De eerste keer dat ik de blauwe, naar zwarte neigende plekken op mijn vader’s polsen zag, wist ik instinctief dat het foute boel was.
Hij probeerde ze naarstig te negeren, te bedekken onder truien, mouwen en manchetten, maar hoe lang kun je je verbergen voor je gezin, voor je teamgenoten van het waterpoloteam én voor het noodlot.
Heb je je gestoten Hans?
Ook de bloedbank, waar hij altijd trouw aan gaf, stuurde al een tijdje paniekerige brieven, dat hij wellicht beter even naar de huisarts kon gaan.
En zo nam mijn gigantische, ijzersterke, ongenaakbare vader, de eerste glibberige treden naar beneden, rechtstreeks naar het koortsige duister van de medische hel. Schoorvoetend, als de gewonde leeuw die zijn poot in de schoot legt van de heilige Hiëronymus, die dit keer echter weinig voor hem kon doen. Dit was geen splinter. Dit zat overal. In iedere beenmerg- en bloedcel.
Het staat me bij als de dag van gisteren, het bloed op zijn hoofdkussen, de vuurrode puntjes op zijn enkels, de verbijsterde hematoloog in het Radboud Ziekenhuis die tijdens zijn eerste consult, opkijkend uit zijn papieren, bezorgd aan hem vroeg: “of hij wellicht ooit had meegewerkt aan kernproeven, omdat zijn aandoening eigenlijk uitsluitend in Hirosjima en Nagasaki voorkwam.”*
Het bleek dat hij leed aan refractaire anemie, dat er voor zorgde dat de blasten in zijn bloed de plaats innamen van gezonde cellen en dat zijn platelet count kelderde.
Het bloed van mijn vader veranderde langzaam in vervuild water, zoute ranja. De bloedcellen in zijn lijf kwamen in opstand, verdrongen elkaar en maakten elkaar het werken onmogelijk.
Rode en witte gardisten in een koortsige strijd op leven en dood.
Zijn lichaam had zich tegen zichzelf gekeerd. Een tragedie die uiteindelijk eenzaam en pijnlijk eindigde in een isoleercel voor beenmergtransplantatie en dit gedicht.
Wat mij zo raakt is dat ik, wat ik 30 jaar geleden met mijn zo ongenaakbare vader zag gebeuren, vol afgrijzen, opnieuw zie gebeuren in deze tijd. Onwillekeurige zelfdestructie waardoor alles van waarde, alles dat heilig is wordt vermalen en gesloopt.
Ik zie de auto immuunziekte in onze maatschappij; in onze gezinnen en families. In onze bedrijven en in onze lichamen zelf, waar onze cellen worden aangezet hun eigen gif te produceren.
Ik zie hoe we als bevolking tegen elkaar worden opgezet, als woedende bloedcellen, die klaar worden gemaakt om onszelf te verzwakken te verdringen en uit te schakelen.
Ik zie een strijd van vader tegen moeder. Van baas tegen personeel. Van stamgast tegen stamgast in een Leeuwardense kroeg, uitgejoeld en uitgelachen omdat ze het cafe wordt uitgezet, door mensen die nog niet doorhebben dat ze net zo hard, zo niet harder worden verneukt. Oude vrienden die elkaar beschuldigen en haten. Elkaar nu zien als ziekteverwekkers en NSB ers.
Een langzame sloop, die niet te stoppen is, omdat we ons onderling als vijanden zijn gaan gedragen, in een cynische multi dimensionale myelodysplasie. Met dolken achter onze rug verborgen om elkaar heen draaiend, loerend, wachtend op de eerste verdachte beweging van de ander.
Mijn vader was ijzersterk. Alleen zijn eigen lichaam kon hem slopen.
En dat geldt ook voor onze maatschappij.
Als we willen dat hetgeen we liefhebben overleeft, zullen wij snel moeten inzien, dat wij niet elkaars vijanden zijn, maar allesverzengende krachten die ons doorstralen van haat en deceptie.
Machten die alles doen om ons tegen elkaar op te stoken, opdat we onszelf zullen verzwakken en uiteindelijk vernietigen.
Sluit vrede met elkaar, voor het te laat is en we in isolatie onze laatste adem uitblazen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
*We denken dat hij zijn ziekte opdeed bij Stork in de jaren 60, waar mijn vader als jong ingenieur betrokken was bij het doorstralen van stalen opslagtanks, in een mysterieuze afdeling; het Laboratorium Metalen Stork, waar, behalve een koperen schemerlamp met inscriptie bij ons thuis, niets meer aan herinnert. Ik schreef er, zo zag ik tot mijn eigen verbazing, al eerder een vergeten column over.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Met brullende motoren, crashen we in duizelingwekkende vaart, dwars door luchtlagen tradities, gewoontes, geschreven recht en op eeuwen aan ervaring gesmede waarheden. Tollend zwiepen we in een vrille door een cumulus wolk van spuitpoep, met door leugens en verraad verstopte pitot tubes.
Krankzinnige piloten klemmen de stick, hysterisch ratelend in hun vuisten. En duwen hard naar voren, richting aarde. Een macaber concert van chimes en bellen, wordt grijnzend genegeerd. “Pull Up” Pull Up”.
Kriskras scheren we inverted over de wereld, onze naar lysol en bitterkoekjes stinkende toverbal, die in krankzinnige bochten en hoeken dwars door het heelal stuitert. Verkleurend van roze kermissen naar paarse vrijdagen, van codes rood, naar code geel, uiteenspattend in een orgie van fietspadregenbogen en pedopaarse vrijdagen.
Leefden we maar in die gezapige roze roes van Aldous Huxley’s Brave New World, die “delicious illusion” van de Matrix, waarin de “juicy steak” tenminste niet naar meelwormen smaakte.
Of desnoods in de rigide, wreedstatige monotonie van 1984, waarin je tenminste wist waar je aan toe was.
Voor ons is War niet alleen Peace, Freedom niet slechts Slavery. Ignorance niet alleen Strength.
Als dat alles was. Wat een zegen zou dat zijn.
In onze clown world is Innocence, Guilt en Love is Hate.
Treason is Loyalty. Weakness is Power, Greed is good. Uglyness is Beauty.
Fat is Fab.
Sickness is Health.
Treason is Loyalty.
Poison is Cure.
Women are Men. Men are Pregnant.
Stupidity is Excellence. Lies are Truth.
Mark Rutte en Sigrid Kaag zijn alom geliefd, gekozen in goudeerlijke verkiezingen.
Abortus is Liefde.
Moordenaars zijn Zielig. Slachtoffers zijn Daders.
Foe is Friend. Laten we ze 86 miljard aan wapens geven en een adressenlijst van onze ondergedoken mensen. De eersten bungelen al onder onze eigen helicopters.
