een andere manier naar waarheid en werkelijkheid te kijken? Of alleen om je er ook hardop over uit te durven spreken?

Want uitspreken, dat moet ik nu eenmaal. Genetische wanconstruct als ik ben. Een kluizenaar met een grote bek.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Een Oranjefeestje is geen keuze, als de Koning van schaamte rood zou moeten kleuren. 

Hoewel ik de dronkemansavonturen uit mijn studententijd doorgaans liever in de borrelende doofpot houd en mijn drang tot discretie, doorgaans succesvol vecht met mijn instinct jullie te amuseren, voel ik me, nu ik gisteren in “Botsende Wereldbeelden”, een opmerking maakte over Koning Willem Alexander en zijn door mij versmade verjaardagsfeestje, toch geroepen een lollige, wellicht zelfs waargebeurde, in liters bier verzopen anecdote met jullie te delen. 

En ik doe dat graag in Tonke Dragt stijl. Met een brief aan de koning.

Beste Willem, We kennen elkaar niet en ik wil ook niet anders beweren. We zijn elkaar in een ver verleden slechts een paar keer tegen het lijf gelopen en hebben terloops elkaars hand geschud. Tijdens een gala op de trappen van Tuschinski en in een studentenhuis aan de Heiligeweg in Amsterdam, waar we een paar vrienden van vrienden gemeen hadden en een paar keer in één ruimte lauw bier uit hetzelfde krat hebben gedronken. 

Ik ben dat niet vergeten, jij vast wel. Dat vergeef ik je graag. Ik was één van zeer velen. Jij was die éne, die vergeefs uitstraalde dat je alleen maar één van die zeer velen wilde zijn. 

Maar ik heb je wel een beetje discreet gadegeslagen natuurlijk. Je deed me, zowel qua postuur en houding, denken aan mijn broer. Groot en stevig, nonchalant, maar je had ook iets ernstigs en je had de gereserveerdheid die je vaak ziet bij mensen, waar anderen altijd iets van willen. Ik vond je wel koninklijk materiaal. 

Je leek me de vriendelijkheid zelve, goed opgevoed, zonder teveel uitbundigheid. Relaxed met een zweem van melancholische verwondering. Geen plurk. We hadden vrienden kunnen zijn in een ander leven en een andere tijd.

Je voelde je duidelijk op je gemak tussen de stapels afwas, de tafel vol asbakken en het afgeragde bankstel, en was opvallend minder opgeblazen en pompeus dan de zwerm van grijnzende hermelijnvlooien die, uit pure vriendschap, opvallend onopvallend, zo dicht mogelijk om je heen krioelde. 

Misschien herinner jij je nog dat afgrijselijke en snoeiharde optreden van een bar slechte punkband, midden in de nacht, midden in de gemeenschappelijke kamer van dat iconische studentenhuis? Dat “optreden” dat tot ergens in de De Lairessestraat de tegels uit de straat dreunde met vals gejengel?

Ik hoorde later het vuige gerucht dat er die avond een hele bijzondere blonde uitsmijter aan de deur stond. “Dit is mijn feestje” zou die imposante man, de, overigens zeer terecht, gealarmeerde agenten, te verstaan hebben gegeven, waarna ze afdropen en het wanstaltige concert ongestoord nog uren door de Amsterdamse stegen mocht blijven dreunen.

Ik was de bassist van die bedroevende band, waarvan de bezopen drummer, steeds langzamer ging spelen als een aflopende Hema wekker en de zanger, amechtig “Grote Tieten” in de microfoon schreeuwde. 

Ik had een prima indruk van je en heb je verdedigd waar ik kon. Maar dat deed ik de laatste jaren wel steeds vaker met diep gefronste wenkbrauwen. 

Immers, toen jij paniekerig, voor oude vrouwen en kinderen uit, het hazenpad koos, op het moment dat de Damschreeuwer het op een brullen zette, verdiende dat geen ridderorde wegens betoonde moed, laat staan een Elfstedentocht medaille. Dat je, zo vermoed ik, die arme man langer liet opsluiten dan een gemiddelde verkrachter of doodrijder, maakt het plaatje er niet koninklijker op. 

Ook de waxinelichtjeshoudergooier had wat mij betreft van jou op een royaal gebaar mogen rekenen. 

Zwakkeren en geestelijk invaliden verdienen medelijden en zorg, geen wraak van een almachtig en hooggeboren man. 

Hoe Edwin de Roy is behandeld, is beneden ieder peil.

Maar later vond je me toch weer aan je kant, toen je de Gele Hesjes een hart onder de riem stak tijdens je Kersttoespraak. 

En toen je 4 mei 2020, alle protocollen, het ongetwijfeld imposante gesis van Rutte en het gestampvoet van de wilde wijven om je heen negeerde en je voor één keer een echte koning toonde, was ik blij verrast. Ik had het goed gezien. Jij stond in deze strijd aan onze kant. Jij was onze koning.

Je vertelde het verhaal dat tot vandaag resoneert in mijn ziel en weerkaatst op de ijskoude gebeurtenissen van de afgelopen twee oorlogsjaren en de waanzin die we ons toen nog amper konden voorstellen. 

Wij niet, jij wel.

Het verhaal van Jules Schellevis die de eeuwige woorden sprak: 

“Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?”  

Hoe vaak zijn woorden van deze strekking niet verzucht de afgelopen twee jaar Willem?

“Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten. Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder. 
Niet meer naar het zwembad mogen. 
Niet meer mogen meespelen in een orkest.
Niet meer mogen fietsen.
Niet meer mogen studeren.
Op straat worden gezet.
Worden opgepakt en weggevoerd.”

En zie, de afgelopen twee jaar werden opnieuw voor onwrikbaar genomen vrijheden verboden, werden er onschuldige mensen, zoals Medisch Specialist Jan Bonte en Dirigent Valeri Gergiev ontslagen en anderen zelfs om hun mening opgesloten, zoals Willem Engel. 

Net als in de tijd van Jules Schellevis. 

En verder sprak jij de koninklijke woorden: 

“niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.”

De tekst ademde jouw innerlijk verzet en het diepe afgrijzen voor wat komen ging. 

De tenen van Rutte moeten van ergernis zijn gebroken in zijn lakschoenen bij het aanhoren.

Maar waarschuwen is niet genoeg als je koning bent, beste Willem.

Je toonde je een Hansje Brinker die zijn vinger uit de dijk trok en een vage waarschuwing roepend, doodgemoedereerd naar Griekenland vertrok, zijn dorpsgenoten in verwarring achterlatend, terwijl hij kon weten dat zovelen binnen de kortste keren zouden verzuipen. 

Toen wij je nodig hadden, was je er niet. 

Toen die bibberende kindertjes van ongevaccineerde ouders, zich buiten moesten aankleden, hebben we niets van je gehoord. 

Die vrolijk geschminkte kleutertjes, opgetogen over de komst van de Sint en Zwarte Piet, die door een dikke NSBer achter een zwart scherm werden gezet. Je hebt er niets over gezegd. 

Al die kerngezonde sporters die naar hun borst grijpend, neervallen op het gras of het gravel. Sommigen dood anderen voor het leven getekend, ik heb je er niet over gehoord.

De oproepen van sterren en politici om ongevaccineerden uit te sluiten en artsen uit hun ambt te zetten. De scheldpartijen, de dreigingen? 

Van jou geen woord.

Die oude onderdaan rennend voor zijn leven op het Museumplein, met een politieknuppel zwiepend naar zijn hoofd. 

Jij zweeg. 

Dat meisje dat door een waterkanon tegen een muur werd gespoten en een schedelbasisfractuur opliep. 

Jij hebt haar niet opgezocht in het ziekenhuis.

Die politiebus die op het malieveld een demonstrant aanreed. De honden vastgebeten in de armen van gillende mensen. De steeds weer neerdalende knuppels. De fraude, de verdorrende bejaarden, de kinderen gek van eenzaamheid, angst  en verveling. Je hebt ze  maar bar weinig opgebeurd. Terwijl het toch jouw volk is. 

Er waren zoveel gelegenheden waar een half woord van jou wonderen had gedaan en je er liever het zwijgen toedeed.

Je had jezelf onsterfelijk kunnen maken als je voor je volk was gaan staan, we hadden je omarmd en op het schild gehesen.

