
Gisteren was het weer zo ver. Het zoveelste twitteroorlogje, met meninkje tegen meninkje. Beledigingetje tegen doodswensje, verontwaardigingtje tegen geschoktheidje.
En het ergste is.
Ik deed er nog aan mee ook.
Basta.
Het is tijd om ons te realiseren dat als we onze bajonetten op elkaar blijven richten, we alleen maar inspelen op de perfide agenda van de kracht die we eigenlijk moeten aanspreken.
En die macht is niet de dwalende lul die iets doms zei op het stompzinnige Facebook.
Dat is niet die boze huisvrouw met een spuit en een regenboog in haar twitterbio.
Niet die dwalende toetsenbordridder, die ’s nachts ligt te woelen over zijn twijfels en worstelt met zijn geweten.
Niet dat borderline meisje die uit ongeluk en eenzaamheid ook maar wat uitkraamt, als ze in Godsnaam maar ergens bij mag horen. Of die ijzeren Hein, die doodsbang klem zit zit in de echokamer van zijn eigen gelijk; met zijn bordje diepvriesspinazie op zijn knieën woest berichtjes tikkend en endorfine beloninkjes scorend door likes en hartjes.
Wij gedragen ons keer op keer als marionetten. En degenen waar we onze kritiek en ons vilein op zouden moeten richten, zijn de poppenspelers; de cynische intriganten, die boven onze hoofden alles doen om ons te verdelen en tegen elkaar op te zetten, als Hutu’s tegen Tutsi’s.
Ze leggen de machetes voor ons klaar.
Ze maken onze geestjes rijp.
Ze zijn heel goed in wat ze doen.
Wij zijn hun soldaatjes, hun kemphanen, hun vechthonden.
En zolang we met boze koppen en geslepen rieken tegenover elkáár staan, ontspringen zij de dans.
Divide et impera.
We kunnen niet langer vanuit onze modderige loopgraven op elkaars kop blijven mikken. De ene met een punt op zijn hoofd en de ander met een platte helm, We mogen niet opnieuw dezelfde fouten maken. En miljoenen doden verder met een half gezicht naar huis terugkeren. De ene naar Frankfurt, de ander naar Liverpool.
Terwijl de aanstichters altijd veilig buiten schot blijven, sigaren rokend in hun Chesterfields.
Zou er één frontsoldaat uit de “Frische Frölige Krieg” zich hardop hebben afgevraagd waarom er een miljoen mannen moeten sneuvelen aan de Somme, omdat ene Gavrilo Princip, één aartshertog Frans Ferdinand naar de andere wereld hielp?
Waarschijnlijk wel, miljoenen keren. Maar in stilte, moedeloos mompelend bij de bunkerkachel of in bed bij moeder de vrouw, het houten been leunend tegen de sponde.
Als we nou eens buiten die kooi konden kijken, die ring waarin we geplaatst zijn om elkaar af te slachten.
Als we onze stemmen nou eens zouden gebruiken, zoals Joshua werd opgedragen, toen hij voor de poorten van Jericho stond.
Eén overdonderend gejuich uit alle kelen…
…en alles is binnen zeven dagen anders.
Vind je mijn werk mooi, goed of zelfs belangrijk? Je kunt het hier ondersteunen.
Vind je mijn werk goed, mooi of zelfs belangrijk? Deel deze post dan zoveel mogelijk! Ook kun je mijn werk ondersteunen met een donatie!

