Kinderen zijn Moordenaars, Ziekteverspreiders. Frisse lucht is Vergif. Vergif een Zegen.
Het verbranden van bossen is goed voor de natuur. En bruinvissen red je door ze uit te roeien.
Apartheid doen we Samen.
Gelijkheid is Racisme. Alleen als je met de juiste kleur geboren bent, zwaaien alle gouden deuren voor je open. Dan mag je programma’s presenteren, prijzen winnen, columns schrijven, heldenrollen acteren. Dan krijg je subsidie. Dan mag je uit boosheid over een verkeerd gearresteerde crimineel, hele steden afbranden en zonder mondluier demonstreren zonder in elkaar te worden gerost. Dan knielt de politie voor je. En kust de paus je schoenen. Exclusief is Inclusief.
En als je jezelf anti fascist noemt, mag je in zwart uniform, gewapend door de straten marcheren, bejaarden en gehandicapten treiteren. En bidgroepjes uit elkaar slaan.
In onze draaikolk naar het bittere einde, vervloeien de heldere kleuren van Raphael en Van Gogh, tot een bruin groene modder van incompetentie, bewuste slechtheid en perverse banaliteiten. De kotszakjes in de cabine zijn tot de rand gevuld.
Onze engelen blijken monsters, onze hoogste leiders, het laagste uitvaagsel. Onze artsen gaan over lijken, wetenschappers zijn cynische zakenmensen of autistische meisjes die de zee alleen al kunnen laten stijgen, door getormenteerd te kijken.
Journalisten, columnisten, vrije kunstenaars en rebellen, blijken geobstipeerde trekpoedels van de macht.
In Brussel brult een zwijn, weggelopen uit Animal Farm, amechtig zijn bevelen. De leider van de vrije wereld is opgesloten in warrige wanen. En in Rome, de eeuwige stad, vereert de Paus op rode glimmende schoentjes zijn Beëlzebub en prijst namens Onze Lieve Heer injecties aan, die de schepping vernietigen.
Ik zoek de hemel. En zie alleen nog maar de grond.
Maar dan omgekeerd.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Een van mijn favoriete Russische liedjes heet кукушка, Koekoek. Gezongen door Полина Гагарина . Het origineel is van de bard Виктор Цой.
In кукушка legt Polina Gagarina, die in 2015 nog eervol tweede werd tijdens het Songfestival met “A Million Voices”, alle passie van een gewond volk. Het hartverscheurende trauma van miljoenen door granaten opengereten zonen, van verkrachte en voor oud vuil in een greppel achtergelaten dochters. Het diepste volksleed, dat zelfs de machtige tijd niet kan helen.
кукушка is de soundtrack van de miniserie – Битва за Севастополь- De slag om Sebastopol. Het verhaal gaat over Lyudmila Pavlichenko, een studente die vrijwillig scherpschutter wordt in het Rode Leger en met de moed der wanhoop vecht aan het hier volstrekt onbekende, maar niet minder bloederige Krimfront.
Doordrenkt van weemoed en onmenselijke moed en kracht, de hartstocht om te zonder aarzeling te beschermen wat haar lief is, vecht ze met alles wat ze in zich heeft. Zonder aan opgeven te denken. Ook al is er geen munitie.
Je hoeft de tekst niet te kunnen vertalen om de pijn te voelen die nog steeds als een dreigende mist over de oneindige Oekraïense en Russische steppes hangt.
Lyudmila weet waarvoor ze vecht, tegen welke monsters en wat ze precies te verliezen heeft.
Ik vraag me af wat dezelfde Lyudmila had gedaan in de oorlog waar wij nu middenin zitten.
Een oorlog waarin geen tanks de straten ratelen, geen schoten vallen, er geen ruïnes of loopgraven zijn om dekking in te zoeken, zelfs geen achterhuizen om je in te verstoppen.
Een oorlog waarin de vizieren gericht zijn op de liefde, vertrouwen, warme familie- en vriendschapsbanden, de hele menselijkheid, het lichaam, de geest en de ziel. Onze cellen. Ons DNA.
Deze door angstpropaganda en paniekporno opgedrongen maatschappelijke autoimmuniteit. Waarin iedereen tegen elkaar wordt uitgespeeld en opgezet. Een oorlog waarin we allemaal hetzelfde uniformpje dragen.
Een oorlog van deceptie waarin de vijand steeds achter je rug staat of net onzichtbaar in de schaduw en nooit tegenover je in een veldgrijs of zwart uniform.
Een oorlog waarin je niet weet waarop je moet mikken.
Zou de moedige Lyudmila van nu, net als zoveel burgers, ineengedoken achter in de bus zitten met haar mondmaskertje op? Zou ze in de rij staan voor haar derde prikje. Zou ze de vijand überhaupt herkennen? Zou ze geloven dat er een vijand is, of zou ze juist haar moeder verdenken die de prik weigert? Zou ze de ware vijand juist dankbaar zijn voor de bescherming tegen het levensgevaarlijke virus.
Zou ze haar handen stuk wassen?
En als ze toch door de verpestende propaganda en het ultieme verraad heen zou kunnen kijken en ze zou willen vechten, wat zijn dan haar wapens?
In de oorlog van 2021 vernietigt wapentuig alleen je eigen idealen, werkt iedere vorm van geweld glashard tegen je en kunnen zelfs verkeerd gekozen woordjes je zomaar de kop kosten. Woorden zijn de media boobytraps, waarmee je voor de hele natie aan de schandpaal kan worden gezet, ter meerdere eer en glorie van het gewenste narratief.
Het lijkt niet eenvoudig om een oorlog te vechten zonder wapens van staal en kruit, zonder soldaten en bloedvergieten, maar toch zijn zulke oorlogen en revoluties al zo vaak succesvol gevoerd.
De Sovjetunie is gevallen zonder slag of stoot. Polen ging vreedzaam om, onder aanvoering van Lech Walesa. Mahatma Gandhi kreeg het British empire op de knieën met geweldloos verzet. Martin Luther King overwon, althans voor een jaar of 40, het institutioneel racisme in de Verenigde Staten. En het geduld van de Taliban bleek sterker, dan de Russen en de drones en tanks van Bush en Obama.
Vechten in de modder, op landmijnen staan en onze ledematen verliezen. Het is gelukkig niet meer nodig. We hoeven geen tanks in brand te schieten. Of onder mitrailleurvuur door het bloed van onze kameraden te kruipen. Vechten werkt alleen maar averechts.
Maar dat betekent niet dat we gezapig op onze Covid kilo’s kunnen blijven zitten. En ieder voor zich achter de treurbuis mismoedig en depressief ons happy meal naar binnen kunnen blijven schuiven in de hoop dat de krankzinnige situatie waar wij ons in bevinden vanzelf oplost.
Dat gaat niet gebeuren.