Maar jij nam er nog ééntje op een Grieks terras, terwijl jouw Maxima kirrend op schoot ging zitten bij de Ernst Stavro Blofeld, die al dit fijns voor ons heeft georganiseerd.

Al met al “Not a pretty picture.”

Willem,

Iedereen heeft recht om zijn eigen feestje te vieren. 

Jij uiteraard ook.

Net als dertig jaar geleden op de Heiligeweg aan Amsterdam

Maar jouw feestje is het onze niet meer. 

We zijn er niet eens voor uitgenodigd.

Ik wens je een fijne verjaardag.

#VierGeenKoningsdag.

Ik zou zeggen, besteed de centen die je uit zou geven aan mierzoete tompoucen en giftig Oranjebitter eens aan een arme schrijver. Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Niet 5 mei, maar Paasdag is onze Bevrijdingsdag. Vier het!

Vijf minuten geleden zat ik nog in mijn eigen hemel. Tussen de citrusbomen en tuinboonbabies, badend in een Goddelijke stilte, slechts onderbroken door merels -veel merels dit jaar-, een verdwaalde lach van een kind in de verte en een dolle onophoudelijk kwetterende lijster. Of is het een Nachtegaal? 

Alleen? Nou ja, met Beer natuurlijk en Hugo, een één jaar oude avocadopit, die net als Oskarchen uit der Blechtrommel maar niet wenst uit te groeien tot een puberende boom; schijndood, hard en koud, hoewel zijn wortels vers wit blijven en het plantje in zijn kern vurig blijft opgloeien. Een groen puntje leven, dat ik het licht laat zien, door een tandenstoker in de gebarsten pit te zetten, zodat de magische zon, de genezer, zijn weerbarstige bolletje kan bereiken. 

Heerlijk die stilte, zo zeldzaam in het afgrijselijke Gooi, waarvan zoveel bewoners net zo verzot zijn op benzine-motorzagen en hogedrukspuiten, als op het stofzuigen van hun plastic gras en het met dodelijk vergif neer spuiten van alles dat de kieren van hun grijze tegels durft te verontreinigen met vrolijk groen of nestgangetjes. 

De nouveautjes, waarvan er eentje zelfs kans heeft gezien, zonder overleg, een feesthut achter in zijn tuin te bouwen, grenzend aan de mijne, met een feestschoorsteen op oog en neushoogte; een kroniek van een aangekondigde megalitische burenoorlog deze zomer, een tankslag waar ik niet echt naar uitkijk. 

Maar niet geërgerd. Zeker niet deze, in zoveel opzichten, magnifieke dag des Heren. 

Want nu zit ik hier, binnen in de koele schaduw van April te schrijven.

Over Pasen. Pascha. Een magische periode. Niet alleen voor Christenen en Joden. Maar ook voor jullie, ketters, van goede wil.

Want Pasen gaat als nooit tevoren over nu én over u.  Of u wilt of niet. 

Ook al doen ze hun best het voor ons te verbergen. 

Pasen is nu eenmaal zo essentieel, dat het door de nog altijd oppermachtige Babylonische serpenten die al eeuwen over ons regeren, al even lang wordt besmeerd met een ranzige laag sandwichspread van krentenbroden, eieren, kuikens, vuren, chocoladehazen en Jumbo ontbijtjes met bijna echte boter en plastic bloempjes op tafel in plaats van een oerverhaal met tragedies en heldenepen aan de basis.

In de wetenschap dat het echte Paasverhaal een waardevolle herdenking kan zijn, met belangrijke lessen voor het hier, nu en de zeer nabije toekomst; lessen waarvan zij willen dat wij ze niet gaan trekken.

In plaats van een gewijde plechtigheid, maken ze er liever een uitbundig vruchtbaarheidsfeestje van dat in het Engels, Easter wordt genoemd; East Star, Venus, de Romeinse godin van de liefde, wordt daar vereerd. En niet de zoon van God. 

Zoals Father Christmas de geboorte van Jezus smoort met zijn in Coca Cola gedrenkte mantel, keutelt de Paashaas al eeuwen vrolijk het verhaal van zijn lijden en dood onder.

Pasen wordt verdoezeld of erger, er wordt een Woke draai aan gegeven door typmiepjes als Amarins de Boer en “Theologe” Almatine Leene in dit soort blaartrekkend stukjes in de Metro.

Arme God die het allemaal moet aanzien. 

Pasen, Pascha, Passover, Pesach. Een periode met zoveel betekenissen. Zoals letterlijk het “Pass Over” Het overslaan van alle huizen die het bloederige teken van het Lam droegen, toen God de eerstgeborenen kwam halen, aan de vooravond van de uittocht in de bare woestijn; Het feest van het ongegiste brood in het verschiet. De herdenking van het begin van de Exodus. De uittocht uit Egypte. 

En Pasen, toch vooral de herdenking van het diep ontroerende offer dat de zoon van God bracht voor ons, willens en wetens zijn leven gevend, in een bad van bloed, tranen en onmenselijke kracht. Verraden door zijn naasten. Bespot en uitgejouwd door dezelfde mensen die hem niet lang daarvoor nog bejubelden, toen hij op een ezeltje de poort van Jeruzalem binnen sjokte. Een menselijke eigenschap, die we ook nu nog zo vaak zien; het beschimpen, opjagen en als dat faalt, het slachten van de brenger van een waarheid die verlossing zou kunnen brengen, maar liever wordt genegeerd. 

Dit jaar is Pasen voor mij belangrijker dan andere jaren. 

Omdat ik zoveel herken in het verhaal dat maar niet wil verslijten. Dat op magische wijze zijn actualiteit maar niet verliest. Het eeuwige en oneindige verhaal van waarheid, dat gestand doet aan de betekenis van geloof, zoals dit in de Dikke VanDale opgeschreven staat. 

1 Het vertrouwen in de waarheid van iets. 

2 Een vast en innig vertrouwen op God.

Twee betekenissen die ik graag zou samenvoegen om er vrijpostig “Het vertrouwen in de waarheid van God” van te maken. 

Maar ik verlies mijn lijn, excuus. 

Pasen is wat mij betreft belangrijker dan ooit, sinds de kruisiging van Jezus Christus. Omdat de paralellen evident zijn, voor iedereen die ogen heeft om te zien en oren om te horen. 

Want diegene ziet dat er wederom een Exodus op til is. 

Schuchter zoekt men elkaar op, indringend kijkt men elkaar aan en vindt elkaar steeds vaker, nog wat onwennig, maar steeds hechter, in de gedeelde overtuiging dat we niet langer willen leven onder de slangen van Babylon, de nieuwe Farao’s, die niets dan slavernij en leegheid met ons voor hebben; een leven zonder God of bezit, getekend met het teken, gechipt en geïntegreerd in een alles ziend netwerk, God imiterend, miljarden zenuwcellen verbonden met één pervers en alle menselijke heiligheid vernietigend megabrein. 

We willen het niet.

“Dit nooit” prevelend, gaan we, weggerukt uit onze “comfortable numbness” op zoek naar een woestijn om over te steken, een land om vruchtbaar te maken. Een avontuur dat niet zal slagen zonder rotsvast geloof en het herontdekken van de oude wegen, ondergestoven door verdacht Sahara zand. Wederom zetten we kruizen als teken, in dit geval niet op onze huizen, maar door onze paspoorten, als teken dat we niet gehoorzamen aan het beest met zijn gifspuiten, opdat de dood opnieuw aan ons voorbij zal gaan.

En wederom putten we kracht uit het verhaal van de kruisiging.

Want het Paasverhaal laat ons, vrije mensen, één ding zien.

Opstaan kan altijd. En wij hebben er niet eens voor hoeven sterven.

Sta dus op kind van God.

Er is een woestijn om over te steken.

Dit is onze bevrijdingsdag. 

Awake thou that sleepest, and arise from the dead, and Christ shall give thee light.

Ephesians 5:14. 

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Of help iemand die het minder goed heeft dan ik. Dat vind ik ook prima, misschien wel beter. Maar retweet of verspreid mijn stuk dan in ieder geval.

p.s. De klokken luiden nu. Ook in Bussum. Alles is nog niet verloren.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Horrible great news from Holland.