Ook deze bloedeloze informatieoorlog, waarin leugens de rol van kogels hebben gekregen, vraagt om scherpte en inzet, bezieling en moed.
Niet van iemand anders. Maar van jou. Jij bent de Lyudmila van nu. Ik ook. Ongewapend en wel.
Deze oorlog winnen kan alleen als we massaal op durven te staan en in beweging komen. Als we net als de Engelsen, de Fransen en de Israeli, iedere week met meer mensen de straat op gaan. Als we de vijand laten zien dat we er zijn. En dat we niet opgeven. Dat we met heel veel zijn en blijven groeien.
Vijf September moeten we er allemaal staan, op de Dam in Amsterdam. Ik ben erbij.
Het kan als we vrienden en geliefden wakker schudden, zodra ze daar enigszins open voor staan, de discussie of informatie zoeken.
Door ieder scheurtje in het narratief aan te grijpen en de twijfel te vergroten.
Het kan als we alles mijden dat ons nog verder uit elkaar speelt, zoals restaurants en evenementen die vaccinaties eisen en scholen die prikbussen toelaten aanspreken.
Het kan als we luidkeels laten horen dat we het niet prikken en er desnoods voor willen lijden.
Dat we liever met zijn allen op de grond zitten dan op terrasstoelen waarop alleen het geprikte Herrenvolk mag zitten. Het is een hele kleine prijs vergeleken met de prijs die Lyudmila en haar medestrijders moesten betalen voor hun vrijheid.
Het kan als we moedige mensen uit de mainstream zoals Rosanne Hertzberger, knuffelen en aanmoedigen. Zij zijn echte helden met zoveel meer te verliezen dan wij, die toch al voor gek zijn verklaard.
Het kan als we de feestjes van de elite, die opvallend vrijgesteld van iedere regel waar wij ons wel aan moeten houden, mijden als de pest. Kijk niet, twitter er niet over! Wees geen laaf. Boycot F1 Zandvoort. Niet knielen voor debielen of voor prinsjes met een TV bril.
Het kan als we elkaar opzoeken en onze mond open doen op schoolpleinen en familiefeestjes. En niet wegduiken voor boze blikken of lafjes capituleren voor de communis opinio van de Karens.
Het kan door steeds politici en journalisten vragen te stellen, die ze liever niet willen beantwoorden. Door ze te confronteren met de keiharde feiten, die zich steeds pregnanter opdringen, waardoor ze steeds opnieuw in paniek hun narratief moeten bijstellen.
Het kan door gezonde humor te gebruiken om elkaar te ontwapenen, door mens te blijven, door liefde en vriendschap te blijven stellen tegenover aangeleerde angst en haat.
Het kan door zelfs de grootste dwaallichten te vergeven als ze eindelijk, eindelijk het licht zien. Omarm ze.
Het kan als we een gemeenschap vormen, onze gegevens met elkaar delen, elkaar weten te vinden, voor elkaar opkomen. Op elkaar leren vertrouwen, zodat we geen slachtoffer worden van het prisoners dilemma.
Het kan als we onderling kleine verschillen opzij zetten. En initiatieven steunen als Blxbx, Artsen Covid Collectief en partijen als Forum voor Democratie.
Het kan als we geen los zand zijn op het strand, met miljoenen machteloze korreltjes, maar compacte sneeuwballen die de ruiten laten rinkelen.
Maar bovenal kan het pas als wij, net als de lui die ons in deze waanzin hebben gestort, precies weten wat we willen, waar we naartoe werken. Want alleen als je weet wat je wilt, kun je er voor vechten. En precies daar zit onze achilleshiel.
Willen we terug naar het oude normaal? Met dezelfde verziekte politieke kastes, dezelfde verpestende milieu en horizonvervuiling, dezelfde Goddeloosheid, waarin ongewenste babies achteloos met het badwater worden weggegooid, hetzelfde zoute Unilevervoer. Hetzelfde waardeloze geld. Dezelfde dozen langs de snelweg? Een wereld waarin alle mannelijke kuikentjes door de hakselaar gaan?
Het is hoog tijd dat we deze existentiële discussie voeren en ons eigen nieuwe normaal vorm geven in nieuwe idealen. Een ideologisch tegenwicht aan de waanzin van Kaag, Schwab, Macron en Biden. Je moet ergens in geloven als je een strijd aangaat. Of je nou gewapend bent met geweren of met bloemen.
Al twee jaar voor Meliton Kantaria en Mikhail Yegorov de Rode de Hamer en Sikkel op de Rijksdag plantten, begonnen in Teheran de eerste gesprekken hoe om te gaan met het machtsvacuüm dat met de ondergang van Nazi Duitsland en het land van de rijzende zon zou ontstaan.
Het wordt tijd dat wij onze eigen Potsdam, ons eigen Jalta gaan organiseren. Want alleen als we een idee hebben van ons eigen nieuwe normaal, kunnen we hun nieuwe normaal verslaan.
De vraag nu aan jullie, is wat je wilt zijn…
Камнем лежать или гореть звездой? Het mooiste zinnetje uit кукушка.
Vertaal zelf maar even.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Nu de gebeurtenissen elkaar in ijltempo opvolgen, is het messcherpe inzicht van gisteren, de wijdopen deur van vandaag. En is iedere buitenissige voorspelling van nu, het lompe understatement van morgen.
Het konijnenhol blijkt steeds dieper. En in het duister lijken helemaal geen konijnen te wonen.
De decors wisselen elkaar in razend tempo af, op dit podium van een macaber wereldtheater, waarvan de roodfluwelen gordijnen zelden helemaal open worden getrokken en je maar af en toe een glimp opvangt van de ballerina’s die deze duizelingwekkende danse macabre leiden.
Er gebeurt te veel om mijn gedachten te ordenen.Maar dat ontslaat me niet van de plicht het te proberen.
Eergisteren herdacht Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat terwijl de Eerste Wereldoorlog pas anderhalf jaar geleden begon.
Vanuit onze onmetelijke welvaart, ons perfect geregelde veilige leven, waarover we af en toe mochten dromen dat deze eeuwig zou duren, werden we zonder enige waarschuwing, geparachuteerd in een vette, verraderlijke fog of war, die voor het eerst in de geschiedenis de hele wereld omsluiert.
Een wereldoorlog die voor ons begon met een oorlogsverklaring uit eigen gelederen; ons vertrouwde normaal zou nooit meer terugkeren, zo prevelde de bleke oncoloog met uitgestreken smoel en gevouwen handen, terwijl we een minuut daarvoor nog dachten dat we een heel leven voor ons hadden.
We schrijven inmiddels het tweede jaar van deze smerige oorlog waar geen ontsnappen aan is door eenvoudig een grens over te vluchten. Geen English Channel meer om in een roeibootje over te steken, geen geitenpaadjes dwars door de Pyreneeën, die naar de fel begeerde vrijheid en een dorstlessende kan sangria leiden.