Gideon defeats the Midianites

An open letter to Scott Kesterson, BardsFM.

Dear Scott, this is the third message i write to you from The Netherlands, the country, for which I mourn.

My country, small and flat, not so long ago, free and strong, fertile and fruitful, once inhabiting a tough, stubborn and innovative folk, that mastered its marshes, the many rivers, the clays and sands and even conquered the seas. Not only the North Sea flooding our shores, but all seven of them. 

A God fearing place, but also a safe haven for freethinkers, fringe philosophers and the religiously prosecuted. Jews from Portugal, Huguenots from France, Flemish Protestants, together we built a unique and rich culture on this small poststamp of wetlands.

We once were famous for our liberty of thought, speech and expression and our abundance of food and water.

It hurts to say what we have become. A desperately weak and baren place, where abortion is applauded, even celebrated and old people are frowned upon, stashed away in homes to die in silence. A place God seems to have left, violently shaking his poor head.

Nowadays we live in a country in which every full grown tree is cut down to be burned on the altar of “green energy”. Its precious acres poised to be locations for Meta data hubs and distribution centers for Amazon, hiding the classic Dutch landscape under rows and rows of huge grey, plastic and aluminium boxes.

A country, not long ago, rich in fruits, vegetables, prize cows, flowers, innovative industries, coal, culture and trade. Now a pillaged and impoverished shire of the European Clown Union, in which all seems to be in sharp decline. 

Our stunned and betrayed citizens enslaved by government hand outs or taxed to death. Hypnotised in worldwide fear campaigns, lining up for the jabs and a free Ukrainian paper flag to wave. 

A country that owns huge natural gas resources, while its citizens pay more for this vital commodity than anywhere else in the world. 

Our famous farmers smeared, or even forcefully disowned. Expelled to the friendlier pastures of Poland or Canada, with a possible West European Holodomor 2.0 on the horizon, visible for everyone with eyes to see.

Our fishermen are driven out by wind turbines. Our hawks and seagulls decapitated and broken at the foot of their white pillars, as animal offerings to the new Dutch Government bibles, The 4th Industrial Revolution by Klaus Schwab and the UN Sustainable Development Goals. 

And this while our “leaders”, elected in US style shady elections, actively root for shutting down vital imports of grains, oil and gas from the East. Probably to force us into adapting to eating bugs, GMO food and the planned digital currencies a little easier.

We live in a country that spends truckloads, boatloads of taxpayers money and pension funds in fake battles, fighting climate change, inert air gasses and viruses. Its people’s money converted into loot in intricate kick back schemes, hardly hidden behind the screens, to be distributed amongst the kleptocratic oligopoly, their friends and families.  

Our Churches empty and mostly compromised by woke narratives. Our schools taken over by horrid Soros programmes. Sex lessons in kindergartens and trannies reading their pedo propaganda to toddlers and their proud parents. 

Pastors and ministers waving rainbow flags. You get the picture.

The Netherlands became a place where thousands of kids are “lost” and thousands more have been taken from parents, who were wrongly accused of fraud by the government. 

A country where dissident thinkers and speakers like Willem Engel are locked up and politicians and leaders proclaiming Christian values like Thierry Baudet are banned, threatened and ridiculed; hate cheered on by politicians who call themselves Christians.

The Netherlands has become a country at the center of all that is vile and wrong in this world. A barren wasteland, deprived of its honour and riches, its pride, its identity and morals, its community, its self, its Lord above. Sold by our “rulers” to EU, WEF and UN. 

And probably all on purpose. 

Our country flattened and ruined, to be rebuild as some Gotham City, the new Berlin. 

But still Scott, this ís a letter with good news, a hopeful message.

Maybe we first had to lose it all, to find ourselves. 

Maybe we needed the devil to mock us, to find God once again. 

Maybe we needed a nightmare, to wake us up. 

More and more of us show our hereditary stubbornness and resilience. Our ancient urges for freedom. Resisting the jab, the lies and the lizards in power. Planting foods, learning skills that were all but forgotten.

Yesterday I learned to sharpen knifes. And planted my first seeds. Hands in soil for the first time in decades. 

More and more of us get together, to prepare for difficult times, to exchange tips and learnings, to build schools and churches, tracing back to the ancient paths, rediscovering Jezus as saviour and guide.

Scott, in these last two horrible but precious years, your words kept me sane. 

I survived on a steady ration of your podcasts. 

You deepened my faith, you strengthened my step through this swamp full of snakes and spiders. I thank you deeply for that brother. 

Where we were merely consumers, easy victims and targets, we now know.

We need to prepare.

We need to stand firm and learn to farm again.

We need find the paths all but forgotten. 

We need to be disciples and missionaries and rediscover what it means to be parents again and truly love each other as brothers and sisters.

Scott, if you ever plan to extend your county to county initiative to other countries. 

Then please hear my plea, brother.

Here am I; send me.

Isaiah 6:8

Please listen to the BardsFM.com podcast, find faith and strength and learn the vital lessons for the times we live in.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Terwijl wij elkaar de kop inslaan, speelt de duivel lachend met onze ballen.

Een goed stuk schrijven in een spiegelpaleis waarin alles per uur schuift, iedereen LSD lijkt te hebben geslikt, waar menigeen bloedschuim op de mond krijgt zodra je het theaterstuk van de dag, dat met een razendsnelle decorwissel verandert van een dodelijke pandemie in een patatje kernoorlog, niet tot de letter volgt, is niet eenvoudig, maar ik ga het toch proberen. 

Het mooiste boek dat ik ooit las, behalve wellicht de Bijbel, is ‘Master and Margarita’. Drie kunstig verstrengelde delen, geschreven door de getormenteerde, dissidente grootmeester Michael Boelgakov, die tijdens zijn leven een zwierende dance macabre leidde met Iosef Dzjoegasjvili, Stalin, de stalen duivel zelf. 

Waar ontelbare schrijvers, dichters en intellectuelen hun systeemkritiek niet na konden vertellen en eindigden met een kille kogel uit een Makarov in hun nek, verpakte Boelgakov zijn abjecte mening zodanig creatief, dat hij steeds op het randje van de vulkaan bleef balanceren. 

Zijn spottende, analogische woorden als zorgvuldige geplaatste banderilla’s van de toreador, die op het nippertje de hoorns van een woedende stier weet te ontwijken, toch steeds een gevoelige steek toebrengend aan het briesende beest.

Ik zal het meesterwerk van Boelgakov hier niet uitvoerig behandelen, omdat ik wil dat jullie het allemaal zelf lezen. Maar ik licht er één hilarische scene uit, omdat deze feilloos rijmt met de krankzinnige periode waarin we leven en laat zien dat volstrekte waanzin zijn eigen logica heeft.

Een scene die naadloos past bij onze tijdsgeest, waardoor de, door de schrijver verborgen symboliek na 100 jaar, zich ineens voor je eigen ogen openbaart. 

Het is een scene die laat zien hoe de mensheid zich gedraagt in tijden van terreur en onderdrukking, leugens en angstpropaganda;

Als speelbal van hun beulen.

In Meester en Margarita stijgt de Duivel zelf, Professor Woland, die in de verte wel wat heeft van Klaus Schwab, op naar Moskou. Een opvallend beschaafde, bij tijd en wijle aimabele Satan, die niets liever doet, dan de grauwe lompe massa met haar ijdele zwakzinnigheid te confronteren en kunstig de menselijke hoofdzonden, zoals hebzucht, kuddegedrag, hubris en moordzucht, als zuivere noten op een kromme viool, uit te spelen, terwijl hij ze bezighoudt met spiegeltjes en kraaltjes, hallucinaties en goedkoop theater. De massa tegen elkaar opzettend en eeuwig in de war houdend, zonder dat ze dit zelf beseffen of de waanzin op zichzelf betrekken.

Niet vreemd dat professor Woland zich voordoet als magiër, als ‘goochelaar’. 

Op een avond verzorgt Woland een optreden in het Varieté theater met zijn helpers; een motley crue van misfits, Onder anderen een grote zwarte poes, een mannetje met een bolhoed en één slagtand, Azazzel, een van de gevallen engelen voor wie het boek van Enoch kent, de heks Hella en een lange rare man met een pince nez en een geruiten vestje, Fagot of Korojev., die de bizarre show aan elkaar praat. 