Geen Zwitserland. Geen Argentinië of Uruguay. Opnieuw is er het neutrale Zweden, maar ook daar wordt volop geïnjecteerd met Pfizer en ModeRNA. De injectiespuit als infanteriewapen van deze tijd.
Alleen in Afghanistan is de prik verboden, maar daar heerst een andere oorlog.
Waar je ook kijkt, waar je ook luistert, overal woedt diezelfde vieze psychologische oorlog.
Van de Filipijnen tot Parijs. Van Austin Texas tot Amsterdam. Dezelfde dwang, dezelfde apartheid. Dezelfde met opgedrongen doodsangst en in verblindende verwarring gecreëerde, kunstmatige haat en nijd.
Dezelfde verpestende propaganda die ooit gezworen broeders en stammen, dorpen, gezinnen en kerken, naar de bodem sleurt, gemeenschappen tot in het diepste verscheurt en tegen elkaar opzet.
De loopgraven van deze oorlog lopen niet langs linies in het open veld, maar dwars door woonkamers, door bedrijfskantines, artspraktijken en sportverenigingen.
Dit is geen oorlog is in de klassieke zin, met bajonetten, vliegende ledematen, darmen die in prikkeldraad hangen en regens van gloeiend lood.
Het gebulder van de kanonnen die in Koersk en Normandie het offensief openden, vervangen door een diepe kristallen stilte, waarin je “eindelijk weer de vogels kon horen”.
Geen kaartentafels vol vlaggetjes. Geen paddenstoelwolk aan de lucht. Maar lege snelwegen en vreemd dansende verpleegsters. Aangestoken bosbranden en geforceerde overstromingen.
En hoewel er ook in deze oorlog weer massa’s onschuldige slachtoffers zijn, worden ze nu verborgen voor de camera’s. De duizenden bejaarden die in New York State bewust op elkaar werden gepropt om elkaar te besmetten en stierven als bromvliegen met een plastic buis in hun keel. De onbehandelde kankerpatiënten, en vele andere doodstille doden van de uitgestelde zorg, de jonge mensen en geruïneerde ondernemers, die de bloei van hun leven voor hun ogen zagen verwelken en er stilletjes een einde aan maakten. De miljoenen uitgehongerde Afrikaanse kinderen die verstoken bleven van westerse hulp, omdat alles stil lag, dus ook hun levenslijnen. De vele weggemoffelde slachtoffers van de gentherapie, die nooit het nieuws halen. Creperend met Guillain Barre, myocarditis, pericarditis, epilepsie of bloedklonters in hun longen, hersens en benen.
In deze wereldoorlog wordt gevochten met verleiding, deceptie en programmering. Met tot kookpunt aangewakkerde doodsangst, die als een gifgas door de wijken kringelt. De veldgrijze overvalwagens van toen, de prikbussen van nu.
De concentratiekampen en kazernes, smetteloos wit.
De voetsoldaten van toen, nu de massa dode zielen met grauwe koppen, die krankzinnig bang gemaakt en murw gebeukt door onophoudelijke angstporno, hun enige houvast vinden aan steeds schuivende panelen, van injecties, pcr testen, QR codes en potsierlijke decreten van leiders, waar ze in een ander leven nog geen stuiver voor zouden geven.
Arme zielen, in limbo zwevend tussen hoop en vrees, die zover zijn meegelopen met de duivel, dat ze de weg uit de hel niet meer op eigen kracht terug kunnen vinden en uit armoe, zelf de vlammende toorts maar oppakken, om mensen die de andere weg kozen, klauwend hun eigen teerput in te dwingen.
De elitetroepen van toen, nu de cynische intriganten van nu. De P.R. guru’s. Tevreden achter hun beeldschermen, grijnzend over de steeds verder verhittende gemoederen tussen goede mensen; echtgenoten, vrienden en geliefden die een halfjaar geleden nog van elkaar hielden, maar nu met woeste koppen tegenover elkaar staan, elkaar vermijdend en vervloekend voor besmettelijk of Wappie.
We zijn allemaal de onvrijwillige deelnemers aan deze wereldoorlog, waarin niet een ander volk de vijand is, maar hét volk. De hele wereldbevolking, die hopeloos verdeeld, verzwakt en tegen elkaar uitgespeeld wordt. Die genummerd en gechipt, onder de knoet moet worden gebracht van een puissant machtig netwerk van bedrijven en families, sekteleden en een Communistische Partij van wie het gedroomde systeem is afgekeken.
Een oorlog van illusies en lachspiegels. Van goocheltrucs en beroepsleugenaars die ons op alle fronten gek proberen te maken in een bullshit blitzkrieg van virussen, luchtgassen, klimaatrampen en andere onzichtbare zaken. Zoals de Stuka piloten deden met de gekmakende, oorverdovende sirene die aan hun landingsgestel was gemonteerd.
Dit is een wereldoorlog zonder legers.
Een oorlog tegen iedereen. Man vrouw én kind. Blank, Geel en Zwart. Moslim Christen en Buddhist. Overal ter wereld.
En deze oorlog is nog lang niet verloren.
Steeds meer mensen gaan vreedzaam de straat op. In Frankrijk en overal ter wereld. Het zijn er miljoenen. Terwijl de terrassen “slegs vir geprikten”, op de Champs Elysées troosteloos en uitgestorven blijven.
Miljarden mensen weigeren hun opgedrongen shot. En de pogingen om ze daar alsnog toe te verleiden worden steeds desperater. Dreigementen en smoesjes zijn botte wapens, nu juist steeds meer vernietigende informatie over de inhoud van de prik naar buiten komt, tegen een ziekte die wel heel veel weg heeft van de plots uitgestorven griep.
En ook de keuze, om zich nu vol op de kinderen te richten, maakt zelfs de volgzaamste ouders, opa’s en oma’s klaarwakker. Zelf verstoken van nageslacht en een geweten, nog nooit een navelstreng doorgeknipt, begrijpen ze blijkbaar de eenvoudigste oerinstincten niet.
Zoals ze ook de onverwoestbare band tussen mensen niet begrijpen, die ze uiteindelijk de das om gaat doen.
Nog lijken ze aan de winnende hand, door dagelijks de massamedia te vullen met opvallend eenvormige, steeds potsierlijker klinkende herhaalpropaganda, die steeds makkelijker te debunken is. Steeds diezelfde bargoense kunstkoppen met kille ogen en dito boodschappen, laten het lijken dat ze nog steeds de touwtjes in handen hebben. Nog steeds hebben ze de democratie gegijzeld en creëeren ze nieuwe wetten die hen de schijn van legitimiteit en volksvolkmacht moet geven. Maar buiten het kaders van de camera’s groeit het bewustzijn.
Het bewustzijn is het wapen.
Dit is de eerste wereldoorlog die gevochten wordt zonder wapens van staal. Een oorlog waarin geweld geen oplossing biedt en ieder schot ricocheert.
Dit is de oorlog waarin oprechte mensenliefde en een herwonnen collectief bewustzijn, jaren verdoofd door Tik Tok en PornHub, door Woke propaganda en de Kardashians, de ware wonderwapens zijn, wapens tegen een Goddeloze kracht die de wereld, Matrix-style wilde knechten en oogsten, in een diepe, liefst eeuwige slaap willen sussen. Met waardeloos fiatgeld, tranquillizers, gentherapie en een VR bril geladen met harde porno.
We hebben jullie door.
Wij zijn het vreedzame verzet dat elkaar weer zal leren kennen en nieuwe verbonden en netwerken zal smeden. Vreedzaam de stem zal verheffen, terwijl we alle straten van de steden vullen.
Wereldwijd. Dag na dag.
Het verzet, dat nooit opgeeft en kracht put uit hun gedwongen uitsluiting, dat niet angstig vasthoudt aan het oude dat ze dreigen af te nemen, maar alles in de strijd gooit en opnieuw durft te bouwen.
Het verzet dat iedere twijfelaar wakker maakt en iedere spijtoptant vergeeft en omarmt, hoe diep deze ook vastzat in het web van leugens dat voor ons allemaal gesponnen werd.
Het verzet van miljoenen dat tot miljarden aangroeit en iedere dolende ziel welkom heet in het legioen van warmbloedige mensen die doorzien wat hier gebeurt.
En hen helpt hun uniform van angst af te leggen.
Het verzet van de wakkeren.
De wakkeren die deze tirannie minzaam afwijzen en elkaar omhelzen alsof we elkaar voor het eerst zien voor wat we zijn.
Allen geschapen in het evenbeeld van God.
Onbetaalbaar en niet te knechten.
Vind je mijn werk belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
U wist het wellicht nog niet, maar we bevinden ons midden in een periode die vroeger bekend stond als de hondsdagen, de heetste tijd van het jaar, waarin iedere hond verplicht een muilkorf om moest of in de bloedhitte aan de ketting werd gelegd, uit angst voor hondsdolheid.
Vandaag voel ik me precies zo’n beest, vol energie en leven, dat onbezorgd over het strand wil dartelen en in de branding achter een bal aan wil springen, dat vrij met zijn puppies wil ravotten, kluiven wil begraven.
Een hond die in plaats daarvan, in een heet, donker psychotropisch stinkhok ligt te zweten, aan een onzichtbare stalen ketting van qr codes, testen, mondkapjes, prikken en steeds krankzinniger wordende regeltjes.
De mond gesnoerd tussen vetleren banden.
Een vernederd beest in de kracht van zijn leven, die het erf over wordt geschopt door wrede machtsgeile menners, bezeten van bijgeloof en inktzwarte bedoelingen. Gewetenloze opzichters die sponzen goudbruin bakken in braadvet, in de hoop dat ik ervan ga smullen en daarna ga drinken tot mijn maag explodeert.
Sadisten die kalfsworstjes voor mijn snuit bungelen, alleen om deze weg te trekken, zodra ik er uitgehongerd naar hap.
Dat gevoel van een onzichtbare knelband om mijn nek, die stukje bij beetje wordt ingesnoerd en mij het ademen steeds meer belet. Die ketting die alleen af en toe een paar tandjes losser gaat, om hem daarna grijnzend nog strakker aan te halen. Je zou er vals van worden.
Gelukkig ben ik geen hond en weet ik dat bijten, nog minder oplost dan blaffen en grommen.
En besef ik heel goed, dat het vermoeden van hondsdolheid, ook nu je lot bezegelt met een spuitje dat al je zorgen oplost.
Maar ik zou sommige baasjes wel adviseren, anderhalve meter afstand te houden.
Zeker tijdens de hondsdagen.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt mij hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
“Afblijven” zo twitterde Georgina Verbaan kortaf, toen Geert Wilders, de zelfdestructieve Jazz zangeres Amy Winehouse herdacht in een onschuldig tweetje.
En met dat ene woordje eigende zij zich iets toe dat universeel zou moeten zijn. Menselijkheid, medeleven, herdenken en troost.
Een afgekeurd mens, mag geen gevoel hebben. Laat staan gevoel of compassie tonen. De boeman mag niet laten zien dat ook hij kan treuren over een tragisch lot, dat ook hij muziek mooi vindt. Zeker als zijn smaak overlapt met die van Georgina Verbaan, het góéde mens, de gezalfde.
Monsters moeten monsters blijven.
Niet lachen naar kinderen. Niet genieten van bloemen of muziek. Dat is voor de goede mensen.
Goede mensen met gevoel.
Het herdenken van Amy Winehouse door Wilders, besmeurt Georgina’s nagedachtenis en smaak.
Haar veilige binaire mensbeeld, waarin zij de Hemel vertegenwoordigt en de ander de Hel. Het onmenselijke. Het ondermenselijke. De Untermensch.
“Herdenken.”
Wat betekent dat eigenlijk?
Voor mij is herdenken niets meer dan “her denken”, het steeds opnieuw tot leven brengen van wat nooit vergeten mag worden, opdat het minder snel herhaald wordt. En ik er in ieder geval niet argeloos aan meewerk.
Ik herdenk iedere dag de hel die mij het naast aan het hart ligt. Dat ben ik, vind ik, verplicht aan de meer dan honderdduizend Nederlandse Joden die in een paar jaar tijds pijnlijk efficient en vrijwel zonder burgerlijk verzet zijn weggevoerd naar hun destructie, de biomassa centrales van Treblinka en Sobibor.
Nederland, mijn land, mijn volk, stond erbij en keek er naar. Goede mensen.
Mijn Nederland roofde hun huizen, hun kunst en bezittingen.
Verkocht ze gele sterren en treinkaartjes naar de kampen. Stempelde hun Ausweiss met een J, leverde ze uit voor een paar rijksdaalders de neus. Goede mensen die anderen zonder al te veel omhaal kunnen ontdoen van iedere menselijkheid. Goede mensen, zoals Georgina.
“Die Menschlichkeit gehört das Herrenvolk.”
Ik herdenk iedere dag door studie en contemplatie, uit respect maar ook zodat ik de vege tekens kan zien en de patronen leer herkennen, die leiden tot door laarzen met ijzerbeslag, platgetreden, van bloed doordrenkte paden.
Ik herdenk iedere dag. En daardoor kan ik zien dat we, weliswaar niet dezelfde, maar toch soortgelijke paden opnieuw zijn ingeslagen.