Woland begint zijn show, met het neer laten dalen van een roebelregen op het publiek, dat graaiend over elkaar heen buitelt om de zakken te vullen, waarop de spreekstalmeester van het theater, na een wijsneuzige opmerking over de echtheid van het geld, op aangeven van het publiek, feilloos door de zwarte kater Behemoth wordt onthoofd en daarna weer keurig door Fagot in elkaar wordt gezet.

In het hoofdprogramma wordt het podium in een flits omgetoverd tot een Parijse winkel, waar iedere vrouw uit het publiek zich gratis mag verkleden in de duurste van de duurste couture. 

De show eindigt met de Korojev die een notabele, tot grote hilariteit van het hele publiek, tegenover zijn vrouw te kakken zet als vreemdganger.

En als klap op de vuurpijl, blijkt de couture waar de dames in zijn gekleed, plots te verdwijnen, zodat ze zich in blote kont, ondergoed en blinde paniek naar huis moeten haasten. 

Zou Woland soms Stalin zijn?

En belangrijker. 

Zitten wij niet in de versleten pluche stoelen van datzelfde variété theater? Hangen wij niet op onze beurt aan de lippen van de duivels van vandaag? De Wolands van nu, met hun helpertjes in hun maatpakken en kokerrokken, die ons in een flits, van de ene bizarre scene naar de volgende fata morgana voortslepen; van klimaatpaniek naar pandemie, van de stinkstal van John de Mol, naar een illusoire oorlog, waarin we als voetbalsupporters worden opgehitst om elkaar nog meer te haten en te minachten? Met zijn allen in een continue staat van blinde eufore paniek, waarin wij zicht op waarheid, werkelijkheid én onze echte dodelijke vijand volledig kwijt zijn geraakt? 

Is het niet zo dat ook wij ons als woeste hoorndol gemaakte horzels gedragen, als hebberige slaven. Als kortzichtige kuddedieren, die uitsluitend voor zichzelf kiezen, altijd op zoek naar een heks om te verbranden, een Sywertje om smalend tomaten tegenaan te gooien, een vliegtuig om neer te halen.

Blij met niets en kwaad op alles.

Behalve op de Duivel zelf.

Help een columnist de oorlog door!

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Oorlog met Rusland? Hans, we are the Baddies.

Als “staatsvijand nummer één” kijk ik ieder jaar op 9 Mei, de Parade, waarmee Rusland de overwinning viert op de Nazi’s in de Grote Vaderlandse Oorlog. De indrukwekkende herdenking van het onmetelijke bloedbad dat ons vrijheid bracht, waar de Sovjets met miljoenen tegelijk, de hoogste prijs voor betaalden; dertig miljoen soldaten, piloten, matrozen, omaatjes en meisjes met linten in hun haren, gingen zonder mededogen door de vleesmolens van de hel.

Het onvoorstelbaar leed dat diepe, zwarte voren sleet in de Russische ziel, kun je nu na 77 jaar na het laatste kanonschot, nog terughoren in liedjes zoals верните память, waar hele zalen ook nu nog voor opstaan, in diep respect en oprecht verdriet. Van stokoud tot piepjong.

Als het gejuich uit vele kelen klinkt over het Rode Plein, recht ook ik mijn schouders en brul mee. “YPA!” 

In Rusland voetballen ze niet met kransen.

Het doet me pijn dat uitgerekend het land waar ik van houd, de mensen, de cultuur, een land onder God, een land waarvan ik de taal spreek, op zo’n vieze, doorzichtige klassieke “Neo Con” manier, onder ronkende fantoomdreigingen en gefabriceerde angstoffensieven, opnieuw door het westen, tot aan de rand van een oorlog wordt gedwongen in hun eigen achtertuin.

Ondanks de smeekbedes van een vermoeide, opvallend verdrietig ogende Poetin, die, in tegenstelling tot onze ladyboy-leiders, defensiemeisjes, tranny-generaals en D66 Twiggy’s, weet wat oorlog zou betekenen en hoe onmetelijk hoog de prijs zal zijn. 

Ondanks de sussende woorden van Zelensky, die Biden zelfs uitnodigde om met eigen ogen te komen zien dat er van Russische dreiging helemaal geen sprake is. 

Het doet pijn dat ik word geacht, opnieuw een volstrekt onschuldig volk te haten. Net als de Irakezen, de Syriërs, de Afghanen, volkeren die ons geen vlieg kwaad deden, maar wiens bruiloften en kinderpartijtjes een makkelijke prooi waren voor onze drones en F16’s. 

We zagen het wel, hun dode babies, die verscheurde poppen, maar wij keken weg, haalden onze schouders op en leefden door. 

En zie, nu is Europa wellicht zelf aan de beurt, omdat Vicky Nuland en haar doodzieke vriendjes het hart van de Russische ziel, hebben uitgekozen als nieuwe Killing Fields om hun raketten, jets ander wapentuig te testen. The chickens came home to roost.

De elite vind het tijd voor oorlog. De vrede heeft lang genoeg geduurd. Raytheon en Boeing missen de omzet en de aandacht van de westerling, die wakker wordt uit zijn covid winterslaap, moet naarstig worden afgeleid.

We worden een oorlog ingerommeld door ons eigen diep corrupte militair, industrieel, farmaceutisch complex, dat in paniek afleiding zoekt voor de hilarische, maar niet minder dodelijke puinhoop, die ze van hun eigen gedroomde, totale machtsovername hebben gemaakt. Ze zoeken afleiding voor de als spreeuwen neervallende sporters, voor HIV tests die ineens worden gepromoot alsof het de normaalste zaak van de wereld is, voor de Canadese Truckers die van geen wijken weten en de wereldwijde protesten die maar niet stoppen. 

Afleiding voor de zelfmoorden, de faillisementen, het diepe verraad tegen de eigen bevolking door Westerse media en politiek.

Afleiding voor de EU pantserwagens onder de Arc de Triomphe, de neergeknuppelde bejaarden, de gekaapte macht van de Brusselse technocraten en de diepe corruptie van hun leiding, die hier nu al dieper wordt geminacht dan Poetin ooit zal worden. 

Afleiding voor hun 4e industriële revolutie die krakend tot stilstand kwam, nadat hun verderfelijke plannen in een te fel en spottend licht werden gezet. 

Ratten houden niet van licht. 

De nazi’s van nu, in mantelpakjes en blauwe jasjes, met hun kippenarmpjes en regenboogvlagjes, zoeken naarstig naar afleiding voor de broeiende volkswoede, nu steeds meer westerse mensen doorkrijgen hoe bedrogen ze zijn en hoe zwak, klein en verwerpelijk de steenrijke kaste is, die ze nu al tientallen jaren met list en bedrog onder de knoet houdt en definitief tot slaaf wil maken.

Vooralsnog weigeren de beoogde Slavische kemphanen, ondanks alle westerse provocaties, elkaar de ogen uit te pikken en naar de strot te vliegen.

En hopelijk zullen Zelensky en Poetin nader tot elkaar komen en samen door de regen van Tonkin en Gleitwitz incidenten heenkijken, waarvan de eerste pontificaal door de Amerikanen staat gepland voor aanstaande woensdag.

Mocht het echter komen tot een oorlog en Oekraïne verandert opnieuw in een roodgloeiend slagveld en de EU in een geasfalteerde radioactieve vlakte, onthou dan één ding. 

We are the baddies. Not Poetin.

Господи, спасите нас.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Twitter is een zielsgevangenis. En vandaag ben ik bevrijd.

Het is weer zover.

Na een jaar @janbenninkcom heeft het Twitter behaagd, om mijn 6e account zonder waarschuwing of enige opgaaf van redenen te nek om te draaien.

Vervelend, maar even afstand nemen van twitter is zo slecht nog niet. 

Twitter is een intelligence sandbox, waar dissidenten en afvalligen, door de powers that be, eenvoudig kunnen worden ingedeeld en waar geruisloos zoemende intelligence programma’s, minutieus contacten, netwerken en uitingen in kaart brengen. Beria’s droom.

Continue reading

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Waarom dit niet het moment is om in slaap te sukkelen, maar de tijd om op te staan!

Dag en nacht wacht ik op jullie, strijders!

Sinds een paar weken leven veel mensen tussen sprankjes hoop en opgepookte vrees. Onze wereld, het schouwtoneel van doldwaze twisten in het narratief. Potsierlijke slagen in het wiel, waar wij onze machthebbers en hun medialakeien, hobbelend en slingerend, traag op voort zien fietsen.  Het narratief is niet verbogen, maar vertoont regelrecht scheuren in het metaal. 

Waarom ineens dat protest van een heuse V.N. gezant tegen het optreden van de Nederlandse M.E? 

Wat vreemd dat onze gelijkgeschakelde pers ineens artikelen mocht publiceren die tegen het overheids narratief ingingen. Is Omicron dan toch gewoon de griep, pontificaal afgedrukt in de Telegraaf? Zijn sterfte en besmettingscijfers kunstmatig opgepompt? De ongevaccineerden onschuldig? Kondigt de WHO echt het einde van de pandemie af? Zomaar op een verloren zondagavond?

Krijgen de strijders van de verfoeide redelijkheid, schamper ‘wappies’ genoemd door onze ministers van “volksgezondheid”, dan toch hun gelijk? Is de vrijheid aan de winnende hand? Waarom? Ze hadden ons toch precies, waar ze ons wilden hebben. Hun fluwelen vuisten stonden strak geschroefd om onze ballen. 

Waarom zat Károly Illy ineens te schutteren op TV, waar hij eerder het afgelopen jaar bijna giechelend de loftrompet stak over de gentherapie en het prikken van kleine kinderen? Waarom die rare truth glitches van Gommers in de Zoomstream van de Balie? 

Wat betekent het dat Führer look-a-like Karl Lauterbach, die eerder glashard beweerde dat “veel ongevaccineerden deze winter moesten sterven” plots zijn Fehler toegaf. “Die Unvakzinierten sind unschuldig!”

Waarom zijn alle stoere hoofdrolspelers, die tot voor kort vol bravoure het corona gospel stonden te preken, tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer ineens vervangen door stuntelende backbenchers, secretaresses, omaatjes… kanonnenvoer? 

Waarom dan toch die onbeholpen, doorzichtige poging om atleten die grijpend naar hun hart op het veld neerzijgen, als omicron slachtoffers te framen? Gaat dit nog om de angstpromotie van een virus of is het slechts het hopeloos afschuiven van schuld? 

Are they losing their grip? 

Of wordt die ijzeren greep juist sterker onder de lange mantel der verwarring?  

Waarom gaan alle covid maatregels eraf aan de overkant van het Kanaal, terwijl ze in Oostenrijk, Frankrijk en Italië snel ondraaglijk worden.

Er zijn duizend vragen. En alles lijkt tegenstrijdig. 

Ik zie een misplaatst gevoel van optimisme om me heen, maar ook veel inktzwart pessimisme. De winkelstraten blijven vollopen met gemaskerderde moeders en gemaskerde kinderen. Hele scholen blijven thuis om een snotneus van één klasgenootje.

De vrijheid vieren voelt als Dolle Dinsdag. De wereld als één stinkende fog of war. Eén gigantische shitshow.

Is de Great Reset voorbij? Gaan ze er met de staart tussen de benen ervandoor. Of wordt het van hier af aan alleen maar erger? 

En waarom wordt er ineens aangestuurd op een oorlog met Rusland? Is dat een gepland onderdeel van het Kabuki theater? Of een paniekerige poging om de aandacht af te leiden van hun inmiddels dichtgeklapte “Window of Opportunity” die alleen nog door een hete Wereldoorlog, weer rinkelend open kan worden gegooid? Een biowapen werkt immers net zo goed of beter dan een mRNA vaccin. En je kunt de Russen er nog de schuld van geven ook. 

Misschien geeft het wat houvast om analogieën te zoeken in het nabije verleden. In een oude strijd die gevoerd werd op dezelfde velden, door dezelfde hoofdrolspelers. Al was het met andere middelen en droegen ze andere uniformen.

De verwarring was compleet in de korenvelden rond Koersk. Die zomer van 1943 tijdens Operatie Citadel, nadat de allesverlammende dooitijd, de raspoetitsja, voorbij was en de Oekraïense modder genoeg was opgedroogd om de rupsbanden van Beer en Adelaar genoeg grip te geven en elkaar in dodelijke razernij naar de keel te kunnen vliegen. Net als nu.

Het werd een clash of titans, die in eerste instantie werd gewonnen door de sterk vermagerde Duitse divisies onder van de briljante von Manstein, Model en de eigenwijze Hoth. 

De tankslag bij Prochorovka werd een waar T34 massagraf, hoewel die schande later in de studios van Lenfllm en Moskfilm, onder Chroetsjov tot een glorieuze zege van het Rode leger zou worden omgetoverd.

Toch kwam de overwinning voor Zjoekov er uiteindelijk, maar alleen omdat de Duitsers zich kapot hadden gevochten op de enorme overmacht, de eindeloze tankgrachten en mijnenvelden hun slagkracht dodelijk had verzwakt. Hun initiële terreinwinst bleek een Pyrrhus overwinning. 

Daarbij kwam dat de Geallieerden op hetzelfde moment met Operation Husky, Sicilië waren binnengevallen en Hitler de laatste lucht uit de longen van de kapot gevochten Duitse Panzergrenadiers had geslagen, door veel geharde troepen en versterkingen naar het zuidfront te verplaatsen. 

Maar wat de reden van de aarzeling ook was, Zjoekov zag de zwakte, de aarzelingen en hij rook Duits bloed en zette direct de tegenaanval in. Zijn eigen Blitzkrieg. Erop en erover.

Op drieëntwintig augustus werd Charkov bevrijd. Daarna werd het, met een enkele hick up, een lange stormachtige enkele reis Berlijn. 

Без паузы. Без каникулы.

Zjoekov nam geen genoegen met versoepelingen, schijnbewegingen en smoesjes.  

Hij stak pas tevreden een sigaar op, toen Hitler “kaput” was en de Hamer en Sikkel, trots op de ruïne van de Reichstag wapperde.  

Wij bevinden ons nu in een heel andere strijd dan Zjoekov en zijn generaals. 

Onze oorlog is er één van list en bedrog, van deceptie, massahypnose en indoctrinatie. In een steriel strijdperk waar de uniformen bestaan uit potsierlijke blauwe mondmaskertjes, dure pakken, witte jassen en gele paraplu’s. 

Een stille oorlog, zonder explosies, waarin de kijkcijferkanonnen dreunen en de mRNA vaccinatie het gif van keuze is.

Maar toch. Het offensief tegen ons duurt inmiddels twee jaar. Precies net zo lang als de tijd die het de Wehrmacht kostte om tot Koersk te komen. 

En ook wij bevinden ons nu op een kantelpunt in de strijd.

Onze vijand aarzelt.

Waar we de schoften tot een paar weken geleden onstuitbaar en eensgezind op zagen stormen, hun kanonnen geladen en vast op ons gericht, zien we als bij toverslag alleen nog de stinkende walm uit hun uitlaten. 

De reden is een raadsel. Ze waren immers aan de winnende hand.

Is het omdat ze een ander front willen openen? De economie willen laten imploderen? Of zijn ze oprecht bang voor de opengaande ogen en de wereldwijde volkswoede die aanzwelt?

Misschien is het omdat ze denken dat ze ver genoeg zijn doorgestoten, om hun echte doelen van totale controle en social credit systemen, verder uit te rollen zonder gentherapie en vermoeiende angstoffensieven?

Het maakt niks uit.

Wat de reden van hun aarzeling ook is. Hun stilstand moet nu onze vooruitgang zijn. net als toen in Koersk.

Want of ze nou de passie preken of niet, hun lijnen en kabels liggen er! Onze wetgeving is misvormd naar hun dictatoriale wensen. Zovelen van ons zijn gewend aan hun lockdowns, waanzinnig beleid en repressieve onlogische maatregels.

En 75% van de westerse wereld is inmiddels geprikt met een experimentele gentherapie.

Ze kunnen voor ieder pervers doel, op ieder moment, opnieuw de aanval inzetten. Of het nu voor klimaat, milieu, aliens, solarflares, het instorten van de economie, nieuwe plandemieën of een bioweapon is.