Weer worden onschuldige groepen mensen weggezet als ziekteverwekkers. Opnieuw worden we tegen elkaar opgezet door schreeuwende koppen in kranten, politici en talking heads op TV. Opnieuw wordt groepen onschuldige mensen, de toegang ontzegd tot zwembaden en theaters, restaurants en strandstoelen. Opnieuw is er die hatelijke Ausweiss, nu met een J die er uitziet als een sneeuwbui. Opnieuw praat men in Zwitserland over een ster, die nu een stickertje is.
Ook nu geen genade voor kleine kinderen en oudjes.
Ook nu is er het ontmenselijken, het schamperen. Ook nu zijn er de valse grapjes, die net zolang grapjes zijn tot ze bittere werkelijkheid worden.
Ook nu de Nederlanders die bij het minste beetje tegenwind overstag gaan en het hoofd buigen voor de Duivel.
Ook nu de cynische koopmansgeest van hufters die munt slaat uit polarisatie en haat, juist in een tijd dat liefde, broederschap en wederzijdse vergeving van onschatbare waarde zijn.
Ook nu zijn er gloednieuwe concentratiekampen.
En dan zijn er mensen die bezweren dat we toen en nu niet mogen vergelijken!
Meestal vergezeld van de vreselijkste ad hominems en scheldpartijen.
Ik ben het niet met ze eens.
Vergelijken is ijken.
Vergelijken is leren.
Vergelijken is ingezette sporen doortrekken en volgen waar deze toe leiden.
Maar vergelijken is wel iets anders dan gelijkstellen.
Ik zal nooit de hel van de Shoah gelijkstellen aan de waanzin die nu wordt opgetuigd; dat het inktzwarte pad van de medische apartheid in een volstrekt andere hel eindigt, dan die van 80 jaar geleden is me wel duidelijk. Net zoals de ijshel van de Goelags, anders was dan het stinkende inferno van Rwanda. En die was weer anders dan de hel van de heksenjacht.
Het is meer dan lomp dat sommige mensen, uit onmacht en blinde frustratie teruggrijpen naar de Jodenster om hun ongerustheid te tonen over wat er op dit moment met hen gebeurt.
Die gele ster is heilig. Het is een symbool van een hel die niet de onze is. Een symbool waar we geen recht op hebben.
Maar wat anderen op hun beurt moeten onderkennen, is dat er geen exclusiviteit berust op onmetelijk leed.
En dat een hel niet perse dezelfde vorm hoeft aan te nemen, om gruwelijk te zijn.
Mark Twain sprak ware woorden. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar ze rijmt altijd.
En op de rijm van vele geschiedenissen kan je feilloos aan zien komen, wat er aan het eind van het liedje te gebeuren staat.
Laten we hopen dat de weg naar de nieuwe hel snel doodloopt.
Tot die tijd blijf ik herdenken én vergelijken, alsof mijn leven en alles dat ik lief heb er vanaf hangt.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Ik heb er over getwijfeld of ik dit gesprek ook op deze site zou zetten. Maar ik doe het wel.
Omdat zoveel mensen bezig zijn met precies dezelfde tocht die ik afleg. Een nauw kronkelpaadje, waaraan ook ik pas begonnen ben. En dat dit gesprek je misschien een beetje kan helpen, zoals het mij helpt om te praten en te luisteren.
Mijn ‘vijanden’, een bont kakelend gezelschap van wufte fadjes met microkaakjes en pukkeltjes, puntbuikjes, kereltjes met sappige tietjes en kippennekjes, aangevuld met een enkele monkelende kabouter op stelten, noemen mij wat graag “Superjank.”
Die koddige koboldjes doen dat uiteraard in de veronderstelling, dat hun geschamper over mijn tranen, die inderdaad tamelijk snel als kleine diamantjes uit hun kliertjes piepen, me verstoort.
Geenszins. Ik kan er wel om lachen.
Ik huil zelden uit onmacht of verdriet.
De waterlanders wellen echter onverbiddelijk op in de aanblik van schoonheid, een beeld van Bernini, een schilderij van Hans Laagland, een geboorte en het lezen van de gedeeltes van de Bijbel.
“Yea, though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil: for thou art with me; thy rod and thy staff they comfort me” .
Het kan ook een gedicht van Spalikov, Goethe of Mandelstam zijn, waardoor de zoutwaterfontein, kristal gaat spuiten.
Ik ben razendsnel ontroerd, door een foto van mijn kind, de zee, Bach, Rach, Orthodoxe koren, de liefde van mijn hond, de gedachte aan mijn Oma.
Op de bron van mijn gevoel zit geen putdeksel.
Meestal komt die ontroering op een gepast moment, waarin je je concentreert op iets moois. Of eenzaam rondbanjert door de mist en ineens oog in oog staat met een hert.
Maar soms…
Ik heb bijna een jaar geen boodschappen gedaan. Ik krijg nogal snel ruzie, ziet u.
En vaak ook nog met mensen die ik helemaal geen pijn wil doen. Geïnstrueerd winkelpersoneel, oude van dagen, gehandicapten, kneusjes. Ik trek dat nu eenmaal aan, het zal mijn ranke bouw en nobele voorkomen wel zijn, waarom ze uitgerekend mij op mijn schouder willen tikken of vermanend toe wensen te spreken.
En zeker als je, zo dacht ik, pertinent weigert om die vernederende grafeenluiers van Sywert te dragen, zou een veldslag met blauw gebekte oma’s en woedende winkeliers onvermijdelijk zijn.
Ik vergiste me.
Gisteren was ik in een winkelcentrum vlak buiten het reservaat. Ik zal, om de NSB van Hugo de Spietser niet op ideeën brengen de exacte locatie niet noemen…
“Doet u mij maar wat van die macadamia nootjes. En wat gember.”
“Eindelijk kan het weer he, boodschappen doen”
“Hoe bedoelt u?”
“Nou die mondluiers hoeven niet niet meer, dus eindelijk kan ik weer langskomen.”
“Bij mij hoeft u geen kapje op hoor”
“Ja nu hoeft het niet meer he?”
“Nee, hoor, u was, bent en blijft altijd welkom, ook als ze weer beginnen met die onzin. Wij doen daar niet aan mee.”
En daar stond ik dan, tranen in mijn ogen bij de groentejuwelier.
Gewoon omdat er goede mensen zijn.
En dichterbij dan ik dacht.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Ik heb jarenlang iedere studio vermeden. En alle uitnodigingen afgeslagen. Zowel radio, internet talkshow als televisie. Na enkele black-outs en heftige hyperventilatie aanvallen op live radio, durfde ik eenvoudig niet meer. En bovendien had ik niet iets toe te voegen, dat twitter ontsteeg. Iedereen kent de gevleugelde uitspraak over “opinions en assholes”. En van beiden zijn er meer dan genoeg in medialand Nederland.
Enkele dagen geleden hield Thierry Baudet een vlammend betoog in de kamer.
Het ging over de slavernij waarin dit volk zich, als ezels met oogkleppen, toe laten leiden, als in een tergend trage veewagon naar Auschwitz.
“Cosel Hauptbahnhof. Alle aussteigen.”
Maar ondanks de brisante woorden van Baudet bleef het op de vloer van ons “parlement”, muisstil, de naam toch afkomstig van het woord “parler”
Het was alsof je een ontketende predikant, Revelaties 13.2 hoort preken voor een kudde klaver malende koeien.
De vlammen van het ontketende kamerlid, stuitten op een onzichtbare branddeken van cognitieve dissonantie en confirmation bias, die de hele Tweede Kamer leek te bedekken. Onder een naar angstzweet stinkende, alles verstikkende muffe Babylonische regenboog van ziende blindheid en horende doofheid.
Murw gebeukt zwegen de voetsoldaatjes, de secretaressetjes, de neukertjes m/v en assistentetjes van VVD, CU, D66 en CDA, uitgekozen op hun lompe onschadelijkheid, die zich tegenwoordig ónze volksvertegenwoordiging mogen noemen, terwijl de ene Thierry truthbomb na de andere, onze Tweede Kamer onder een tapijt van “fire and brimstone” bedolf.
Twee meisjes, één van Volt de ander van Groen Links die, ware ik een uitbater van een Kruidvat franchise nog geen kassa zou toevertrouwen, laat staan de geurtjesafdeling, poogden iets van protest, dat niet verder ging als: “dit is een schande en hiermee plaatst u zich buiten het debat”. Het meisje van Volt, als een onbeholpen kalfje in een slecht zittende bloemetjesjurk. Als je dan niet zoveel kan, zorg dan tenminste dat je er lekker of in ieder geval toonbaar uitziet, zou ik zeggen.
Maar we dwalen af, want over kassameisjes wil ik het vandaag helemaal niet hebben.
Ik wil het hebben over u.
Kent u de volgende uitspraak?
“het huidige parlementair systeem is nutteloos: we hebben in ons parlement geen vertegenwoordigers die de belangen van onze bevolking uitdrukken, de echte belangen van onze bevolking.”
Een uitspraak van Thierry Baudet?
Ja?
Had kunnen zijn, maar nee.
De uitspraak is van een man die 60 jaar geleden tegen precies dezelfde lachspiegel aankeek, alleen precies van de andere kant.
Rudi Dutschke was een uit de DDR gevluchte Dienstverweigerer, die, oh ironie, eenmaal over de muur gevlucht, in de BDR het anti autoritair Marxisme ging verspreidden als leider van de Sozialistische Deutsche Studentenbund.
Verder van Thierry Baudet kon Der Rudi niet afstaan, maar in hun oordeel over de parlementaire politiek, waren ze het waarschijnlijk hartgrondig eens.
Maar u kent Rudi Dutschke vooral van iets anders; de beruchte doctrine. “Der lange Marsch durch die Institutionen”.
Dutschke wees de gewapende revolutie, zoals gepreekt door de RAF, af en pleitte voor het heel langzaam maar zeker invreten van ontelbare Genossen, in de bestuursvezels van universiteiten, bedrijfsleven, media, kerk en politiek. Destructie van het oude, door geduld en inzet.
Zijn filosofie en strategie, uitgedokterd met Marcuse, hebben ervoor gezorgd, dat we nu, een halve eeuw later, zitten opgescheept met Covid hoax, knielende voetballers en F1 miljonairs, zichzelf als hoer schminkende leraren en travestieten die kleutertjes voorlezen uit propagandaboekjes, klimaatpolitiek en die alom aanwezige spuuglelijke regenboogvlag.
Aan Rudi Dutschke hebben we te danken dat alle Universiteiten en scholen links zijn. Alle bedrijven woke. Alle kerken en instellingen Marxistisch. Alle massamedia in globalistische handen.
De brug van het schip van staat is geruisloos gekaapt door linkse kapiteins en bootsmannen. De passagiers, het gewone, numeriek veel sterkere volk, verweesd en letterlijk machteloos achterlatend, zonder zwemband of reddingsboot.
Het enige positieve van de situatie, is dat we door de inzet van politici als Thierry Baudet, de ernst van de situatie nu helder kunnen zien.
Maar zien alleen is niet genoeg, we moeten maatschappelijk in actie komen. Net als de honderduizenden Kameraden van Dutschke.
Helaas hebben wij niet dezelfde zeeën van tijd als Rudi’s kameraden om de gekaapte instituties langzaam maar zeker terug te veroveren. De Marxistische opmars kon tientallen jaren ongestoord, nacht und Nebel groeien op een bedje van onze welvaart en gemakzucht. En hun plan nadert de apotheose van destructie.
Wij zullen onze gemakzucht nu moeten afschudden en gezamenlijk een ware sprint door diezelfde en nieuwe instituties moeten trekken, door schoolbesturen en gemeenteraden. Door kerkbesturen, en omroep-ledenraden, om de bloedrode ijsberg, waar we genadeloos op afstevenen niet midscheeps te raken.
En waar dit onmogelijk blijkt, zullen we eigen initiatieven moeten ontplooien, parallel aan de gekaapte en verziekte Institutionen.
We zullen elkaar moeten vinden, helpen, vertegenwoordigen en opbeuren. Heel socialistisch de handen ineen slaan. Een tegenkracht vormen. Geen sneeuwvlokken, maar een sneeuwbal worden, die ruiten doet rinkelen.
Wij moeten stoppen met praten en twitteren, janken, zuchten en ouwehoeren en stoppen met denken dat bevlogen mensen als Thierry Baudet het wel voor ons gaan oplossen.
Want Thierry kan het niet alleen. Die heeft jou nodig. Nu. Of. Nooit!
Ontwaakt verworpenen der Aarde!
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Gisteren moest ik voor een check up naar de cardioloog. En voor het eerst moest ik er dus ook aan geloven.
Met een katoenen luiertje, grafeenkapjes van firma Sywert begin ik niet aan, over neus en mond liep ik, op de valreep van de mondkapjesplicht, de hal van het plaatselijke ziekenhuis binnen. Prompt hyperventilerend, zwetend, happend naar lucht met een hartslag van 100, verbijsterd dat scholieren en andere ongelukkigen, deze marteling een jaar lang, hele dagen hebben volhouden.
Daar stond ik dan, in het voorportaal van de hal. (pun intended), vol kromgebogen gestalten, gedempte stemmetjes, achter helblauwe maskertjes, zonder één enkele lach of vrolijke blik. Zonder kinderen of bloemen. Zonder zilveren ballonnen.
Alleen de flirtende covid werkstudenten achter plexiglas lachten, maar hun lach was niet voor mij. “Maskerlozen”, dat viel direct op, hebben in een zee van kapjes, uitsluitend oog voor elkaar. Ze zien de rest amper. Laat staan als medemensen.