Daarom is het zo belangrijk om juist nu, in dit moment van hun aarzeling, door te knokken met alle vreedzame en wettige middelen die we hebben.

Hun verkrachte wetgeving moet weg. De verbindingen met het WEF moeten verbroken worden. Degenen die schuldig zijn aan de ellende, de zelfmoorden, de faillissementen en de vaccindoden moeten worden aangeklaagd. De protesten moeten groeien in plaats van afnemen. En we moeten als een waanzinnige door blijven bouwen aan eigen alternatieven op ieder vlak. Van scholen tot kerken, Van kroegen tot ziekenhuizen.

Fuck hun witte vlaggetje.

We mogen ons nu niet in slaap laten sussen door smeuige pornoverhaaltjes van de Gooise matras en andere kul.

We zijn nog steeds hun speelbal, hoewel die bal nu even de goede kant op lijkt te rollen.

En dat moet afgelopen zijn.

De wapenspreuk van Zjoekov luidde niet voor niets:

The longer the battle lasts the more force we’ll have to use!

En hij had nog één gevleugelde uitspraak die wellicht nog iets beter beschrijft, wat ik vind dat ons te doen staat.

„Я вас ебал, ебу и буду ебать!“

Zoek het zelf maar even op. 

P.s. Dit was een enorme stuitbevalling.

Vind je mijn werk dus goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Als we weer willen leven, moeten we onze navelstreng door durven knippen.

Deze krankzinnige afgelopen jaren doen me denken aan een ellenlange bungee jump. 

Het is alsof we met onze voeten in een strop, pardoes de diepte werden ingeworpen, aan een navelstreng van elastiek.

Van het onschuldige levenslicht, met duizelingwekkende vaart richting een inktzwart aangekondigd onheil.

Van de brug geduwd door een man die we achteraf geen seconde onze rug hadden mogen toekeren.

Een klerk met een apenlachje. 

“Gebeurt dit allemaal echt?”

Van het ene moment op het andere, tolden we in doodsangst loodrecht richting de kale rotsen, met daartussen, ver in de diepte, wat schaapjes en kalfjes als stipjes in de wei naast een kolkend beekje.

We gingen allemaal dood. 

Maar net toen we zeker wisten dat onze kruin zou splijten op een steen en alles voorgoed verloren zou zijn, trok het bungee koord ons terug.

We schoten recht omhoog, openden onze ogen en knipperden tegen het licht.

We waren niet gestorven aan een virus.

Alleen doodsbang gemaakt.

En in een flits zagen we de vale schimmen op de brug. 

Voor het eerst recht in het gezicht.

Een glimp van hun ijskoude ogen.

Zwarte gaten zonder mededogen. 

En zo vielen we weer terug de diepte in. 

Keer op keer.

Stuiterend tussen hoop en vrees op de energie van het ongeloof.

Verward slingerend tussen de chaos van deltavariant en staatsdwang, 

avondklokken, vaccins en politieknuppels.

Op en neer tussen draconische lockdowns en de verraderlijke schijn van vrijheid.

Iedereen die we ooit vertrouwden was ineens acteur. 

En de wereld die wij dachten te begrijpen, werd een decor van alle griezelfilms tegelijk. 

Maar na iedere val veerden we terug en zagen we duidelijker hoe we werden bedrogen. Door wie.

En waarom.

Dat was achteraf ook niet zo moeilijk. Ze schreeuwden het spottend, recht in ons gezicht. 

We konden hen alleen maar niet geloven.

Dat de betere wereld die zij terug wilden bouwen, een wereld was zonder de ademstoot van onze kinderen. Dat ze zero footprint wilden op hun maagdelijke stranden.

Zero carbon, behalve mat glanzend op het stuur van hun Ferrari’s. 

Hun leugens werken niet meer. 

Hun smoesjes vallen dood op onze trommelvliezen.

De spanning is weg, de angst waar zij op groeiden is verdwenen.

Het elastiek van leugens en deceptie is zijn kracht verloren.

Maar nu bungelen wij daar nog in limbo. Zachtjes in de wind.

Gedwongen luisterend naar het gekrijs van boven.

Op onze kop, kronkelend als wormen aan een haakje.

Een paar meter boven het kabbelende water in de vallei.

De hemel boven, de hel beneden.

Of is het andersom?

Voor het eerst in lange tijd horen wij de vogels zingen.

Zien de schoonheid van de beesten, grazend onder ons.

Voor het eerst voelen we de warmte van de zon die dampend weerkaatst op het natte gras.

Ineens doen onze zintuigen weer, waarvoor God ze ons heeft gegeven. 

Verdoofd en verblind als ze waren, door het gif en de leugens van alledag.

Daarom immers springen mensen aan een elastiek van een brug of een hijskraan, 

om opnieuw hun levenskracht te voelen.

Als wij willen leven als nooit te voren, rest ons maar een ding.

Tijd om ons te bevrijden uit het navelstreng van leugens en misleiding.

We maken een sierlijke salto en laten ons vallen.

Het beekje onder ons is vast en zeker diep genoeg.

Op hoop van zegen. 

For God hath not given us the spirit of fear; but of power, and of love, and of a sound mind.

II Timothy 1 –

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Dit wordt onze eerste kerstmis. De geboorte van het licht.

Keurig vierde ik mijn hele leven kerstmis, maar wát vierde ik toch al die tijd precies? 

Was het de partymix van Germaanse vruchtbaarheidsrituelen en een door de kerstster verholen verering van Sirius en de drie koningen van Orion?

Smaakte het kerstdiner goed? Dat geprop, in een tijd en werelddeel, zonder honger of gebrek, terwijl twee uur vliegen verder, kinderen in hun kribbetje werden gebombardeerd door drones en zuigelingen die geen stalletje konden vinden wegteerden, zonder rijst en schoon water?

Dat tergend lange weekend van files en verveling, opgefluft door mierzoete kerstfilms, bedolven onder een vette laag Postcodekanker, met Humberto Tan, Wendy van Dijk en andere uitgedoofde sterren uit een goddeloos stalletje, poserend voor een ronkende vrachtwagen, hun broze neuzen ondergedompeld in een dun laagje poedersneeuw?

Was het symbool van het feest niet handig doorgeschoven naar een door reclamebureaus bedachte, obese kinderlokker, schuddebuikend om de jaarwinst van fosforzuur producent Coca Cola Company?

Smaakte het bittere vlees van al die diertjes, die zich een paar jaartjes wild mochten wanen?

Net zo vrij als wij? 

Voelde het goed, het verorberen van al die schapenboutjes, om het lam Gods te vieren? 

Het geheel overgoten met een mierzoete coulis van Mariah Kerrysaus van de Jumbo.

Hoe kun je het licht zien, als je volgestouwd bent als een slachtgans?

Was het verheffend, die spreekwoordelijke familieruzies, na dat jaarlijkse jaar van opgekropte frustratie en ergernissen?

Vrede op aarde? Die goedkope Champagneflessen die we traditioneel het liefst op elkaars koppen kapot zou slaan? In de mensen een welbehagen?

Festen onder de Mistletoe. Jaar in Jaar uit?

Wat was kerst meer dan mis; een van God en allerheiligen verlaten feest?

Dit jaar heb ik een ander gevoel bij Kerstmis. En ik hoop, jullie ook.

Want voor het eerst zie ik die essentie waar ik mijn leven lang naar heb gezocht.

Dit jaar vier ik de geboorte van de verschoppeling, de verzetsstrijder, de onverzettelijke martelaar, die een koning werd. 

Het kind in kou en soberheid ter wereld gekomen, vanaf de eerste schreeuw, naar het leven gestaan door een demonische overheid. Zoals onze kinderen nu. 

De komende dagen eer ik Jezus Christus, in een feest van de geest en licht. Van sobere schoonheid en warmte. 

En het besef van onmetelijke rijkdom als vader van prachtige kinderen en zoon in een familie van goede mensen.

Dit jaar schuilen we bij elkaar. En smeden we een nieuw verbond onder God, tussen oude en nieuwe vrienden.

En vergeven we degenen die niet zien wat zonneklaar is,

omdat angst en ongeloof, nog als dikke gordijnen voor hun ogen hangen.

Zij die niet vonden wat ze zochten of nooit begonnen zijn met zoeken.