Ik moest denken aan de baby’s, die met hun blauwe kijkers instinctief, maar vergeefs op zoek gingen naar de lach van hun moeder.
Een werkstudent, checkte mijn afspraak, dreunde een kort “moet u hoesten?, hebt u koorts?” script op. En wees routineus, met zijn arm in een bocht.
‘Rechts om de hoek inschrijven.’
Inschrijven. Vroeger deed je dat bij een grappende dame die je een ponskaartje gaf. Nu haal je een QR code bij een witte pilaar. Mits je identificatiebewijs wordt herkend.
De mijne werd niet herkend.
Omdat ik bijna flauw viel en niet vlak voor mijn bezoek aan de cardioloog een hartaanval wilde krijgen -dat is ook weer zo ostentatief- deed ik mijn mondkapje even onder mijn neus.
Dat duurde twee seconden. Een dame met kort pittig haar, een rokersstem en wit ziekenhuistenue, veerde op van haar stoel, als door een wesp gestoken.
“Mondkapje mijnheer! “
“Ik heb het benauwd mevrouw.”
“Niets mee te maken. U moet uw mondkapje op.”
“Maar u heeft zelf geen mondkapje op.”
“Ik ben aan het drinken mijnheer.”
Ze was niet aan het drinken. Maar ik liet het erbij.
Want ik moest nog naar de cardioloog. En mijn hart ging vervaarlijk tekeer. En daarvoor was ik hier.
Na enkele keren “computer says no” als antwoord van de witte paal en een afkeurende blik op mijn rijbewijs van de kortpittige kapo, kreeg ik van haar een slagersnummertje. 207.
“Uw identificatiepasje is ongeschikt, u moet zich melden bij kamer 4.”
Ik klopte aan bij kamer 4, waar een dame achter plexiglas een geanimeerd telefoongesprek begon met een mijnheer die dringend iets van haar wilde, dat zij niet kon geven.
Na dat ze de hoorn midden in het gesprek van de haak legde, wende ze zich naar mij en constateerde dat mijn rijbewijs wel erg vies was. Toch kreeg ik ondanks dat vergrijp, de fel begeerde QR code uitgereikt; alsof het een stempel op een Elfstedenkaart betrof. Bartlehiem was genomen.
Ik mocht door, de buik van het donkere beest in.
De lift werd geblokkeerd door een bejaardenfile, geduldig wachtend op de eenzame zoef naar de QR folterkamer van keuze. Dus nam ik de trap en belande in een gang vol schuifelende blauwbekkies. Als kromme Wibra-kraaien met blauwe aders, neerstrijkend op lichthouten wachtkamerstoelen waarvan de helft gedemonteerd was, zodat de door Hugo zo felbegeerde anderhalve meter kon worden gehandhaafd.
Ik scande mijn QR code. En na 3 keer gaf deze een groen lichtje. Waarna ik ging zitten.
Nieuwsgierige blikken… “Zo jong nog”…
“Bennink?”
“Ja dat ben ik.”
“Komt u maar mee.”
Een lange, dunne man, geluierd en overduidelijk zonder zin in gezelligheid, nam mij zwijgend mee voor een ECG.
“Mag ik mijn mondkapje af mijnheer?”
“Nee.”
Na dit vrolijke uitgebreide antwoord, nam pierlala mijn bloeddruk op, die zowel onder als bovendruk 50 punten hoger was dan normaal.
Ik sputterde. “Dat doet ie anders nooit”, maar de meelevende blik van een man die dagelijks honderden hypertensie patiënten ziet, was mijn deel.
Ik mocht mij shirt uit doen en gaan liggen, stijf van de spanning en kreeg de plakkers opgeplakt. Het zachte geruststellende gekras van het ECG kon beginnen en mijn hart gedroeg zich wonder boven wonder voorbeeldig, ondanks de hyperventilatie, de benauwdheid en het opgesloten zitten in een kamer van één bij één, met een man voor wie ik overduidelijk slechts een QR code was.
Terug naar de wachtkamer.
“Bennink?”
“Ja dat ben ik.”
“Komt u maar mee.”
Daar stond een dame met het zeldzame talent om dwars door haar mondkap heen te lachen.
We gaan even fietsen mijnheer Bennink.
Een echt mens! “Wat moet dat eenzaam zijn” dacht ik.
Ik fietste en fietste en fietste tot ik niet meer kon, terwijl de bloeddrukmeter zich keer op keer strak opblies en zich met een zucht weer leeg liet lopen.
“Volgende week hoeft het waarschijnlijk niet meer he? Die mondkap?”
Ik was blij voor haar.
En mijn bloeddruk was ook blij: 50 punten lager dan bij de ECG man. 110-65
Net op tijd gekalmeerd voor de genadeloze cardiologenogen.
Terug naar de wachtkamer.
“Bennink?”
“Ja dat ben ik.”
“Komt u maar mee.”
De cardioloog stelde zich netjes voor, zonder een hand te geven.
We bespraken kort en zakelijk de uitslagen.
Mijn sinus ritme en kransslagaders hadden zich uitmuntend gedragen,
maar mijn hart huilde, de hele weg terug naar huis.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!
Eindelijk een communicatiebureau voor non woke merken!
Column van Marianne Zwagerman over Non Woke advertising. Click the picture.
Er is weinig zo ouderwets, als het begrip “reclame- of communicatiebureau” Het impliceert dure designpanden vol dure reclamemensen, met dure Jaguars en Stekker Porsches en moeilijke, dure brillen, die dure rekeningen sturen, via dure troostmeisjes m/v die ooit in de stone age of advertising, account executives werden genoemd.
Deze website bestaat nu een maand. En in die korte tijd is er heel wat opgebouwd.
Beata heeft een prachtig design gemaakt, allerlei magische widgets en plugins geactiveerd. En achter de schermen is zij nog steeds de drijvende kracht achter het technische- en design gedeelte van deze site. Veel meer werk dan ik me van te voren realiseerde. Waarvoor enorme dank.
Hier ben ik vrij ben om te doen en te laten wat ik wil. Vrij mijn eigen lengte van stof te kiezen, mijn eigen ongewenste opinie te uiten. Een god in het diepst van mijn gedachten te zijn.
Mijn overgrootvader, Floris Vos, was een kleurrijk figuur. Niet alleen investeerde hij zijn deel van familiekapitaal en landerijen, in een pontificaal falende Modelmelkerij in Naarden, het was ook een mooie schavuit, die een kudde koeien op veldwachters afstuurde, het huis van de burgemeester van Blaricum kraakte, waarvoor hij werd gearresteerd, een kei naar Amersfoort sleepte en onder luid gejoel de tolpoorten bij Muiden omvertrok.
Ook reed hij met zijn Bugatti dwars door de muur van een boerenschuur. Zero fucks were given.