Dit jaar zijn we dankbaar voor de kleine wonderen. 

De kool in het veld. 

Het hout in het bos. 

Het huppelen van een kind. 

De warmte van het vuur. 

We zoeken onze wortels en ontdekken weer hoe we zelf worteltjes kunnen planten, zoals onze voorouders dat deden.

We koesteren deze dagen waarin de geboorte van het goede, een pas de deux danst met het licht, dat onvermijdelijk de demonen zal verdrijven, 

Hoe ze ook blazen en sissen.  En hoe ze ons dit feest met list en bedrog, met angst en alle geweld willen afnemen, omdat zij wél al die tijd beseften hoe groot de betekenis is.

En hoe gevaarlijk het voor ze kan zijn als wij het zien. 

Hun misbaar maakt op mij geen indruk meer.

Hun tijd raakt op.

Wij hebben ons hele leven nog in eeuwigheid. 

Dit jaar vieren we het licht dat de duisternis zal verdrijven. 

Een groter geschenk kon ik niet krijgen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

De angst het oude te verlaten, houdt ons gevangen. 

We ploeteren, ingespannen achter met rotzooi volgeladen karren, moeizaam voort, op een modderig, hol boerenpad, waarin een alles doordrenkende regen een onontkoombaar spoor van zuigende, diepe voren heeft gevormd. 

Nog zovelen van ons volgen het spoor van vermolmde systemen, blind vertrouwend op de wissels, die op afstand in zwarte torens achter melkglas, worden omgezet. 

Vastgekoekte schijnverbanden houden ons geketend in een onzichtbare kerker van Pyriet; ijzerkies, het goud der dwazen. 

We rennen paniekerig rondjes binnen een magische cirkel in het stof, waar vrijwel geen kip, met of zonder kop, nog overheen durft te stappen.

Te velen van ons kunnen blijkbaar niet over de grenzen van hun eigen aangeharkte perkje vol kunstzijden rozen en glitterspeeltjes heen kijken. Al loopt het langzaam onder water. Hun plastic heg vol knuffelbeestjes en piepende en verleidelijk toeterende schermpjes, leidt teveel af. 

De ruimen van onze privé Titanics zijn afgeladen met kant en klaar supermarktvoer, WC papier, Netflix en andere porno; de reddingsboten vol houtworm en vermolmde spanten in de rafelige touwen afhangend langs de verveloze relingen. 

En voor het poetsen van the dekstoelen en het verven van de stuurhut, hebben we Polen ingehuurd. Mensen die nog wel kunnen werken en vechten als het moet. Ze kijken spottend op ons neer.

Oppervlakkige relaties, onechte vriendschappen, verloederde banden en contracten die, zo blijkt nu, inscheuren bij de minste druk en dreiging, bepalen het drama dat we tot voor kort ons leven noemden.

Die vaste waarden bleken al net zo waardeloos als die mooie baan die toch los bleek te zitten, het waardeloze klatergoud dat we ons geld noemen, de heilige idolen die kindertjes bleken te betasten en die politieke kopstukken, waar we al die jaren op stemden, die ons nu in onze rug aanvallen en regelrecht de hel in dreigen te storten. 

Als moeders die een doodgeboren kindje omarmen, blijven zovelen van ons hun illusies koesteren.

We klampen aan ze vast, terwijl we ze al zo lang geleden kwijt zijn geraakt. 

Het waardeloze is ons houvast geworden, in een wereld zonder God.

Opgesloten in een jerkcircle van het eeuwige “ja maar”.

De angst het waardeloze te verliezen, doet ons er voor terugdeinzen het kostbaarste te behouden. 

Hoevelen van ons lieten zich niet de onzekerheid in prikken, om een lang weekend naar Oostenrijk te kunnen of te kunnen dansen, op de vulkaan, bij Jansen? Hoevelen van ons kijken de andere kant op, nu zoveel onschuldigen door hun gelijken worden besmeurd en beschuldigd. Nu zelfs kinderen, zieken en bejaarden, mikpunt zijn van een spot, haat en knuppelcampagne die doet denken aan de  mensenjacht, die twee jaar geleden nog “Nie Wieder” had mogen plaatsvinden. 

We zijn verdoemd als Wothan, verblind door een vals schitterende ring die nooit de onze was, maar in werkelijkheid van een dwerg, die hem nu terugeist. 

Goden zijn we, maar uitsluitend in het diepst van onze eigen laffe, bekrompen gedachten. 

En tegelijkertijd is het gekmakend hoe begrijpelijk dit allemaal is.

Wij westerlingen zijn de Hobbits van deze wereld geworden; in slaap gesuste, argeloze sukkelaars. Bijna een eeuw lang hebben we geen openlijk gevaar hoeven confronteren, geen flagrante onderdrukking gekend. En er is nog geen Frodo of Bilbo te zien.

We hebben ons de, met rivieren van bloed bevochten, vrijheid laten aanleunen, terwijl we de verdediging van onze grenzen hebben opgedoekt en comfortably numb ons pijpje zijn blijven roken en ons gazon zijn blijven aanharken, terwijl de wolken zich samenpakten en het oog van Mordor onze kant op draaide.

Onze weke buik naar boven. Kwetsbaar voor alles dat het kwaad is.

Generaties lang, hebben wij als westerlingen geen stresstest van betekenis ondergaan.

We hebben in geen eeuwen een riek hoeven opheffen, niet om hooi te scheppen, laat staan om ons te verdedigen tegen een duistere overmacht. 

We hebben geen God in wanhoop hoeven aanroepen. En zovelen kijken misprijzend neer op hen die dit nog doen. Zij vereren liever Lady Gaga, Mamon of Marco Borsato. 

De nu levende generaties hebben nooit hoeven duiken of vluchten, voor Arbeitseinsatz of Grüne Polizei, we hebben niet hoeven knokken voor een beter leven. Niet eerder in allesbepalende tweestrijd, zonder om- of uitwegen gestaan. 

Wij hebben niet sjokkend langs Vlaamse landwegen, met onze bezittingen op een boerenkar, voor de Wehrmacht hoeven vluchten. Nooit ons fight or flight instinct hoeven aanspreken.

Niemand van ons heeft zijn laatste geld neergeteld voor een 3e klas hut op een oceaanstomer naar een beloofd land. Of dat nou Israel, Nieuw Zeeland of de Verenigde Staten was.

We hebben geen moeite hoeven doen voor onze vrijheid. Die een valse luchtballon bleek te zijn of eerder nog een zeepbel. 

Hoe hadden we ook gekund, met onze ongetrainde reten, ons leven in het bedrieglijke comfort van vetgemeste slachtvarkens; doorgebracht, zwelgend in onze eigen plastic mest; als de dood voor de dood, maar wel gedwee, netjes op een rijtje de loopplank van de vrachtwagen opsjokkend.

Kun je een slachtkalf kwalijk nemen dat het niet voor zijn leven vecht?

Dat we het zijn verleerd om te zwemmen, betekent niet dat de zee niet komt.

Ja, er worden steeds meer mensen wakker. Maar wat heb je daaraan, als zovelen zich nog eens drie keer omdraaien, terwijl het monster al aan het voeteneinde staat.

Gelukkig komen steeds meer goede mensen tot het licht. Het licht dat alleen groeit in het diepste duister. En alleen zijn kracht vindt en bundelt op de bodem van de bodemloze put.

Zoek het licht en word het licht. Dan heeft het duister geen kans.

Omdat het duister alles weet, maar het licht nu eenmaal niet kan begrijpen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Sluit vrede met elkaar, voor we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

De eerste keer dat ik de blauwe, naar zwarte neigende plekken op mijn vader’s polsen zag, wist ik instinctief dat het foute boel was. 

Hij probeerde ze naarstig te negeren, te bedekken onder truien, mouwen en manchetten, maar hoe lang kun je je verbergen voor je gezin, voor je teamgenoten van het waterpoloteam én voor het noodlot. 

Heb je je gestoten Hans?

Ook de bloedbank, waar hij altijd trouw aan gaf, stuurde al een tijdje paniekerige brieven, dat hij wellicht beter even naar de huisarts kon gaan. 

En zo nam mijn gigantische, ijzersterke, ongenaakbare vader, de eerste glibberige treden naar beneden, rechtstreeks naar het koortsige duister van de medische hel. Schoorvoetend, als de gewonde leeuw die zijn poot in de schoot legt van de heilige Hiëronymus, die dit keer echter weinig voor hem kon doen. Dit was geen splinter. Dit zat overal. In iedere beenmerg- en bloedcel.  

Het staat me bij als de dag van gisteren, het bloed op zijn hoofdkussen, de vuurrode puntjes op zijn enkels, de verbijsterde hematoloog in het Radboud Ziekenhuis die tijdens zijn eerste consult, opkijkend uit zijn papieren, bezorgd aan hem vroeg: “of hij wellicht ooit had meegewerkt aan kernproeven, omdat zijn aandoening eigenlijk uitsluitend in Hirosjima en Nagasaki voorkwam.”*

Het bleek dat hij leed aan refractaire anemie, dat er voor zorgde dat de blasten in zijn bloed de plaats innamen van gezonde cellen en dat zijn platelet count kelderde. 

Het bloed van mijn vader veranderde langzaam in vervuild water, zoute ranja. De bloedcellen in zijn lijf kwamen in opstand, verdrongen elkaar en maakten elkaar het werken onmogelijk. 

Rode en witte gardisten in een koortsige strijd op leven en dood. 

Zijn lichaam had zich tegen zichzelf gekeerd. Een tragedie die uiteindelijk eenzaam en pijnlijk eindigde in een isoleercel voor beenmergtransplantatie en dit gedicht.

Wat mij zo raakt is dat ik, wat ik 30 jaar geleden met mijn zo ongenaakbare vader zag gebeuren, vol afgrijzen, opnieuw zie gebeuren in deze tijd. Onwillekeurige zelfdestructie waardoor alles van waarde, alles dat heilig is wordt vermalen en gesloopt.

Ik zie de auto immuunziekte in onze maatschappij; in onze gezinnen en families. In onze bedrijven en in onze lichamen zelf, waar onze cellen worden aangezet hun eigen gif te produceren. 

Ik zie hoe we als bevolking tegen elkaar worden opgezet, als woedende bloedcellen, die klaar worden gemaakt om onszelf te verzwakken te verdringen en uit te schakelen. 

Ik zie een strijd van vader tegen moeder. Van baas tegen personeel. Van stamgast tegen stamgast in een Leeuwardense kroeg, uitgejoeld en uitgelachen omdat ze het cafe wordt uitgezet, door mensen die nog niet doorhebben dat ze net zo hard, zo niet harder worden verneukt. Oude vrienden die elkaar beschuldigen en haten. Elkaar nu zien als ziekteverwekkers en NSB ers.

Een langzame sloop, die niet te stoppen is, omdat we ons onderling als vijanden zijn gaan gedragen, in een cynische multi dimensionale myelodysplasie. Met dolken achter onze rug verborgen om elkaar heen draaiend, loerend, wachtend op de eerste verdachte beweging van de ander.

Mijn vader was ijzersterk. Alleen zijn eigen lichaam kon hem slopen. 

En dat geldt ook voor onze maatschappij. 

Als we willen dat hetgeen we liefhebben overleeft, zullen wij snel moeten inzien, dat wij niet elkaars vijanden zijn, maar allesverzengende krachten die ons doorstralen van haat en deceptie. 

Machten die alles doen om ons tegen elkaar op te stoken, opdat we onszelf zullen verzwakken en uiteindelijk vernietigen. 

Sluit vrede met elkaar, voor het te laat is en we in isolatie onze laatste adem uitblazen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

*We denken dat hij zijn ziekte opdeed bij Stork in de jaren 60, waar mijn vader als jong ingenieur betrokken was bij het doorstralen van stalen opslagtanks, in een mysterieuze afdeling; het Laboratorium Metalen Stork, waar, behalve een koperen schemerlamp met inscriptie bij ons thuis, niets meer aan herinnert. Ik schreef er, zo zag ik tot mijn eigen verbazing, al eerder een vergeten column over.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

Leven we in 1984? Was het maar waar!

Ik hoor het vaak de laatste tijd, 

“We vliegen op z’n kop” 

Met brullende motoren, crashen we in duizelingwekkende vaart, dwars door luchtlagen tradities, gewoontes, geschreven recht en op eeuwen aan ervaring gesmede waarheden. Tollend zwiepen we in een vrille door een cumulus wolk van spuitpoep, met door leugens en verraad verstopte pitot tubes. 

Krankzinnige piloten klemmen de stick, hysterisch ratelend in hun vuisten. En duwen hard naar voren, richting aarde. Een macaber concert van chimes en bellen, wordt grijnzend genegeerd. “Pull Up” Pull Up”.

Kriskras scheren we inverted over de wereld, onze naar lysol en bitterkoekjes stinkende toverbal, die in krankzinnige bochten en hoeken dwars door het heelal stuitert. Verkleurend van roze kermissen naar paarse vrijdagen, van codes rood, naar code geel, uiteenspattend in een orgie van fietspadregenbogen en pedopaarse vrijdagen. 

Leefden we maar in die gezapige roze roes van Aldous Huxley’s Brave New World, die “delicious illusion” van de Matrix, waarin de “juicy steak” tenminste niet naar meelwormen smaakte.

Of desnoods in de rigide, wreedstatige monotonie van 1984, waarin je tenminste wist waar je aan toe was.

Voor ons is War niet alleen Peace, Freedom niet slechts Slavery. Ignorance niet alleen Strength.

Als dat alles was. Wat een zegen zou dat zijn.

In onze clown world is Innocence, Guilt en Love is Hate. 

Treason is Loyalty. Weakness is Power, Greed is good. Uglyness is Beauty.

Fat is Fab.

Sickness is Health.

Treason is Loyalty.

Poison is Cure.

Women are Men. Men are Pregnant.

Stupidity is Excellence. Lies are Truth.

Mark Rutte en Sigrid Kaag zijn alom geliefd, gekozen in goudeerlijke verkiezingen.

Abortus is Liefde. 

Moordenaars zijn Zielig. Slachtoffers zijn Daders. 

Foe is Friend. Laten we ze 86 miljard aan wapens geven en een adressenlijst van onze ondergedoken mensen. De eersten bungelen al onder onze eigen helicopters.

Kinderen zijn Moordenaars, Ziekteverspreiders. Frisse lucht is Vergif. Vergif een Zegen.

Het verbranden van bossen is goed voor de natuur. En bruinvissen red je door ze uit te roeien.

Apartheid doen we Samen.

Gelijkheid is Racisme. Alleen als je met de juiste kleur geboren bent, zwaaien alle gouden deuren voor je open. Dan mag je programma’s presenteren, prijzen winnen, columns schrijven, heldenrollen acteren. Dan krijg je subsidie. Dan mag je uit boosheid over een verkeerd gearresteerde crimineel, hele steden afbranden en zonder mondluier demonstreren zonder in elkaar te worden gerost. Dan knielt de politie voor je. En kust de paus je schoenen. Exclusief is Inclusief.

En als je jezelf anti fascist noemt, mag je in zwart uniform, gewapend door de straten marcheren, bejaarden en gehandicapten treiteren. En bidgroepjes uit elkaar slaan.

In onze draaikolk naar het bittere einde, vervloeien de heldere kleuren van Raphael en Van Gogh, tot een bruin groene modder van incompetentie, bewuste slechtheid en perverse banaliteiten. De kotszakjes in de cabine zijn tot de rand gevuld. 

Onze engelen blijken monsters, onze hoogste leiders, het laagste uitvaagsel. Onze artsen gaan over lijken, wetenschappers zijn cynische zakenmensen of autistische meisjes die de zee alleen al kunnen laten stijgen, door getormenteerd te kijken.

Journalisten, columnisten, vrije kunstenaars en rebellen, blijken geobstipeerde trekpoedels van de macht.

In Brussel brult een zwijn, weggelopen uit Animal Farm, amechtig zijn bevelen. De leider van de vrije wereld is opgesloten in warrige wanen. En in Rome, de eeuwige stad, vereert de Paus op rode glimmende schoentjes zijn Beëlzebub en prijst namens Onze Lieve Heer injecties aan, die de schepping vernietigen.

Ik zoek de hemel. En zie alleen nog maar de grond. 

Maar dan omgekeerd. 

Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.

Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!